Salomo

Salomo of Salomon (Hebreeuws: שְׁלֹמֹה Šəlomoh, Arabisch: سليمان Sulaymān; Grieks: Σολομών Solomōn) was volgens de Hebreeuwse Bijbel de derde en laatste koning van het Verenigd Koninkrijk Israël en volgens de Talmoed een van de 48 profeten. Hij was een zoon van David en Batseba. Na zijn dood werd zijn rijk opgesplitst in het noordelijke Koninkrijk Israël en het zuidelijke Koninkrijk Juda, waarbij zijn patrilineaire nakomelingen enkel over Juda regeerden.

Salomo is het onderwerp van vele latere referenties en legendes. Volgens de overlevering in de Hebreeuwse Bijbel bouwde Salomo de eerste tempel in Jeruzalem en was hij een zeer wijs, rijk en machtig koning, maar vanwege zonden als polygamie, afgoderij en het zich afwenden van JHWH eindigde zijn regering in conflicten, die direct na zijn dood leidden tot een scheuring van zijn rijk.

In de Koran is hij een Profeet, bekend als Sulaiman. In de Arabische en Perzische literatuur zijn nog vele verhalen overgeleverd over de wijsheid, rijkdom en magische krachten die Suleiman bezeten zou hebben, zoals het kunnen praten met dieren.

In het christendom wordt de regering van Salomo en de voorspoed die er toen was wel gezien als een voorafschaduwing van de regering van de Messias tijdens het Duizendjarig vrederijk.

Salomo
- - 932 v. Chr.
Salomonsoordeel, fresco in Styria (Oostenrijk)
Salomonsoordeel, fresco in Styria (Oostenrijk)
Koning van Israël
Periode 972-932 v. Chr.
Voorganger David
Opvolger Jerobeam (Israël) en Rechabeam (Juda)
Vader David, stam Juda
Moeder Bathseba
Dynastie Huis van David
Bron: I Koningen 1-11, I Kronieken 23-II Kronieken 9

Leven

Over het vroege leven van Salomo wordt in de Hebreeuwse Bijbel enkel gezegd dat hij werd verwekt door David, toen deze Batseba troostte na het overlijden van hun zoon die uit hun overspel was geboren. Hier wordt Salomo Jedidiah (Hebreeuws: יְדִידְיָהּ) genoemd, "Lieveling van de Heer", omdat JHWH hem liefhad.[1]

Troonopvolger van David

Toen David op hoge leeftijd was gekomen, ging de kwestie over zijn troonsopvolging spelen. Salomo's halfbroer Adonia "liet ... zich erop voorstaan dat hij koning zou worden". Toen deze een groot feest aanrichtte, leidde dat tot het gerucht dat Adonia buiten medeweten van David tot koning was uitgeroepen. De profeet Natan vertelde dit aan Salomo's moeder Batseba, die hierop naar David ging en hem vroeg hoe het zat in relatie tot zijn belofte Salomo op de troon te zetten (een belofte die nergens anders wordt aangetroffen en waarover wordt aangenomen dat het een list was van Batseba). Hierna liet Natan zich aandienen en kaartte hetzelfde aan. Hierop vaardigde David instructies uit aan Natan en Sadok om Salomo te zalven tot koning.[2]

Koning

Na het overlijden van David installeerde Salomo zich officieel als koning.[3] Hoewel Adonia Salomo erkende als koning, vroeg hij kort na het overlijden van David of hij mocht trouwen met Abisag, die David in zijn laatste levensfase had verzorgd. Salomo zag hierin een bedreiging van zijn koningschap en gaf zijn generaal Benaja opdracht Adonia te executeren.[4] Salomo verordende een bloedige zuivering van personen van wie Salomo dacht dat zij een bedreiging vormden voor zijn macht, zoals Davids legeraanvoerder Joab. David had Salomo op zijn sterfbed een soort dodenlijst gegeven, die Salomo getrouw afwerkte, ook al kon het jaren duren voordat de feitelijke executie plaatsvond.

Salomo koos voor een strategisch huwelijk met de dochter van de farao van Egypte.[5]

Legendarische wijsheid

Toen Salomo in een droom van JHWH een wens mocht doen en mocht kiezen wat hij maar wilde, koos Salomo voor wijsheid. Omdat hij niet koos voor rijkdom, een lang leven of de dood van zijn vijanden, schonk JHWH hem niet alleen de gevraagde wijsheid, maar ook rijkdom en roem en een lang leven zolang hij zich hield aan de geboden van JHWH.[6] Het verhaal over deze wens wordt direct gevolgd door het beroemde verhaal van het salomonsoordeel.

