Romeinse provincie

Een Romeinse provincie (Latijn: provincia, meervoud: provinciae) was de grootste territoriale en bestuurlijke eenheid in het Romeinse Rijk. Het betrof dan territoriale bezittingen buiten het Italiaans Schiereiland. Het Nederlandse woord provincie komt dus van de term die de Romeinen gebruikten

RomanEmpire 117 nl
De provinciae op het hoogtepunt van het Romeinse Rijk in 117. Hoewel Assyria, Mesopotamia en Armenia spoedig weer verloren gingen, bleef deze indeling verder goeddeels in stand tot 297.

Bestuur

Oorspronkelijk betekende het Latijnse woord provincia zoveel als "opdracht" of "verplichting". Totdat de eerste vaste provincies Sicilia (241 v.Chr.)[1] en Sardinia (237 v.Chr.) werden ingesteld, verwees het woord provincia niet naar gebiedseenheden, en tot de 1e eeuw v.Chr. kon een magistraat allerlei provinciae krijgen die niet over bestuur gingen; zo kreeg Julius Caesar de provincia om de wegen van het Italiaanse schiereiland te onderhouden (curator viarum). Gaandeweg sloeg het woord provincia steeds meer op het bestuurde gebied in plaats van de "opdracht" (of het ambt) van degene die het moest besturen; hier komt het woord provincie vandaan.

Romeinse provincies werden normaal gezien bestuurd door politici uit de Romeinse Senaatsklasse. Deze gouverneurs waren meestal ex-praetors of ex-consuls die hun cursus honorum hadden afgerond. De provincia Alexandria et Aegyptus (Egypte) is de grote uitzondering op de regel: het werd geregeerd door een gouverneur van de ridderstand (de equites), zie verder. Voor de provinciale bestuurders was ook geen vaste titel in zwang; omdat ze meestal proconsul waren, werden ze zo genoemd, hoewel er ook lagere, minder prestigieuze titels werden gegeven aan gouverneurs van andere provincies, zoals comes, praefectus augustalis (alleen Egypte), consularis, praeses [provinciae] of corrector provinciae. Onder het bewind van keizer Augustus werd het bestuur hervormd en kregen veel provincies een legatus Augusti pro praetore. Het woord gubernator, dat oorspronkelijk "stuurman" betekende, werd pas na het Romeinse Rijk gebruikt voor provinciale bestuurders; hiervan is, via het Frans, het Nederlandse gouverneur afgeleid. Naast gouverneur wordt het begrip stadhouder in de Nederlandse geschiedschrijving over Romeinse provinciebestuurders ook vaak gebruikt, hoewel dat veel jonger is en doorgaans verwijst naar de vroegmoderne stadhouders in de Nederlanden; dit naar het voorbeeld van het in het Duitse taalgebied gebruikelijke Statthalter.

Tijdens de Romeinse Republiek kon iemand verkozen worden tot gouverneur van een provincie voor slechts één jaar, daarna kon die persoon 10 jaar lang dat ambt niet meer vervullen. Aan het begin van het jaar werden de provincieposten aan de toekomstige gouverneurs uitgedeeld, vaak door rechtstreekse benoeming. De meest prestigieuze en machtigste mannen uit de republiek, de voormalige consuls (proconsuls), kregen bijna altijd de grensprovincies toebedeeld, liefst met zo veel mogelijk legioenen onder hun commando.

Corrupte gouverneurs

Vooraanstaande ex-consuls prefereerden het gouverneurschap van grensprovincies. Het verdedigen van deze grenzen was dikwijls een militaire aangelegenheid, waardoor oorlogsschatten zoals slaven, goud en zilver buitgemaakt konden worden. De binnenlandse provincies werden daarentegen voornamelijk onder de ex-praetors verdeeld.

Het gouverneurschap betekende echter ook in de binnenlandse provincies persoonlijke verrijking: het misbruik van belastinggeld was enorm en er werd vanuit Rome weinig tegen opgetreden. Zo schreef Velleius Paterculus over Publius Quinctilius Varus: "Hij kwam in Syria als een arm man in de rijkste provincie en vertrok als een rijk man uit de armste provincie".[2] Deze praktijken waren mogelijk omdat het Romeinse Rijk een van de weinige staten in de (bekende) geschiedenis is geweest waar een beleid werd gehandhaafd om belastingen in feite te privatiseren. Toch liepen sommige corrupte gouverneurs tegen de lamp, meestal vanwege zulke excessen dat de provincie op de rand van faillissement werd gebracht. Een voorbeeld daarvan is Lucius Sergius Catilina, die in 66 v.Chr. te Rome berecht werd voor onder andere misbruik van belastinggeld in Africa.

