Studentenhuisvesting

Met studentenhuisvesting worden meestal huurwoningen bedoeld waar studenten in gehuisvest zijn. Veel studenten gaan nadat ze hun voortgezet onderwijs (Nederland) of secundair onderwijs (Vlaanderen) hebben afgerond 'het huis uit' en zoeken een kamer in de stad waar ze hun verdere studie gaan volgen.

Studenten zoeken een kamer in Amsterdam in 1965
Dit polygoonjournaal uit 1962 begint met een item over studentenhuisvesting in Delft

Verschillende vormen

Het verkrijgen van een kamer kan grofweg uitgesplitst worden in twee manieren: via particuliere weg of via een overheidsinstelling zoals een woningbouwcorporatie of de onderwijsinstelling. De meeste studenten vinden hun kamer op de particuliere markt, maar dat kan per stad wel sterk verschillen.

Campus

In de VS is bij een universiteit meestal een gebied voor studentenwoningen gereserveerd, waar het grootste deel van de studenten is gehuisvest. In Nederland of Vlaanderen komt dat minder voor, maar er ontstaan er hier wel. In Nederland hebben onder andere de universiteiten van Twente, Utrecht en Nyenrode een campus, in Vlaanderen de universiteiten van Leuven, Antwerpen, Gent, Hasselt en de Brussel. Het voordeel van een campus is dat studentenvoorzieningen, zoals internet, gemakkelijk voor de hele groep zijn te regelen. Het nadeel is dat de studenten in een bepaalde mate van de stad worden gescheiden en er een sociale segregatie ontstaat.

Campus heeft hier niet altijd dezelfde betekenis als in Amerika. Hier wordt er veelal het gebied waar de universiteit zich bevindt mee bedoeld. Bijvoorbeeld bij de Vrije Universiteit Amsterdam, hoewel er daar geen plaats is voor huisvesting. Aangrenzend aan en op het terrein van de TU Delft is er studentenhuisvesting, maar de studenten in Delft wonen over de hele stad verspreid.

Hospitaverhuur

Een hospitakamer is een kamer die verhuurd wordt door iemand die in hetzelfde huis woont. Meestal is dit de eigenaar of verhuurder van de woning. Hospitaverhuur is niet erg populair onder zowel studenten als verhuurders en wordt meestal als een tijdelijke oplossing gezien. De voordelen van een gemeubileerde ruimte en andere gemakkelijke voorzieningen wegen voor velen blijkbaar niet op tegen het idee je eigen verblijfplaats te hebben. Een hospita heeft in Vlaanderen meer bekendheid onder de naam kotmadam.

Studentenflats

De meeste universiteitssteden hebben een aantal flats gereserveerd voor studenten. De kwaliteit van deze flats loopt uiteen. In sommige steden wil men er bijvoorbeeld zo snel mogelijk uit, terwijl in andere de flat juist het summum is van studentengemak. Ook hierbij geldt dat het qua voorzieningen voordelen oplevert om een grote groep studenten bij elkaar te hebben. Echter, een gebrek aan ruimte of onderhoud willen weleens roet in het eten gooien. In Nederland worden studentenflats in de meeste gevallen beheerd door woningbouwcorporaties.

zie ook Studentenflat

Verenigingshuizen

Een aantal studentenverenigingen, en dan met name de corpora, hebben een aantal panden beschikbaar voor bewoning. Deze zijn vaak al lange tijd in beheer van de vereniging, leden of oud-leden en kennen veelal eigen mores. Verenigingshuizen staan er wel om bekend grote, dure en mooi gelegen panden te zijn, maar ook dat ze weleens voor wat overlast in de buurt kunnen zorgen.

