Tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen

De Tweede brief van Paulus aan de T(h)essalonicenzen (vaak kortweg 2 T(h)essalonicenzen genoemd) is een boek in het Nieuwe Testament van de christelijke Bijbel. Het is een brief van de apostel Paulus aan de christelijke gemeente in Thessaloniki. De brief telt 3 hoofdstukken en werd geschreven in het Koinè-Grieks. Het is een vervolg op de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen.

2 Tessalonicenzen
Slot van 2 Tess. (verzen 3:11–18, linkerkolom) en begin van Hebreeën in de Codex Vaticanus (vroege 3e eeuw).
Slot van 2 Tess. (verzen 3:11–18, linkerkolom) en begin van Hebreeën in de Codex Vaticanus (vroege 3e eeuw).
Auteur onzeker, traditioneel toegeschreven aan Paulus
Tijd tussen circa 52 en 100
Taal Grieks
Categorie brief van Paulus
Hoofdstukken 3
Vorige boek 1 Tessalonicenzen
Volgende boek 1 Timoteüs

Geadresseerden

In Handelingen wordt verteld dat gedurende Paulus' tweede zendingsreis Paulus en Silas vanuit Philippi naar Thessaloniki trokken, mogelijk vanwege de aanwezigheid van een synagoge daar. De stad was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië. Paulus begon direct het evangelie te prediken aan zowel de Joden als niet-Joden. Gedurende drie sabbatten behandelde hij in de synagoge gedeelten uit het Oude Testament die op Christus betrekking hebben.

Volgens de brief hadden de christenen in Thessaloniki op het moment van schrijven te lijden onder vervolging, net als tijdens het schrijven van 1 Tessalonicenzen. Om wat voor soort vervolging het ging is niet bekend.

Auteurschap en verband met de eerste brief aan de Tessalonicenzen

De tweede brief aan de Tessalonicenzen wordt traditioneel beschouwd als een vervolg op de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen. De twee brieven zijn beide gericht aan de gemeente in Thessaloniki, ze vermelden beide Paulus, Silvanus (Silas) en Timoteüs als afzender en ze hebben eenzelfde structuur. Ook besteden ze beiden veel aandacht aan de wederkomst van Jezus.

Hoewel men over het algemeen aanneemt dat 1 Tessalonicenzen inderdaad door Paulus is geschreven, ligt dit bij 2 Tessalonicenzen lastiger. Op een aantal punten vertonen de twee brieven zulke grote overeenkomsten dat het aannemelijk lijkt dat ze kort na elkaar geschreven zijn, maar tegelijk is er een aantal grote verschillen. Niet alleen de toon van de tweede brief is anders, namelijk koeler of afstandelijker, maar ook de inhoud bevat een aantal duidelijke verschillen, met name juist waar het om de wederkomst van Jezus gaat. Er lijkt een tegenstelling te bestaan tussen de spoedige verwachting van Jezus' terugkeer in de eerste brief en de waarschuwing tegen overspannen wederkomstverwachtingen in de tweede brief.

De klassieke interpretatie is dat de tweede brief een reactie is op de eerste, waarbij de eerste overtrokken verwachtingen gewekt had die door de tweede brief gecorrigeerd werden. Paulus schreef deze tweede brief, aldus sommige uitleggers die vasthouden aan Paulus' auteurschap, korte tijd na de eerste, mogelijk nog tijdens het verblijf van Paulus, Timoteüs en Silvanus in Korinthe. In dat geval wordt de brief rond 51 n.Chr. gedateerd. Deze korte tijd tussen de twee brieven zou de grote overeenkomsten verklaren, terwijl de verschillen in toon en inhoud te maken hadden met de ontwikkelingen in Thessaloniki direct na de eerste brief. Andere uitleggers houden ook vast aan het auteurschap van Paulus maar dateren de brief later, aan het eind van zijn leven.

Broad overview of geography relevant to paul of tarsus
Belangrijke steden in de Paulijnse brieven.

