Sjachariet

Sjachariet (Hebreeuws: שַחֲרִית) ofwel Sjachres (Nederlands-Jiddisch) is het joodse ochtendgebed. Op weekdagen (niet op sjabbat) dragen mannen van 13 jaar en ouder tefilin (gebedsriemen). Mannen dragen in Asjkenazische gemeenschappen na het huwelijk een talliet gadol (gebedskleed). In Sefardische gemeenschappen dragen ook jongens van 13 jaar en ouder dit.

Belangrijke onderdelen van het ochtendgebed zijn het Sjema Jisraël, het Sjemoné Esré en het Adon Olam.

IDF soldier put on tefillin
Tweede luitenant Asael Lubotzky, een veldcommandant van de Golani Brigade van het Israëlische defensieleger tijdens de Israëlisch-Libanese Oorlog (2006) in gebed met tefilin.

Op maandag, donderdag en zaterdag, alsmede op feestdagen wordt na het ochtendgebed nog uit de Thora gelezen.

Tefillah is het Hebreeuwse woord voor 'gebed'. Tefillah speelt een grote rol in het joodse leven.

Er zijn drie vaste gebedsdiensten, op bijzondere dagen vier. 's Ochtends wordt begonnen met sjachariet, 's middags mincha en 's avonds maäriev (ook wel Arwiet genoemd). Op bijzondere dagen voegt men de Moesaf-dienst toe, die direct volgend op sjachariet wordt gebeden.

Satmar BM Vayoel Moshe 1
Sjachariet in beet midrasj Vayoel Moshe van Satmar te Jeruzalem

Indeling van sjachariet

's Ochtends wordt sjachariet gebeden. Voor die tijd is het verboden te eten en drinken, behalve water, thee en koffie zonder melk. Sjachariet bestaat uit meerdere afzonderlijke delen en kan drie kwartier tot anderhalf uur duren.

Het eerste deel zijn de ochtendzegeningen. Daarna volgt een serie Psalmen en stukken uit de Thora. Daarnaast leest men het lied dat de Israëlieten bij de oversteek door de Rode Zee zongen (Sjierat haJam). Op de sjabbat en feestdagen wordt dit deel van de dienst aanzienlijk uitgebreid met psalmen. Hierna volgen de berachot (zegeningen) over het lezen van het Sjema, en het Sjema zelf. Dit is het belangrijkste gebed van het jodendom. Het is gebruikelijk dit uit het hoofd te kennen. De eerste zin van het Sjema luidt: "Sjema Jisraël, Ado-nai Elo-heenoe, Ado-nai Echad!" ("Hoor Israël, de EEUWIGE is onze God, de EEUWIGE is Eén!") Daarna volgen nog enkele gebeden.

Dan komt het Sjemoné Esré, dat door de rabbijnen in de Talmoedische tijd geschreven is en bestaat uit negentien (oorspronkelijk achttien) berachot. Dit deel wordt staand opgezegd, met de voeten tegen elkaar, zacht fluisterend. Het Sjemoné Esré is de vervanging van de dagelijkse offers die in de tempels werden gebracht en om die reden dient men bij het bidden ervan zich zeer sterk te concentreren en geen fouten te maken. Op bepaalde dagen en in bepaalde seizoenen worden stukken tekst toegevoegd dan wel weggelaten.

Bij sjachariet en mincha herhaalt de chazan het Sjemoné Esré hardop nadat hij en de congregatie het eerst zelf in stilte hebben gebeden; bij maäriev wordt het niet herhaald. Het is doordeweeks bijna identiek in de drie gebedsdiensten; enkel de laatste beracha is in mincha en maäriev anders dan in sjachariet. Op [sjabbat en bijzondere dagen is het Sjemoné Esré totaal anders, op sjabbat is het zelfs geen enkele dienst hetzelfde. Daarna zegt men op de meeste dagen Tachanoen, de smeekgebeden waarin zonden worden bekend en om vergiffenis te vragen. Op maandag- en donderdagochtend is Tachanoen veel langer dan op andere dagen en leest men daarna uit de thorarol.

