Shasu

Met de term Shasu werd in geschriften van het Oude Egypte een rondtrekkend nomadenvolk aangeduid. Volgens sommige onderzoekers (Donald B. Redford) zou het om stammen van de Bijbelse Israëlieten zijn gegaan.[1] Een andere mogelijkheid is dat het de in de Bijbel genoemde Midjanieten betreft. Bij zowel de Shasu als de Midjanieten komt de naam van de God Jah/Jahu (Yah/Yahu) voor (Mozes, Ebla).

De oudst bekende melding van Shasu staat in Egyptische teksten van farao Amenhotep III (vanaf het Nieuwe Rijk) rond 1400 v.Chr.. Met deze Egyptische aanduiding werd het nomadenvolk bedoeld dat in de Levant in het zuiden aan de Dode Zee opdaagde en daar nog bleef rondtrekken tot in de tijd van het Derde Tussenrijk.

Ancient carving - Shasu spies being beaten by Egyptians
Shasu-spionnen door Egyptenaren afgeranseld (wandgravure van de Slag bij Kadesh).

Naamherkomst

De naam is afgeleid van het Oud-Egyptisch š3sw: dat te voet voortbewegen of schuifelen betekent. Hij dook voor het eerst op in een volkerenlijst die gedateerd wordt op 1380 v.Chr. De volken werden toen vaak geïdentificeerd aan de hand van de godheid die zij aanhingen. In dit geval gaat het om een stam in Trans-Jordanië die op de lijst wordt aangeduid als: "Yhw in het gebied van de Shasu".[2] In deze aanduiding zou Yhw overeenkomen met Yaw of Yahu, de naam waarvoor de vroegere El van de Hebreeën werd ingeruild.
In de aanroeping Hallelu-Yah weerklinkt nog de kreet Ere zij Yah.[3] Veel persoonsnamen van leden uit deze stam die eerder el bevatten (zoals Elia, Natanaël), kregen vanaf dan ya als suffix.

Zie ook

Noten

  1. Shaw, I., art. Israel, Israelites, in Shaw, Ian - Jameson, Robert (edd.), Dictionary of Archaeology, John Wiley & Sons, 2008, p. 313.
  2. Redford (2003): pp. 91-92.
  3. Kramer, S. e.a., (1974): p. 85.

Literatuur

  • Donner, Herbert (2001): Geschichte des Volkes Israel und seiner Nachbarn in Grundzügen (Grundrisse zum Alten Testament, Band 4/1, 4/2), Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen
  • Görg, Manfred (2001): art. Schasu, in M. Görg, B. Lang (edd.), Neues Bibel-Lexikon, deel III, Beniger, Zürich, kol. 464.
  • Hoffmeier, James K. (2005): Ancient Israel in Sinai. The Evidence for the Autenticity of the Wilderness Tradition. Oxford University Press, New York.
  • Kramer, prof. Samuel Noah, Wilson prof. J.A., Wright, dr. G. Ernest, en Saggs H.W.F., (1974): Dagelijks leven in de Bijbeltijd, National Geographic Society, De Haan, ISBN 90-228-31310
  • Koehler, L. Baumgartner, W. HAL: (2004): Hebräisches und Aramäisches Lexikon zum Alten Testament, 3e editie (1967–1995), Brill, Leiden.
  • Redford, Donald B., (2003): The Wars in Syria and Palestine of Thutmose III, Koninklijke Brill NV, Leiden. ISBN 9004129898
Calyptomyrmex shasu

Calyptomyrmex shasu is een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae. De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1981 door Bolton.

Enki

Enki was een van de belangrijkste goden in het pantheon van Mesopotamië. Hij wordt door de Babyloniërs Ea genoemd, maar is meer bekend onder zijn Sumerische naam Enki. Hij is de god van de afgrond of het diep(e water), de abzu, de belangrijkste (zoet)watergod en de god van de wijsheid in de Sumerische mythologie. Hij is gekleed in de huid van een vis (karper). Ea was ook bij de Hettieten de god van de wijsheid. Zijn vrouw is Ninhursag (Ninmah, Mama, Damkina). Mardoek (Bel, Baäl) is zijn zoon en mogelijk zijn ook Inanna en Dumuzi (Tammuz, Attis, Adonis) zijn kinderen.

Er is een mogelijk verband tussen Enki-Ea, de god Ya (Zie hiervoor ook Ebla en Shasu), Oannes en Dagon.

