Theologie

Theologie (synoniem: godgeleerdheid) betekent letterlijk 'godsleer'. De naam komt van het Griekse θεός (theos), wat 'God' betekent, en van het Griekse λόγος (logos), wat voor 'woord', 'leer', 'kennis' of 'verhandeling' staat. De term theologie is afkomstig uit de christelijke traditie en wordt daarom overwegend gebruikt voor de (studie van de) geloofsinhoud van het christendom. De term kwam in de 12e eeuw in zwang bij Petrus Abaelardus en Gilbertus van Poitiers.

Onderwerp van studie

De theologie bestudeert de historische bronnen van het geloof (Bijbelse theologie), historische theologie, de systematische analyse van het geloof (systematische theologie) en de christelijke geloofspraktijk. Tot de theologie behoort daarom ook de bredere studie van alle godsdienstige of religieuze onderwerpen. In tegenstelling tot de godsdienstwetenschap houdt theologie er rekening mee dat in teksten die ze bestudeert mensen ervan blijk geven zich door God aangesproken te voelen.[1] Daarnaast onderscheidt theologie zich doordat zij God en de Bijbel vanuit een gelovig perspectief onderzoekt.[2] Op een moderne theologische faculteit kunnen gelovigen naast niet-gelovigen studeren en doceren.

De moderne westerse academische theologie neemt het axioma dat er een god is niet aan. De vraag naar het wel of niet bestaan van God, de zogenoemde waarheidsvraag, wordt overigens wel degelijk gesteld en komt met name aan de orde binnen de godsdienstfilosofie. De godsdienstfilosofie gebruikt als bron de rede en de ervaring, terwijl theologie daarnaast ook religieuze bronnen bestudeert, zoals de Bijbel, de Koran en de traditie, om te zien hoe deze bronnen in het verleden het religieuze leven hebben bepaald en hoe zij van betekenis kunnen zijn in het heden.

Algemene disciplines

Over het algemeen wordt binnen de theologie onderscheid gemaakt tussen drie of vier secties of hoofddisciplines: de Bijbelwetenschap, de systematische theologie en de praktische theologie, en in veel gevallen de kerkgeschiedenis. Volgens sommigen moet de laatste als een hulpwetenschap beschouwd worden, die kan worden gebruikt in de bijbelwetenschap (bijvoorbeeld geschiedenis van Israël), de systematische theologie (dogmageschiedenis) en de praktische theologie (kerk- of religiegeschiedenis, inclusief vakken als patristiek en patrologie).