'The Visit of the Queen of Sheba to King Solomon', oil on canvas painting by Edward Poynter, 1890, Art Gallery of New South Wales
De koningin van Seba bezoekt koning Salomo', olie op canvas schilderij van Edward Poynter, 1890

Volgens het verhaal over de koningin van Seba was de roem van zijn wijsheid zo wijdverbreid dat zij uit haar verre land naar Salomo afreisde om zijn wijsheid op de proef te stellen met raadsels.[7]

De Bijbelboeken Prediker, Spreuken - die tot de wijsheidsliteratuur worden gerekend - en Hooglied worden traditioneel toegeschreven aan Salomo. Tegenwoordig wordt aangenomen dat de boeken een latere (2e - 3e eeuw v.Chr.) compilatie zijn van verschillende geschriften die in omloop waren. Overigens kunnen onder deze bundels heel goed originele geschriften van Salomo zijn geweest maar werd zijn naam aan de hele compilatie gegeven. In de Joods-christelijke traditie zijn enkele apocriefen en pseudepigrafen uit later tijd op naam van Salomo gezet, namelijk:

  • De wijsheid van Salomo, een apocrief bij het Oude Testament
  • Psalmen van Salomo, een (Joodse) verzameling van 18 liederen uit de 1e eeuw v. Chr.
  • Oden van Salomo, een (christelijke) verzameling van 42 liederen uit de eerste tot 3e eeuw na Chr.
  • Testament van Salomo, een legendarische vertelling uit de 3e eeuw na Chr.

Gouden eeuw

Kingdom of Israel 1020 map-nl
Het Verenigd Koninkrijk Israël ten tijde van Saul en David

De regeringsperiode van Salomo was de Gouden Eeuw van het oude Israël. Het rijk strekte zich uit van Egypte tot de Eufraat en van de zee tot diep in het huidige Jordanië. Gedurende zijn regering was er geen oorlogsvoering nodig en konden de bewoners zich wijden aan de winstgevende tussenhandel via de vele handelswegen die door Israël en Jeruzalem liepen. Salomo sloot een handelscontract met koning Hiram I van Tyrus, en bestelde bij hem materiaal en vaklui voor het opzetten van een vloot aan de Rietzee, waarop Hiram personeel plaatste met ervaring.[8] Bij Eilat (vroeger: Elot) was de werf van de schepen voor Salomo. In samenwerking met zijn bondgenoot Hiram van Tyrus breidde Salomo daarna ook de scheepvaart en handel op de Middellandse Zee en de Rode Zee uit. Volgens sommige legendarische verhalen gingen op deze reizen vele Israëlieten mee als scheepsbemanning en als kooplieden die zich vaak ook vestigden op verre handelsposten zoals in Tartessos, Libië, Etrurië en Ophir (wat misschien het huidige Jemen was). Zo begon er al een soort vrijwillige diaspora 500 jaar voor de latere val van Jeruzalem door de Babyloniërs.

Bouw van de eerste tempel in Jeruzalem

Jerusalem Ugglan 1
reconstructie van de tempel

Salomo keerde zich van het traditionele nomadische bestaan af[9] en bouwde de eerste joodse tempel aldus de Bijbel. Zijn vader David wilde hier al mee beginnen maar God zou hem dat niet hebben toegestaan bij monde van de profeet Nathan.[10] Salomo kreeg wel toestemming voor de bouw. Het bouwwerk dat hij liet bouwen had bescheiden afmetingen van 30 x 10 x 15 m.[11] De tempel werd ingewijd met de bede: "Geef regen op het land, dat Gij Uw volk ten erfdeel geschonken hebt",[12] een toespeling op de eigenschappen van Baäl als regengod en god van de vruchtbaarheid.[13]

Afvalligheid, overlijden en na zijn dood

De keerzijde van de glorie die Salomo zijn land bracht waren de zware belastingen die hij hief om zijn vele bouwprojecten en zijn extravagante levensstijl te bekostigen. Zo wordt beschreven dat Salomo er een uitgebreide harem op nahield: 700 vrouwen en 300 bijvrouwen.[14] Mogelijk paste dit in een algemeen systeem in het Midden-Oosten destijds met het politiek oogmerk om opperste regeringsrecht over veroverde gebieden veilig te stellen door erfprinsessen te trouwen.

Na Salomo's terugkeer tot het polytheïsme doken diverse vijanden op, uit zijn eigen volk en uit omringende volken.[15] De laatste jaren van Salomo's regering werden gekenmerkt door deze conflicten. Na 40 jaar regeren stierf Salomo en werd opgevolgd door zijn zoon Rechabeam.[16]

Na zijn dood eindigde de gouden eeuw voor Israël en brak vrijwel onmiddellijk een burgeroorlog uit. De noorderlingen (eigenlijke Israëlieten) vroegen Rechabeam vergeefs belastingverlaging. Zij scheidden zich daarop af, wat uitdraaide op de splitsing van het eerste rijk in het koninkrijk Juda en Israël. Tijdens de onrust en instabiliteit die daarop volgde, begonnen ook weer de overvallen en invasies van de buurlanden, die al in de tijd van de Rechters gebruikelijk waren. Ten slotte maakten de Assyriërs en Babyloniërs een eind aan Israël en Juda als zelfstandige naties.

