Septuagint

De Septuagint of Septuaginta, vaak afgekort tot LXX (70 in Romeinse cijfers), is de Griekse vertaling van de Tenach of Hebreeuwse Bijbel, die tussen circa 250 en 50 v.Chr. werd gemaakt.

P. Chester Beatty VI fragments, recto
De Chester Beatty Papyrus VII bevat stukken Deuteronomium
Codex vaticanus
De Septuagint: een kolom in unciaal schrift van 1 Ezra uit de Codex Vaticanus

Naam en ontstaan van de Septuaginta

Septuagint is Latijn voor zeventig en is afgeleid van interpretatio septuaginta virorum (Grieks: ὴ μετάφρασις τῶν ὲβδομήκοντα), vertaling van de zeventig mannen. De Septuagint dankt zijn naam aan een verhaal over het ontstaan van de Griekse Pentateuch (Torah), maar wordt nu algemeen gebruikt voor de Griekse vertaling van de gehele Hebreeuwse Bijbel.

Er zijn twee theorieën aangaande het vertalen van de Pentateuch in het Grieks. De eerste theorie is gebaseerd op de Brief van Aristeas.[1] De schrijver van deze brief zou de Egyptisch-Griekse farao-koning Ptolemaeus II Philadelphus hebben aangeraden om, nadat de beheerder van de bibliotheek hem op zijn beurt had aangeraden een kopie te verkrijgen van de Pentateuch (Torah), honderdduizend slaven vrij te laten om de Joden gunstig te stemmen. De koning zou zijn advies hebben opgevolgd, en er zouden zes joden van elke stam, in totaal 72, naar zijn hof zijn gekomen en samen de eerste vijf boeken van Mozes, de Pentateuch hebben vertaald in het Grieks. De joden aan het hof hoorden de vertaling aan en zagen dat hij conform was met het origineel.

Sinds de 17e eeuw (Humphrey Hody, 1684) wordt het historisch gehalte van de brief van Aristeas echter algemeen betwijfeld.[2] De meeste geleerden gaan ervan uit dat joden uit Alexandrië de Pentateuch in het Grieks vertaalden omdat Egyptische joden niet genoeg Hebreeuws meer kenden om de Pentateuch in de oorspronkelijke taal te lezen.

Het is opmerkelijk dat de laatste jaren de waarde van de Brief van Aristeas als een bron voor serieuze informatie over de Septuaginta door enkele geleerden hoger aangeslagen wordt.[3]

Na de Pentateuch werd vanaf de tweede eeuw v. Chr. tot de eerste eeuw na Chr. de rest van de Tenach in het Grieks vertaald.

Joodse visie: van succes tot rouw

De originele rabbijnse Septuagint bevat volgens Joodse bronnen slechts de eerste vijf boeken van Mozes, Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, terwijl de christelijke bronnen beweren dat de rabbijnen de gehele Tenach in het Grieks hebben vertaald. Ondertussen hebben dezelfde 72 rabbijnen in Talmoedtraktaat Megilla 9a en 9b vermeld dat vijftien passages van hun Septuagint-vertaling een op een naast de originele Hebreeuwse versie gelegd kunnen worden. De vijftien zijn:

  • Gen. 1:1
  • Gen. 1:26
  • Gen. 2:2
  • Gen. 5:2
  • Gen. 11:7
  • Gen. 18:12
  • Gen. 49:6
  • Ex. 4:20
  • Ex. 12:40
  • Ex. 24:5
  • Ex. 24:11
  • Lev. 11:6
  • Num. 16:15
  • Deut. 4:19
  • Deut. 17:3

In een tweede poging om, na een niet succesvolle poging 61 jaar eerder, de Torah in het Grieks te vertalen, verzamelde de Grieks-Egyptische koning Ptolemaeus II 72 rabbijnen en plaatste hen in 72 afzonderlijke ruimten. Zijn opdracht was dat iedere rabbijn een vertaling van de Torah in het Grieks aan hem moest leveren.

Op de achtste van de maand Tevet van Joodse jaar 3515 (246 v.Chr.) werden 72 versies geleverd, met inbegrip van identieke veranderingen op 13 plaatsen (waar zij ieder van mening waren dat een letterlijke vertaling een corruptie van de ware betekenis van Torah zou vormen). De traditie wil dat alle vertalingen identiek bleken, terwijl men nog wel stiekem onafhankelijk bepaalde veranderingen in de vertaling aangebracht zou hebben. Deze Griekse vertalingen werden Septuagint („van de zeventig”) genoemd.

Tijdens de Talmoedische periode werd het maken van de vertaling betreurd, zodat de Joodse datum 8 Tevet een vastendag werd.

Conflicten tussen joden en christenen

De LXX was gedurende het hellenisme en de eerste eeuwen van het christendom de belangrijkste en meest gebruikte Bijbelvertaling, zowel bij christenen als bij de joden. Bij de joden kreeg de vertaling na het jaar 100 een slechte naam, doordat christenen ermee trachtten aan te tonen dat Jezus Christus de voorzegde Messias was. De christenen hechtten bijvoorbeeld veel betekenis aan het Griekse woord parthenos, maagd, in Jesaja 7:14, terwijl er in het Hebreeuws almah staat, dat behalve maagd ook jonge vrouw kan betekenen.[4]

Na enkele pogingen de Hebreeuwse Bijbel opnieuw, maar dan letterlijker te vertalen – door Aquila (zeer letterlijk, maar daardoor onbegrijpelijk), door Symmachus en door Theodotion (een herziening van de LXX) – besloot men in de synagoge voortaan de Bijbel in het Hebreeuws te lezen en liet men de LXX aan de christenen. Men investeerde in Hebreeuws onderwijs aan de kinderen en het proces van standaardisering van wat uiteindelijk de Masoretische tekst zou gaan heten werd voortgezet.