Veel uitleggers nemen echter aan dat 2 Tessalonicenzen niet door Paulus is geschreven. Udo Schnelle wees erop dat de stijl van 2 Tessalonicenzen aanzienlijk afwijkt van die van de onbetwiste brieven. De brief zou in vergelijking beperkt van stof zijn in plaats van een levendige discussie over vele thema's te bevatten. Zo ontbreken de diepzinnige vragen die in veel van de onbetwiste brieven van Paulus voorkomen. Volgens Alfred Loisy verraadt de brief kennis van de synoptische evangeliën, die echter nog niet waren geschreven toen Paulus zijn brieven schreef. Bart Ehrman merkte op dat het hameren op de authenticiteit in de brief zelf, en het sterke veroordelen van vervalsing aan het begin van de brief, een typische slimmigheid is, die je meestal juist aantreft in vervalste documenten. In andere Paulusbrieven ontbreken dit soort waarschuwingen dan ook.

Wat ook vaak naar voren wordt gebracht is de context van de brief. Zo beweert bijvoorbeeld Norman Perrin dat in het gebed in Paulus' tijd God (de Vader) doorgaans als de ultieme rechter werd gezien in plaats van Jezus (dat laatste werd pas algemeen tegen het einde van de eerste eeuw). In 2 Tessalonicenzen staat moge de Heer uw harten richten op .... de standvastigheid van Christus (3:5) in tegenstelling tot 1 Tessalonicenzen moge uw harten in onschuld vestigen ... voor God en Vader, bij de wederkomst van onze Heer Jezus....(3:13), hetgeen zou suggereren dat deze brief enige tijd na de dood van Paulus werd geschreven.

Het grootste theologische verschil tussen de twee brieven is volgens deze onderzoekers dat in 1 Tessalonicenzen de wederkomst van Christus nabij is, terwijl het grootste deel van 2 Tessalonicenzen volledig gewijd lijkt te zijn aan het aantonen van het tegendeel. Zij denken dat het verschijnen van 2 Tessalonicenzen veroorzaakt is door het uitblijven van de wederkomst van Jezus voor het overlijden van Paulus en dat dit de belangrijkste reden is dat 2 Tessalonicenzen werd geschreven en op Paulus' naam gezet.

Inhoud

De auteur van 2 Tessalonicenzen had in ieder geval twee duidelijke aanleidingen voor het schrijven van de brief. Ten eerste hadden de christenen tot wie de brief gericht was[1] te maken met ernstige vervolgingen. De auteur prijst de standvastigheid die ze tot nu toe getoond hebben en verzekert hen dat hun vervolgers hun verdiende loon zullen ontvangen.

Daarnaast richt de auteur zich tegen de gedachte dat de wederkomst van Christus aanstaande was, of zelfs al begonnen was. Volgens de auteur is dit een dwaling. Met nadruk veroordeelt hij degenen die in de aanstaande wederkomst een reden zagen om hun werk en verplichtingen te verzaken. Vers 2:2 suggereert dat deze dwaling verspreid werd door teksten en uitspraken die ten onrechte aan Paulus en/of zijn medewerkers toegeschreven werden. Dit kan ook de reden zijn dat de auteur van 2 Tessalonicenzen, als dit niet Paulus zelf was, ervoor koos deze dwaling te bestrijden door ook zijn brief als door Paulus geschreven voor te doen komen.

Salonica White Tower
Thessaloniki anno 2007.

Hoofdstuk 2 bevat een aantal lastig te duiden teksten die doen denken aan Joodse en christelijke apocalyptische literatuur. Voordat de wederkomst plaats zal vinden, zal er sprake zijn massale geloofsafval en het verschijnen van "de wetteloze mens"[2], die alles wat goddelijk en heilig is zal bestrijden alvorens zelf vernietigd te worden door Christus. Zover is het echter nog niet, aldus de schrijver van de brief. Op dit moment is de wetteloosheid nog werkzaam "in het verborgene" en eerst moet degene die de wetteloosheid tegenhoudt verdwijnen. Wie of wat "de wetteloze" op dat moment nog tegenhoudt vermeldt de auteur niet: hij heeft zijn lezers al vaker over deze dingen verteld (2:5) en zij zouden daarom wel weten waardoor "de wetteloze" voorlopig nog tegengehouden wordt. Mogelijk doelde hij hierbij op de Romeinse overheid, of de overheid in het algemeen, die de wetteloosheid nog zou beperken totdat "de wetteloze" komt.