Studentenkot

Liège (17)
Zelfs in het Waalse Luik gebruikt men het Vlaamse woord kot

In België wordt de term (studenten)kot gebruikt als men verwijst naar studentenkamers. Deze benaming is ook door Franstalige Belgen overgenomen. Een kot is de verzamelnaam voor allerhande soorten studentenkamers, gaande van door de universiteit aangeboden accommodatie, tot kamers aangeboden door particulieren. Het Vlaamse woord "kot" werd oorspronkelijk (en nu nog steeds) gebruikt met betrekking tot een kleine, primitieve ruimte (een hok), zoals in frietkot, kiekenkot (kippenhok) of tuinkot (tuinhuisje). De term werd overgenomen in het studentenjargon omdat studentenkamers in de regel ook klein en primitief zijn. Afgeleiden van deze term zijn o.a. op kot gaan, een kotstudent en een kotfuif.

Peda

Een peda is een term die in België gebruikt wordt voor een studentenkamer in een flatgebouw dat geheel of voor het grootste deel studenten huisvest. De uitbating gebeurde vaak door geestelijken waardoor een peda een relatief streng regime kende met betrekking tot sluitingstijden en controle. Tegenwoordig hebben de geestelijken de meeste peda's verlaten en staan ze niet meer gelijk aan die conservatieve gedachte. De peda of residentie kan je nu best vergelijken met een regulier studentenhuis met tientallen studenten dat zowel kan uitgebaat worden door de universiteit als door particulieren.

Kraak en anti-kraak

Of het vanuit nood of ideologie gebeurt; kraken is in Nederland sinds juni 2010 strafbaar. Anti-kraak is daarentegen meer in opmars gekomen. Maar in praktisch alle grote steden is nog een (zij het soms kleine) krakers-gemeenschap.

zie kraken en anti-kraak

Kamerprijzen

De prijzen die voor een kamer gevraagd worden lopen sterk uiteen door de verschillende kwalitatieve aspecten van de ruimte. Zo is een kamer in het centrum duurder dan in een buitenwijk en betaal je ook meer voor een groter oppervlak. Binnen de Nederlandse wet is bepaald dat niet meer huur gevraagd mag worden dan een bepaald maximum, dat afhankelijk is van factoren als de grootte van de kamer, of de aanwezige voorzieningen. Deze maximale huur wordt berekend aan de hand van het zogenaamde puntensysteem. Hoewel woningbouwcorporaties zich wel aan deze wet houden, is dat op de particuliere markt niet altijd het geval. Daarom kan een ontevreden huurder ook naar de huurcommissie stappen om zijn huur aan te vechten.

zie ook huurrecht en huurprijs

Woningnood

Er is op de kamermarkt voor studenten niet altijd genoeg woonruimte beschikbaar. Hierdoor ontstaat woningnood. Met name de grotere studentensteden als Amsterdam, Leuven en Utrecht staan er om bekend dat het er moeilijk is om op korte termijn aan een betaalbare woning te komen. In Nederland wordt onder meer door campuscontracten geprobeerd de kamernood tegen te gaan.

Nederland

DUWO is actief in Amsterdam, Delft, Den Haag, Deventer, Haarlem, Leiden en Wageningen, en naar eigen zeggen de grootste studentenhuisvester van Nederland.[1] Een andere is Stichting Studenten Huisvesting Nijmegen.

België

In Vlaanderen waren in 2014 de volgende aantallen kamers voor studentenhuisvesting (koten, peda, campussen samen) in roulatie: in Leuven 28.000, in Gent 7600, in Antwerpen 5100 en in Brussel 4600.[2]

Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties
  1. https://www.duwo.nl/over-duwo/de-organisatie/het-verhaal-van-duwo/
  2. Te huur aan lage prijs: overvloed aan koten, De Morgen, 17 september 2014
Amerikaans College

Het Amerikaans College (Engels: American College of the Immaculate Conception) was een college in Leuven voor Amerikaanse theologiestudenten en priesters tot 2011. Daarna werd het een studentenresidentie voor studenten van de Katholieke Universiteit Leuven. Het gebouw kent een neogotische bouwstijl en heeft een uitgebreide tuin langs de achterkant van het gebouw.