Dan wordt nog het gebed opgezegd, waarmee alle gebedsdiensten worden afgesloten, Aleenoe. Dit wordt nog gevolgd door het Lied van de Dag (Sjier shel jom); iedere dag heeft een eigen psalm. Hierna worden op bepaalde dagen nog bijzondere psalmen gelezen, en na sjachariet zeggen sommigen nog aanvullende gebeden die in de sidoer staan.

Zie ook

Jodendom (Portaal)Menora

Joden · Parochet · Misjna · Tosefta · Kabbala · Literatuur · Halacha · Mitswa · Tsedaka · Kasjroet · Briet · Ketoeba · Sjabbat · Gebed · Feestdagen · Maanden · Jaartelling · Geschiedenis · Ark · Sjoel · Rabbijn · Chazan · A tot Z
Boeken: Talmoed · Tenach · Thora
Heiligdommen: Tabernakel · Tempel van Salomo · Tempel van Ezra en Herodes · Tempel van Ezechiël · Tempel

Beet midrasj

Een beet midrasj (Hebreeuws: בית מדרש, letterlijke betekenis: leerhuis), is een ruimte die als studiezaal gebruikt wordt. Vaak vervult de sjoel ook de rol van een beet midrasj.

In een beet midrasj kan een jesjiva en/of kollel gevestigd zijn. De term kan ook een alternatieve benaming voor jesjiva zijn.

De hoofdvestiging van een chassidische beweging wordt meestal bijvoorbeeld, in het geval van Satmar, (Asjkenazische uitspraak) beis hamidrash haĝadol deChassidei Satmar ("Grote Leerhuis van de Chassidim van Satmar") genoemd, wanneer het bijvoorbeeld om de hoofdvestiging van Satmar gaat. Het voorvoegsel "de" is Aramees.

Verreweg de meeste charedische synagogen doen tevens dienst als beet midrasj. Een groot deel van het sociale leven van charedische mannen speelt zich af in de batee midrasj (meervoud).

In Nederland wordt de term beet midrasj ook wel gebruikt voor een plek waar regelmatig wordt geleerd. Dit is echter niet de traditionele betekenis van het woord: een beet midrasj is traditioneel een synagoge die tevens de belangrijke functie als leerzaal heeft. Een beet midrasj is 7 dagen per week open, in joodse centra (zoals in orthodoxe wijken van Jeruzalem) vaak ook 's nachts.

Jodendom

Het jodendom is de religie van het Joodse volk en de oudste of een van de vroegst ontstane monotheïstische godsdiensten en behoort tot de oudste religieuze tradities die vandaag de dag nog worden beoefend.

Het jodendom past niet gemakkelijk in de westerse categorieën zoals religie, ras, etniciteit of cultuur. Dit komt doordat Joden het jodendom in termen van 4000 jaar geschiedenis beschouwen. Tijdens dit lange tijdperk hebben Joden slavernij, chaos, theocratie, verovering, bezetting en ballingschap ervaren en zijn zij in contact geweest met en beïnvloed door het Oude Egypte, Babylonië, Perzië, het Griekse hellenisme, evenals moderne bewegingen zoals de Verlichting, het socialisme en de opkomst van het nationalisme. Daarom stelt de Joods-Amerikaanse professor Daniel Boyarin dat "Joods-zijn de pure categorieën van identiteit doorbreekt, omdat het niet nationaal is, niet genealogisch en niet godsdienstig, maar elk van deze, in een dialectische spanning."Het jodendom is gebaseerd op de Hebreeuwse Bijbel, die de basiswetten van het jodendom bevat.

Met name de Tien geboden, en de Bijbelse geschiedenis van het jodendom vormen de morele en historische fundamenten van andere religies, waaronder het christendom en de islam.

Jom Kipoer

Jom Kip(p)oer of Grote Verzoendag (Hebreeuws: יום כיפור), voluit Jom ha-Kippoeriem ofwel Dag van de Vergevingen (meervoud), wordt als de belangrijkste en heiligste dag beschouwd in het jodendom.

Joods gebed

Het joods gebed (Hebreeuws: תְּפִלָּה - Tefilla - gebed) speelt een centrale rol in de joodse religie. Zo zijn er bijvoorbeeld aangepaste gebeden voor verschillende uren van de dag, verschillende dagen van het jaar en verschillende gebeurtenissen in het mensenleven en de natuur rondom. De dagelijkse, wekelijkse en speciaal voor feestdagen bestemde gebeden volgen de beschrijving van de offerdienst voor die dag zoals die destijds in de Eerste en Tweede Joodse Tempel in Jeruzalem werd verricht.