Indeling

  • Groet (1:1-2) (identiek aan die van de eerste brief)
  • Paulus dankt God voor het geloof van de gemeente in Thessalonica (1:3-5)
  • Hij troost hen in hun verdrukking (1:6-12)
  • De schrijver wijst hen er op dat Christus pas kan komen nadat een tegenstander van God zichzelf verheven heeft (2:1-17).
  • Hij eindigt met een aantal praktische vermaningen (3:1-16) en ondertekening (3:17,18)

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  • (en) The New Testament: A Historical Introduction to the Early Christian Writings, B.D. Ehrman, 1997, Oxford University Press, ISBN 0195084810
  • (en) The Letters of Paul to the Thessalonians, I.H. Marshall in The Oxford Illustrated Companion to the Bible, red. Bruce Metzger en Michael Coogan, 2008, Black Dog & Leventhal Publishers, ISBN 9781603760423
  • 2 Thessalonicenzen, E. Smilde in Bijbel in de nieuwe vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap met verklarende kanttekeningen, deel 8, red. J.H. Bavinck, A. H. Edelkoort, Bosch & Keuning, ISBN 9024642477

  1. Er zijn ook uitleggers die ter verklaring van de genoemde problemen met de authenciteit van de brief aannemen dat deze brief, in tegenstelling tot 1 Tessalonicenzen, niet gericht was tot de gehele christengemeente in Thessaloniki maar tot een bepaalde groep binnen die gemeente.
  2. Deze figuur wordt vaak geïnterpreteerd als de Antichrist, maar dat is niet het woord dat gebruikt wordt. In het Koinè-Grieks zijn er twee tekstvarianten die ongeveer even vaak voorkomen: ο ανθρωπος της ανομιας (ho anthropos tès anomias, "de mens van wetteloosheid") en ο ανθρωπος της ἁμαρτιας (ho anthropos tès hamartias, "de mens van zondigheid").
  1. Er zijn ook uitleggers die ter verklaring van de genoemde problemen met de authenciteit van de brief aannemen dat deze brief, in tegenstelling tot 1 Tessalonicenzen, niet gericht was tot de gehele christengemeente in Thessaloniki maar tot een bepaalde groep binnen die gemeente.
  2. Deze figuur wordt vaak geïnterpreteerd als de Antichrist, maar dat is niet het woord dat gebruikt wordt. In het Koinè-Grieks zijn er twee tekstvarianten die ongeveer even vaak voorkomen: ο ανθρωπος της ανομιας (ho anthropos tès anomias, "de mens van wetteloosheid") en ο ανθρωπος της ἁμαρτιας (ho anthropos tès hamartias, "de mens van zondigheid").
Bijbelboeken
Thora:Genesis · Exodus · Leviticus · Numeri · Deuteronomium
Jozua · Rechters · Ruth · 1 en 2 Samuel · 1 en 2 Koningen · 1 en 2 Kronieken · Ezra · Nehemia · Tobit · Judit · Ester · 1 Makkabeeën · 2 Makkabeeën
Job · Psalmen · Spreuken · Prediker · Hooglied · Wijsheid (van Salomo) · (Wijsheid van Jezus) Sirach
Grote profeten:Jesaja · Jeremia · Klaagliederen · Baruch · Ezechiël · Daniël
Kleine profeten:Hosea · Joël · Amos · Obadja · Jona · Micha · Nahum · Habakuk · Sefanja · Haggai · Zacharia · Maleachi
De deuterocanonieke boeken zijn cursief weergegeven.