  • De bijbelwetenschappen omvatten onder andere de volgende vakken: biblistiek of canoniek (ontstaansgeschiedenis van de Bijbel als geheel), tekstkritiek (ontstaansgeschiedenis van bijbelboeken, onderscheiden van achterliggende bronnen en tekstvarianten), geschiedenis van Israël, wereld van het Oude Testament/Nieuwe Testament (bestudering religieuze, maatschappelijke en geografische context), bijbelse theologie (specifieke kenmerken van de verschillende bijbelboeken of bijbelschrijvers, theologische implicaties van de vorming van de canon van de Bijbel) en de grondtalen (Hebreeuws, Aramees en Koinē-Grieks) en de talen en culturen die daar omheen een rol hebben gespeeld.
  • De systematische theologie omvat zowel dogmatiek als ethiek. In de dogmatiek wordt op systematische wijze nagedacht over de leer van de kerk. De naam ‘dogmatiek’ wordt steeds minder gebruikt (zeker internationaal), vanwege de negatieve connotaties (vergelijk dogmatisme) en de beperktheid (het vak houdt zich met meer bezig dan alleen met kerkelijke dogma’s). Binnen de dogmatiek komen onder andere de volgende thema’s aan de orde: triniteitsleer (leer over de heilige drie-eenheid), de christologie (leer over Christus, onder andere over de relatie tussen het goddelijke en het menselijke in Christus (de tweenaturenleer)), de soteriologie (leer over de redding van de mens), de pneumatologie (leer over de Heilige Geest), de mariologie (leer over de heilige maagd Maria, de moeder van Christus), ecclesiologie (studie van de kerk, de christelijke gemeenschap), sacramentele theologie (studie van de handelingen van Christus in de kerk), de theologische antropologie (leer over de mens), de scheppingsleer of kosmologie/systematische theologie (leer over de schepping van de wereld; ook wel protologie) en de eschatologie (letterlijk de leer van de laatste (uiterste) dingen; dit bestrijkt onderwerpen als het leven na de dood, reïncarnatie, het einde van de geschiedenis en van de wereld, de (tweede) komst van de Messias, het laatste oordeel en een nieuwe wereld). Dit hangt samen met vakken als apologetiek (rationele geloofsverantwoording, vgl. theodicee) en godsdienstfilosofie (wijsgerige doordenking van geloofsinhouden en geloven als fenomeen). In de ethiek gaat het om de bezinning op het leven onder het gezichtspunt van goed en kwaad; binnen de rooms-katholieke theologie wordt dit vak ook wel moraaltheologie genoemd. Het karakter van de ethiek is afhankelijk van de wijze waarop zij zich verhoudt tot met name de dogmatiek, de filosofie en de praktische theologie.
  • De praktische theologie richt zich op het handelen, geloven of leven van de (christelijke) geloofsgemeenschap, van de individuele gelovigen en/of van alle mensen voor zover rakend aan het religieuze. Binnen de praktische theologie worden onder andere de volgende vakken onderscheiden: gemeenteopbouw, poimeniek/pastoraat (bezinning op de pastorale zorg, mede in relatie tot andere vormen van hulpverlening), diaconiek/diaconaat (over de zorg voor de wereld), liturgiek (doordenking van de viering van de kerk), catechetiek (doordenking van kerkelijk onderwijs), spiritualistiek (doordenking van de spiritualiteit), homiletiek (doordenking van de preek), Missiologie (studie van missie en zending, evangelisatie etc.), kerkrecht (Canonistiek).

Theologische stromingen en bewegingen

Atheologie - Bevrijdingstheologie - Charismatische theologie - Dialectische theologie - Feministische theologie - Gereformeerde theologie - Hermeneutische theologie - Negatieve theologie - Natuurlijke theologie - Moderne theologie - Nouvelle Théologie - Oecumenische Theologie - Openbaringstheologie - Procestheologie - Radical Orthodoxy - Scholastieke theologie

Bekende theologen (selectie)

Nederlandse theologen

Paus Adrianus VI - Menno Simons - Jacobus Arminius - Hendrikus Berkhof - Louis Berkhof - Gerrit Cornelis Berkouwer - Antoine Bodar - Frank Bosman - Gijsbert van den Brink - Titus Brandsma - Daniël Chantepie de la Saussaye - Petrus Canisius - Desiderius Erasmus - Franciscus Gomarus - Cornelis Graafland - Cornelius Jansenius - Jaap Kamphuis - Harry Kuitert - Abraham KuyperGerardus van der Leeuw - Kornelis Heiko Miskotte - Oepke Noordmans - Huub Oosterhuis - Evert van de Poll - Herman Ridderbos - Jan Ridderbos - Arnold van Ruler - Klaas Runia - Klaas Schilder - Piet Schoonenberg - Gisbertus Voetius

Vlaamse theologen

Gerhard Casimir Ubaghs - Edward Schillebeeckx - Michael Baius - Lieven Boeve - Albert Descamps - Maurits Sabbe

Theologen uit andere landen

Pierre Abélard - Thomas van Aquino - Hans Urs von Balthasar - Karl Barth - Theodorus Beza - Dietrich Bonhoeffer - Rudolf Bultmann - Johannes Calvijn - Anselmus van Canterbury - Bernard van Clairvaux - Oscar Cullmann - Basilius de Grote - Augustinus van Hippo - Hans Küng - Petrus Lombardus - Henri de Lubac - Maarten Luther - Alister McGrath - Jürgen Moltmann - Gregorius van Nazianze - Gregorius van NyssaFriedrich Schleiermacher - Albert Schweitzer - Dorothee Sölle.