Christelijke visie

Voor de christenen is de Septuagint van grote betekenis geweest bij hun zendingswerk. De meeste bekeerlingen in de eerste eeuwen waren namelijk Griekstalig en hadden met de LXX direct een vertaling tot hun beschikking van het Oude Testament, zoals de christenen de Tenach voortaan gingen noemen. Het belang van de LXX blijkt verder uit het feit dat veel citaten uit het Oude Testament in de nieuwtestamentische brieven en de evangeliën overeenkomen met de Septuagint en niet met een letterlijker vertaling van de Masoretische, Hebreeuwse tekst. Zo zijn in het Bijbelboek Matteüs alle aanhalingen uit het Oude Testament uit de Griekse LXX genomen en niet rechtstreeks uit het Hebreeuws.

De boeken van de Septuagint volgens het christendom

De Septuagint bevat meer boeken dan de Hebreeuwse Bijbel.

  1. Canonieke boeken. Alle boeken die algemeen erkend worden als deel van de Hebreeuwse Bijbel (Tenach) zijn ook onderdeel van de Septuagint, vertaald in het bevat de gehele in een vertaling in het Grieks. Deze vertaling wisselt wat mate van vrijheid betreft.
  2. Deuterocanonieke boeken: zijn 7 of 10 in getal, afhankelijk van hoe men ze indeelt. Deze boeken worden in de Oosters orthodoxe kerken en de Rooms-Katholieke kerk (die ze deuterocanoniek noemt) als gezaghebbend beschouwd, maar door protestanten niet.
  3. Apocriefe boeken: deze worden door de Rooms-Katholieke kerk en niet zelden door de Oosters-orthodoxe kerken als onecht beschouwd. (Psalm 151; 3 en 4 Makkabeeën, 1 (=3) Ezra; Psalmen van Salomo)
  4. Het boek Oden bestaat uit verschillende liederen die hoofdzakelijk gekopieerd zijn de Hebreeuwse Bijbel en deels uit de Deuterocanonieke boeken of het Nieuwe Testament. De meeste teksten zijn dus op zich niet apocrief, maar de toevoeging als afzonderlijk boek komt alleen in de oosters-orthodoxe kerken voor. Het was in deze vorm ook geen onderdeel van de oorspronkelijke Septuagint.

Herkomst en geschiedenis van de tekst

Vroegere tekstcritici veronderstelden dat de LXX een vertaling van de Masoretische tekst (MT) was. Door vergelijking met sommige Dode-Zeerollen is men tot de conclusie gekomen dat LXX (en Samaritaanse Pentateuch) enerzijds en Masoretische tekst anderzijds twee teksttypes vertegenwoordigen die allebei vertegenwoordigd zijn onder de Dode-Zeerollen. Tussen de Dode-Zeerollen bevinden zich zowel boekrollen die familie zijn van de Masoretische tekst, bijvoorbeeld 1QIsa a, de grote Jesajarol uit grot 1, als boekrollen die verwant lijken aan de LXX, bijvoorbeeld 4QSam b, een van de Samuëlrollen uit grot 4.

Van de LXX beschikt men over de volgende handschriften:

  • Van de voorchristelijke tekst zijn nog enkele fragmenten over met regels van Deuteronomium; de papyrus F266 en John Rylands Grieks 458.
  • Uit de eerste eeuw stamt de rol met kleine profeten van Nahal Hever, (132-135).
  • Uit de 2e en 3e eeuw zijn fragmenten over van de LXX op papyrus: Chester Beatty papyri, Oxyrhynchus papyri, Berlijnse Genesis; de Freer-collectie, en de Scheide papyri.
  • Uit de vierde eeuw stammen de perkamenten uncialen, Codex Alexandrinus (5e eeuw), de Codex Vaticanus en de Codex Sinaiticus die voor het eerst vrijwel de gehele Septuaginta bevatten.
  • Nog jonger is een grote hoeveelheid Byzantijnse minuskels.

De tekst van de LXX werd na de eerste eeuw door christenen bewaard en doorgegeven, en zoals bij elke tekst die wordt gekopieerd ontstonden er varianten. We weten van drie pogingen de tekst zo goed mogelijk te reconstrueren:

  • O: de recensie die teruggaat op Origenes. Deze zou stammen van de vijfde kolom van de Hexapla, het grote, helaas verloren gegane werk uit ca 240, waarin hij de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament naast de belangrijkste vertalingen van zijn tijd, waaronder de LXX, plaatste.
  • L: Rond 275 vervaardigde ook Lucianus van Antiochië, de presbyter die als martelaar stierf op 7 januari 312, een recensie van de LXX. Hij had, anders dan Origenes, geen wetenschappelijke maar praktische bedoelingen. Kenmerkend is dat hij nooit iets weglaat, waardoor nogal eens verdubbelingen zijn ontstaan.
  • C: Hiëronymus, die zelf de Bijbel uit het Hebreeuws naar het Latijn vertaalde (de Vulgaat), noemt nog een recensent, Hesychius. We weten niet veel van deze persoon af.