Evangeliën:Matteüs · Marcus · Lucas · Johannes
Handelingen:Handelingen van de apostelen
Brieven van Paulus:Romeinen · 1 Korintiërs · 2 Korintiërs · Galaten · Efeziërs · Filippenzen · Kolossenzen · 1 Tessalonicenzen · 2 Tessalonicenzen · 1 Timoteüs · 2 Timoteüs · Titus · Filemon
Hebreeën
Katholieke brieven:Jakobus · 1 Petrus · 2 Petrus · 1 Johannes · 2 Johannes · 3 Johannes · Judas
Apocalyptiek:Openbaring van Johannes
Antichrist

De Antichrist (Grieks: ἀντί= in plaats van, niet tegen! χριστός= Christus = in plaats van Christus: velen denken dat het woord "anti" in dit verband alleen "tegenstander" betekent) is volgens de christelijke leer de ultieme manifestatie van het kwaad in een menselijk wezen. Het begrip komt in de Bijbel voor in de brieven van Johannes. In de Openbaring van Johannes, het laatste boek uit het Nieuwe Testament, komt het woord antichrist niet voor, maar naar de overtuiging van sommige christelijke stromingen wordt de persoon daarin wel beschreven en het beest genoemd. Een meer wetenschappelijke verklaring voor 'het beest' is dat deze benaming zou slaan op keizer Nero. Deze keizer stond bekend om zijn wreedheid, die zich onder andere uitte in de vervolging van de christenen. Het getal '666' zou, afgaande op gematria, ook slaan op keizer Nero.

De Antichrist is tevens de titel van een van de latere werken van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. In dit werk neemt hij zeer stellig afstand van de joods-christelijke religieuze tradities, die hij opvat als een decadente slavenmoraal.

Brieven van Paulus

14 van de 21 epistels oftewel brieven in de canon van het Nieuwe Testament van de Bijbel worden traditioneel toegeschreven aan de apostel Paulus. 13 van deze brieven vermelden Paulus als afzender en worden ook wel de Paulijnse of Paulinische brieven genoemd; de Brief aan de Hebreeën is in feite geen echte brief en noemt Paulus niet als auteur. De volgende brieven worden traditioneel aan Paulus toegeschreven:

Zoals uit de tabel blijkt, is Paulus' auteurschap van een aantal van deze brieven omstreden.

Enkele van deze brieven behoren tot de oudste overgeleverde christelijke documenten. Ze verschaffen inzicht in de overtuigingen en controverses van het vroege christendom en als onderdeel van de canon van het Nieuwe Testament zijn het hoekstenen voor zowel christelijke theologie als ethiek. De Paulijnse brieven worden in moderne uitgaven van het Nieuwe Testament gewoonlijk geplaatst tussen Handelingen van de Apostelen en de Katholieke brieven. De meeste Griekse manuscripten plaatsen de algemene brieven echter vooraan en enkele minuscels (175, 325, 336 en 1424) plaatsen de Paulijnse brieven aan het eind van het Nieuwe Testament.

Eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen

De Eerste brief van Paulus aan de T(h)essalonicenzen (vaak kortweg 1 T(h)essalonicenzen genoemd) is een boek in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het bestaat uit vijf hoofdstukken en werd geschreven in het Koinè-Grieks. Dit Bijbelboek wordt vervolgd met de Tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen.

Epistel

Een epistel (Grieks ἐπιστολή, epistolē, "brief"; Latijn: epistula of epistola) is een schrijven gericht aan een persoon of een groep personen, meestal in de vorm van een erg formele brief, vaak didactisch van aard en elegant geformuleerd.

Macedonisch-Orthodoxe Kerk

De Macedonisch-Orthodoxe Kerk (Macedonisch: Македонска Православна Црква - Охридска Архиепископија , Makedonska Pravoslavna Crkva - Ohridska Archiepiskopija) is een niet erkende orthodoxe kerk onder de aartsbisschop van Ohrid en Noord-Macedonië op het grondgebied van Noord-Macedonië, met jurisdictie over Macedonische orthodoxe christenen in Noord-Macedonië en in exarchaten in de Macedonische diaspora. Twee derde deel (650.000) van de Noord-Macedonische bevolking maakt deel uit van deze kerk. De kerk heeft acht bisdommen in Macedonië en de rest in het buitenland voor de verzorging van de Macedonische diaspora.