Enki was de zoon van Nammu en Anu en de vader van onder andere Marduk en Nanshe. Hij wordt met verschillende vrouwen in verband gebracht, waaronder Ninmah (zijn eega of rivale) en volgens de Enkicyclus hield hij er zelfs incestueuze relaties op na. Zijn mannelijkheid wordt sterk benadrukt. Hij wordt geassocieerd met de Hemelstier, vestigde de wereldorde, was bewaarder van de Me (wetten), god van magie en beschaving. In de latere Babylonische mythologie heet hij de god van verstand en ambacht te zijn. Enki verloor de Me aan zijn dochter Innanna, die ze op haar beurt kwijtraakte aan Shukaletuda, de tuinman, die Enki had aangesteld over zijn dadelpalm. Tijdens haar slaap onder de palmboom maakte Shukaletuda misbruik van Inanna en nam de wetten mee.

Na An en Enlil is hij derde in grootte van de godenwereld. Hij is de uitvoerende godheid van de wil van Enlil. Het is dan ook Enki die orde aanbrengt in de wereld in de mythe Enki en de wereldorde. Hij stelt vele mindere goden aan om als beschermers van bepaalde zaken op te treden.

Enki was een van de machtigste goden van het pantheon. Hij staat vooral bekend als een ordende god en god van de wijsheid. Enki verbleef in tegenstelling tot de andere goden, niet in de hemel maar in het Apsu of zoete water. Hij was ook de god van de vruchtbaarheid en van het genezend water en zo ook van de bezweringen. Enki was de god van het genezend water geworden toen hij de oergod Apsu had vernietigd. Volgens het Babylonische scheppingsverhaal had Enki hem met een spreuk in slaap getoverd en dan afgemaakt.

Enki schiep de mensen door klei te mengen met het bloed van de opstandeling igigu Kingu, de zoon van Tiamat. Kingu en de igigi (draken) waren door Mardoek, de leider van de annunaki overwonnen. De mensen moesten de rol van de igigi als dienaren van de annunaki overnemen.

Volgens een Sumerische bron zegende Enki Nippur, "geboorteplaats van de goden", Ur, Meluhha (Ethiopië) en Dilmun (Bahrein) met overvloedige oogsten, kudden, edelmetalen en succes in de strijd. Op die plaatsen had hij ook tempels voor zijn cultus. Maar Enki, god van magie en beschaving, was niet over de mensen hun gedrag te spreken en besloot de tongen in hun mond van elkaar te vervreemden.

Volgens het mythologische Atrahasis epos was Enki de schepper van de mens, maar ook de redder van de mens. De goden wilden immers de mensheid vernietigen, maar Enki wierp zich steeds op als beschermer. Enki lichtte een trouwe volger, Atrahasis, ('de Bijbelse Noach uit Mesopotamië') in over de plannen van de Oppergoden om de mensheid (geschapen door Enki) te vernietigen met een zondvloed. De vloed die in de Soemerische, Assyrische, Babylonische, Griekse, Romeinse mythologie voorkomt alsmede in de Bijbel en de Koran, en die ook de Indiase Manu moest ondergaan. Manu werd van de vloed op de hoogte gebracht door de wijsheidsgod Vishnoe in zijn avatara (belichaming) als Matsya (vis).

Enki is ook de hoofdpersoon in een paradijsverhaal. Het paradijs wordt gesitueerd in Dilmun, hoewel dit land een werkelijk bestaande handelspartner van Sumer was, wordt Dilmun hier gezien als een land dat rein en klaar is en een land van de levenden waar sterfte onbekend is.

Sommige geleerden lezen in Adapa (de 'model-mens' van Enki) het Bijbelse Adama, of Adam.

Geschiedenis van Palestina (regio)

Dit artikel beoogt een overzicht te geven van de geschiedenis van de regio Palestina.

Palestina kan worden gedefinieerd als het zuidelijk deel van de Levant. Dit is al vanaf de prehistorie een druk doorgangs- en verblijfsgebied geweest van stammen en volkeren van diverse origine. In deze regio zijn daardoor herhaaldelijk verschillende culturen met elkaar in botsing gekomen. Tezelfdertijd was het gebied in veel opzichten een smeltkroes, waar de verworvenheden van de omringende culturen op elkaar inwerkten. Het gebied ligt op de overlappingszone van vier oude culturen: de Mesopotamische in het oosten, de Anatolische in het noorden, de Minoïsche in het westen en de Egyptische in het zuiden. Deze cultuurgebieden hebben grote invloed op de gebeurtenissen in Palestina uitgeoefend, wat leidde tot het opkomen en verdwijnen van verschillende rijken en stadstaten.