Varianten en omstreden boeken

Er zijn binnen de LXX vaak zulke verschillen, dat de moderne uitgave van de Septuaginta, de Deutsche Bibelgesellschaft, van veel boeken twee versies weergeeft: van Jozua 18 en van Richteren een versie uit Codex A en een uit B; Tobias één versie uit A en B en een andere uit codex S, zo ook bij Daniël. De wijsheid van Jezus Sirach heeft in de minuskels geregeld extra verzen, die in de uncialen en in het Hebreeuws ontbreken. Zoals bekend hebben de boeken Daniël en Ester in het Grieks extra hoofdstukken.
Ook het boek Psalmen heeft een psalm extra, Psalm 151. Merkwaardig is het verschil in telling met de masoretische tekst: In de LXX vormen psalm 9 en psalm 10 samen één psalm: 9. Vanaf daar loopt de nummering van de LXX voor op de masoretische tekst. Psalm 11(MT) is in de LXX psalm 10; psalm 145 van de LXX is "onze" 146. Psalm 146 bestaat in de LXX dan uit de eerste 11 verzen van de Masoretische tekst ("onze" tekst) van Psalm 147. Psalm 147 bestaat in de Septuaginta uit de tweede helft van onze 147. Van 148 t/m 150 van komt de nummering weer overeen, en volgt in de LXX Psalm 151; een lied van 7 verzen waarin David zijn overwinning op Goliath beschrijft. Uit de variabele samenstelling van de rollen met Psalmen die bij de Dode-Zeerollen zijn aangetroffen, valt op te maken dat de eindredactie van het boek Psalmen als geheel betrekkelijk laat heeft plaatsgevonden. De indeling in vijf boeken is echter in de LXX hetzelfde als in de MT.

Gebruik, vertaling, gezag

Vanaf de tweede eeuw werd in het Westen gebruikgemaakt van allerlei Latijnse vertalingen, de Vetus Latina. Dit zullen wat het Oude Testament betreft vertalingen van de LXX geweest zijn. Van 390 tot 405 werkte Hiëronymus van Stridon in opdracht van paus Damasus I aan de officiële Latijnse Vulgata. Hiervoor vertaalde hij het Oude Testament uit het Hebreeuws. Van de door hem deuterocanonieke boeken genoemde boeken reviseerde hij de bestaande Latijnse vertaling met behulp van het Griekse origineel in de LXX. In de Vulgaat zette hij de boeken, enkele uitzonderingen daargelaten, in de volgorde van de LXX, die afwijkt van de joodse indeling.

Tegenwoordig is de LXX de standaardtekst voor de Oosters-orthodoxe Kerk. Bijbelvertalingen van het OT maken gebruik van de Masoretische grondtekst en alleen in twijfelgevallen van de LXX en andere oude vertalingen.

De deuterocanonieke boeken worden vertaald vanuit de Septuagint. Deze deuterocanonieke boeken hebben in de Rooms-Katholieke kerk gezag in de versie van de Vulgaat, dat komt erop neer dat men de LXX als brontekst neemt. In de protestantse kerken gelden ze als apocrief, als niet-geïnspireerde gedachten van mensen.

  • Van het boek de Wijsheid van Jezus Sirach kent men 2/3 van het oorspronkelijke Hebreeuws uit de kelder van een synagoge en van Massada. Voorts is er een Syrische versie die onafhankelijk van de LXX is ontstaan.
  • Van het boek Tobit zijn er bij de Dode-Zeerollen Hebreeuwse en Aramese snippers gevonden.
  • De boeken I Makkabeeën, Judith en (deels?) Baruch zijn waarschijnlijk oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven, maar er zijn geen Hebreeuwse of Aramese handschriften bewaard gebleven.
  • Van de boeken II Makkabeeën, Wijsheid van Salomo en de aanvullingen op Ester en Daniël wordt aangenomen dat ze in het Grieks zijn geschreven.

Belang van de LXX

Los van de vraag of men haar gezag wil toekennen, is de LXX van belang voor de wetenschap:

  • Door de LXX beschikken we over de inhoud van het Oude Testament in de taal van het Nieuwe. Dat is belangrijk voor woordstudies, bijvoorbeeld thora, leer, is in de LXX vertaald met nomos, wet. Dat bevestigt dat in het NT het woord nomos soms beter met leer, onderwijs kan worden vertaald. Een ander woord is het Hebreeuwse chesed (goedertierenheid) dat in de LXX eleos, barmhartigheid is (en niet charis, genade).
  • Tekstkritiek: af en toe is een fout in de Masoretische Tekst te reconstrueren met behulp van de LXX. Een voorbeeld is Psalm 145:13, waar de reconstructie die men met behulp van de LXX had gemaakt, door de Dode-Zeerollen wordt bevestigd.[5]
  • Citaten: soms wordt in het Nieuwe Testament nogal vrij geciteerd: er worden twee teksten gecombineerd of er wordt een nieuwe betekenis in de tekst gelegd, dan wel herkend. Met name in de Brief aan de Hebreeën en het hierboven al genoemde evangelie volgens Matteüs echter blijken de citaten niet slordig, maar zijn de verschillen te verklaren met behulp van de LXX.[6]
  • Ontwikkeling dogmatiek: een toch niet onbelangrijk leerstuk als de opstanding van de doden wordt in het Oude Testament eigenlijk alleen in het late boek Daniël geleerd. In de apocriefen zien we het onderwerp zich ontwikkelen.[7] Jezus en de apostelen onderwijzen het ook.
  • Geschiedenis van de intertestamentaire periode: met name de boeken van de Makkabeeën zijn, met Flavius Josefus, de belangrijkste informatiebron over deze periode.