Vanuit de Servisch-Orthodoxe Kerk is een autonoom aartsbisdom van Ohrid opgericht, wat door de andere orthodoxe kerken wordt erkend als canoniek.

In 1959, verleende de Heilige Synode van de Servisch-Orthodoxe Kerk autonomie aan de Orthodoxe Kerk in de toenmalige Socialistische Republiek Macedonië als zijnde de restauratie en beroeping op het historische aartsbisdom van Ohrid van de middeleeuwen en het bleef in canonieke eenheid met de Servische Kerk onder de Patriarch van Servië. In 1967, op de tweehonderdste verjaardag van de afschaffing van het aartsbisdom van Ohrid, kondigde de Macedonische Kerk eenzijdig haar autocefalie en onafhankelijkheid van de Servisch-Orthodoxe Kerk af. De Servische Heilige Synode hekelde de uitspraak en veroordeelde de geestelijkheid als schismatiek. Vanaf toen was de Macedonische Kerk niet meer erkend door het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel en alle andere canonieke orthodoxe kerken ter verdediging van de Servische oppositie.

De grootste groep na de Servische orthodoxen zijn de Macedonisch orthodoxen. Deze leven in drie verschillende staten, Bulgarije (300 duizend), Griekenland (2 miljoen) en de Republiek Macedonië (2 miljoen). Hun herkomst is niet geheel duidelijk. De Macedoniërs zijn hoogstwaarschijnlijk Slaven, maar zij kunnen ook aan de Slaven geassimileerde Grieken of van oorsprong Turkse Bulgaren zijn. Dit volk dat het langst van alle Balkanvolkeren onder de Turkse heerschappij heeft moeten leven, voelt zich Macedoniër en geen Bulgaar, met wie de taal een zeer grote verwantschap heeft, of Serviër met wie de als typisch beschouwde viering van de Slava gemeenschappelijk zou zijn, laat staan Griek. Al doen al deze volkeren pogingen om de Macedoniërs bij hun eigen volk te trekken.

Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament is een verzameling religieuze geschriften behorend tot het christendom. Het vormt het tweede deel van het heilige boek van de christenen, de Bijbel. Hoewel precieze datering moeilijk is, wordt algemeen aangenomen dat de geschriften van het Nieuwe Testament dateren uit de tweede helft van de eerste eeuw tot het begin van de tweede eeuw na Christus. De naam is een vertaling van het Latijnse Novum Testamentum, wat een vertaling is van het Griekse Ἡ καινὴ διαθήκη (Hē kainḕ diathḗkē), "Het Nieuwe Verbond" of "Het Nieuwe Testament". De vroege christenen gebruikten deze benaming oorspronkelijk om hun relatie met de god van Israël aan te geven. Als brontekst voor de meeste hedendaagse vertalingen wordt het Novum Testamentum Graece gebruikt.

De geschriften van het Nieuwe Testament beschrijven de daden en woorden van Jezus, die de Messias (de Christus) genoemd wordt. Uit het geloof in hem als Messias is het christendom voortgekomen. Verder bevat het Nieuwe Testament een geschrift over de geschiedenis van de eerste christelijke gemeenschappen en een reeks brieven op naam van apostelen of familie van Jezus. Het Nieuwe Testament vormt daarmee de voornaamste basistekst van het christelijk geloof. Binnen dat geloof worden behalve de Bijbelteksten van het Oude Testament ook die van het Nieuwe Testament als het Woord van God d.w.z. geïnspireerd door God beschouwd. Veel orthodoxe christenen, maar met name fundamentalisten beschouwen het Oude en Nieuwe Testament letterlijk als het Woord van God.

Paulus (apostel)

Paulus (Oudgrieks: Παῦλος, Paulos; Hebreeuws: שאול התרסי, Šaʾul HaTarsi, "Saul van Tarsus") (Tarsus (Cilicië), ca. 3 - waarschijnlijk Rome, na 60) was een leider van de vroege christelijke kerk en speelde een centrale rol in de vroege ontwikkeling en verspreiding van het christendom in de landen rondom de Middellandse Zee, in het bijzonder in wat nu Turkije en Griekenland is.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.