Overige bouwactiviteiten

Bouwwerken in andere steden

Onder Salomo werd niet alleen in Jeruzalem gebouwd, maar werd bijvoorbeeld ook de stad Megiddo herbouwd en versterkt met solide muren en met een typisch nieuw drievoudig poortcomplex, dat overigens door archeologen gesitueerd wordt in de 11e eeuw v.Chr.. In Hazor en in Gezer dateert uit dezelfde tijd een kazematmuur met telkens een gelijkaardig poortcomplex.

De ‘Stallen’ van Salomo

De zogenaamde ‘Stallen van Salomo’ in Megiddo waren volgens archeologen geen paardenstallen, maar waarschijnlijk vooral voorraadmagazijnen. Ze dateren uit latere tijd en zouden rond 850 v.Chr. door Achab gebouwd zijn en niet door Salomo. Ook het watertoevoersysteem met diepe grote schacht en trappen, evenals datzelfde in Hazor zou door dezelfde koning zijn gebouwd, aldus Yadin.[17] Hazor is volgens archeologen wel herbouwd in de tijd van Salomo (11e eeuw v.Chr.) Stratum X toont een versterkte stad met kazematmuur (dubbele muur met kamers), met ook een typische Salomo poort. Tussendoor zijn er lagen die sporen van nomadisch verblijf aangeven.[18] Ook Megiddo blijkt herbouwd in de tijd van Salomo en versterkt met solide muren en een drievoudig poortcomplex.[19]

Archeologie

In de archeologie van Israël zijn tot nu toe weinig of geen onbetwiste sporen van Salomo's regering gevonden. In feite is er over de periode tussen de 16e en de 8e eeuw v.Chr., ondanks vele opgravingen en onderzoekingen, maar heel weinig gevonden. De bevolking van de landstreek Judea bestond waarschijnlijk slechts uit enkele duizenden nomadische herders. Steden zijn niet gevonden, wel een twintigtal dorpen. Of er in de tijd van Salomo (dat zou dus de 10e eeuw v.Chr. zijn) een staat in Palestina bestond is omstreden; er zijn zelfs geen potscherven uit deze tijd bekend. Het zou kunnen zijn dat dit te wijten is aan de vele verwoestingen en daarop volgende wederopbouw (waarbij uit praktische overwegingen oud bouwmateriaal hergebruikt werd) die bijna alle plaatsen en steden in Israël hebben ondergaan in de 3.000 jaar sinds Salomo.

Op geen enkele plaats in Palestina is archeologisch materiaal gevonden dat zou wijzen op de Bijbelse 'rijkdom van Salomo's hof'.

Verwijzingen

De oudste afbeelding van Salomo bevindt zich in het "Huis van de Geneesheer" in Pompeï. Het fresco is overgebracht naar het Nationale Historische Museum in Napels. Het is een Romeins fresco waarop het bekende oordeel van Salomo staat afgebeeld: Salomo zittend op zijn troon, en twee vrouwen met een baby, waarvan ze allebei beweren de moeder te zijn. De baby is op een hakblok gezet en een soldaat wacht op het bevel van Salomo om het kind in tweeën te hakken. Door te dreigen het kind in tweeën te delen zou Salomo hebben gepoogd in te spelen op het moedergevoel en zo de echte moeder te identificeren. Er staat ook een menigte afgebeeld die zich verwondert over Salomo's wijsheid. Twee figuren zijn gedetailleerder afgebeeld dan de rest van de groep, volgens Theodore Feder (auteur van Great Treasures of Pompeii and Herculaneum) beelden deze twee figuren Socrates en Aristoteles af. Het fresco stamt waarschijnlijk uit de periode vlak voor de vernietiging van Pompeï in 79.[20]

In Iran zijn verschillende bouwwerken die naar Salomo verwijzen. Bekend is het werelderfgoed Takht-e Soleyman of Troon van Salomo.

In Kirgizië is een berg die de 'Troon van Salomo' genoemd wordt, de Soelajman-Too. Ook deze berg staat op de werelderfgoedlijst.