Anderszins bekende personen die theologie studeerden

  • Hans Achterhuis, hoogleraar sociale filosofie
  • Willem Banning, was hoogleraar wijsgerige en kerkelijke sociologie en medeoprichter Partij van de Arbeid
  • Hans Blankesteijn, journalist, ANP-nieuwslezer en studiesecretaris kerkbouw en eredienst Van der Leeuwstichting (ontmoetingscentrum kerk en kunst)
  • J.J. Buskes jr., naoorlogse Amsterdamse binnenstadspredikant en zogeheten 'doorbraakdominee' naar de S.D.A.P., nog vóór de oprichting van de Partij van de Arbeid
  • Pia Dijkstra, oud-nieuwslezeres NOS-journaal, tv-presentatrice bij de AVRO en Kamerlid voor D66
  • Ferdinand Domela Nieuwenhuis, eerste sociaaldemocratische Tweede Kamerlid, anarchistisch propagandist, maar aanvankelijk lutheraans predikant
  • Heleen Dupuis, hoogleraar filosofische en medische ethiek en Eerste Kamerlid voor de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie
  • Jacobine Geel, tv-presentatrice en eerste winnaar preekwedstrijd van dagblad Trouw
  • Jan Greven, oud-hoofdredacteur van dagblad Trouw
  • Andries Knevel, tv-presentator Evangelische Omroep
  • Lolle Nauta, was hoogleraar sociale filosofie en schreef in de jaren 70 mee aan een nieuw beginselprogramma voor de Partij van de Arbeid
  • Ruth Peetoom, voormalig predikante, die voorzitter werd van het Christen-Democratisch Appèl
  • Gilles Quispel, was Nederlands Hervormd theoloog, hoogleraar vroeg-christelijke letterkunde en specialist in de gnostische evangeliën
  • Fokke Sierksma, leerling van Gerardus van der Leeuw, godsdienstwetenschapper, en later etnoloog en etholoog
  • André Spoor, studeerde af in de ethiek en werd later journalist en voornaamste eerste hoofdredacteur van NRC Handelsblad
  • Mirjam Sterk, politica voor het Christen-Democratisch Appèl
  • Anton Zijderveld, hoogleraar wijsgerige sociologie

Zie ook

Noten

  1. Slingerland, Monic De matheid is in de theologie geslopen in: Trouw, 21 oktober 2008
    “Dat religiewetenschappers zich wetenschappelijker achten dan theologen zou kunnen komen doordat zij zo veel mogelijk het spreken over God analyseren en meten. Theologen doen dit natuurlijk net zo, maar houden er rekening mee dat ze teksten bestuderen waarin mensen er blijk van geven zich door God aangesproken te weten.”
  2. Slingerland, Monic De matheid is in de theologie geslopen in: Trouw, 21 oktober 2008
    “[..]De theoloog onderzoekt God en de Bijbel vanuit een gelovig perspectief. De godsdienstwetenschapper staat buiten het geloof en bekijkt van een afstand alles wat met geloof van doen heeft. Vroeger was een theoloog per definitie gelovig, en keek vanuit het gelovig-zijn naar God en naar anderen die in God geloven. Dat heet nu ’binnenperspectief’.”

Noten

  1. Slingerland, Monic De matheid is in de theologie geslopen in: Trouw, 21 oktober 2008
    “Dat religiewetenschappers zich wetenschappelijker achten dan theologen zou kunnen komen doordat zij zo veel mogelijk het spreken over God analyseren en meten. Theologen doen dit natuurlijk net zo, maar houden er rekening mee dat ze teksten bestuderen waarin mensen er blijk van geven zich door God aangesproken te weten.”
  2. Slingerland, Monic De matheid is in de theologie geslopen in: Trouw, 21 oktober 2008
    “[..]De theoloog onderzoekt God en de Bijbel vanuit een gelovig perspectief. De godsdienstwetenschapper staat buiten het geloof en bekijkt van een afstand alles wat met geloof van doen heeft. Vroeger was een theoloog per definitie gelovig, en keek vanuit het gelovig-zijn naar God en naar anderen die in God geloven. Dat heet nu ’binnenperspectief’.”
Albert Marth

Albert Marth (Colberg (Pommeren), 5 mei 1828 – Heidelberg, 5 augustus 1897) was een Duits astronoom.

