Prisma van Sanherib

De Prisma van Sanherib is de benaming van een kleien prisma, die op de zes zijden een Akkadische historische tekst draagt, daterend uit de regering van de Assyrische koning Sanherib. Er zijn drie exemplaren van het prisma bekend.

Het eerste exemplaar werd in 1830 door Colonel Taylor opgegraven in de ruïnen van Ninive. In 1855 kocht het British Museum in Londen het prisma van Taylors weduwe. Daar bevindt het prisma zich nog steeds. Dit exemplaar wordt ook wel aangeduid als Prisma van Taylor (Taylor Prism). Dit prisma is 38,5 cm hoog en 16,5 cm breed. Het British Museum dateert het in 691 v.Chr. Het prisma was een van de vroegst bekende teksten in spijkerschrift en heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontcijfering ervan.

Een tweede exemplaar dook in de winter van 1919-1920 op in een kunsthandel in Bagdad en werd daar aangekocht door J.H. Breasted van het Oriental Institute in Chicago. Dit tweede exemplaar wordt meestal eveneens aangeduid als 'Prisma van Sanherib', maar is ook wel bekend onder de naam Prisma van Chicago (Chicago Prism). Het is met een hoogte van 38 cm en een breedte van 14 cm iets kleiner van formaat dan het Prisma van Taylor. Het Oriental Institute dateert het rond 689 v.Chr.

Een derde exemplaar is in 1970 aangeboden op een veiling bij Sotheby's en is aangekocht door het Israëlmuseum. Sindsdien wordt het ook wel aangeduid als het Prisma van Jeruzalem (Jerusalem Prism). Evenals de prisma's van Taylor en die van het Oriental Institute gaat het om een hexagonaal exemplaar.

De tekst op het prisma dateert uit de regering van Sanherib en vermeldt de gebeurtenissen van de jaren 701–681 v. Chr. Het is een belangrijke bron voor de Assyrische geschiedenis, maar ook voor de joodse geschiedenis, daar hierin ook de belegering van Jeruzalem tijdens koning Hizkia wordt beschreven (701 v. Chr.), die ook uit de Bijbel bekend is, waarmee het prisma dit Bijbelse verhaal bevestigt, zij het vanuit een eigen, Assyrisch gezichtspunt.

Taylor Prism-1

Prisma van Taylor, British Museum

Six-sided clay prism, side 3, written on behalf of Sennacherib, king of Assyria, and containing narratives of his military campaigns, 704-681 BC - Oriental Institute Museum, University of Chicago - DSC07602

Prisma van Chicago, Oriental Institute

Sennacherib's Prism in the Israel Museum (2)

Prisma van Sanherib, Israëlmuseum

Literatuur

  • D.D. Luckenbill, The Annals of Sennacherib, Chicago, 1924.

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
Asjdod

Asjdod is een havenstad en badplaats in het westen van Israël, gelegen aan de Middellandse Zee.

De stad ligt ongeveer 41 kilometer ten zuidwesten van Tel Aviv, en 33 kilometer ten noordoosten van Asjkelon. In december 2007 had deze ongeveer 207.300 inwoners en was daarmee de vijfde stad van Israël. Asjdod is ook een van de steden met de grootste bevolkingsgroei van het land. Het heeft bovendien de derde charedische gemeenschap in grootte van Israël (na Jeruzalem en Benee Brak) en de grootste gemeenschap van Georgische Joden ter wereld.

Ekron

Ekron was een van de vijf belangrijke steden van de Filistijnen. Reeds aan het begin van de twintigste eeuw werd vermoed dat de stad geïdentificeerd moest worden met Tel Miqne, 37 km ten zuidwesten van Jeruzalem. De vondst van de Ekroninscriptie in 1996 maakte deze identificatie zeker.

De stad lag op de grens van de kustvlakte en het bergland van Juda en controleerde de handelsroutes van Ashdod naar Gezer. In de zevende eeuw v.Chr. was Ekron een van de grootste steden in het gebied van het tegenwoordige Israël. De stad bestond, zoals veel steden in de oudheid, uit een hoger gelegen deel (de bovenstad of akropolis) en een lager gelegen benedenstad. In de Filistijnse periode maakte de stad deel uit van de Filistijnse pentapolis (vijfstedenbond), die naast Ekron bestond uit Ashkelon, Ashdod, Gaza en Gat.

In Tell Miqne zijn grootschalige opgravingen verricht gedurende veertien seizoenen van 1981 tot 1996, onder leiding van Trude Dothan en Seymour Gitin.