Noten

Bronnen, noten en/of referenties
  1. 1 Samuel 12:24, 25
  2. 1 Koningen 1
  3. 1 Koningen 2:10-12
  4. 1 Koningen 1:53, 2:13-25
  5. 1 Koningen 3:1
  6. 1 Koningen 3:3-15
  7. 1 Koningen 10:1-13
  8. Magnussen, M.,Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, pp. 144-145
  9. Michaël Kerrigan e.a., Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, p. 104
  10. 2 Samuel 7:5-7
  11. (en) Seven Wonders of the Ancient World, beschrijving bij Livius.org.
  12. 1 Koningen 8:36
  13. Midden-Oosterse Mythen, p. 104
  14. 1 Koningen 11:3
  15. 1 Koningen 11:14-40
  16. 1 Koningen 11:42, 43
  17. Magnussen, M.,Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 165
  18. Magnussen, M.,Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, pp. 86, 153
  19. op. cit. p. 153
  20. Biblical Archeology Review, Solomon, Socrates and Aristotle In Earliest Biblical Painting, Greek Philosophers Admire King’s Wisdom, Theodore Feder
  1. 1 Samuel 12:24, 25
  2. 1 Koningen 1
  3. 1 Koningen 2:10-12
  4. 1 Koningen 1:53, 2:13-25
  5. 1 Koningen 3:1
  6. 1 Koningen 3:3-15
  7. 1 Koningen 10:1-13
  8. Magnussen, M.,Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, pp. 144-145
  9. Michaël Kerrigan e.a., Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, p. 104
  10. 2 Samuel 7:5-7
  11. (en) Seven Wonders of the Ancient World, beschrijving bij Livius.org.
  12. 1 Koningen 8:36
  13. Midden-Oosterse Mythen, p. 104
  14. 1 Koningen 11:3
  15. 1 Koningen 11:14-40
  16. 1 Koningen 11:42, 43
  17. Magnussen, M.,Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 165
  18. Magnussen, M.,Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, pp. 86, 153
  19. op. cit. p. 153
  20. Biblical Archeology Review, Solomon, Socrates and Aristotle In Earliest Biblical Painting, Greek Philosophers Admire King’s Wisdom, Theodore Feder
Personen in het leven van David
Bloedverwanten:Isaï (vader) · Eliab (broer) · Abinadab (broer) · Samma (broer) · Zeruja (zus of halfzus) · Abigaïl (halfzus) · Abisaï (neef) · Asahel (neef) · Joab (neef)
Echtgenotes:Abigaïl · Ahinoam · Batseba · Maächa · Michal
Kinderen:Absalom · Adonia · Amnon · Daniël · Salomo · Tamar
Bondgenoten:Abner · Achis · Achitofel · Amasa · Barzillai · Benaja · Hiram · Husai · Ittaï · Jonathan
Vijanden:Doëg · Goliat · Hanun · Isboset · Malkam · Nabal · Saul · Seba · Simeï
Profeten:Gad · Natan · Samuel
(Hoge)priesters:Abjathar · Achimelech · Ahimaäz · Ahitub · Jonathan · Uzza · Sadok
Overigen:Abisag · Arauna · Jonadab · Josafat · Mefiboseth · Uria · Ziba
Profeten van het jodendom en het christendom in de Hebreeuwse Bijbel
Genesis:Henoch · Noach · Abraham · Isaak · Jakob · Jozef
Van Exodus tot Deuteronomium:Aäron · Mozes · Mirjam · Bileam · Debora · Pinechas · Job
Koningen:Samuel · Natan · Gad · Azarja · Iddo · Zacharia · Semaja · Ahia · Oded· Hanani · Jehu · Chaziel · Eliëzer · Elia · Micha · Elisa · Amos · Jona · Hosea · Jesaja · Micha · Jeremia · Chulda · Sefanja · Nahum · Habakuk
Babylonische ballingschap:Daniël · Ezechiël · Obadja · Joël
Na de ballingschap:Ezra · Nehemia · Haggai · Zacharia · Maleachi
Koningen van Israël en Juda
Vóór de scheuring:Saul · Isboset · David · Salomo
Koningen van Israël:Jerobeam · Nadab · Basa · Ela · Zimri · Omri · Achab · Izebel · Jehu · Joachaz · Joas · Jerobeam · Zecharja · Sallum · Menachem · Pekachja · Pekach · Hosea
Koningen van Juda:Rechabeam · Abia · Asa · Josafat · Joram · Achazja · Atalja · Joas · Amasja · Uzzia · Jotam · Achaz · Hizkia · Manasse · Amon · Josia · Joachaz · Jojakim · Jojachin · Sedekia
Abisag

Abisag was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel een maagdelijk jong meisje dat koning David tijdens zijn laatste levensweken verzorgde. David kon het namelijk niet meer warm krijgen, hoeveel dekens men ook op hem legde. Zijn hovelingen zochten daarom een jonge maagd die bij de oude man zou slapen om hem te verwarmen, zonder gemeenschap met hem te hebben. Zij vonden Abisag in de plaats Sunem.Na de dood van David wilde zijn zoon Adonia Abisag tot vrouw en richtte zijn verzoek aan Batseba, de moeder van Salomo. Toen Salomo via zijn moeder de vraag kreeg, liet hij Adonia doden.