Daalwijk (flatgebouw)

Daalwijk is een flatgebouw in Amsterdam Zuidoost. De naam is ontleend aan een hofstede in Markelo (Overijssel).

GEB-gebouw

Het GEB-gebouw is een gebouw in Rotterdam-West dat van 1931 tot 1968 het hoogste kantoorgebouw van Nederland was. GEB staat voor Gemeentelijk Energiebedrijf.

Heilige Geestcollege

Het Heilige Geestcollege is een gebouw van de KU Leuven in het centrum van Leuven gelegen tussen de Naamsestraat en het Heilig-Drievuldigheidscollege. Het is een beschermd monument van onroerend erfgoed.

Het gebouw is meerdere eeuwen de zetel geweest van de Faculteit Theologie en heeft ook steeds jongensstudenten gehuisvest. Het college werd en wordt bestuurd door een president die toeziet op de goede orde in de residentie. Hierin wordt de president bijgestaan door een directeur en een geestelijk directeur.

Het college is een van de laatste studentenresidenties in Leuven die exclusief voor jongensstudenten is. Het telt momenteel ca. 150 jongenskamers. Naast een meerderheid aan Vlaamse studenten wonen er ook internationale master- en doctoraatsstudenten (voornamelijk buitenlandse priesters of theologiestudenten).

Hospes (persoon)

Een hospes (mannelijk) of hospita (vrouwelijk) is iemand die een of meer kamers in zijn of haar eigen woonhuis ter beschikking stelt aan een kostganger of commensaal. Jarenlang was dit voor veel studenten, maar ook voor veel werkende mensen, dé manier om in hun stad van studie goedkope woonruimte te vinden.

De kostgangers konden dan tegen een relatief geringe vergoeding bij de hospes 'in de kost', zoals dat heette. Het woord 'hospes' komt uit het Latijn en betekent 'gastheer'. Sinds de opkomst van het fenomeen studentenhuis komen hospessen en hospita's minder voor, maar uitgestorven zijn ze zeker niet.

Huize Weipoort

Huize Weipoort is de naam van het in 1926 gebouwde kruisherenklooster, toen nog Mater dolorosa genoemd, aan de rand van Leiden (op de grens met Zoeterwoude) en naast polderpark Cronesteyn. Sinds de jaren tachtig is het complex in gebruik als studentenhuisvesting.

Justus Lipsiuscollege

Het Justus Lipsiuscollege is een gebouw in Leuven dat sinds de negentiende eeuw dient als verblijfplaats voor studenten van de Katholieke Universiteit Leuven. Toenmalig rector magnificus Alexandre Namèche woonde zelf in de Minderbroedersstraat, op die locatie waar de universiteit de Justus Lipsius pedagogie voor studenten van de faculteit geneeskunde en wetenschappen had ingericht. Hij liet het gebouw door architect en professor Joris Helleputte verbouwen. Deze verbouwde gedeeltes van het oude klooster en bouwde ook nieuwe vleugels aan in neogotieke stijl. In latere bouwcampagnes volgden nog bijkomende uitbreidingen door de architecten Théodore Van Dormael en Vincent Lenertz.

Leo XIII-seminarie

Het Leo XIII-seminarie is een voormalig seminarie en huidige studentenresidentie in Leuven, België. Het gebouw ligt aan de Andreas Vesaliusstraat.

Pauscollege

Het Pauscollege (of Paus Adrianus VI-college) is een studentenresidentie van de Katholieke Universiteit Leuven aan het Hogeschoolplein te Leuven.