Marth studeerde in eerste instantie theologie aan de Universiteit van Berlijn. Zijn sterker wordende interesse voor wiskunde en astronomie leidde uiteindelijk tot een studie astronomie bij Christian August Friedrich Peters in Koningsbergen.

In 1853 werd hij door George Bishop beroepen naar Londen, waar hij assistent van John Russell Hind werd.

Hij ontdekte op 1 maart 1854 de mini-planeet 29 Amphitrite.

Van 1855 tot 1862 werd hij als opvolger van Georg Rümker de assistent van Temple Chevallier aan het Durham Observatorium, Potters Bank, Engeland. Daarna werd hij door William Lassell geëngageerd als observant in een privé-sterrenwacht op Malta. Marth ontdekte zo'n 600 wazige objecten in de tijd van 1863 tot 1865. Daarna had Marth meerdere kleine banen en was tot 1883 hoofdzakelijk in Londen.

In 1882 was hij deelnemer aan de Venusovergang-expeditie aan Kaap de Goede Hoop.

In 1883 kreeg Marth een baan aan de Colonel-Edward-Henry-Cooper's-sterrenwacht op Markree Castle bij Sligo in Ierland.

Marth bracht zijn laatste jaren door in Duitsland. Hij overleed op 5 augustus 1897 in Heidelberg aan de gevolgen van kanker.

Een krater is naar hem vernoemd.

Apologetiek

Apologetiek (van het Griekse απολογία, apologia, letterlijk: "verdediging, verontschuldiging") is het verdedigen van levensbeschouwelijke, vaak religieuze, standpunten door middel van redenering. Apologetiek kan naast de verdediging van het geloof ook de theologische onderbouwing aanduiden van geloofsverdediging en de geschriften waarin geloofsverdediging voorkomt.

Bachelor of Arts

Bachelor of Arts (afkorting: BA, vertaling: kandidaat in de kunsten, Latijn: Baccalaureus Artium) is een universitaire bachelorgraad in het kader van het bachelor-masterstelsel.

De graad met specificatie of Arts wordt hier normaliter gebruikt om aan te geven dat men aan een universiteit een driejarige wetenschappelijk of academisch georiënteerde initiële bacheloropleiding heeft afgerond in de geesteswetenschappen (letteren, theologie, cultuurwetenschappen en filosofie) of de sociale wetenschappen (bijvoorbeeld economie, sociologie, psychologie, etc.). Veel studies in de sociale wetenschappen die wiskundig zijn (zoals econometrie, economie, sociologie, psychologie, etc.) verlenen echter de graad Bachelor of Science. Bij het voeren van de graad wordt deze achter de naam gezet, bijvoorbeeld "P. Jansen, BA".

Het grootste verschil tussen een Bachelor of Science en een Bachelor of Arts is de mate van specialisatie. In een BSc heeft de student minder ruimte om vakken buiten de major te volgen, waardoor een hoge mate van specialisatie wordt bereikt. Een BA daarentegen draait om een brede academische vorming met veel ruimte voor vakken uit andere disciplines. De wetenschappelijke waarde is echter gelijk aan die van een BSc.

Celibaat

Celibaat (van het Latijn caelebs of coelebs = ongehuwd) is de term voor de bewuste keuze ongehuwd te blijven, in het bijzonder verwijzend naar geestelijken, maar ook toepasselijk voor andere gelovigen.

Iemand die leeft naar het celibaat, leeft celibatair. Omdat in veel kerken seksuele handelingen enkel binnen het huwelijk toegelaten zijn, houdt het celibaat binnen die kerken dus volledige seksuele onthouding in.

In de religieuze geschiedenis van de mensheid bestaat het celibaat, met allerlei nuances, tot op de dag van vandaag, binnen de praktijk van wereldgodsdiensten als het hindoeïsme, het boeddhisme, het taoïsme en het christendom.