Abjatar

Abjatar (Hebreeuws:אביתר, ’Eḇyāṯār, "[mijn] vader is rijk" of "[mijn] vader heeft overvloed gegeven") was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel een hogepriester die leefde in de tijd van de koningen Saul, David en Salomo.

Abjatar was een zoon van Achimelech, uit de priesterfamilie van Nob, vijfde in de geslachtslijn van Eli. Hij was de enige van zijn familie die ontsnapte aan de massamoord die door koning Saul werd verordend, nadat Achimelech David brood en het zwaard van Goliath had gebracht. Hierna vergezelde Abjatar David gedurende de resterende regeringsperiode van Saul en was hij zijn priester. Hierdoor kon David JHWH raadplegen met de efod die Abjatar had meegebracht.Vanaf het begin van Davids regering behoorden Abjatar en zijn zoon Achimelech tot Davids belangrijkste beambten. Samen met Sadok bekleedde Abjatar het ambt van overpriester, waarbij Abjatar als hogepriester fungeerde. Ook tijdens de opstand van Absalom bleef Abjatar David trouw. Maar toen er rivaliteit ontstond over de troonsopvolging van David, koos Abjatar positie tegen Salomo en voor Adonia. Toen Salomo een einde maakte aan de samenzwering, werd alleen het leven van Abjatar gespaard, vanwege zijn trouw aan Salomo's vader David. Wel verbande Salomo Abjatar naar zijn landerijen in Anatot. Salomo droeg de waardigheid die hoorde bij het ambt van Abjatar over aan Sadok, waarmee de lijn van Eli als hogepriesters eindigde.Hiermee eindigde de samenwerking en gelijkstelling tussen de landspriester Abjatar en de stadspriester (Jeruzalem) Sadok. Er zijn theorieën dat Abjatar in Anatot een oppositiebeweging startte tegen de stadspriesters, waarvan Jeremia een latere vertegenwoordiger was. In de Joodse traditie wordt een andere, niet-politieke verklaring gegeven voor de wisseling van Sadok voor Abjatar: toen Abjatar de Urim en Tummim raadpleegde, gaven zij hem geen antwoord meer.In Marcus 2:26 zei Jezus abusievelijk dat Abjatar hogepriester was en David van de toonbroden liet eten. Het was echter Abjatars vader Achimelech die dat deed.

Adonia

Adonia is de vierde zoon van de Bijbelse Koning David van Israël.

Zijn moeder was Chaggit. Hij werd in Hebron geboren. Toen David op leeftijd gekomen was, mobiliseerde Adonia een privéleger om zelf de macht over te nemen. Door ingrijpen van zowel de profeet Nathan als Davids vrouw Batseba (de moeder van Salomo) mislukte deze poging. In plaats daarvan werd Salomo troonopvolger van David.

Wanneer Batseba namens Adonia een huwelijksverzoek met Abisag uit Sunem aan koning Salomo voorlegt, ziet de koning dit als een bedreiging voor het koningschap en geeft hij zijn generaal Benaja opdracht om Adonia te doden.

Batseba

Batseba of Bathseba (Hebreeuws: בַּת־שֶׁבַע, "dochter van de eed" of "dochter van overvloed") was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel de vrouw van (de Hettiet) Uria en later van koning David. Haar geschiedenis geldt als het grootste dieptepunt in de geschiedenis van koning David. Salomo, het tweede kind van David en Batseba, zou David later opvolgen als koning.

In 1 Kronieken 3:5 wordt Batsua genoemd als moeder van Salomo en drie andere zonen van David. De Septuagint geeft hier net als in 2 Samuel en 1 Koningen Βηρσαβεε (Bērsabee) en de Vulgaat geeft overal Bethsabee. 2 Samuel geeft Eliam als vader van Batseba, 2 Kronieken geeft Ammiël als vader van Batsua. Sommige commentatoren suggereren dat de verschillende namen een poging zijn de zwarte bladzijde rondom David, Uria en Batseba te verdoezelen. Anderen zien het als een poging parallellen tussen de stamboom van David en Juda te benadrukken.