Ekroninscriptie

De Ekroninscriptie is een inscriptie die in 1996 is gevonden bij opgravingen in Tel Miqne (Israël), dat in de oudheid bekend was als de Filistijnse stad Ekron. Al langere tijd werd vermoed dat Ekron geïdentificeerd moest worden met Tel Miqne, maar pas sinds de vondst van de Ekron inscriptie is deze identificatie zeker. De inscriptie wordt bewaard in het Israel Museum in Jeruzalem.

Filistijnen

De Filistijnen waren een zeevarend volk dat zich aan het eind van het 2e millennium v.Chr. op de kuststrook in het zuiden van Kanaän vestigde en intensieve contacten lijkt te hebben onderhouden met Alashia (Cyprus), Myceens Griekenland en Minoïsch Kreta. De Filistijnen stichtten vijf onafhankelijke stadstaten, die een soort stedenbond vormden (pentapolis). Gedurende de 12e en 11e eeuw v.Chr. hadden de Filistijnen de hegemonie in het gebied, maar in de eeuwen daarna zagen ze hun macht tanen. Tijdens de neo-Assyrische periode (ca. 800-626 v.Chr.) beleefden de Filistijnse steden opnieuw een periode van bloei. Na de verovering door de Babyloniërs in 604 v.Chr. zijn de Filistijnen geleidelijk opgegaan in omliggende volken.

Dankzij opgravingen in Filistijnse plaatsen wordt er almaar meer bekend over de Filistijnse cultuur. Van belang is met name het Filistijns aardewerk, dat zich door kunstige patronen onderscheidt van Kanaänitisch aardewerk uit deze periode en dat vaak wordt gebruikt om Filistijnse archeologische vondsten te dateren. Uit de archeologische gegevens blijkt dat de cultuur van de Filistijnen zich in de 12e en 11e eeuw duidelijk onderscheidt van die van de andere volken in de levant, maar dat er vanaf de 10e eeuw sprake is van culturele assimilatie aan omliggende culturen. Dat blijkt op gebieden als voeding, taal en schrift, maar ook op het gebied van de godsdienst. Aanvankelijk vereerden de Filistijnen een godin, vermoedelijk de moedergodin uit de Myceense of Minoïsche beschaving. Later namen zij ook Kanaänitische en Egyptische goden op in hun pantheon.

In de Hebreeuwse Bijbel worden de Filistijnen vaak genoemd als tegenstanders van de Israëlieten. Daarnaast worden de Filistijnen vermeld in Egyptische, Assyrische en Babylonische bronnen. Ook uit enkele meer recent gevonden Filistijnse inscripties kunnen gegevens worden afgeleid met betrekking tot de Filistijnen.

Hizkia

Hizkia of Jechizkia (Hebreeuws korte vorm: חִזְקִיָּה ḥizqîjāh, lange vorm: חִזְקִיָּהוּ ḥizqîjāhûook, "mijn kracht is JHWH" of "JHWH heeft mij sterk gemaakt") was koning van het koninkrijk Juda van 725 - 696 v.Chr. en een trouwe vazal van Assyrië. Hizkia werd opgevolgd door zijn twaalfjarige zoon Manasse.

Na de ondergang van het noordelijke koninkrijk Israël groeide de betekenis van Jeruzalem. Onder Hizkia werd deze stad, mede in het licht van de talloze vluchtelingen uit het noorden, flink vergroot en in Juda was alles op de hoofdstad Jeruzalem gericht. Vanwege deze economische opleving en het zelfbeeld dat hierdoor ontstond, waagde Hizkia met enkele bondgenoten het Assyrische rijk aan te vallen. De Assyrische koning Sanherib belegde hierop Jeruzalem (701 v.Chr.), trok zich weer terug zonder de stad te verwoesten. In de Hebreeuwse Bijbel werd dit toegerekend aan de hulp van JHWH en leidde het tot een positieve waardering van Hizkia.

Padi (Ekron)

Padi (Filistijns pdy) was stadsvorst over de Filistijnse stadstaat Ekron aan het einde van de achtste en het begin van de zevende eeuw v.Chr.

Volgens de Ekroninscriptie is hij een zoon van Yasid en stamt hij uit een geslacht van vorsten over Ekron, dat in die tijd een vazal was van Assyrië. Onder Padi groeide Ekron in omvang en betekenis.