Charisma (theologie)

De term charisma (mv. charismata) is afkomstig van het Griekse woord charis dat 'genade' betekent. Het woord wordt als zodanig ook in de grondtekst van de Bijbel gebruikt, bijvoorbeeld in Johannes 1:17 (oudere vertalingen). In het christelijk geloof heeft charisma betrekking op de zogeheten charismatische gaven (letterlijk 'genadegaven'). Deze bovennatuurlijke, geestelijke vaardigheden zijn bedoeld voor de gelovigen zodat deze zowel ten aanzien van hun eigen geloofsleven alsmede ten behoeve van de gehele kerkelijke geloofsgemeenschap effectief kunnen functioneren. Er wordt gesproken over 'genadegaven' omdat ze worden beschouwd als gegeven door en het werk van de Heilige Geest van God en geen menselijke inspanningen of verdiensten betreffen.

Geesteswetenschappen

Geesteswetenschappen, ook wel Studia Humanitatis genoemd, zijn wetenschappen, die zich bezighouden met de "geestesproducten" van de mens: talen, zowel de linguïstiek als de studie van elke taal, geschiedenis, filosofie, muziekwetenschap, cultuurwetenschappen, kunstgeschiedenis, en theologie. Geesteswetenschappen komen grotendeels overeen met de alfa- en cultuurwetenschappen.

God (christendom)

God is het veronderstelde opperwezen binnen het christendom. De Bijbel en de Traditie verwijzen naar God in persoonlijke termen, als iemand die is, die spreekt, die ziet, hoort, handelt en liefheeft. Christenen geloven dat God een wil en een persoonlijkheid heeft en een almachtig, goddelijk, oneindig goed, liefdevol en barmhartig wezen is. Hij (aangenomen wordt dat het een man is) wordt in de Bijbel beschreven als sterk begaan met de mensen en hun heil. Verwijzingen naar God gebeuren in religieuze documenten doorgaans met een hoofdletter zoals in Hij, Zijn en Hem.

De meeste christenen geloven dat God immanent is (wat betekent dat hij met en in alle dingen is), terwijl anderen geloven dat het plan van verlossing in de Bijbel aantoont dat hij later immanent zal zijn. De meesten geloven dat hij gelijktijdig ook transcendent is. Dit betekent dat hij zich buiten ruimte en tijd bevindt en dus eeuwig is en niet veranderd kan worden door krachten in het universum.Van God wordt gewoonlijk aangenomen dat hij de eigenschappen heeft van heiligheid (los van zonde en onvergankelijk), rechtvaardigheid (redelijk, juist en waarachtig in al zijn oordelen), almacht, alwetendheid, allen liefhebbend, alomtegenwoordigheid en onsterfelijkheid.

Trinitariërs geloven in een God als Vader, Zoon en Heilige Geest, een oneindig wezen dat zowel binnen als buiten de natuur bestaat. Omdat de personen van de Drie-eenheid een persoonlijke relatie vertegenwoordigen, zelfs van God met zichzelf, wordt hij door alle christelijke denominaties afgespiegeld als persoonlijk in zowel zijn immanentie (in zijn persoonlijke relatie jegens ons) en in Zijn transcendentie (in zijn persoonlijke relatie jegens zichzelf). Hoewel dit minder vaak voorkomt, bestaan er ook niet-trinitarische theologieën met een verschillende opvatting over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Kalam (islam)

Kalam is een islamitische term die toespraak, verhandeling of discussie betekent en verwijst naar de islamitische traditie van het streven naar theologische principes door dialectiek. De term wordt vaak gebruikt om de islamitische theologie te beschrijven.

Karl Barth

Karl Barth (Bazel, 10 mei 1886 – aldaar, 10 december 1968) was een invloedrijke protestantse theoloog uit Zwitserland.

Kerk (instituut)

Met het woord kerk kan, naast de betekenis gebouw, ook de organisatie bedoeld worden: de leden zijn ingeschreven, deze leveren een (meestal vrijwillige) financiële bijdrage en participeren in de activiteiten zoals kerkdiensten.

Vaak wordt er op een abstracter niveau van de kerk gesproken, de Kerk als instituut of als geloofsgemeenschap. Deze betekenis wordt bijvoorbeeld gebruikt als gesproken wordt over de scheiding van kerk en staat. In deze betekenis krijgt het woord kerk alleen een hoofdletter, indien het woord gebruikt wordt als onderdeel van de naam van de kerk (dus als eigennaam).