Benaja

Benaja (Hebreeuws: בניהו, "JHWH heeft gebouwd") was volgens de Hebreeuwse Bijbel bevelhebber van de lijfwacht van koning David (de Keretieten en Peletieten) en daarna opperbevelhebber van het leger van koning Salomo. Hij was de zoon van Jojada, die hogepriester werd genoemd, wat mogelijk een foutieve interpretatie was van 1 Kronieken 12:28, waar Jojada "leider van de nakomelingen van Aäron wordt genoemd". Er worden verschillende heldendaden aan Benaja toegeschreven, zoals het doden van een reusachtige Egyptenaar en het doden van een leeuw.Toen Davids leven ten einde liep, beraamde zijn operbevelhebber Joab een plan om Davids zoon Adonia te zalven tot opvolger van David. Maar David had Salomo gekozen als zijn opvolger. Benaja gaf zijn steun aan Salomo. Nadat de poging Adonia te zalven verijdeld was, werd Salomo gezalfd. Vlak voordat David stierf, had hij Salomo op het hart gedrukt dat Joab nooit trouw zou zijn aan Salomo en dat Joab omgebracht moest worden. Salomo gaf Benaja de opdracht om zowel Adonia als Joab om te brengen. Omdat Joab zich in de tabernakel had verschanst was het onmogelijk om hem te doden zonder heiligschennis te plegen. Nadat Salomo de opdracht had herhaald, bracht Benaja Joab om, net als de anderen die op de omineuze "dodenlijst" stonden die David vlak voor zijn overlijden aan Salomo gaf. Vervolgens werd Benaja tot opperbevelhebber van het Israëlitische leger benoemd.

Derde tempel

De Derde Tempel is de derde Joodse Tempel die volgens verschillende joodse en christelijke groeperingen eens opgericht zal worden. De eerste is beter bekend als de tempel van Salomo en de tweede tempel als die van Ezra of Herodes; deze zijn allebei verwoest.

Géza I van Hongarije

Géza I (Polen, 1044/1045 - 25 april 1077) was koning van Hongarije van 1074 tot 1077 en behoort tot het huis van Árpád. Hij was een zoon van koning Béla I van Hongarije en Richezza van Polen. Zijn doopnaam was Magnus.

Hooglied

Het Hooglied is een van de boeken in het Oude Testament respectievelijk de Tenach. Binnen de Tenach maakt het Hooglied deel uit van de Geschriften en daarbinnen is het een van de vijf rollen (Megillot).

Jerobeam I

Jerobeam I (Hebreeuws: יָרָבְעָם jāråv’ām, omstreden betekenis, mogelijk "de God van [mijn] voorouders is groot" of "de God van [mijn] voorouders strijdt / verdedigt"), zoon van Nebat, was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel de eerste koning van het Tienstammenrijk Israël. Hij regeerde van 931/0-910/09 v.Chr of 927/6-907 v.Chr. of 922-901 v.Chr. en werd opgevolgd door zijn zoon Nadab.

Tijdens de regering van Salomo had Jerobeam een hoge positie als opzichter van de bouwactiviteiten. Toen de profeet Achia uit Silo echter aan Jerobeam aankondigde dat JHWH tien stammen van het koninkrijk van Salomo zou afscheuren en aan Jerobeam zou geven, probeerde Salomo Jerobeam te laten doden. Hij vluchtte naar Egypte en bleef daar tot Salomo's dood. Na Salomo besteeg zijn zoon Rechabeam de troon, maar vanwege de hoge belastingen die hij hief, kwam het volk tegen hem in opstand onder leiding van Jerobeam. De tien stammen kroonden Jerobeam in Sichem tot koning, waardoor het Verenigd Koninkrijk Israël werd opgedeeld in een noordelijk koninkrijk Israël en een zuidelijk koninkrijk Juda.Toen Jerobeam koning was geworden, was hij bang dat zijn onderdanen wilden offeren in Jeruzalem en dan ook wilden terugkeren tot Rechabeam als koning. Daarom liet hij twee gouden kalveren maken en plaatste deze in Betel en Dan, waar het volk ze kon vereren. Hiervoor liet hij tempels bouwen op de offerhoogten. Dit wordt "Jerobeams zonde" genoemd. Er werd beweerd dat alle koningen van het noordelijke koninkrijk deze zonde bedreven en dit uiteindelijk leidde tot de vernietiging van het koninkrijk.

Joodse tempel

De joodse tempel stond in Jeruzalem en was het middelpunt van de ceremoniële joodse eredienst. De naam die in de Tenach gegeven wordt voor het tempelgebouw is Beit Adonai vertaald 'Huis van Adonai'. Om de naam van God niet onnodig uit te spreken, is de gebruikelijke Hebreeuwse naam voor de tempel Beit Hamikdash, 'Huis van het Heiligdom' (alleen de tempel te Jeruzalem wordt zo genoemd).

Volgens de joodse overlevering waren er twee tempels, waarvan de respectievelijke verwoestingen als de belangrijkste keerpunten in de Joodse geschiedenis worden gezien. Beide verwoestingen worden herdacht op Tisja be'Aaw. Het enige restant, de Westmuur, is van de archeologisch bewezen tweede tempel.