In de oudste, breedste, niet-politieke zin wordt hiermee 'het oude Palestina' aangeduid, een landstreek in het oude Kanaän die de huidige staten Israël en Palestina omvat, benevens delen van Jordanië, Syrië en Libanon. Zo opgevat lopen Palestina's grenzen van de Libanese kustplaats Sidon oostwaarts richting Damascus, naar het zuiden tot aan de Golf van Akaba, en dan in noordwestelijke richting naar Rafah aan de Middellandse Zee. Het gebied heeft talloze namen gehad in zijn vele millennia lange geschiedenis, waarvan Kanaän de oudst bekende is. Etnisch en politiek werd het gebied al gauw een onsamenhangend geheel vanwege de doortocht en intocht van meerdere volken. Deze deelden wel voldoende elementen in hun taal en hun cultuur om allen bij elkaar als Kanaänieten te worden beschouwd, al dient gezegd dat de heterogeniteit toenam naarmate de geschiedenis in dit gebied voortgang vond, en dat er veel conflicten zijn geweest.

Vanouds was het gebied, dat met "Kanaän" wordt aangeduid, variërend in omvang, maar altijd gelegen op het kruispunt van een groot cultureel netwerk, waarvan de hoofdpolen zich bevonden in Mesopotamië, Anatolië, het Oude Egypte en Minoïsch Kreta. Naarmate deze gebieden zichzelf ontwikkelden fungeerde Kanaän steeds meer als doorgangsgebied, en onderging het de invloed van al deze evoluerende culturen. Bovendien waren er vanouds rondtrekkende nomaden, die zowel handelsproducten als cultuurgegevens meevoerden. Verder stroomde op zeker moment omstreeks 2500 tot 2300 voor Chr. een golf van Indo-Europese volken, via de Kaukasus naar het zuidwesten en overspoelde uiteindelijk ook Kanaän.

Hebreeën (Bijbel)

Met Hebreeën (Hebreeuws" עִבְרִי, ʿivri of Iwri; Aramees: hubroye) worden in de Hebreeuwse Bijbel vroege of voorlopers van de Israëlieten aangeduid en later hun nakomelingen, de Joden. De aanduiding wordt 33 keer gebruikt.

JHWH

JHWH of JHVH komt van de Hebreeuwse lettercombinatie יהוה jod-hee-vav-hee en is in de Hebreeuwse Bijbel de naam van God. Deze lettercombinatie wordt ook wel tetragram(maton) genoemd (Grieks: τετραγράμματον, "vier letters").

Het tetragrammaton יהוה, JHWH bestaat uit matris lectionis (medeklinkers die klinkers aangeven) die een aanwijzing kunnen zijn dat het gaat om een cognaat object dat is afgeleid van היה, hayah, het Hebreeuwse koppelwerkwoord dat we ook kennen als het werkwoord "zijn". Dit woord wordt vaak vertaald in lijn met de traditie van de Septuagint, als "HEER". Maar omdat het vaak als bijstelling wordt gebruikt, of zelfs als status constructus (wat niet met zekerheid kan worden gezegd) met elohim, kan het duiden op "het zijn" of de "IK BEN" van God. De exacte betekenis is al duizenden jaren onderwerp van theologische speculatie.

Seïrgebergte

Het Seïrgebergte (Hebreeuws: הַר-שֵׂעִיר) bevindt zich tussen de Dode Zee en de Golf van Akaba en was de zuidoostelijke grens tussen Edom en het Koninkrijk Juda. Het kan ook de oudere historische grens zijn geweest van het Egyptische Rijk in Kanaän. In de tempel van Amenhotep III in Soleb (ca. 1380 v.Chr.) wordt een plaats "Seïr, in het land van Shasu" genoemd, waarvan wordt aangenomen dat deze dicht bij Petra lag.

Stele van Merenptah

De Stele van Merenptah (ook bekend als de Israël Stele of Overwinningsstele van Merenptah) is de achterzijde van een grote granieten stele, oorspronkelijk opgericht door de oud Egyptische koning Amenhotep III, maar later overschreven door Merenptah, die Egypte regeerde van 1213 tot 1203 v.Chr..

Thoetmosis III

Thoetmosis III of Thoetmozes III (ca. 1479 - 1425 v.Chr.) was de zesde farao in de 18e Dynastie van het Nieuwe Rijk in de Egyptische Oudheid. Zijn bekende naam Thoetmosis betekent: "(de god) Thot is geboren' Thoth" wat duidt op een geboorte van de prins op een bestaande religieuze feestdag in het begin van het Oudegyptische jaar. Zijn pas bij kroning aangenomen naam, Men-cheper-Re, betekent "Bestendig is de verschijning van Re". Het was sinds de 4e Dynastie gebruikelijk dat een koning bij zijn troonsbestijging een zogenaamde kroningsnaam aannam. Vanaf het Nieuwe Rijk werd daarin steevast een aspect van de zonnegod Ra verheerlijkt.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.