Het was paus Adrianus VI die bij testament na zijn overlijden in 1523 zijn Leuvense woning ter beschikking stelde als college voor behoeftige theologiestudenten. Een van zijn studenten, en goede vriend Godschalck Rosemondt van Eindhoven stelde hij ook aan als eerste voorzitter van dit college. De voorzitter werd later aangeduid als president, en kreeg de hulp van een directeur en meerdere subregenten (tegenwoordig studenten). De beheersfunctie zou nadien nog uitgeoefend worden door onder meer Michel de Bay als president van 1550 tot 1586 en Leonce-Albert Van Peteghem als subregent tijdens de Tweede Wereldoorlog. Prof. Leijssen was de laatste president. Hij overleed op 25 december 2012 en tot op heden is er nog geen nieuwe president aangesteld. Het college had ook een bursarius, een fondsbeheerder die de fondsen voor de uitkering van studententoelagen beheerde en de mogelijkheid had studiekosten voor onvermogende studenten te dragen.

Het gebouw werd sinds 1530 gestaag uitgebreid met een kapel, bibliotheek, studiezaal, verblijfsruimtes voor studenten, gasten en personeel, een graanzolder... In 1775 stortte een van de vleugels in, wat voor toenmalig president Lambert Ghenne de aanleiding was voor een grondige verbouwing met beperkt behoud van de nog bruikbare gedeeltes. Zijn broer, een landmeter, werd aangesteld als architect. Het gebouw werd tussen 1776 en 1778 gerenoveerd in classicistische stijl met een monumentale straatvleugel en twee haaks hierop geplaatste zijvleugels. In de korfboogpoort toegang werd het stichtingsjaartal 1523 (Collegium Adriani VI Pont. Max. / fundatum anno MDXXIII) gemarkeerd. De vierde achteraan gelegen vleugel met de hoofdingang werd in 1785 ontworpen door Montoyer in opdracht van keizer Jozef II zelf.

In 1967 werd het gerenoveerd en gemoderniseerd. In 1973 werd het complex erkend als onroerend erfgoed. De binnenkoer werd verfraaid met kunstwerken van Gerard Holmens ("Unie" , 1970), Willy Ceysens ("Met Vijf op een Bank") en Olivier Strebelle ("Leeuw en Leeuwin" aan beide zijden van de trappartij die toegang geeft tot de vierde vleugel). Tegenwoordig zijn er 191 studentenkamers en 10 studio's. Het pauscollege behoort tot de niet-gesubsidieerde studentenkamers van de K.U.Leuven. De bewoners, de "papisten" organiseren zich zelf met een presidium en organiseren allerhande activiteiten, naast de uitbating van de eigen Pausbar. De verhuur van studentenkamers is tot heden beperkt tot mannelijke studenten. De Alma-studentenrestaurants baten in het gebouw een klein filiaal uit.

Sterrenbosch

Sterrenbosch is het op één na grootste studentencomplex van Nijmegen dat werd opgeleverd in januari 2006. Het complex ligt centraal op de campus van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen in de wijk Heijendaal. Het complex bestaat uit vijf gebouwen, waarvan één gebouw exclusief voor uitwisselingsstudenten (bijvoorbeeld uit het ERASMUS-programma).

Sterrenbosch wordt gekenmerkt door de opvallende bouwvorm van twee middelste gebouwen, die samen een hele cirkel vormen. Het complex laat zich verder kenmerken door het aanbieden van appartementen in plaats van onzelfstandige wooneenheden; alle huurders hebben een eigen toilet en keukentje. Ook hebben ze allen twee kamers.

Het complex, dat toebehoort aan de Stichting Studenten Huisvesting Nijmegen (SSH&), werd geopend door toenmalig minister Sybilla Dekker en de Nijmeegse wethouder Paul Depla.

De grond onder het complex is nog in eigendom van de universiteit. Het wordt tegen een symbolisch bedrag van € 1 aan de SSH& verhuurd.