Uitgaven van de Septuaginta

Tekstuitgaven

Vanaf de uitvinding van de boekdrukkunst is de Septuaginta in talrijke edities verschenen.[8] De bekendste handuitgave is die van Alfred Rahlfs (1935), die onlangs door Robert Hanhart herzien is (2006). De uitgave Rahlfs is ook in allerlei computerprogramma’s beschikbaar (Accordance, Logos, Bible Works) en toegankelijk via internet. Van Rahlfs-Hanhart geldt dit in mindere mate.

  • A. Rahlfs (ed.), Septuaginta, id est Vetus Testamentum graece iuxta LXX interpretes (Stuttgart: Privilegierte Württembergische Bibelanstalt 1935);
  • A. Rahlfs, R. Hanhart (eds.), Septuaginta: Editio altera (Stuttgart: Deutsche Bibelgesellschaft, 2006).
  • G.A. Lanier, W.A. Ross (eds.), Septuaginta: A Reader’s Edition, 2 vols. (Peabody, Mass.: Hendrickson, 2018). Dit is een uitgave waarbij onderaan de pagina Griekse woorden die minder dan 100x voorkomen, zijn geannoteerd met Engelse vertaling.

Naast de handuitgaven zijn er ook kritische uitgaven in meerdere delen. De twee bekendste zijn de “Cambridge-Septuagint” (een diplomatieke editie, d.w.z. voornamelijk gebaseerd op één handschrift) en de “Göttingen-Septuagint” (een eclectische editie, d.w.z. een geheel gereconstrueerde “oertekst.”

  • A. E. Brooke, N. McLean and H. St. J. Thackeray (eds.), The Old Testament in Greek According to the Text of Codex Vaticanus (Cambridge: CUP, 1906-1940);
  • Septuaginta: Vetus Testamentum graecum auctoritate societatis litterarum gottingensis editum (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht), waarvan nog steeds delen verschijnen.

Een uitgebreidere beschrijving van de kritische edities vindt men op de website van de International Organization for Septuagint and Cognate Studies (Critical Editions of Septuagint / Old Greek Texts).

Moderne vertalingen van de Septuaginta

Wie zonder veel kennis van het Grieks de Septuaginta wil lezen, wordt gediend door vertalingen in moderne talen. In het Nederlands zijn er slechts gedeelten van de Griekse tekst in vertaling beschikbaar.

  • De Griekse tekst van het Oude Testament (eds. Chr. Fahner en J. Poeder; Utrecht: De Banier 1999-) Hiervan zijn Genesis en Leviticus verschenen. Deze uitgave biedt van de Hebreeuwse tekst de Statenvertaling terwijl de Griekse tekst slechts is geglost en geen leesbare tekst vormt. Genesis 1:2a luidt bijvoorbeeld: “en / maar / ook / want aarde / aardrijk / land / veld zijn (…) onzienlijk / onzichtbaar en (wel) / maar / echter / ook / daar / niet voorbereid / onbewerkt / eenvoudig.”
  • Christofoor Wagenaar, Het Boek der Psalmen naar de Septuagint, uit het Grieks vertaald en van aantekeningen voorzien (Schrift en Liturgie 12; Bonheiden: Abdij Bethlehem, 1988). Deze vertaling is goed voorleesbaar vanwege haar liturgisch oogmerk.
  • Pieter Oussoren, De Bijbel van Jezus. Genesis 1-13 vertaald uit de Septuaginta, Uitgeverij Skandalon, Vught 2017 (De tekst is online te raadplegen en te vergelijken met de Hebreeuwse vertaling van Oussoren.)

In andere Europese talen bestaan er recente vertalingen van de complete Septuaginta.

Spaans: La Biblia griega: Septuaginta, I-IV (eds. Natalio Fernández Marcos and M.a Victoria Spottorno Díaz-Caro; Biblioteca de Estudios Bíblicos 125-128; Salamanca: Sígueme, 2008-2015)

Elk Bijbelboek wordt voorafgegaan door een uitvoerige inleiding. Het notenapparaat is beknopt. Verschillen ten opzichte van de Masoretische Tekst worden niet aangegeven. Een bijzonderheid is dat van Samuel-Koningen de zgn. “Antiocheense tekst” in vertaling wordt geboden.

Duits: Septuaginta Deutsch: Das griechische Alte Testament in deutscher Übersetzung (eds. W. Karrer & W. Kraus; Stuttgart: Deutsche Bibelgesellschaft, 2009). Verschillen ten opzichte van de Masoretische Tekst worden in de tekst gemarkeerd.

Deze uitgave wordt vergezeld door twee delen toelichting en aantekeningen (Erläuterungen und Kommentare I und II) voorzien van uitvoerige literatuuropgaven. De nadruk ligt op de interpretatie van de Septuaginta als theologisch en historisch document.