In de loop van de geschiedenis zijn er vele conflicten geweest die tot vele kerken (denominaties) hebben geleid.

Natuurlijke theologie

Natuurlijke theologie is de leer die handelt over (de mogelijkheid van) kennis over God via de natuur en de rede, de door God geschapen werkelijkheid. Daarom noemt men de natuurlijke theologie ook wel wijsgerige godsleer of filosofische theologie. In tegenstelling tot de 'niet-natuurlijke' theologie maakt men in de natuurlijke theologie geen gebruik van openbaringen of heilige schriften, die men traditioneel als bovennatuurlijk beschouwt.

Om de mogelijkheid voor het bedrijven van natuurlijke theologie te ondersteunen wordt in de christelijke theologie meestal verwezen naar Genesis 1 en 2, het scheppingsverhaal. Als God de wereld schiep, moet deze schepping zijn signatuur dragen. Bovendien: als de mens is geschapen naar Gods beeld, kan hij ook tot redelijke kennis over God komen.

Openbaring (concept)

Openbaring is een religieus proces waarmee een god zichzelf bekendmaakt aan de mensen. Dit proces kan zijn een tekst of een toespraak van een profeet of gebeurtenissen, zoals de uittocht van de Joden uit Egypte, die is beschreven in het Bijbelboek Exodus alsook in de Koran. Ook kan het begrip openbaring in een filosofische context een zogenaamd 'heilig boek' (Bijbel, Koran, etc.) in zijn geheel denoteren.

Profaan

Profaan is een term die wereldlijk betekent in de tegengestelde betekenis van geestelijk of sacraal, zoals in de christelijke terminologie gebruikelijk is (zie Wereld (christendom)). De tegenstelling komt tot uiting in de uitspraak in Johannes 17, vers 16: "Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld hoor" (Nieuwe Bijbelvertaling).

Een ander woord voor profaan in dit verband is seculier, al gaat de betekenis van "profaan" soms verder dan die van "seculier", en omvat het soms ook het begrip godslastering.

Symbool

Een symbool of zinnebeeld is een teken waarbij geen natuurlijke relatie bestaat tussen de representatie van het teken en de betekenis die ermee wordt uitgedrukt.

Een symbool is een betekenisdrager; het heeft enerzijds een vorm of representatie, en anderzijds een betekenis. De betekenis van een symbool is conventioneel; zij berust meestal op afspraken die de gebruikers van het symbool of (zoals in de taal) de gebruikers van het systeem waar het symbool deel van uitmaakt ooit hebben gemaakt. De semiotiek onderscheidt naast het symbool twee andere soorten tekens: de index en het icoon.

In ons dagelijks leven komen symbolen op allerlei plaatsen terug. Ze bepalen ons straatbeeld met vlaggen, handelsmerken, logo’s en reclameborden. In het verkeer komen we talloze afbeeldingen tegen die ons vertellen wat we wel of niet mogen doen of die ons waarschuwen voor gevaarlijke situaties.

Symbolen worden gebruikt in vrijwel alle wetenschappen zoals de wiskunde, de logica en de natuur- en scheikunde, om te streven naar eenvoud en zo veel mogelijk ondubbelzinnigheid in de uitspraken; er worden, dikwijls na verhitte debatten, nauwkeurige afspraken gemaakt over hun betekenis, zodat later zo precies mogelijk gepraat kan worden over de begrippen die in de betreffende wetenschap worden bestudeerd.

De cultuur wordt ook wel gezien als een groot symbolenspel waar religie, kunst, wetenschappelijke

en filosofische kennis alsmede economische verschijnselen deel van uitmaken. Maar wellicht vinden we een van de meest complexe en tegelijkertijd meest gebruikte vorm van symbolen terug in de gesproken en geschreven taal.

Het woord ‘symbool’ heeft zijn oorsprong in het Griekse zelfstandige naamwoord ‘symbolon’ of ‘sumbolon’, dat teken, kenteken of herkenningsteken betekent, en het werkwoord ‘symballoo’, dat ontmoeten, bijeenbrengen of vergelijken betekent.