In het keizerrijk veranderde de basis van het systeem: keizer Augustus eigende zichzelf het recht toe om gouverneurs over de grensprovincies aan te stellen, in plaats van de Senaat: dit werden de keizerlijke provincies. Een gezant van de keizer, de Legatus Augusti pro praetore had de hoogste bestuurlijke en militaire macht. Augustus stond de Senaat wel toe om de voornamelijk binnenlands gelegen provincies senatoriaal te houden. Desondanks bleef de corruptie enorm, zonder weinig correcties vanuit Rome.

Hoewel de keizer zijn gezanten zelf koos, betekende het rechtstreekse bestuur dergelijke gouverneurs over meerdere grenslegioenen tegelijk een gevaarlijke zaak voor de Romeinse keizers. Provinciegouverneurs konden hierdoor, zoals Gaius Julius Caesar, in opstand komen tegen het gezag. Het antwoord daarop was de splitsing van provincies in twee deelprovincies, zodat één gouverneur maar over één (maximaal twee) legioenen kon beslissen. Zo had de woelige provincie Germania Inferior in 14 n.Chr. vier legioenen, maar tegen 150 waren dat er nog maar twee.

Sicilia (het eiland Sicilië) werd de eerste Romeinse provincie in 241 v.Chr., nadat het stap voor stap werd ingenomen door de Republiek tijdens de Eerste Punische Oorlog (264241 v.Chr.).

Het aantal Romeinse provincies groeide gestaag. Te grote provincies met te veel legioenen werden om de hierboven vermelde reden in tweeën gekapt: voorbeelden hiervan zijn Moesia en Pannonia die dan de provincies Moesia superior, Moesia Inferior, Pannonia Superior en Pannonia Inferior werden. Bij de dood van Trajanus, in 117 n.Chr., waren er 45 provincies. Dat aantal bleef lange tijd stabiel totdat Diocletianus rond 300 begon met een algemene splitsing, waardoor het aantal meer dan verdubbelde. Het grondgebied dat Moesia ooit besloeg, bestond nu uit 5 verschillende provincies.

Lijst van de Romeinse provincies in 120 n.Chr.

Tijdelijke bezettingen waren Germania (7 - 9 n.Chr.), Armenia (115 - 117 n.Chr.), Mesopotamia (115 - 117 n.Chr.) en Assyria (116 - 117 n.Chr.)

Lijst van de Romeinse provincies in 395 n.Chr.

Het aantal provincies bleef lange tijd stabiel. Bij de dood van Trajanus (in 117) waren er 49. Bij zijn dood werden er drie (Armenia, Assyria en Mesopotamia) verlaten door Hadrianus, omdat hij deze provincies niet verdedigbaar achtte. Septimius Severus hechtte Mesopotamia terug bij het Rijk, maar toen was dat enkel een dunne streep land naast Syria en Cappadocia. Het aantal lag dus op 48, maar Diocletianus splitste overal in het rijk provincies op, zodat in 395 er 120 waren, verdeeld in Diocesen en Prefecturen. Aan het hoofd van een diocees stond een vicarius, die alleen maar aan de keizer verantwoording moest afleggen.

Externe link

Noten

  1. Cicero, In Verrem II 2.
  2. Historia Romana II 117.2.
Africa

Africa, ook wel Africa Proconsularis, was een provincie van het Romeinse Rijk. In het latere Romeinse Rijk (vanaf keizer Diocletianus) was er ook een diocees Africa, een grotere bestuurlijke eenheid die vijf provincies omvatte, waaronder de provincie Africa. De provincie Africa omvatte oorspronkelijk grofweg Noord-Tunesië (146 v.Chr.); precies 100 jaar later werd door Julius Caesar Oost-Numidië (de Middellandse Zeekust van West-Libië tot aan Tripoli, Zuid-Tunesië en Noordoost-Algerije) daaraan toegevoegd (46 v.Chr.).

De door de Romeinen verwoeste stad Carthago was gelegen in deze provincie en daarnaast was er nog een aantal andere grote steden, zoals Hadrumetum, de hoofdstad van Byzacena (tegenwoordig Sousse, in Tunesië) en Hippo Regius (tegenwoordig Annaba in Algerije). Het merendeel van de provincie viel in Romeinse handen aan het eind van de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.), en de rest werd veroverd in de Derde Punische Oorlog (149-146 v. Chr.).