Frans: La Bible d’Alexandrie (Paris: Cerf, 1986-)

Een groot project, waarbij de meeste Bijbelboeken in aparte delen zijn verschenen. Zeer uitvoerige inleidingen, uitgebreide noten. Verschillen ten opzichte van de Masoretische Tekst worden niet aangegeven in de tekst (wel gesignaleerd in de noten). De nadruk ligt op de doorwerking van de Septuaginta in de oud-christelijke traditie, met name de kerkvaders.

Engels: A. Pietersma, B.G. Wright, New English Translation of the Septuagint (Oxford: OUP, 2007), ook online beschikbaar.

Deze vertaling is gebaseerd op de gedachte dat de Septuaginta een soort “interlineaire vertaling” van het origineel is, die nooit bedoeld was als een zelfstandige tekst. Deze vertaling doet daarom de vreemdheid van de Septuaginta (voor de toenmalige Griekse lezers) uitkomen.

De Septuaginta en de Lage Landen

Nederland en België zijn al vele tientallen jaren centra van Septuaginta-onderzoek, met name aan de universiteiten van Leiden en Leuven. Het is ook opmerkelijk dat verschillende vooraanstaande onderzoekers, die elders naam hebben gemaakt, van oorsprong uit de Lage Landen komen. We kunnen denken aan Isaac Leo Seeligman (Israel), Emanuel Tov (Israel), John William Wevers (Canada), Albert Pietersma (Canada), Kristin De Troyer (Oostenrijk) en Jan Joosten (Engeland).

Zie ook

Externe links

Literatuur

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Thalien M. de Wit-Tak, De oorsprong van de Griekse Bijbel: De brief van Aristeas over het ontstaan van de Septuagint ("Christelijke bronnen 7"; Kampen: Kok 1995)
  2. S. Jellicoe (1968): The Septuagint and Modern Study (Oxford University Press, 31vv
  3. Bijv. N. L. Collins (2000): The Library in Alexandria and the Bible in Greek VTSup 82; Brill
  4. Bijbelse encyclopedie, Kok, Kampen, 3e ed 1979
  5. zie voetnoot NBV
  6. Aanhalingen, Bijbelse encyclopedie, Kok, Kampen, 3e druk, 1979, Kok Kampen
  7. P. Beentjes, de wijsheid van Salomo, KBS/VBS,1987, bladzijde 24, 29
  8. E. Würthwein, The Text of the Old Testament. An Introduction to the Biblia Hebraica (London: SCM Press, 1979), 72-74
  1. Thalien M. de Wit-Tak, De oorsprong van de Griekse Bijbel: De brief van Aristeas over het ontstaan van de Septuagint ("Christelijke bronnen 7"; Kampen: Kok 1995)
  2. S. Jellicoe (1968): The Septuagint and Modern Study (Oxford University Press, 31vv
  3. Bijv. N. L. Collins (2000): The Library in Alexandria and the Bible in Greek VTSup 82; Brill
  4. Bijbelse encyclopedie, Kok, Kampen, 3e ed 1979
  5. zie voetnoot NBV
  6. Aanhalingen, Bijbelse encyclopedie, Kok, Kampen, 3e druk, 1979, Kok Kampen
  7. P. Beentjes, de wijsheid van Salomo, KBS/VBS,1987, bladzijde 24, 29
  8. E. Würthwein, The Text of the Old Testament. An Introduction to the Biblia Hebraica (London: SCM Press, 1979), 72-74
Ahasveros

Ahasveros (Hebreeuws: אֲחַשְׁוֵרוֹשׁ, ʼAḥašvērōš of ʼAẖašwērōš, in de Septuagint: Ασουηρος, Asouēros in the Septuagint) is een naam die in de Hebreeuwse Bijbel verschillende keren wordt gebruikt voor een heerser. De naam komt ook voor in hieraan gerelateerde legendes en sommige apocriefen van het Oude Testament.

Apocrief

De term apocrief is afkomstig van het Griekse woord ἀπόκρυφος (apókruphos) dat de betekenis heeft van "verborgen" . In die zin werd de term ook gehanteerd in de eerste eeuwen van de jaartelling. Het duidde het "verborgen", geheime of esoterische karakter van een tekst aan of van de leer en opvattingen die daarin beschreven werden.

Apocriefen van het Oude Testament

Apocriefen van het Oude Testament (Grieks: ἀπόκρυφος, apokruphos: geheim, verborgen), is een term waarmee bepaalde boeken worden aangeduid die aanvankelijk door sommigen als onderdeel van het Oude Testament van de Bijbel werden beschouwd, maar uiteindelijk niet in de canon van de Bijbel zijn opgenomen.

Protestanten noemen daarnaast ongeveer tien boeken apocrief, die gezaghebbend zijn in andere kerken, zoals de oosters-orthodoxe kerken en de Rooms-Katholieke Kerk. De laatstgenoemde noemt deze boeken deuterocanoniek, dat wil zeggen ‘in tweede instantie aan de canon toegevoegd’. Deze boeken zijn in de regel ontstaan in de periode tussen Oude Testament en Nieuwe Testament in.

In de Nieuwe Bijbelvertaling zijn het elf boeken: het aantal hangt ervan af of men de brief van Jeremia als hoofdstuk van Baruch en het Gezang van drie mannen in de vurige oven als hoofdstuk van Daniël beschouwt, of dat men deze als aparte boeken rekent.