Stichting Studenten Huisvesting Nijmegen

De Stichting Studenten Huisvesting Nijmegen (vaak kortweg SSHN genoemd en sinds 2016 als SSH& geschreven) is een woningcorporatie voor studentenhuisvesting in Nijmegen en Arnhem. De stichting werd in 1950 opgericht door pater B. van Ogtrop als Stichting Universiteitshuis. Omdat het ministerie studentenhuisvesting als een universitaire taak beschouwde, werd de stichting in 1958 opgenomen in de universitaire organisatie en gefinancierd vanuit de begroting van de KUN. Ook werd de naam van de stichting veranderd naar de huidige naam.

Tot 1972 werd aan de vraag van woningzoekenden voldaan door de aankoop van verschillende stadspanden die werden aangepast tot studentenhuis. Later werd overgegaan tot de bouw van verschillende panden en flats specifiek bedoeld voor studentenhuisvesting, waaronder Sterrenbosch, Hoogeveldt, Vossenveld.

Sinds 2014 verhuurt de corporatie ook woningen in Arnhem en door de verbrede doelgroep werd de naam in 2016 SSH&.

De belangen van SSH&-huurders worden behartigd door de Stichting Platform Huurdersbelangen. SSH& is aangesloten bij het samenwerkingsverband van studentenhuisvesters in Nederland, Kences.

Student

Een student of studente is iemand die een studie volgt in het hoger onderwijs, dat wil zeggen aan een universiteit, het hbo (Nederland), een hogeschool (België) of een college (Verenigde Staten).

Een student verkrijgt bij het succesvol einde van de studie een bachelor- of een mastertitel. In de meeste Europese landen werd dit diplomasysteem ingevoerd na de Bolognaverklaring (1999). Daarvoor verschilden de diplomatitels per land.

Het woord 'student' is afgeleid van Latijnse studens: strevend (naar), zich interesserend (voor), moeite opbrengende (voor).

Studentencomplex Cambridgelaan

Het studentencomplex aan de Cambridgelaan, is de eerste opgeleverde mogelijkheid tot studentenhuisvesting op het Utrechtse universiteitsterrein De Uithof, en omvat 1002 studentenkamers.

Opdrachtgever tot de bouw was de SSHU in samenwerking met BO-EX. Verantwoordelijk voor het ontwerp is Ir. Rudy Uytenhaak Architectenbureau BV. De aanvang van de bouw was in 1997. De bouwperiode heeft twee jaar in beslag genomen. De oplevering vond in twee delen plaats, het laagbouw gedeelte in 1998, het hoogbouw gedeelte een jaar later in april 1999.

Studentenflat

Een studentenflat is een gebouw met meerdere woonlagen, dat speciaal gebouwd is voor (en ingericht op) studenten. Vaak leven hier op een gang of afdeling een aantal studenten samen. Het aantal samenlevende studenten kan wel tot 18 oplopen op de grotere afdelingen. Veelal worden keuken, woonkamer en badkamer gezamenlijk gebruikt. In veel steden zijn grote complexen van verschillende grotere en kleinere studentenflats gebouwd.

Wanneer particuliere woningen verbouwd zijn tot een geheel voor meerdere studenten, spreken we van studentenhuizen. Die benaming wordt doorgaans ook gebruikt voor complexen met meerdere gangen, die niet specifiek voor studenten gebouwd werden, maar in de loop der tijd voor hen aangepast zijn. Een voorbeeld daarvan is het afgebrande complex Goirkestraat in de gemeente Tilburg.

De eerste studentenflats van Nederland werden gebouwd in Delft aan de Oudraadtweg en werden opgeleverd in 1958 en worden tot op heden nog steeds gebruikt.

Studentenhuis

Een studentenhuis is een woning waar uitsluitend (meerdere) studenten (of soms ook werkende jongeren) een woongemeenschap vormen. In het Vlaams wordt het woord kot (mv. koten) gebruikt en wordt tevens van 'kotgenoten' gesproken.