De eerste tempel wordt ook wel de tempel van Salomo genoemd. Bij de verwoesting van de eerste tempel begon de Babylonische ballingschap en de Joodse diaspora. Er is tot op heden geen sluitend archeologisch bewijs gevonden dat er ook een eerste tempel heeft bestaan. Dit komt voornamelijk doordat op de Tempelberg geen opgravingen mogen worden verricht omdat de islamitische geestelijke autoriteit die de Tempelberg beheert, de zogeheten Waqf, dit verbiedt.

Rechabeam

Rechabeam (Hebreeuws: רְחַבְעָם, "hij vergroot mensen") was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel zoon en opvolger van koning Salomo als koning van het koninkrijk Juda. Zijn moeder was Naäma, een Ammonitische, en zijn echtgenote koningin Maächa. Zijn regeerperiode wordt gedateerd op 922 v.Chr. tot 915 v.Chr. of van 931 v.Chr. tot 913 v.Chr..

Rechabeam was 41 toen hij de troon betrad. Bij zijn troonsbestijging splitste het koninkrijk Israël in twee delen uiteen, omdat een groot deel van het volk genoeg had van de zware belastingen die koning Salomo had geheven. Een delegatie uit de bevolking die om belastingverlaging kwam vragen, werd hierin niet tegemoetgekomen. Rechabeam was integendeel van plan om de belasting nog meer te verzwaren. Hierop scheidden zich onder leiding van Jerobeam tien stammen af van het rijk en vormden het koninkrijk Israël. Aanvankelijk werd Rechabeam alleen gesteund door zijn eigen stam Juda, niet veel later sloot ook de stam Benjamin zich bij Juda aan. De twee stammen vormden het nieuwe koninkrijk Juda.

Rechabeam probeerde de tien stammen van Israël door middel van een oorlog terug te winnen, maar werd hierin tegengehouden door de profeet Semaja. Rechabeam versterkte daarop enkele steden in Juda. In zijn vijfde regeringsjaar werd hij aangevallen door de Egyptische koning Sisak (waarschijnlijk de Hebreeuwse naam voor Sjosjenq I). Sisak plunderde enkele steden, waaronder Jeruzalem. Door deze veldtocht werd Juda een vazalstaat van Egypte. In Karnak werden inscripties gevonden waarin de veldtocht tegen Juda werd genoemd. In deze inscripties zijn groepen gevangenen te zien, maar Rechabeam, Jeruzalem of andere steden in centraal Judea worden niet genoemd.

Het is niet duidelijk of de Egyptische actie vanuit het noordelijke koninkrijk Israël werd geïnspireerd, dat hooggeplaatste medestanders in de Egyptische administratie had. Koningin Maächa en Rechabeam bleven dan voort als vazalvorsten van Juda aan de macht tot 915 v.Chr. Onder hun bewind keerde Juda zich af van de verering van JHWH. Rechabeam en zijn echtgenote koningin Maächa vereerden Asherah en lieten gouden kalveren maken.

Rechabeam stierf op 58-jarige leeftijd en werd begraven in de Davidsburcht in Jeruzalem. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Abia.

Sadok

Sadok (Hebreeuws: צָדוֹק, ṣādōq) was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel een Joodse hogepriester in de 10e eeuw v.Chr.

Sadok was de zoon van Achitub, een priester die afstamde van Aärons zoon Eleazar. Hij was hogepriester van Israël tijdens de heerschappij van David en Salomo. Hij wordt voor het eerst in de Hebreeuwse Bijbel genoemd toen hij zich aansloot bij David in Hebron en hij werd mogelijk op hetzelfde moment tot leider van de Levieten benoemd.Toen Davids zoon Absalom in opstand kwam tegen David, wilden Sadok en de Levieten met David Jeruzalem verlaten om de Ark des Verbonds in veiligheid te brengen. David spoorde hen echter aan om in Jeruzalem te blijven omdat ze hem daar beter van dienst konden zijn. De zoon van Sadok, Achimaäs, kreeg van David de taak om boodschappen over te brengen van Jeruzalem naar zijn kamp.Sadok moest de hogepriesterlijke waardigheid gedurende een groot deel van Davids regeerperiode delen met Abjatar, een andere priester. Kort voor Davids dood echter raakte Abjatar betrokken bij een complot van Joab, opperbevelhebber van Israëls legers, om Davids zoon Adonia tot koning te laten zalven. Dit was tegen de wens van David, die Salomo had voorbestemd om koning te worden. Om Adonia's machtsgreep te verijdelen, werd Salomo in opdracht van David door Sadok en Natan tot koning gezalfd. Hierna werd Abjatar van zijn hogepriesterschap beroofd en Sadok werd de enige hogepriester. De nakomelingen van Sadok zouden tot de val van Jeruzalem in 586 v.Chr. het ambt van hogepriester bekleden.

