Ziklag

Ziklag (Hebreeuws: צִקְלַג) is de naam gebruikt in de Hebreeuwse Bijbel van een stad die was gelegen in de Negev regio in het zuiden van het Bijbelse koninkrijk Juda. De plaats wordt onder meer genoemd in het Bijbelboek 1 Samuel 30:1-31.

De exacte ligging van Ziklag is tot op heden niet vastgesteld. Eind negentiende eeuw werden de plaatsen Haluza (bij wadi Asluj ten zuiden van Beër Sjeva)[1] en Khirbet Zuheilqah (gelegen ten noordwesten van Beër Sjeva en ten zuidoosten van Gaza stad) gesuggereerd[2][3]

Moderne historici[4] geven de voorkeur aan Tell Sera (Tel esh-Sharia) gelegen op 7 km ten oosten van Gerar en 22 km ten noordwesten van Beër Sjeva.[5][6][7][8][9] Anderen opteren dan weer voor Tell Halif[10][11]

Referenties

  1. Cheyne and Black, Encyclopedia Biblica
  2. Ziklag, Jewish Encyclopedia
  3. Ziklag, Easton's Bible
  4. Onder meer Y. Aharoni, B. Mazar, Z. Kallai, A.F. Rainey en Na'aman.
  5. Negev, A. & Gibson, S., ed. (2001)
  6. Thomas levy, Archaeology of Society in the Holy Land, Leicester University Press, 1998, p.343.
  7. Prof. Anson Rainey Ziklag, A Town In The Western Negeb Of Judah. To appear in the archaeological report on Tel Sera, Ben Gurion University of the Negeb
  8. Yohanan Aharoni, Das Land der Bibel: eine historische Geographie, Neukirchen-Vluyn, 1984
  9. Z. Kallai, Historical geogaphy of the Bible, Jerusalem, Magnes 1986.
  10. Halif (Tell) in Archeological Encyclopedia of the Holy Land, Avraham Negev, Shimon Gibson
  11. Joe D. Seger, Investigations at Tell Halif, Israël, 1976-1980, BASOR 252 (1983-1984).
  1. Cheyne and Black, Encyclopedia Biblica
  2. Ziklag, Jewish Encyclopedia
  3. Ziklag, Easton's Bible
  4. Onder meer Y. Aharoni, B. Mazar, Z. Kallai, A.F. Rainey en Na'aman.
  5. Negev, A. & Gibson, S., ed. (2001)
  6. Thomas levy, Archaeology of Society in the Holy Land, Leicester University Press, 1998, p.343.
  7. Prof. Anson Rainey Ziklag, A Town In The Western Negeb Of Judah. To appear in the archaeological report on Tel Sera, Ben Gurion University of the Negeb
  8. Yohanan Aharoni, Das Land der Bibel: eine historische Geographie, Neukirchen-Vluyn, 1984
  9. Z. Kallai, Historical geogaphy of the Bible, Jerusalem, Magnes 1986.
  10. Halif (Tell) in Archeological Encyclopedia of the Holy Land, Avraham Negev, Shimon Gibson
  11. Joe D. Seger, Investigations at Tell Halif, Israël, 1976-1980, BASOR 252 (1983-1984).
Abigaïl (Bijbel)

Abigaïl (Hebreeuws: אֲבִיגָיִל; "De vader verheugt zich" of "vreugde van de vader") is in de Hebreeuwse Bijbel de naam van twee verschillende personen.