Op weekdagen zijn er drie gebeden: 's ochtends het sjachariet, 's middags mincha, en 's avonds ma'ariew (ook wel 'arwiet genoemd). Op feestdagen (inclusief sjabbat) is er bovendien een moessafdienst, die op het sjachariet volgt, en speciale gebeden of teksten die worden opgezegd.

De gebeden staan vermeld in een algemeen gebedsboek voor weekdagen en sjabbat (tefilla) en in specifieke gebedenboeken (machzorim) voor feestdagen. In een machzor staan ook de dagelijkse gebeden met eventuele aanpassingen voor de feestdag vermeld.

Kidoesj

Kidoesj (Hebreeuws: קידוש, uit te spreken als kiedoesj), kiddoesj of kiddesj (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazisch) betekent letterlijk heiliging en is de zegening die wordt uitgesproken bij de aanvang van de sjabbat en feestdagen. Op sjabbat wordt op vrijdagavond en zaterdagochtend voor de aanvang van de hoofdmaaltijd een zegening uitgesproken over een glas of beker wijn, druivensap.

Ma'ariew

Ma'ariew (Hebreeuws: מַעֲרִיב) of meiref (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazisch), het joodse avondgebed, begint met een korte inleiding gevolgd door het Sjema met zijn berachot, die verschillend en korter zijn dan de ochtendberachot. Hierna zegt men het Sjemoné Esré, dat door de voorganger niet herhaald wordt, en Aleinoe. In bepaalde periodes worden na Aleinoe nog bijzondere psalmen gezegd. De duur van ma'ariew zal afhankelijk van het tempo van het minjan, gemiddeld een kwartier in beslag nemen.

Mincha

Mincha (Hebreeuws: מִנחַה) of minche (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazisch), het joodse middaggebed, begint met Psalm 145, beter bekend als Asjré, naar het eerste woord van het eerste van twee verzen uit andere psalmen (Psalm 84:5 en 144:15) die in onze gebeden aan Psalm 145 voorafgaan. Ook aan het einde van Psalm 145 is een vers uit een andere psalm toegevoegd (Psalm 115:18). Hierop volgt het Sjemoné Esré gebed, dat eerst in stilte door de gemeente en voorganger wordt gezegd en daarna door de voorganger wordt herhaald. Op vastendagen wordt tussen Asjré en Sjemoné Esré uit de Thora gelezen. Hierna zegt men dezelfde korte versie van Tachanoen die op zondag, dinsdag, woensdag en vrijdagochtend in sjachariet wordt gezegd. Daarop volgt Aleinoe, waarmee de dienst wordt afgesloten. De mincha-dienst duurt, afhankelijk van de snelheid van de minjan, meestal rond het kwartier.

Moesaf

Moesaf (Hebreeuws: מוסף) of moesof (Asjkenazisch) is een onderdeel van de joodse gebedsdienst. Het betreft toegevoegde gebeden op sjabbat en chagiem (joodse feestdagen). De benaming komt uit het Hebreeuws. Het bevat een aangepaste versie van het achttiengebed.Aangezien de sjoeldiensten tegenwoordig de plaats innemen van de dagelijkse offers in de Tempel, werd een gebedsdienst ingelast op de dagen dat in de Tempel een extra offer werd gebracht. Behoudens op sjabbat en de chagiem ook op Rosj chodesj alsmede op Chol hamo'eed, de zogenaamde "Tussendagen van Pesach en Soekot".

Poerim

Poerim (Hebreeuws: פורים), Poeriem of Poerem (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazisch) is een joods feest. Het uit de Oudperzische taal afkomstige woord 'poer' betekent 'lot', reden waarom Poerim ook wel het Lotenfeest wordt genoemd. Het wordt gevierd op 14 adar in de joodse kalender en valt daarmee in het vroege voorjaar. In schrikkeljaren wordt het gevierd op de 14de adar II. In steden die in de tijd van de Tweede Tempel ommuurd waren, viert men Poerim een dag later, op 15 adar, het zogeheten Sjoesjan Poerim; heden ten dage is dit enkel in Jeruzalem het geval.