In 704 v.Chr. sloten de aristocraten van Ekron zich aan bij de opstand van koning Hizkia van het koninkrijk Juda. Zij namen de pro-Assyrische Padi gevangen en leverde hem uit aan Hizkia, die hem gevangen zette. In 701 v.Chr. voerde de Assyrische koning Sanherib een veldtocht om de opstandige gebieden te heroveren. Hij executeerde de opstandige aristocraten van Ekron en voerde een deel van de bevolking in ballingschap weg. Padi bevrijdde hij uit handen van Hizkia en stelde hem opnieuw aan als stadsvorst van Ekron. In die hoedanigheid wordt hij nog genoemd op een bulla uit 699 v.Chr., waarop vermeld staat dat Padi een talent zilver afdraagt voor de bouw van Sanheribs nieuwe paleis.Padi werd in ieder geval vóór 679 v.Chr. opgevolgd door zijn zoon Ikausu.

Padi wordt verder nog vermeld op een inscriptie, gevonden in het tempelcomplex in Ekron. De inscriptie luidt 'voor Baäl en voor Padi', en vertoont overeenkomsten in stijl met Neo-Assyrische inscripties door de verwijzing van burgers naar verantwoordelijkheid tegenover zowel de godheid als de koning.

Prisma

Prisma kan verwijzen naar:

Prisma (wiskunde), het wiskundig lichaam

Prisma (optica), een transparant lichtbrekend (prismavormig) lichaam

Prisma van Sanherib, een prisma met inscriptie van de Assyrische koning Sanherib

Prisma van Esarhaddon, een Assyrische prisma met inscriptie

Prisma Pockets, uitgaven:, waaronder encyclopedieën, woordenboeken, literatuur, compendiae, van uitgeverij Het Spectrum

Prisma (vereniging), een Nederlandse organisatie op het gebied van ontwikkelingshulp

Prisma Food Retail, een organisatie achter supermarktformules

Prisma Brabant, een stichting voor maatschappelijke ontwikkeling in Noord-Brabant

Prisma (horloge), een Nederlands horlogemerk

Prisma (bedrijventerrein), een bedrijventerrein bij Zoetermeer

Prisma (slak), een geslacht van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken).

Sanherib

Sanherib of Sennacherib (Akkadisch: mdSîn-aḫḫēmeš-eri4-ba, Sîn-ahhī-erība, "Sîn heeft (verloren) broeders voor me vervangen") was van ca. 705 tot 681 v.Chr. koning van Assyrië. Hij was de zoon van Sargon II, was getrouwd met Naqi'a en was vader van Esarhaddon en grootvader van Assurbanipal.

Hij had bij zijn troonsbestijging weinig last van lokale opstanden, want Assurs overmacht was door de militaire ondernemingen van zijn voorganger Sargon II zo groot geworden dat Sanherib zich niet meer bezig hoefde te houden met de jaarlijkse veldtocht.

Intussen voerden de met de Meden verbonden Kimmeriërs een vriendschappelijke politiek ten overstaan van Urartu, niet om het Assyrische maar wel om het Frygische Rijk ten val te brengen.

Sanherib slaagde er door toedoen van Egypte niet in de problemen in het koninkrijk Juda onder koning Hizkia volledig op te lossen. In de Hebreeuwse Bijbel wordt verteld dat Sanherib zijn belegering van Jeruzalem moest staken toen een engel van JHWH in één nacht 185.000 van zijn soldaten doodde, maar over het algemeen wordt aangenomen dat Hizkia net als zijn vader Achaz goud en zilver betaalde om het noodlot af te wenden.Op het moment dat de Chaldese vorst van Babylon een verbond sloot met Elam rukte Sanherib tegen hem op met het landleger en een door Westerlingen bemande en door Frygiërs gebouwde vloot. Op dat moment viel Elam Assyrisch grondgebied binnen.

Sanherib overwon zowel Babylon als Elam, en op onnavolgbare wijze liet hij Babylon verwoesten (hij liet het water van de Eufraat over de stad vloeien), wat in de latere Messopotamische literatuur werd gezien als een belediging van Babylons goden.

Ook het Zeeland, dat onder zijn vorst Nabu-shuma-ishkun meegevochten had in het bondgenootschap met Elam en Babylon in de slag van Halule (691) tegen de Assyiërs, moest eraan geloven. Sennacherib verving hem door een andere zoon van Marduk-apla-iddina, Nabu-zer-kitti-lishir, en stelde hem aan als gouverneur van het moerassige zuiden.Sanheribs nieuwe residentiestad Ninive werd door qanaten van water voorzien. Hij

liet in de stad schitterende tuinen en een wildpark aanleggen. Ondanks dergelijke vredelievende

activiteiten maakte ook Sanherib zich schuldig aan wreedheden, iets wat zelfs zou bijdragen aan

zijn eigen ondergang: kort daarop werd Sanherib door twee van zijn zoons gedood. Esarhaddon zou

de troon bestijgen. Het verwoeste Babylon zou door hem worden herbouwd.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.