Ook komt ons woord 'symbool' van het Griekse werkwoord 'syn-ballein' wat 'samenvallen' betekent. In het symbool valt de 'feitelijke' en beleefde werkelijkheid samen; er is geen streng onderscheid tussen beide. Symbolen zijn tekens, beelden, uitdrukkingen die een dubbele gerichtheid bevatten. Het symbool ontleent zijn bijzondere kracht aan het gegeven dat de letterlijke betekenis verwijst naar een tweede, die de eerste overstijgt (Messing, 1977).

Theologie van de rekenkunde

De Theologie van de rekenkunde (Grieks: Theologoumena Arithmeticae/Ta theologoumena tes arithmetikes) was een neopythagoreïsche tekst van halverwege de 4e eeuw die werd toegeschreven aan de neoplatonist Jamblichus, wiens auteurschap echter onwaarschijnlijk is. Het werk is een compilatie en heeft het karakter van een verzameling lesaantekeningen. Naast oorspronkelijke notities van colleges bevat het uittreksels uit de Theologie van de rekenkunde van Nicomachus van Gerasa, uit Over de decade van bisschop Anatolius, leermeester van Jamblichus, en uit het werk van Speusippus.

De inhoud is van numerologische en mystieke aard. Getallen en wiskunde vormen een abstracte, universele taal, en ze waren de basis voor het pythagoreïsche denken. In de Theologie van de rekenkunde worden eenvoudige rekenkundige beginselen gecombineerd met religieuze beginselen om tot een theologie te komen van algemene, abstracte maar logische uitspraken. Wiskundige wetten komen van God, en zowel het kennen van die wetten als het uitvoeren van berekeningen brengen de mens dichter bij God.

Het belang van dit werk voor de kennis van het denken in de klassieke oudheid is dat via citaten tekstmateriaal is overgeleverd van verder onbekende werken, zoals dat van Speusippus. Ook is verder weinig gekend over rekenkundige theorieën in de oudheid, die niettemin een lange traditie kenden. Tot slot is het werk een reflectie van pythagoreïsch en neopythagoreïsch gedachtegoed, waarvan verder niet erg veel tekstmateriaal bewaard is gebleven.

De eerste vertaling uit het Grieks verscheen in het Engels in 1988.

Theoloog

Een theoloog, ook wel godgeleerde genoemd, is iemand die theologie als onderwerp van studie heeft. Daarbij denkt men voornamelijk aan de studie van theïstische, in het bijzonder de monotheïstische abrahamitische religies: jodendom, christendom en islam.

Tilburg University

Tilburg University (tot 2010 Universiteit van Tilburg, UvT) is een katholieke universiteit in Tilburg.

Transcendentie (religie)

Het woord transcendentie (overstijging) heeft in de theologie twee betekenissen die echter wel verwant zijn.

Een eigenschap van God of goden.

Op mystieke wijze ondervinden van het bovennatuurlijke.Met andere woorden, soms hebben mensen ervaringen die hen boven de gewone werkelijkheid uittillen, zoals God (in het theïsme, onder andere in het christendom) ver boven het alledaagse verheven is.

Unitarisme (theologie)

Unitarisme is een christelijke stroming die de leer van de goddelijke drie-eenheid of triniteit verwerpt (vandaar de aanduiding 'unitarisme'). In hun opvatting van het één-zijn van God wordt Jezus Christus niet als (mede) goddelijk beschouwd, dit in tegenstelling tot de hoofdstroom van het christendom.

Voorlopers van deze opvatting waren onder meer Arius, Michael Servet, Adam Pastor, de zogenoemde antitrinitariërs en de socinianen.

Het tegenwoordige unitarisme, ontstaan onder invloed van de Verlichting in de 17e en 18e eeuw, is een moderne variant van het oude arianisme en vooral van het socinianisme.

Het recent opgekomen unitarisme binnen het Messiasbelijdend jodendom beweert terug te grijpen op de lering van de eerste gemeente die Jezus (Jesjoea) volgde.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.