Baruch (boek)

Baruch (Hebreeuws: בָּרוּך, "Gezegend") is een van de deuterocanonieke boeken in de Septuagint en in de Vulgaat, maar niet in de Tenach hoewel het wel in de versie van Theodotion voorkomt. Het boek telt zes hoofdstukken en is ingedeeld bij de zogeheten grote profeten.

Men neemt aan dat het kort na de periode van de Makkabeeën is geschreven, dus zo rond 100 v.Chr. Het wordt toegeschreven aan Baruch, de secretaris van de profeet Jeremia, die echter enkele eeuwen eerder leefde. Waarschijnlijk werd met het gebruik van de namen Baruch en Jeremia gepoogd, het boek in de oudtestamentische traditie te plaatsen.

Bijbelboek

Met de term Bijbelboeken worden alle boeken bedoeld waaruit de Bijbel is opgebouwd.

Het protestantse christendom erkent 66 boeken als behorende tot de Bijbel: 39 in het Oude Testament en 27 in het Nieuwe Testament. De 39 boeken van het Oude Testament vormen in een andere volgorde eveneens de joodse Tenach.

Deze telling is vrij willekeurig. Zo is de splitsing van de boeken Samuel en Koningen uit de Septuagint afkomstig, terwijl de splitsing van de boeken der Kronieken pas in de 16e eeuw ontstond.

Canon van de Bijbel

De canon van de Bijbel is een lijst van boeken die als doctrinaire autoriteit worden beschouwd binnen het christendom. De canon van het protestantse christendom omvat zowel de (gewoonlijk) 39 boeken die binnen het Jodendom als canon worden beschouwd - de zogenaamde Hebreeuwse Bijbel, ook wel Tenach en binnen het Christendom Oude Testament genoemd - als de (gewoonlijk) 27 boeken van het Nieuwe Testament. Het woord "canon" stamt via het Griekse κανών (kanoon: richtsnoer, maatstaf) uit het Hebreeuws: קנה (kaneh: een standaard maat).

Dit vindt zijn oorsprong in wat de joden tijdens de eeuwen rond het begin van de christelijke jaartelling als gezaghebbende boeken beschouwden.

In de Griekse vertaling van de joodse of Hebreeuwse Bijbel (de Septuagint) die omstreeks 150 v.Chr. verscheen staan meer boeken dan in de canon, zoals die gaandeweg groeide. De rabbijnen van Jamnia hebben waarschijnlijk niet een canon opgesteld, maar een canon bevestigd die reeds gegroeid was.

Men stelde de volgende criteria:

Er moest een Hebreeuwse tekst beschikbaar zijn.

Ezra moet het boek hebben geaccepteerd.Bij 1: Van het afgewezen boek Wijsheid van Jezus Sirach beschikken we over 2/3 van de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst. We beschikken over snippers van de Hebreeuwse tekst van Tobit en Judit. 1 Makkabeeën zal ook in het Hebreeuws geschreven zijn, maar alleen de Griekse tekst is nog behouden. 2 Makkabeeën, Wijsheid van Salomo en de aanvullingen op Daniël en Ester zijn in het Grieks opgesteld.

Bij 2: Wijsheid van Jezus Sirach, en de boeken van de Makkabeeën kunnen gezien de datering in de tweede eeuw die ze zelf geven, nooit bij Ezra bekend zijn geweest. Tegenwoordig wordt dat van sommige canonieke boeken, zoals Prediker echter ook in twijfel getrokken.

Tegenwoordig wordt de historiciteit van een synode van Jamnia die rond AD 100 over de Hebreeuwse canon zou hebben beslist, betwist. Waarschijnlijk was al lang duidelijk welke boeken men op wilde nemen, en is gesproken over waarom en niet over of een bepaald boek moest worden opgenomen.Aanvankelijk volgden de christenen de Septuagint als gezaghebbende bundel.

Hiëronymus van Stridon nam naast Oude Testament en Nieuwe Testament

op aandrang van Augustinus van Hippo en de Paus ook de door hem deuterocanoniek ('in tweede instantie aan de canon toegevoegd') genoemde boeken op. Het concilie van Trente stelde vast dat de Vulgaat samenviel met de rooms-katholieke canon. De Hervormers echter stelden het Oude Testament gelijk aan de Hebreeuwse canon.

Verschillen tussen de canon van Katholiek en protestant zijn er uitsluitend over het Oude Testament.

Wat betreft de canon van het Nieuwe Testament bestaat binnen de christelijke kerken geen verschil van mening. Deze canon kreeg een officieel karakter in de Paasbrief van de Alexandrijnse bisschop Athanasius in 367, waarin deze de 27 boeken van het Nieuwe Testament als gezaghebbend voor de christelijke kerk aanmerkte. Latere concilies hebben dit steeds bevestigd.

De boeken die uiteindelijk niet tot de canon gerekend worden staan bekend als apocrief.

Codex Alexandrinus

De Codex Alexandrinus (Londen, British Library), Codex A (02) is een Grieks Bijbelhandschrift uit de 5e eeuw. Het handschrift bevat bijna de gehele Bijbel, namelijk de meerderheid van de Septuagint (het Griekse Oude Testament) en het Nieuwe Testament. Samen met de Codex Sinaiticus en de Codex Vaticanus, is het een van de oudste en volledigste Bijbelse handschriften. Het is genoemd naar Alexandrië, waar het zich een aantal jaren bevond, voordat Groot-Brittannië het in de 17e eeuw in handen kreeg.