De provincie was een van de rijkste en meest verstedelijkte van het Rijk. Carthago werd uiteindelijk door de Romeinen weer opgebouwd en zou uitgroeien tot een van de belangrijkste Romeinse steden. Alleen Rome zelf, Alexandrië, Antiochië, en wellicht Ephesus, hadden een grotere bevolking. In de provincie lag het amfitheater van El Djem; het op twee na grootste Romeinse amfitheater, en het grootste dat door de Romeinen buiten Italië werd gebouwd.

De vroege Latijnse Kerk heeft haar oorsprong in Africa. Latijnse theologen formuleerden hier voor het eerst een doctrine.

Armenia (Romeinse provincie)

Armenia was van 114 tot 117 na Chr. een provincie van het Romeinse Rijk.

Het gebied van de provincie Armenië omvatte Armenia Inferior en het koninkrijk Armenië en werd in 114 na Chr. door keizer Trajanus tot een Romeinse provincie gemaakt. De aanleiding hiervoor was dat kort daarvoor de Parthische koning Osroes I de Romeinse vazalkoning Exedares van het koninkrijk Armenië afzette en zijn eigen neef Parthamasiris op de Armeense troon plaatste. Keizer Trajanus trok daarop met zijn legers naar Armenië, heroverde het en maakte het gebied tot een Romeinse provincie. Vervolgens veroverde hij delen van het Parthische rijk, en maakte deze tot de provincie Mesopotamia.

Na de dood van Trajanus in 117 besloot zijn opvolger Hadrianus de Romeinse legers terug te trekken uit de gebieden ten oosten van de Eufraat. Mesopotamia werd weer deel van het Parthische Rijk. Armenië werd opnieuw een vazalstaat van de Romeinen.

Asia (Romeinse provincie)

Asia was tussen 128 v.Chr. en 315 na Chr. in strikte zin de naam van de Romeinse provincia die het westelijke deel van Anatolië - tegenwoordig Aziatisch Turkije - en de eilanden voor de kust omvatte. In de ruime zin van het woord slaat de naam op het hele gebied ten oosten van het door Grieken bekende deel van wat nu modern Turkije is.

Britannia (Romeinse provincie)

Britannia was de naam van de Romeinse provincie die het latere Engeland en Wales omvatte. De belangrijkste stad was Londinium. In 43 n.Chr. viel keizer Claudius Britannia binnen.

Het hedendaagse Wales en Engeland werden volledig en voor lange tijd onderworpen. Schotland werd slechts gedeeltelijk en voor korte tijd bezet. Ierland, door de Romeinen Hibernia genoemd, werd wel bezocht maar nooit veroverd.

Het gebied zou vanaf het jaar 43 een Romeinse provincie worden en in Romeinse handen blijven tot de periode rond 410, toen de laatste Romeinse soldaten het eiland verlieten onder keizer Constantijn III.

Cilicië

Cilicië of Kilikië (Oudgrieks: Κιλικία / Kilikía; Latijn: Cilicia) was een landstreek aan de zuidoostkust van Klein-Azië. De stad Salamis op Cyprus behoorde er ook toe. Het was strategisch belangrijk omdat het via een bergpas, de Cilicische Poort, een doorgang bood tot Syrië.

Cilicië werd rond 446 v.Chr. veroverd door Cyrus de Grote van de Achaemeniden. In 333 v.Chr. kwam het in bezit van Alexander de Grote. Na Alexanders dood werd Cilicië een deel van het rijk van de satraap van Frygië, Antigonus Monophthalmus, maar toen die in 301 v.Chr. werd verslagen werd het land door de Seleuciden en Ptolemaeën in tweeën gedeeld. Uiteindelijk verkregen de Seleuciden de gehele streek.

Toen het Seleucidische rijk in verval raakte kregen de Romeinen Cilicië na een aantal oorlogen in 50 v.Chr. in handen. Cicero was er gouverneur.

Keizer Diocletianus verdeelde in de 3e eeuw het land in tweeën. Het bergachtige westen kreeg de naam Isaurië en de vlaktes bleven Cilicië heten. In de 4e eeuw of de 5e eeuw werd het resterende gedeelte van Cilicië opnieuw verdeeld, in Cilicië I (Tarsus e.o.) en Cilicië II (de vlaktes in het oosten).

Gedurende de kruistochten was het land een Armeens koninkrijk en

in 1375 werd het deel van het Ottomaanse Rijk.

