Zeloten

De Zeloten vormden een bijzondere (niet al te vast omlijnde) groepering onder de Joden in de 1e eeuw na Chr.

Ontstaan

In oudere literatuur komt regelmatig de gedachte naar voren dat de groepering van de Zeloten gesticht is door Judas de Galileeër, die na de dood van Herodes de Grote in 4 v.Chr. een opstand leidde. Deze gedachte is gebaseerd op een kritiekloze aanname van wat de Joodse schrijver Josephus over de Zeloten zegt. In de laatste decennia is echter de overtuiging gegroeid dat Josephus de feiten voor zijn (Grieks-Romeinse) lezerspubliek wat vereenvoudigd weergeeft, om niet te veel aandacht te geven aan de anti-Romeinse sentimenten onder Joden in de eerste eeuw.

Tegenwoordig beperkt men het spreken over een 'groepering' of 'partij' van de Zeloten tot de tijd van de Joodse Opstand (66-70 n.Chr.). Alleen met betrekking tot die periode zijn er namelijk aanwijzingen dat er sprake is van een min of meer centrale organisatie. Naast deze 'partij' van de Zeloten waren er in de eerste eeuw nog vele kleine guerrilla-achtige groepjes. Samenvattend worden deze in de literatuur wel als 'Zelotische bewegingen' aangeduid, maar wat organisatie betreft hadden zij niets met elkaar te maken. Wel deelden zij grotendeels dezelfde overtuigingen en het is mogelijk dat sommigen van hen zich ook met de naam 'Zeloten' aanduidden.

Overtuiging

De naam 'zeloot' betekent 'ijveraar' (van het Griekse ζηλωτής zèlootès). Zeloten zagen zichzelf als 'ijveraars' voor de heiligheid van de naam van God. Dat hield voor hen concreet in dat zij geen heer boven zich wilden erkennen dan God alleen. De consequentie daarvan is dat zij het keizerlijk gezag (en de Romeinse overheersing in het algemeen) als godslasterlijk ervoeren. Zij weigerden dan ook belasting te betalen. De meest extreme Zelotische beweging was die van de Sicariërs, die met een dolk (Lat. sica) aanslagen pleegden op hooggeplaatste Joden die goede contacten onderhielden met de Romeinse bezetter.

Huidige betekenis

Een zeloot is iemand die fanatiek ijvert voor religieuze of ethische denkbeelden, waarbij vaak gekonkel met politici niet geschuwd wordt. Afgeleid woord: zelotisme (religieuze dweepzucht).

Zie ook

60

Het jaar 60 is het 60e jaar in de 1e eeuw volgens de christelijke jaartelling.

66

Het jaar 66 is het 66e jaar in de 1e eeuw volgens de christelijke jaartelling.

70

Het jaar 70 is het 70e jaar in de 1e eeuw volgens de christelijke jaartelling.

72

Het jaar 72 is het 72e jaar in de 1e eeuw volgens de christelijke jaartelling.

73

Het jaar 73 is het 73e jaar in de 1e eeuw volgens de christelijke jaartelling.

Ananus ben Ananus

Ananus ben Ananus was hogepriester van de Joodse tempel in Jeruzalem gedurende drie maanden in het jaar 62 na Chr. Hij was een zoon van Annas (ook wel Ananus genoemd), die zelf eerder hogepriester was geweest. Ook vier van zijn broers en zijn zwager Jozef Kajafas hadden dit ambt bekleed. Ananus behoorde tot de groepering van de sadduceeën.

Flavius Josephus kende zijn hoogste loftuitingen aan Ananus toe: "Een man die op alle gebieden hoog werd geacht en zo integer als maar mogelijk is, Ananus, met alle onderscheiding van zijn afkomst, zijn rang en de eer die hij had verdiend, schepte er desondanks behagen in personen van de meest nederige afkomst als zijn gelijken te behandelen. Uniek in zijn liefde voor vrijheid en enthousiast voor democratie, plaatste hij het belang van het volk in alle gevallen boven zijn persoonlijke belangen." (Joodse oorlog, 4.319-320)

Antonia (burcht)

De burcht Antonia was de door Herodes de Grote gebouwde vesting tegen de noordwestelijke hoek van de Joodse tempel in Jeruzalem, op de plaats waar de noordelijke en de westelijke zuilengalerij van de tempel samenkwamen. De vesting lag op een rots die ongeveer 25 m hoger lag dan de tempel zelf en die rondom steil naar beneden liep.