Psalm 29

Psalm 29 is de 29e psalm uit het Boek der Psalmen. Psalm 29 is een lofzang aan Gods macht die zich manifesteert in donder en bliksem. De psalm vertoont grote overeenkomst met oude Kanaänitische teksten, gevonden in Ugarit (ca. 1350-1200 v. Chr.). Vooral in woordgebruik zijn er parallellen met deze niet-Bijbelse teksten te herkennen, maar de voorstelling van een God van donder en de bliksem is ook bekend uit de Kanaänitische literatuur. De tekst is taalkundig moeilijk en levert regelmatig problemen op bij het vertalen.

Soera De Donder in de Koran heeft overeenkomsten met Psalm 29.

Religieuze bijeenkomst

Een religieuze bijeenkomst is een bijeenkomst van meerdere gelovigen van één religie of van een specifieke stroming van een religie om een God of goden te vereren, hun geloof te belijden of andere religieuze praktijken te voltrekken.

Religieuze bijeenkomsten komen in de meeste godsdiensten voor en zijn meestal georganiseerd. Vaak bestaat er een vaste plaats voor waar frequent (meestal wekelijks) een bijeenkomst plaatsvindt, zoals een kerk, een moskee, een synagoge of een tempel. Veel religies erkennen bijzondere religieuze of heilige plaatsen, zoals de Sint-Pieter in Vaticaanstad, de Kaäba in Mekka, de Tempelberg in Jeruzalem of het Bahá’í Huis van Aanbidding in New Delhi, die vaak de bestemming van een (soms eenmalige) bedevaart zijn.

Tijdens religieuze bijeenkomsten wordt afhankelijk van de religie en de bijeenkomst gezongen, gebeden en gesproken over de gezamenlijke religieuze ideeën en gewoonten. Sommige gelovigen beweren daarbij een bijzondere religieuze ervaring mee te maken.

Religieuze bijeenkomsten kunnen worden onderscheiden van profane bijeenkomsten. Voorbeelden hiervan zijn popconcerten, kunstexposities, lezingen enzovoort. De term 'profane bijeenkomst' is overigens typisch religieus: een bezoeker van een popconcert zal niet snel geneigd zijn dit te kwalificeren als een profane bijeenkomst.

Rosj chodesj

De dag rosj chodesj of rosh chodesh (Hebreeuws:ראש חודש, "hoofd van de maand") is in het jodendom de eerste dag van iedere maand in de joodse jaartelling.

De joodse maanden zijn gebaseerd op de maancyclus en iedere nieuwe maand begint de verschijning van "nieuwe maan", dat wil zeggen dat de maan dan precies tussen de aarde en de zon staat en alleen de schaduwkant van de maan valt te zien. Rosj chodesj valt typisch op een van de twee dagen dat de "nieuwe maan" te zien is.

Hoewel de joodse kalender op de maan gebaseerd is, is het niet een absolute maankalender, gezien het feit dat de kalender aan de zon wordt aangepast door middel van verdubbeling van de twaalfde maand adar. Deze toevoeging van een schrikkelmaand geschiedt 7 keer in de 19 maanden volgens een zeer precieze berekening. De reden voor de aanpassing aan het zonnestelsel is gelegen in het feit dat de chagiem (joodse feestdagen) seizoensgebonden zijn. Zo vallen de chaĝiem altijd in dezelfde periode, zoals is voorgeschreven.

In sommige maanden duurt rosj chodesj twee dagen: zowel de laatste dag van de voorgaande maand als de eerste dag van de nieuwe maand. rosj chodesj begint, zoals alle joodse dagen, met zonsondergang en eindigt de volgende avond. De speciale toevoeging Ja'alé weJawo die op rosj chodesj en op chol hamo'ed in het Sjemoné Esré-gebed wordt ingevoegd wordt dus tijdens het ma'ariew (avondgebed), sjachariet (ochtendgebed) en mincha (middaggebed) gezegd. Direct na herhaling van het Sjemoné Esré wordt hallel gezegd. Dit gebed bevat een voor- en na-beracha, met als kern de recitatie van een aantal speciale Psalmen. Na sjachariet wordt in de ochtenddienst ook het moesaf-gebed gezegd, dat speciaal over rosj chodesj gaat en waarin de geboden (zoals de offerdienst) voor de feestdag worden genoemd. Als rosj chodesj op de dag na sjabbat valt, wordt bovendien in sommige maanden een speciale haftara-portie gelezen.

