Simeon (stam)

De Stam van Simeon was volgens de Hebreeuwse Bijbel een van de twaalf stammen van Israël. De stamvader was Simeon, de op een na oudste zoon van Jakob.

De stam van Simeon was verspreid en verdeeld, zoals voorspeld in Genesis 49:5-7, en ten tijde van de Exodus was hun aantal met twee derde geslonken (Numeri 1:23, 26-14). De stam behoorde tot de onbelangrijkste stammen van Israël en Mozes sloeg de stam over in zijn zegening in Deuteronomium 33. Mogelijk werd de stam toen al geassocieerd met Juda.

Na de verovering van Kanaän door de Israëlieten, kreeg de stam grondgebied toegewezen uit het deel dat aan de stam van Juda was toebedeeld (Jozua 19: 1-9). De grootte van dit grondgebied was onbekend en mogelijk bezat de stam slechts verspreide steden in het zuidwesten van Juda's grondgebied. Het lot van de stam van Simeon is te vergelijken met dat van Levi. De stam van Levi kreeg geen grondgebied toegewezen, maar enkele steden en het priesterschap in het tabernakel van God (en later in de Tempel van Salomo). Samen met Levi wordt Simeon in verband gebracht met de moord op de mannelijke inwoners van Sichem en daarom werden zij vervloekt. Dat verklaart waarom de beide stammen weinig gebieden kregen toegewezen.

Verdere vermeldingen van de stam zijn slechts sporadisch (1 Kronieken 4:24-43) en de stam is vermoedelijk volledig in Juda opgegaan. Doordat de stam Jozef werd geacht te bestaan uit de twee stammen Efraïm en Manasse (reeds vanaf Numeri 1:6-15), kwam het aantal toch weer op twaalf.

Stammen van IsraëlDavidster
Zoons van Jakob:Ruben · Simeon · Levi · Juda · Dan · Naftali · Gad · Aser · Issachar · Zebulon · Jozef · Benjamin
Stammen van Israël:Ruben · Levi · Dan · Naftali · Gad · Aser · Issachar · Zebulon · Jozef (Manasse · Efraïm)
Stammen van Juda:Juda · Simeon · Benjamin
12 stammen van Israël
Stamgebieden in het Bijbelse Israël
Bilha (religie)

Bilha was een vrouw van Jakob. Zij was een slavin van Laban. Hij gaf haar aan zijn dochter Rachel toen ze met Jakob trouwde. Omdat Rachel geen kinderen kreeg, gaf ze Jakob haar slavin Bilha tot vrouw. Ze gaf hem twee zonen, Dan en Naftali. Later kreeg Rachel zelf twee kinderen, Jozef en Benjamin.

Jakob (aartsvader)

Jakob, Jacob of Ja'akow (Hebreeuws: יַעֲקֹב ja‘ǎqov, "God / de godheid beschermt" of "moge God / de godheid beschermen", Arabisch يعقوب Yaʿqūb), later ook Israël genoemd, is volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel de derde aartsvader, na zijn grootvader Abraham en vader Isaak.

Jakob is de stamvader van de Israëlieten, waarvan de oorspronkelijke twaalf stammen uit zijn twaalf zoons ontstaan zijn. Om die reden werd de naam ook gebruikt om het volk Israël aan te duiden en na de opsplitsing van het rijk als aanduiding voor het noordelijke koninkrijk Israël, terwijl het zuidelijke koninkrijk Juda werd genoemd. Na de vernietiging van het noordelijke koninkrijk in 722 v.Chr. werd Jakob ook gebruikt om het zuidelijke koninkrijk aan te duiden.

Laban (Hebreeuwse Bijbel)

Laban is een persoon, die voorkomt in de Hebreeuwse Bijbel in het Bijbelboek Genesis. Laban is de vader van Lea en Rachel, de vrouwen van Jakob. Jakob is op zijn beurt de zoon van Rebekka, de zuster van Laban.

Nadat Jakob zijn broer Esau had bedrogen en hem het eerstgeboorterecht had afgetroggeld, stuurde zijn moeder Rebekka hem naar haar broer Laban. Laban was een vermogend man; hij bezat landerijen en vee. Zijn woonplaats lag in Paddan-Aram.

Lea

Lea (Hebreeuws לֵאָה, Le'ah) was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel de eerste vrouw van Jakob, de moeder van zes van Jakobs zonen die de stamvaders van zes van twaalf stammen van Israël waren en daarmee de eerste van de twee stammoeders van Israël. Lea had één dochter, Dina. Haar verstandhouding met Rachel, haar jongere zuster en tweede vrouw van Jakob, was niet al te best.

Rachel (aartsmoeder)

Rachel (Hebreeuws: רָחֵל, Rāḥêl, "ooi") was volgens het verhaal in Genesis in de Hebreeuwse Bijbel de tweede vrouw van de aartsvader Jakob, na haar zus Lea, die eerder met Jakob trouwde. Rachel was de tweede dochter van Laban (na Lea), de broer van Jakobs moeder Rebekka. Rachel was dus een nicht van Jakob. Ze was de moeder van Jozef en Benjamin.

Simeon (zoon van Jakob)

Simeon (Hebr.:שׁמעון Sjiem'on of Sim?ôn) is in de Tenach, na Ruben, de tweede zoon van Jakob en vader van een van de twaalf stammen van Israël. Zijn moeder is Lea. De Hebreeuwse betekenis van de naam is: hij die luistert of hij wordt verhoord.

Simeon nam samen met zijn broer Levi wraak op een Kanaänietische stad nadat bekend was geworden dat Sichem, de plaatselijke vorst, hun zus Dina had onteerd. (Gen. 34). Jakob was over de actie van zijn twee zoons zeer ontstemd en bleef dit tot op zijn sterfbed, waar hij zegt dat de stammen van Simeon en Levi verstrooid zullen worden. (Gen. 49).

Toen de zonen van Jakob tijdens de hongersnood in Egypte graan kwamen kopen, werd Simeon door de voor hen toen nog onbekende onderkoning Jozef gevangengenomen als onderpand, totdat zij hun broer Benjamin, die bij zijn vader thuisgebleven was, bij hem zouden brengen. Een gerichte actie, aangezien Simeon, bij afwezigheid van Ruben, de oudste zoon was (en dus hoofdverantwoordelijke) tijdens het verkopen van Jozef aan de Midjanieten.(Gen. 37)

Zilpa

Zilpa was een van de vrouwen van Jakob. Zij was een slavin van Laban. Hij gaf Zilpa aan zijn dochter Lea toen ze met Jakob trouwde. Toen Lea geen kinderen meer kon krijgen gaf ze Zilpa aan Jakob als vrouw. Zij gaf hem twee zonen: Gad en Aser.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.