Antonius Felix

Antonius Felix (of misschien Marcus Antonius Felix) was procurator van Judea van 52 tot 60 (of 58) na Chr.

Cypros (fort)

Cyprus was een fort van Herodes de Grote. Het lag op Tell Aqaba, ten noordwesten van de Dode Zee, even ten zuidwesten van Jericho. De ruïnes op Tell Aqaba zijn voor het eerst geïdentificeerd als de burcht Cypros door A. Alt in 1925. Er zijn opgravingen verricht in 1974, onder leiding van Ehud Netzer en Emanuel Damati.

Uit opgravingen ter plaatse blijkt dat op deze plaats eerder een Hasmonees fort had gelegen, dat verwoest is in een van de opstanden tussen de verovering van Judea door Pompeius (63 v.Chr.) en het begin van de regering van Herodes de Grote (37 v.Chr.). Mogelijk is dit het fort Threx of Taurus, dat vermeld wordt door Strabo (Geographica 16,2,40).

Herodes liet de burcht bouwen ter bescherming van Jericho, waar hij zijn winterpaleis had. Het fort was gelegen op een redelijk hoge heuvel met steile hellingen en keek uit over het paleis. Bovendien gaf het fort goed zicht op de hoofdweg naar Jeruzalem. Herodes noemde de burcht naar zijn moeder Cypros. Het herbouwde fort bestond uit een versterkte citadel met daaronder luxueuse woonvertrekken en badinstallaties. Een 14 km lang aquaduct voorzag het fort van water, afkomstig van de bronnen waar de Wadi Qelt ontspringt.

De burcht werd aan het begin van de Joodse Opstand (66 na Chr.) door de Zeloten veroverd. De in Cypros gestationeerde troepen werden gedood en de burcht werd verwoest.Uit de Byzantijnse periode zijn sporen van bewoning gevonden, vermoedelijk afkomstig van christelijke monikken.

Jezus ben Gamaliël

Jezus ben Gamaliël was hogepriester in de Joodse tempel in Jeruzalem van 63 tot 64 na Chr. Hij was door zijn huwelijk verbonden met het huis van Boëthus, in die tijd een belangrijke familie binnen de Joodse aristocratie.

Joodse Oorlog

De Joodse Oorlog, ook wel Joodse opstand genoemd, woedde in Judea en Galilea van 66 tot 70 na Chr. Joodse rebellen, aangevoerd door de Zeloten, kwamen in opstand tegen de Romeinen. Met de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel (29-30 augustus 70) kwam er een einde aan de oorlog, hoewel pas met de verovering van Masada in het jaar 73 een einde kwam aan het laatste Joodse verzet.

Judas de Galileeër

Judas de Galileeër was een Joodse opstandeling, die een gewapende strijd voer in 6 na Chr. tegen de opgelegde census door de Romeinen in Judea ten tijde van Publius Sulpicius Quirinius. Deze opstand werd wreed neergeslagen, door de Romeinse bezetter.

Legio XII Fulminata

Legio XII Fulminata (Fulminata betekent 'die de bliksemschicht hanteert') was een Romeins legioen, opgericht door Julius Caesar in 58 v.Chr. en actief tot minstens het begin van de vijfde eeuw. Het legioen werd ook wel aangeduid met andere bijnamen, te weten Paterna, Victrix, Antiqua, Certa Constans en Galliena. Het symbool van het legioen was een bliksemschicht (fulmen).

Legio XXII Deiotariana

Legio XXII Deiotariana (voluit legio vigésima secunda) was een Romeins legioen, waarschijnlijk opgericht rond 48 v.Chr. door de Galatische koning Deiotarus.

Machaerus

Machaerus (Grieks: Μαχαιροῦς) was rond het begin van de gangbare jaartelling een fort aan de zuidgrens van Perea. Plinius de Oudere noemt Machaerus de belangrijkste Joodse vesting na Jeruzalem. Volgens Flavius Josephus is Johannes de Doper hier ter dood gebracht.Het fort Machaerus was strategisch gelegen op een hoge rots met steile hellingen en diepe ravijnen aan de verschillende zijden. De rots biedt een weids uitzicht over het omliggende land. Bovendien had men vanaf Machaerus zich op de andere Herodiaanse forten en op Jeruzalem, zodat in geval van nood via vuursignalen snel waarschuwingen doorgegeven konden worden. De rots wordt tegenwoordig aangeduid als Qal`at al-Mishnaqa of Mukawir en ligt in Jordanië.