Rosj chodesj was een belangrijkere dag in de joodse kalender toen de joodse kalender nog minder vaststond en het sanhedrin het begin van een maand moest onderzoeken. Sindsdien heeft de dag moeten inboeten voor de sjabbat, de andere periodiek terugkerende dag, die een van de aangezichten van het jodendom is geworden.

Sidoer

Een sidoer, de tefilla of tefille (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazisch) is een joods gebedenboek. Gebedenboeken worden alleen in het Hebreeuws of ook met vertaling gepubliceerd. Er zijn in alle talen sidoeriem (meervoud van siddoer), ook Nederlands-Hebreeuwse versies. De Nederlandse (of anderstalige) tekst staat op de linkerpagina, en de Hebreeuwse tekst rechts.

Een gemiddelde Hebreeuwse sidoer heeft ongeveer 500 pagina's. Een tweetalige ongeveer 1000 pagina's. De Nederlandse Dasberg-uitgave met vertaling telt 800 pagina's. Vanwege de relatieve dikte van de siddoer zijn er veel speciale uitgaven, met bijvoorbeeld alleen de sjabbat-gebeden, of de doordeweekse gebeden.

Sidoeriem zijn er in veel verschillende noeschaot.

Voor verschillende bijzondere dagen zijn er speciale sidoeriem, deze worden ook wel machzorim (enkelvoud: machzor) genoemd. Voor Rosj Hasjana en Jom Kipoer zijn speciale machzorim noodzakelijk, omdat deze dagen in de gewone siddoer niet aan bod komen; voor de andere speciale dagen, zoals Pesach, Sjavoeot en Soekot, staan minstens de belangrijkste gebeden ook in de meeste gewone sidoeriem.

Sjabbat

De sjabbat (Hebreeuws: שַׁבָּת), ook sabbat, sjabbes of sjabbos (Asjkenazische / Jiddische uitspraak), is de wekelijkse rustdag in het jodendom. Sjabbat vindt plaats vanaf vrijdagavond en duurt tot zaterdagavond. De zaterdag is de zevende dag van de joodse week en dient volgens de voorschriften in de Tenach in de eerste plaats te worden gevierd door een onthouding van alle arbeid. Volgens het eerste boek van de Thora – Genesis – rustte God op deze dag uit van Zijn schepping die Hij in de zes dagen daarvoor tot stand had gebracht.

Sjavoeot

Sjavoeot, ook gespeld als Sjawoe'ot of Sjawoeoth (Hebreeuws: שבועות), is het joodse Wekenfeest dat zeven weken na Pesach wordt gevierd. Het is tevens het einde van de omertelling.

Sjemoné Esré

De Sjemoné Esré of Sjemonee esree (Hebreeuws voor achttien) is het joods stiltegebed. Het wordt ook het Staande Gebed (Amidah) genoemd.Het gebed bestaat uit negentien (oorspronkelijk achttien) berachot (zegeningen) en wordt drie keer per dag (tijdens het ochtendgebed, middaggebed en avondgebed) staande met de voeten tegen elkaar en fluisterend zacht gezegd, met het gezicht gericht naar Jeruzalem, indien mogelijk met een voldoende aantal mannen aanwezig (minjan genoemd). Het vereist veel concentratie om het volledige gebed in zichzelf op te zeggen.Op sjabbat en bijzondere joodse feestdagen bestaat het gebed uit zeven berachot: de eerste drie en laatste drie van het reguliere gebed, en een bijzondere die alle tussenliggende zegeningen vervangt.

Bij sjachariet, moesaf en mincha herhaalt de chazan de Sjemoné Esré hardop nadat de gemeente klaar is; dit kan alleen in aanwezigheid van een minjan.