De apostel Paulus werd geboren in Tarsus, de hoofdstad van Cilicië.

Dacië

Dacië (Latijn: Dacia) is een oude benaming van ongeveer het huidige Roemenië. De bewoners werden aangeduid met de naam Daciërs. Van 106 tot 271 n.Chr. was Dacië een Romeinse provincie.

Dalmatia

Dalmatia was een Romeinse provincie die vanuit Italië bezien aan de andere kant van de Adriatische Zee lag.

De Romeinse provincie Dalmatia moet niet worden verward met het tegenwoordige Dalmatië. Dalmatia bestreek een groter gebied dan het huidige Dalmatië, dat alleen kuststreek van Kroatië aan de Adriatische Zee omvat.

Gallia Cisalpina

Gallia Cisalpina was een provincie van de Romeinse Republiek. Het besloeg ongeveer heel Noord-Italië: bij benadering het gebied ten noorden van de lijn La Spezia-Rimini.

De naam "Gallia Cisalpina" wil zoveel zeggen als "Het Gallië aan deze kant (vanuit het gezichtspunt van Rome) van de Alpen". Van oorsprong was het dan ook bewoond door de Galliërs. De Galliërs waren volgens de Romeinse opvatting barbaren en als zodanig dus ook geen inwoners van het Romeinse Rijk. Doordat dit stuk niet onder Romeinse heerschappij viel, konden de Transalpijnse Galliërs makkelijk de Alpen oversteken en zo Rome aanvallen. Dit was een reden om Gallia Cisalpina te veroveren.

Nadat Rome de heerschappij over dit gebied ten deel viel in 203 v.Chr., werd het een Romeinse provincie, de derde, na Sicilia en Sardinia & Corsica (dat toen nog één provincie was). Gallia Cisalpina werd samengevoegd met de rest van Italië in 42 v.Chr. na Octavianus' poging tot 'Italianisering' tijdens het Tweede Triumviraat.

Gallië

Gallië is de vernederlandste naam van de Latijnse benaming (Gallia) voor het westelijke gebied van Europa, dat overeenkomt met het moderne Frankrijk, België, het westen van Zwitserland, en delen van Nederland en Duitsland ten westen van de Rijn. Gallia is nog altijd de Griekse naam voor Frankrijk. Galliërs, ook bekend als Kelten, waren de bewoners van Gallië en een groot deel van overig Europa.

Germania Superior

Germania Superior (Opper-Germanië) was een Romeinse provincie die aan de noordgrens (de Rijn) van het Romeinse Rijk lag.

Illyricum

Illyricum was een Romeinse provincie in het gebied dat nu bekend is als Illyrië, het westelijk deel van de Balkan dat bewoond werd door de Illyriërs. In de 1e eeuw na Christus werd de provincie opgesplitst in Pannonië en Dalmatia.

Lycië

Lycië is een gebied langs de zuidkust van Turkije. Het is grotendeels gelegen op het schiereiland Teke, tussen de Golf van Fethiye en de Golf van Antalya. In de Oudheid werd de regio bewoond door een eigen cultuurvolk, de Lyciërs. Onder de naam Lycia werd het een provincie van het Romeinse Rijk. Twee Lycische steden, namelijk Xanthos en Letoon zijn opgenomen op de UNESCO Werelderfgoedlijst. De meest speciale voorwerpen uit deze steden zijn te vinden in het British Museum in Londen

Macedonië (Romeinse provincie)

De Romeinse provincie Macedonië ( uitspraak (info / uitleg), Macedonia) werd gesticht in 146 v.Chr., nadat de Romeinse generaal Quintus Caecilius Metellus in 148 v.Chr. Andriscus van Macedonië versloeg. Het overwonnen gebied werd door de Romeinen verdeeld in vier republieken – Epirus Vetus, Thessalië, Illyrië en Thracië. Macedonië ontstond door de samenvoeging van Epirus Vetus, Thessalië en delen van Illyrië en Thracië.

In de 3e of 4e eeuw werd Macedonië verdeeld in Macedonia Prima (in het zuiden) en Macedonia Salutaris (in het noorden).

Macedonia Prima en Macedonia Salutaris waren onderdeel van de Dioces Macedonia, een van de drie diocesen van de Prefectuur Illyricum opgericht in 318. Toen de prefectuur Illyricum in 379 in West- en Oost-Illyricum werd verdeeld, werden de Macedonische provincies onderdeel van Oost-Illyricum. Na de splitsing van het Romeinse Rijk in het West-Romeinse Rijk en het Byzantijnse Keizerrijk in 395, werd Macedonië onderdeel van het Byzantijnse Keizerrijk.