Een Byzantijnse bron uit later tijd maakt melding van een nederzetting Machaberos die op deze plek zou liggen. Bij opgravingen zijn inderdaad drie Byzantijnse kerkjes uit de 6e eeuw gevonden.

Matthias ben Theophilus II

Matthias ben Theophilus was hogepriester in de Joodse tempel in Jeruzalem van 64 tot 66 na Chr. Hij moet niet verward worden met Matthias ben Theophilus I, die eerder hogepriester was.

Matthias was de laatste hogepriester voor het uitbreken van de Joodse Opstand. De opstand maakte een einde aan Matthias' hogepriesterschap. De Zeloten, die het initiatief voor de Opstand namen, meenden dat Matthias te nauwe banden onderhield met de Romeinen. De Zeloten benoemden Phannias ben Samuël tot nieuwe hogepriester. Over het verloop van de ambtswisseling en over het lot van Matthias is niets bekend.

Phannias ben Samuël

Phannias ben Samuël was hogepriester in de Joodse tempel in Jeruzalem tijdens de Joodse Opstand, van 66 tot 70 na Chr.

Kort na het uitbreken van de Joodse Opstand lukte het de Zeloten, die de opstand leidden, de tempel in te nemen. Daarmee kwam een einde aan de ambtsperiode van de laatste door Herodes Agrippa II benoemde hogepriester Matthias ben Theophilus II. De hogepriesters in de Herodiaanse periode waren telkens afkomstig uit Joodse aristocratische priesterfamilies, maar de Zeloten zagen hen als landverraders vanwege de nauwe banden tussen de Joodse aristocratie en het Romeinse gezag in Judea. Daarom besloot men door loting een nieuwe hogepriester aan te wijzen. Het lot wees Phannias ben Samuël aan.

Flavius Josephus vermeldt dat hij behoorde tot de (verder onbekende) familie van Eniachin en afkomstig was uit het dorp Aphtia. Ook schrijft Josephus dat Phannias' familie geen priesterfamilie was en dat Phannias er onvoldoende van op de hoogte was wat het ambt inhield. Het is echter zeer waarschijnlijk dat Josephus (die tijdens het schrijven van zijn werken niet veel meer ophad met de Zeloten) Phannias hier met opzet te negatief afschildert. Elders blijkt namelijk dat de Zeloten de Thora hoog in het vaandel hielden en in dat licht is het niet waarschijnlijk dat zij iemand uit een niet-priesterlijke familie zelfs maar zouden laten meeloten om het ambt van hogepriester. Josephus' opmerking moet waarschijnlijk dan ook zo verstaan worden dat Phannias niet uit de aristocratische families stamde waaruit in de Herodiaanse periode telkens de hogepriester benoemd werd.

Over Phannias' optreden als hogepriester is verder niets bekend. Vermoedelijk stierf hij in 70 na Chr., toen de tempel door de Romeinen werd ingenomen en in vlammen opging.

Sicarii

Sicarii of Sicariërs ("dolkmannen") waren leden van een extremistische Joodse groepering uit de periode kort voor en tijdens de Joodse Opstand (66-70 na Chr.). De Sicariërs worden voor het eerst in de bronnen genoemd tijdens procurator Antonius Felix (52-60) en voor het laatst in verband met de val van Massada (73). Mogelijk, was de volgeling van Jezus, Judas een Sicariër. Dat zou de naam Judas Iskariot verklaren.

Simon (apostel)

Simon (Hebreeuws: שמעון, Šimʿon of (in de Tiberisch Hebreeuwse vocalisatie) Šimʿôn), ook wel Simon de Zeloot of (om hem te onderscheiden van Simon Petrus) Simon Kananaios genoemd, was een van de twaalf apostelen van Jezus Christus waarover weinig meer bekend is dan zijn naam. De naam van Simon komt in alle synoptische evangeliën en Handelingen voor in de lijst met apostelen, zonder verdere gegevens.

Robert Eisenman wees erop dat Talmudische verwijzingen in die periode naar Zeloten als kanna'im "geen betrekking hadden op een groep — maar op wraakzuchtige priesters in de tempel." (De algemene conclusie van Eisenman dat het zelotische element in de oorspronkelijke groep apostelen werd verhuld en herschreven om het assimilatieve, Paulijnse christendom voor de heidenen te ondersteunen is controversiëler.)

Er zijn geen tradities die deze Simon identificeren als Simon, de broer van Jezus.Zijn feestdag is in de Rooms-Katholieke Kerk op 28 oktober, in de Koptische Kerk en Orthodoxe Kerk op 10 mei.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.