Codex Ephraemi Rescriptus

De Codex Ephraemi Rescriptus (Parijs, Bibliothèque nationale de France Ms. Gr. 9); Codex C (04) is een vroeg-5e-eeuws Grieks handschrift van de Bijbel, een van de vier belangrijkste grote Griekse Bijbelse handschriften die met hoofdletters op perkament zijn geschreven, zie Codex Sinaiticus, Codex Alexandrinus en Codex Vaticanus.

Codex Sinaiticus

De Codex Sinaiticus (Codex א) is een manuscript van de christelijke bijbel geschreven in unciaal Grieks en daterend van het midden van de 4e eeuw (330–350).

Het Oude Testament is in de Septuagint-versie weergegeven. Het Nieuwe testament is geschreven in het koiné. Codex betekent ‘boek’. Codex Sinaiticus is dus het ‘boek van de Sinaï’. Het manuscript werd gevonden in het Katharinaklooster in de Sinaïwoestijn in Egypte waar het vele eeuwen bewaard was.

Dit Bijbelhandschrift bevatte oorspronkelijk de gehele versie van beide Testamenten, nu zijn er uit het Oude Testament of Septuagint slechts gedeelten bewaard gebleven. De Codex bevat het oudste volledige exemplaar van het Nieuwe Testament.

De datering van de Codex Sinaiticus is gebaseerd op de studie van het handschrift, de zogenaamde paleografische analyse. Alleen één ander bijna volledig manuscript van de christelijke bijbel namelijk de Codex Vaticanus, bewaard in de Vaticaanse Bibliotheek in Rome, dateert van dezelfde vroege periode.

Codex Vaticanus

De Codex Vaticanus (Vaticaanstad, Biblioteca Apostolica Vaticana; ook Codex B of Codex 03 genoemd;03 is de indeling volgens Gregory-Aland) is een van de oudste nog bestaande Bijbelse handschriften. Het dateert uit de 4e eeuw, en is geschreven met hoofdletters (uncialen) op perkament.

Deuterocanonieke boeken

Er zijn tien (of volgens sommigen elf) boeken die, hoewel ze niet tot de Hebreeuwse canon behoren, door de katholieke kerk en de oosters-orthodoxe kerken gezaghebbend worden geacht. Deze boeken worden deuterocanonieke boeken genoemd.

Ze zijn ontstaan in de periode tussen de Hebreeuwse Bijbel en het Nieuwe Testament in. Het zijn boeken uit de Septuagint (de tussen ca. 225 en 100 v.Chr. gemaakte Griekse vertaling van het Oude Testament) die Hiëronymus pas na aandringen van Augustinus van Hippo en Paus Damasus I in de Vulgaat heeft opgenomen. Hiëronymus noemde deze boeken "apocrief", maar had daarmee geen negatieve bijbedoeling.Het Concilie van Ferrara-Florence (1441) en het Concilie van Trente (1546) stelden nog eens dat de Vulgaat de norm was en bevestigden daarmee het gezag van deze boeken. De verklaring te Trente kan gezien worden als een reactie op de protestantse Bijbelvertalingen die in de decennia ervoor waren vervaardigd, waaronder de Lutherbijbel (1534). Maarten Luther en andere hervormers erkenden de tien boeken niet als gezaghebbend en sindsdien worden ze door protestanten "apocrief" genoemd, waardoor het woord "apocrief" een negatieve bijklank kreeg. De van jood tot katholiek bekeerde theoloog Sixtus van Siena vond de term deuterocanoniek uit in 1566, waarmee hij ze in tweede instantie tot de canon wilde rekenen (Gr. deuteros = tweede); bovendien gaf Sixtus een engere, rooms-katholieke betekenis aan het woord "apocrief", namelijk enkele oudtestamentische boeken die ook volgens de Rooms-Katholieke Kerk niet gezaghebbend waren.het gaat om de volgende geschriften:

Tobit

De wijsheid van Jezus Sirach

Toevoegingen bij Daniël

Toevoegingen op Ester

I Makkabeeën

II Makkabeeën

Judit

De wijsheid van Salomo

Baruch

Brief van Jeremia

Het gebed van Manasse

Exegese

Exegese betekent tekstuitleg, in het bijzonder van Bijbelse teksten. De Catholic Encyclopedia omschrijft exegese als de tak van theologie die de ware zin van de Heilige Schrift onderzoekt en uitdrukt. De exegese van de Koran wordt Tafsir genoemd. Voor zover tekstverklaring bepaald wordt door het projecteren van eigen vooronderstellingen, spreekt men van eisegese (inlegkunde).

Hexapla

De Hexapla is een studiebijbel van het Oude Testament, samengesteld en geschreven door Origenes (185 - 253/254). De Hexapla bestaat uit een aantal kolommen waarin, naast elkaar, verschillende Joodse versies en Griekse vertalingen van de Bijbel opgenomen zijn. Hoewel het aantal gebruikte kolommen uiteenloopt, werden er voor de meeste gedeelten zes kolommen gebruikt. Vandaar de naam Hexapla (wat zesvoudig betekent).