Vaak zijn het bestaande panden die kamergewijs worden verhuurd, door een woningcorporatie, een studentenvereniging, de onderwijsinstelling zelf of particulieren. Meestal is er wel een gemeenschappelijke keuken en gemeenschappelijk sanitair. Daarom is het ook nodig afspraken te maken over huishoudelijke taken zoals schoonmaken en het afval wegbrengen. Ook zullen veel kosten gezamenlijk over alle bewoners omgeslagen worden, zoals gemeentebelastingen, GWL, telefoonkosten, schoonmaakkosten etc. Soms wordt ook gezamenlijk gegeten ('huiseten'), geborreld ('huisborrel'), uitgegaan ('huisuitje') of vinden andere 'huisactiviteiten' plaats.

Er zijn zowel gemengde studentenhuizen als studentenhuizen voor alleen meisjes of alleen jongens. Veel studenten wonen in speciaal voor studenten gebouwde huisvesting, doorgaans studentenflats. Studentenflats zijn vooral te vinden in steden waar hogescholen en universiteiten zijn gevestigd. Er kan ook een campus zijn. Wonen in studentenhuizen geldt als prestigieuzer dan wonen in een studentenflat of campus. Studentenflats zijn niet te vergelijken met studentenhuizen. De woning van een hospes of hospita die daar kamers verhuurt, ook al is het aan louter studenten, geldt niet als een studentenhuis.

Verenigingshuizen zijn huizen waar alle bewoners, nagenoeg alle bewoners of ten minste een meerderheid lid is van een vereniging. Waar deze grens ligt, bepaalt de vereniging. Verenigingshuizen profileren zich als zodanig en worden ook vermeld in de almanak van de vereniging. De vereniging kan een verenigingshuis erkennen of die erkenning intrekken, afhankelijk van diens eigen regels. Soms bestaan zelfs jaarclub- en dispuuthuizen, waarin alle bewoners lid zijn van zowel dezelfde vereniging als dezelfde jaarclub of dispuut. Het bekendst zijn de corpshuizen, maar ook andere verenigingen hebben verenigingshuizen. Dispuuts- en verenigingshuizen worden soms financieel ondersteund door oud-leden. Soms moeten nieuwe bewoners een ontgroening of introductie ondergaan. Verenigingshuizen kennen dan ook vaak een sterke hiërarchie gebaseerd op anciënniteit. Vaak bepalen oudere bewoners bepaalde gebruiken en draaien feuten op voor de vervelendste klusjes op.

In studentenhuizen is het afhankelijk van de huurbaas of de bewoners een stem hebben in de keuze van een nieuwe huisgenoot. Vaak laat de huurbaas dit toe omdat de belangen van zowel de eigenaar als de oude bewoners hier overeenkomen: beiden willen een nieuwe huisgenoot die in het huis past en geen problemen zal geven. De keuze kan bijvoorbeeld door middel van een hospiteerborrel, ook wel "kijkavond" of "instemming" genoemd. Hierbij komen alle kandidaat-bewoners op de borrel, waarna de bewoners hun keuze maken. In verenigingshuizen zullen de bewoners met goedvinden van de eigenaar leden van de eigen vereniging trachten te werven als nieuwe huisgenoot. Uiteraard heeft de eigenaar wel het laatste woord en staat het hem of haar vrij de voorgedragen kandidaat-huurder te weigeren of zelf met een andere huurder op de proppen te komen. Om deze redenen hebben verenigingshuizen in de regel particuliere eigenaren; corporaties werken met wachtlijsten en werken zelden mee aan de wensen van bestaande bewoners.

Studentenhuizen hebben soms het imago dat het er niet al te schoon is, met uitpuilende afvalbakken, rondslingerend afval, vieze keukens en koelkasten, onhygiënische toestanden en ongedierte als mogelijke gevolgen. Dit beeld lijkt echter meer en meer achterhaald, omdat veel huurbazen van studentenhuizen tegenwoordig een strak huishoudelijk reglement opleggen dat strikt dient te worden nageleefd. Ook de komst van veel buitenlandse studenten, veelal Duitsers, die erom bekend staan properder te zijn, draagt bij aan een positiever imago van de Nederlandse studentenhuizen.