Achis (Gat)

Achis (Hebreeuws, אָכִישׁ) was volgens de Hebreeuwse Bijbel een Filistijnse koning van Gat en zoon van Maoch ook wel Maächa genoemd.Toen David op de vlucht was voor koning Saul, vluchtte hij naar Gat. Hij werd herkend als Israëlitisch krijgsheld, die juist een grote hoeveelheid Filistijnen had gedood. Daarom deed David alsof hij krankzinnig was, door het speeksel in zijn baard te laten lopen en overal kruisjes te tekenen, waarna Achis hem liet gaan.Later, toen David nog steeds op de vlucht was voor Saul, kwam hij met 600 soldaten en hun gezinnen voor de tweede keer in het gebied van Gat. Deze keer ontving Achis hem vriendelijk en liet David en zijn groep in Ziklag wonen, waar ze zestien maanden bleven. Achis was in de veronderstelling dat David en zijn leger Judese steden overvielen, maar in plaats daarvan plunderde Davids leger de nomadenstammen in de Negev, die ook de bevolking van Juda bedreigden. Zo bewees David enerzijds zijn stambroeders een grote dienst en liet hij Achis anderzijds in de veronderstelling dat hij in zijn vaderland alle steun had verloren en de Filistijnen daarom loyaal zou dienen. Uiteindelijk had Achis zo veel vertrouwen in David gekregen dat hij hem aanstelde als zijn persoonlijke lijfwacht. Alleen het wantrouwen van de overige vorsten van de vijfstedenbond, maakten dat Achis David dwong zijn leger af te bouwen en terug te gaan naar huis. Maar ook bij deze gelegenheid bevestigde Achis nogmaals zijn vertrouwen in David.Later, toen David koning van Juda was geworden, werd Gat ingenomen. Achis werd niet gedood, want hij wordt vermeld in het verslag van Salomo's regering.

Elihu

Elihu (Hebreeuws: אֱלִיהוּא) is de naam van enkele personen uit de Hebreeuwse Bijbel, waarvan de belangrijkste voorkomt in Job. Daar wordt gezegd dat hij afstamde van Buz, mogelijk in de lijn van Abraham. Hij was een van de vier "troosters" van de zwaar getroffen Job.

De rede van Elihu omvat de hoofdstukken 32 tot en met 37 van het boek. De toon van de rede is bescheidener dan die van de andere troosters, Elifaz, Bildad en Zofar, mogelijk omdat hij jonger was dan de anderen. Toch was Elihu boos op de suggestie in de rede van de andere troosters dat de ellende die Job overkwam het werk van God zou zijn en wees hij Job vooral op Gods almacht en gerechtigheid, dat men niet mag twijfelen aan Hem en dat het mogelijk was dat het ongeluk dat hem overkwam niets te maken had met een strikte goddelijke voorzienigheid. Na zijn rede wordt Elihu niet meer genoemd en sprak JHWH zelf tot Job.

Omdat Elihu niet wordt genoemd als de andere drie troosters worden geïntroduceerd in het begin van het boek Job, hij zeer abrupt verschijnt en ook weer verdwijnt en niet wordt genoemd in de epiloog, wordt over het algemeen aangenomen dat zijn rede een late interpolatie in het boek Job is.

Koning David

David (Hebreeuws: דָּוִד, דָּוִיד, "lieveling", c. 1040 v. Chr. tot 970 v. Chr.) was volgens de Hebreeuwse Bijbel de tweede koning van het Verenigd Koninkrijk Israël, stamvader van het Judese koningshuis, het huis van David, dat tot de zesde eeuw v.Chr. in Jeruzalem aan de macht zou blijven. Hij regeerde veertig jaar van c. 1010 v. Chr. tot c. 970 v. Chr., waarvan zeven over Juda vanuit Hebron en 33 over het verenigde koninkrijk Israël vanuit Jeruzalem. Volgens de evangelies van Matteus en Lucas was hij via Jozef een voorouder van Jezus.

Hij wordt beschreven als een rechtvaardige koning, hoewel hij niet foutloos was, een gewaardeerd krijger, muzikant en dichter, aan wie traditioneel vele Psalmen worden toegeschreven. David is een zeer belangrijk persoon binnen het jodendom en christendom. In het jodendom is David of David HaMelekh de koning van Israël en de Joden en een voorvader van de Messias. In de islam staat hij bekend als Dawud (Arabisch: داوود of داود Dāwūd) en wordt hij beschouwd als een profeet en de koning van een natie.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.