Salomo van Hongarije

Salomo (1052-1087) was van 1063 tot 1074 koning van Hongarije. Hij was de enige zoon van koning Andreas I van Hongarije, uit zijn tweede huwelijk met Anastasia van Kiev.

Om de erfopvolging veilig te stellen werd hij door zijn vader al op 5-jarige leeftijd tot koning gekroond. Na het overlijden van zijn vader werd hij echter snel van de troon gestoten door zijn oom Béla I. Na het overlijden van Béla in 1063, werd hij uiteindelijk koning van Hongarije. Hij veroverde Belgrado op Byzantium. Na de slag van Mogyorod in 1074 werd hij evenwel verdreven als koning door zijn neef Géza, de zoon van Béla.

In 1063 was hij getrouwd met Judith, de dochter van keizer Hendrik III, en werd de vader van Sophie (-rond 1100), die huwde met graaf Poppo van Berg-Schelklingen.

Salomonsoordeel

Een salomonsoordeel is een vonnis of uitspraak in een lastig geschil die getuigt van wijsheid en spitsvondigheid. Geen van de strijdende partijen heeft ogenschijnlijk een voordeel bij deze uitspraak. Uit de reactie van de strijdende partijen leidt de rechter vervolgens af welke partij in haar recht staat. De uitdrukking is ontleend aan een Bijbelverhaal waarin koning Salomo op een spitsvondige manier een oordeel velt in een moeilijk juridisch vraagstuk (1 Kon. 3:16-28).

Salomonszegel

Salomonszegel (Polygonatum) is een geslacht van overblijvende kruiden. In de 23e druk van de Heukels is het ondergebracht in de aspergefamilie (Asparagaceae). Het is ook wel in andere families ingedeeld.

De naam heeft alleen indirect te maken met de koning Salomo uit de Bijbel, door de littekens die afgestorven bloemstengels uit vorige jaren op de wortelstok achterlaten.

Salomonszegels zijn meerjarige planten met een vlezige wortelstok en hangende bloemen.

Solomon and Sheba

Solomon and Sheba is een Amerikaanse epische, historische en romantische film uit 1959, geregisseerd door King Vidor. De film werd verdeeld door United Artists. De hoofdrollen werden gespeeld door de Italiaanse schoonheid Gina Lollobrigida als de koningin van Seba, Yul Brynner als koning Salomo en verder nog George Sanders als Adonia, Marisa Pavan als Abisag en David Farrar als de farao. De film is een gedramatiseerde versie van het tiende en negende hoofdstuk van de respectieve Bijbelboeken 1 en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken.

Spreuken

Het boek Spreuken is een van de boeken in de Hebreeuwse Bijbel. Het boek is een voorbeeld van Bijbelse poëzie en van wijsheidsliteratuur. In de Tenach hoort het bij de Geschriften.

De Hebreeuwse naam van het boek is Misjlei, hetgeen vertaald kan worden met allegorie of woorden van wijsheid. Misjlei is een afkorting van Mísjlê Sjelomo (Spreuken van Salomo), de titel in de Masoretische Tekst. In de Vulgata werd de naam: Liber Proverbiorum.

Tempel van Salomo

De Tempel van Salomo was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel de eerste joodse tempel in Jeruzalem, werd volgens de Bijbelse chronologie tussen 1000 en 900 v.Chr. gebouwd door koning Salomo en in 586 v.Chr. verwoest. Volgens de Joodse overlevering begon met de verwoesting ervan de Babylonische ballingschap.

Een daarna gebouwde tweede tempel werd in 70 n.Chr. verwoest. Deze respectievelijke verwoestingen markeren de belangrijkste keerpunten in de joodse geschiedenis, die herdacht worden op Tisja Beav.

Er is geen sluitend archeologisch bewijs gevonden dat de tempel van Salomo daadwerkelijk heeft bestaan. Opgravingen in de Tempelberg mogen niet worden verricht.

Wijsheid (van Salomo)

Wijsheid (Latijn: Sapientia), ook wel de Wijsheid van Salomo, genoemd, is een van de deuterocanonieke boeken in de Bijbel. Het is geen onderdeel van de Hebreeuwse Bijbel, maar wel van de Septuagint. Daardoor wordt het door protestanten als apocrief gezien, maar door katholieke en oosters-orthodoxe kerken wel tot de canon gerekend. Het boek wordt in de Canon van Muratori genoemd. Kennelijk heeft men het ook wel bij het Nieuwe Testament gerekend.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.