Een ander veel aangekaart probleem is de (geluids)overlast die sommige studentenhuizen zouden veroorzaken. Met name wanneer er een groot verloop is, is het vaak in de praktijk moeilijk bewoners hierop aan te spreken. Veel steden hanteren om deze reden een beleid waarin het aantal studentenhuizen in een straat of buurt wordt gemaximeerd, zodat de studentenhuizen enigszins over de stad worden verspreid. Ook hier geldt dat omwonenden in het uiterste geval de huisbaas kan aanspreken die dan vaak de studenten zelf aanspreekt op hun gedrag.

Berucht zijn de zogenaamde "huisjesmelkers", die gebruikmaken van de kamernood om kamers in krotwoningen voor zeer hoge prijzen te verhuren. Vaak zijn deze kamers zeer klein en zijn er gebreken als lekkage, schimmelvorming, stank of een slecht werkende verwarming. De huurders zijn meestal nieuwkomers en internationale studenten die minder of geen netwerk hebben om een betere kamer te vinden. Ook wordt er soms door de verhuurder of vertrekkende huurders sleutelgeld gevraagd van nieuwkomers.

Tuindorp-West Complex

Het Tuindorp-West Complex (TWC), ook wel bekend als 'de flats aan de Van Lieflandlaan', is een complex van studentenwoningen gelegen in de meest westelijke hoek van Tuindorp in de wijk 'Noordoost' in de stad Utrecht. Het complex wordt beheerd door SSH Student Housing.

Het complex, een ontwerp uit 1969 van de Rotterdamse architect A. van Randen, is gebouwd tussen 1970 en 1973 en wordt gedomineerd door drie vrijwel identieke hoogbouwflats van ieder 18 woonlagen. In totaal zijn er binnen het complex ongeveer 1200 studentenkamers, waarvan 300 in iedere hoogbouwflat, in eenheden van 10 kamers. De overige 300 kamers zijn gesitueerd in de laagbouwflats, in eenheden van 2 of 4 kamers. De kamers zijn allemaal ongeveer 14m² groot.

In veel (zo niet alle) kamers van het complex is asbest verwerkt. Na deze vaststelling zijn alle plaatsen met asbest bedekt met houten platen.

Uilenstede (wijk)

Uilenstede is de naam van een studentenwijk in Amstelveen vlak onder de grens met Amsterdam.

Op deze campus staan diverse studentenflats uit de jaren zeventig, waaronder een voor uitwisselingsstudenten, cultuurcentrum De Griffioen, een sportcentrum, een supermarkt en tot juni 2014 Café Uilenstede. De flats worden verhuurd door woningcorporatie DUWO uit Delft.

Utrecht Science Park

Het Utrecht Science Park (ook wel De Uithof genoemd, tot 2018 de naam van de wijk) is een subwijk in de stad Utrecht, de hoofdstad van de Nederlandse provincie Utrecht. Het Utrecht Science Park is gelegen in de wijk Oost, het uiterste oosten van de stad Utrecht, en net ten zuiden van De Bilt, ten noorden van Bunnik en ten westen van Zeist. Het was een universiteitscentrum van Utrecht. Naast de Universiteit Utrecht zijn diverse kennisinstellingen, onderzoeksinstituten, gezondheidszorg en bedrijven gevestigd in het gebied zoals o.a. Hogeschool Utrecht, UMC Utrecht, Wilhelmina Kinderziekenhuis, Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie, Hubrecht Instituut, Westerdijk Instituut, Nutricia Danone Research en Genmab.

Weesperflat

De Weesperflat aan de Weesperstraat in Amsterdam is een groot gebouw voor studentenhuisvesting dat eigendom is van woningcorporatie De Key. Het woongebouw is gelegen vlak bij het Waterlooplein, de Hortus Botanicus Amsterdam en de Hermitage Amsterdam.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.