Numidië

Numidië of Numidia was een gebied in de oudheid. Het komt ongeveer overeen met het huidige noorden van Algerije en een deel van Tunesië. De bewoners van het gebied, de Numidiërs, worden beschouwd als voorouders van de Berbers.

Pamfylië

Pamfylië was in klassieke oudheid een gebied in zuidelijk Klein-Azië tussen Lycië en Cilicië, zich uitstrekkend tussen de Middellandse Zee en het gebergte Taurus. Aan de noordzijde grensde het aan Pisidië en het was derhalve niet erg groot (ca. 110 bij 45 km). Onder Romeins bestuur werd de naam Pamfylië gebruikt voor het gebied dat naast Pisidië ook een heel gebied tot aan de grenzen van Frygië en Lycaonië omvatte, en in deze bredere betekenis wordt de streek aangeduid door Ptolemeus.

Belangrijke antieke steden in Pamfylië waren: Alara (Pamfylië), Andida, Aspendos, Attaleia, Etenna, Hamaxia (Pamfylië), Korakesion, Isinda, Kibyra, Kremna, Laertes, Maximianupolis, Lyrbe, Perge, Side, Syllaion, Syedra, Termessos, Trebenna.

Pannonië

Pannonië (Latijn: Pannonia) was een Romeinse provincie. Het gebied werd aan de westkant door de Alpen en langs de noord- en oostkant door de Donau begrensd. Het komt ongeveer overeen met het huidige West-Hongarije (Transdanubië), plus Burgenland in Oostenrijk en de streek tussen de Drava en de Sava (Slavonië in Kroatië, Vojvodina in Servië, plus aangrenzende gebieden in Slovenië). Later, na de Romeinse tijd, is de aanduiding Pannonië ook gebruikt voor een veel groter gebied, zoals in Pannonische vlakte.

Sicilia (Romeinse provincie)

Sicilia was de Romeinse provincie die het huidige Sicilië omvatte. Het eiland werd, vóór de Romeinse periode, gedeeld en onderling betwist door de Westelijke Grieken en Carthago. De machtigste stad was de Griekse stad Syracuse die aanvankelijk een bondgenoot was van Rome. Tijdens de Punische oorlogen werd Sicilia definitief ingelijfd door Rome (241 v.Chr.).

Anders dan bij de vorige veroveringen van Rome had men in Sicilia nog geen echte bondgenoten of volkeren die het Latijns burgerrecht bezaten, waardoor het nodig was dit veroverde gebied anders in te richten en aldus werd Sicilia de eerste Romeinse provincie. Deze provincie kwam onder het bestuur van een praetor te staan, maar zou later door een proconsul worden vervangen. Als hoogste financiënambtenaren werden twee quaestores ingezet, die boven de belastinginners stonden. De voornaamste heffing was die van de tienden van de graanopbrengst. Het lokale bestuur lieten de Romeinen in de regel aan de Sicilianen over. Het was een ietwat landelijk afgelegen gebied, maar was door haar graanvelden belangrijk voor de graanvoorziening van Rome totdat Egypte deze plaats innam. Rome deed weinig moeite om de streek, die nog steeds grotendeels Grieks was, te romaniseren en Sicilia bleef gedurende de hele Romeinse overheersing Grieks wat betreft cultuur en taal. De meest opmerkelijke gebeurtenis van deze periode was het beruchte wanbestuur van Gaius Verres, zoals blijkt uit de redevoering, In Verrem, van Marcus Tullius Cicero in 70 v.Chr.. Sicilia bleef een welvarende Romeinse provincie tot aan de verovering ervan door de Vandalen tijdens de Grote volksverhuizing in de 5e eeuw in de periode van de Val van het West-Romeinse Rijk.

Syria

Syria was een Romeinse provincie in de Levant van 63 v.Chr. tot 634 n.Chr.

Thracië

Thracië (ook wel Tracië, Thrakië of Trakië; Latijn: Thracia; Grieks: Θράκη, Thráki; Bulgaars: Тракия, Trakija; Turks: Trakya) is een gebied in Zuidoost-Europa gelegen in het noordoosten van Griekenland, het zuiden van Bulgarije en Europees Turkije en wordt begrensd door de Zwarte Zee, Egeïsche Zee en de Zee van Marmara. Het gebied was van groot strategisch belang en heeft dan ook vele heersers gekend.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.