In het algemeen bevatten de kolommen de volgende versies van het Oude Testament:

de Hebreeuwse tekst in de vorm die op dat moment als standaard gold

een Griekse transliteratie van deze tekst

de Griekse vertaling van Aquila

de Griekse vertaling van Symmachus de Ebioniet

de Septuagint in een door Origenes zelf herziene versie

en de Griekse vertaling van Theodotion.De Hexapla is waarschijnlijk nooit in zijn geheel overgeschreven, enkel fragmenten ervan. Enkele van die fragmenten zijn bewaard gebleven.

JHWH

JHWH of JHVH komt van de Hebreeuwse lettercombinatie יהוה jod-hee-vav-hee en is in de Hebreeuwse Bijbel de naam van God. Deze lettercombinatie wordt ook wel tetragram(maton) genoemd (Grieks: τετραγράμματον, "vier letters").

Het tetragrammaton יהוה, JHWH bestaat uit matris lectionis (medeklinkers die klinkers aangeven) die een aanwijzing kunnen zijn dat het gaat om een cognaat object dat is afgeleid van היה, hayah, het Hebreeuwse koppelwerkwoord dat we ook kennen als het werkwoord "zijn". Dit woord wordt vaak vertaald in lijn met de traditie van de Septuagint, als "HEER". Maar omdat het vaak als bijstelling wordt gebruikt, of zelfs als status constructus (wat niet met zekerheid kan worden gezegd) met elohim, kan het duiden op "het zijn" of de "IK BEN" van God. De exacte betekenis is al duizenden jaren onderwerp van theologische speculatie.

Numeri

Numeri (Latijn: "getallen", naar de Griekse benaming in de Septuagint: Ἀριθμοί, arithmoi, "tellingen") is het vierde boek van de Hebreeuwse Bijbel. In het Hebreeuws wordt het במדבר, bəmidbar, "in de wildernis" genoemd, naar wat in de Hebreeuwse versie het eerste woord van het boek is. Het behandelt de gebeurtenissen van de Israëlieten gedurende hun verblijf van 40 jaar in de woestijn.

Psalm 151

De 150 psalmen die in Nederlandse vertalingen van de Bijbel het boek Psalmen vormen, volgen de tekst en nummering van de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach. In de Septuagint is echter sprake van een extra psalm, psalm 151, die niet in de Tenach is opgenomen. Het is een lied van zeven verzen over Davids overwinning op de Filistijnse reus Goliath. In de Dode Zeerollen is de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst van deze psalm teruggevonden (samen met nog enkele andere, daarvoor nog onbekende psalmen) en heet 11QPs, naar de grotnummer (11) en plaatsnaam (Qumran).

Het opschrift boven de psalm noemt David als de auteur ervan. De betrouwbaarheid van dit opschrift is niet meer te achterhalen, maar de psalm moet in verband met de datering van de Septuagint in elk geval ontstaan zijn vóór de tweede of derde eeuw voor het begin van onze jaartelling.

Rafaël (aartsengel)

Rafaël of Raphaël (Grieks: Ραφαηλ, Raphael, in de Septuagint de vertaling van het Hebreeuwse: רְפָאֵל, rephaël, "God geneest", "God bewijst zich als arts") was een engel, later aartsengel in het jodendom en christendom.

Tobit

Tobit of Tobia is een boek dat als deuterocanoniek boek deel uitmaakt van het Oude Testament in de katholieke en orthodoxe traditie. De meeste protestanten beschouwen het als een apocrief geschrift.

Het boek maakte ook deel uit van de Griekse vertaling van de Bijbel de Septuagint en is waarschijnlijk geschreven tussen 225 en 175 v. Chr. Bij Qumran zijn fragmenten gevonden van Tobit in de Aramese en Hebreeuwse taal. De oorspronkelijke versie zal in een van deze talen zijn geschreven, maar is ons verder onbekend. Er zijn twee versies van de Griekse vertaling; de korte versie wordt gevonden in de Codex Vaticanus en in de Codex Alexandrinus; de langere in de Codex Sinaïticus. Men neemt aan dat de langere, minder verzorgde versie dichter bij het origineel staat.

Vulgaat

De Vulgaat (Editio Vulgata) is een belangrijke Bijbelvertaling in het Latijn. Ze is door Hiëronymus in opdracht van paus Damasus gemaakt en kwam tussen 390 en 405 na Christus tot stand. De Vulgaat dankt zijn naam aan de uitdrukking versio vulgata voor 'volkse versie'. Dat heeft betrekking op Vulgair Latijn. De Vulgaat is in alledaags Latijn (sermo humilis) geschreven, dus anders dan in het elegante Latijn, dat bijvoorbeeld Cicero sprak, het literaire Latijn waar Hiëronymus een meester in was. Dat was bewust. De Vulgaat werd gemaakt om een meer accurate en beter te begrijpen editie te krijgen dan zijn voorgangers, de Oud Latijnse vertalingen of Vetus Latina. Het was de eerste en eeuwenlang de enige christelijke Bijbelvertaling die het Oude Testament uit het oorspronkelijke Hebreeuws vertaalde in plaats van uit de Griekse Septuagint.

Het Vaticaan aanvaardde vanaf 1546 bij het Concilie van Trente deze editie als enige gezaghebbende, met als gevolg dat katholieke vertalingen van de Bijbel gebaseerd op het Oudgrieks en het Hebreeuws, op de oorspronkelijke talen en op modern inzicht in het vertalen tot na de encycliek Divino Afflante Spiritu (1943) moesten wachten. Veel vertalingen in het Nederlands zijn dan ook op de Vulgaat gebaseerd.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.