In de herhaling zit een speciaal deel, Kedoesja (Heiliging), waarin twee verzen waarmee de engelen God prezen worden gezegd. Dit wordt deels responsief gelezen: de chazan leest een zin, en de gemeente leest de volgende zin.

Iedere beracha eindigt met Baroech atta Hasjem (Gezegend bent U, Hasjem), waarop men antwoordt: Baroech hoe oewaroech sjemo (Gezegend is Hij en gezegend is Zijn Naam), dan enkele woorden die de voorgaande beracha samenvatten, waarna de gemeente omein zegt.

Synagoge

Een synagoge (Grieks voor huis van samenkomst; Hebreeuws: Beit Knesset of Beis Knesses - בית כנסת') is in het jodendom een gebeds- en gemeenschapshuis, waar religieuze bijeenkomsten plaatsvinden. Een andere naam voor synagoge, die vooral door Asjkenazische Joden wordt gebruikt, is sjoel, ook wel geschreven als shul (Jiddisch, van het Duitse Schule dat school betekent). De synagoge is dan ook niet alleen een plaats voor gebed, maar ook een plaats om te lezen en onderwijzen uit de Thora. Charedische synagoges worden ook als studiezaal en bibliotheek gebruikt. Een synagoge die ook specifiek voor dit doel bestemd is, heet ook wel een beet midrasj. De Portugese joden gebruiken de term esnoga, of het in Nederland verbasterde snoge. Sommige liberale joden in Noord-Amerika noemen de synagoge ook tempel.

Belangrijke voorwerpen in de synagoge zijn de thorarollen, de acht- of negenarmige Chanoekia voor Chanoeka en met de hoge feestdagen ook de sjofar.

Tefilin

Tefilin, tefillien (Hebreeuws: תפילין, afgeleid van tefiela, gebed) of tefillen (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazische uitspraak) of gebedsriemen zijn in het jodendom leren riemen met daaraan zwarte doosjes die bij het Joodse ochtendgebed op werkdagen worden gedragen. In de doosjes zitten teksten uit de Thora. Tijdens de sjabbat en tijdens feestdagen worden de riemen niet gebruikt, omdat tijdens die speciale dagen er op andere manieren wordt getuigd van de verheven gedachten. Tefilin worden ook wel fylacteria genoemd.

Op doordeweekse dagen worden de gebedsriemen gedragen bij het ochtendgebed (sjachariet). De gebedsriemen bestaan uit een hoofdstel (Hebreeuws tefillien shel rosh) en een gedeelte om de arm en hand (Hebreeuws tefillien shel jad).

De zwarte lederen doosjes (Hebreeuws bajit, meerv. batim; huis, huizen) bevatten op perkament geschreven tekstfragmenten:

Exodus 13:1-10;

Exodus 13:11-16;

Deuteronomium 6: 4-9, met het Sjema, waarvan de tweede regel luidt: Je moet houden van de Eeuwige je God met heel je hart, heel je ziel en heel je vermogen.

Deuteronomium 11: 13-21Conform de tweede regel van het Sjema worden de doosjes aangebracht op de bovenarm (dicht bij het hart, zetel van het gevoel), op het hoofd (zetel van de ziel) en de hand (als aanduiding van kracht). De doosjes worden bevestigd met behulp van de leren riemen. De riem om bovenarm en hand wordt zeven maal om de arm gewikkeld en dan om de hand geslagen. Op deze manier vormt de riem de letter Sjin uit het Hebreeuwse alfabet. Deze verwijst naar het begrip Sjaddai'', de almachtigheid van God. Mensen die rechtshandig zijn dragen de voor de hand bestemde tefilin aan de linkerarm, linkshandigen aan de rechterarm.

Volgens de traditie dragen alleen mannen ouder dan 13 jaar, die Bar mitswa gedaan hebben, gebedsriemen. In sommige liberale gemeenten zijn er ook vrouwen die dat doen.

De oorsprong van het gebruik om gebedsriemen te dragen wordt gevonden in de Thora in Deuteronomium 6:8, 11:18 en Exodus 13:9,16. In deze passages worden de regels weinig gedetailleerd beschreven. De verdere ontwikkeling van deze traditie is gebaseerd op de mondelinge overlevering en beschreven in de Talmoed.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.