Pasen

Pasen is het belangrijkste christelijke feest in het liturgische jaar, volgend op de Goede Week. Christenen vieren deze dag vanuit hun geloof dat Jezus opgestaan is uit de dood, op de derde dag na zijn kruisiging.

Pasen duurt twee dagen en wordt gevierd op een zondag en maandag. Beide dagen worden wel afzonderlijk eerste en tweede paasdag of paaszondag en paasmaandag genoemd.

Het christelijke Pasen verwijst ook naar de vijftig dagen durende periode van het kerkelijke jaar vanaf het paasfeest tot Pinksteren.[1] De periode van het paasfeest tot Hemelvaartsdag[2] duurt veertig dagen. Katholieken mogen gedurende de vijftig dagen durende periode hun jaarlijkse paasplicht vervullen.

Pasen
Fresco door Fra Angelico (klooster San Marco, cel 8)
Fresco door Fra Angelico (klooster San Marco, cel 8)
Type Christelijk / algemeen
Belangrijkheid De wederopstanding van Jezus Christus
Datum de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart
Verwant met Pesach
Detail van het middenpaneel van een polyptiek van Titiaan
Detail van het middenpaneel van een polyptiek van Titiaan

Voorchristelijke symboliek en oorsprong

Das festliche Jahr img123 Ostermorgen
Paasochtend, Das festliche Jahr in Sitten, Gebräuchen und Festen der germanischen Völker, 1863
Palm Sunday in Poland
Palmpasen in Polen
Osterbrunnen pegnitz
"Osterbrunnen" in Duitsland
Coccoi cun s'ou
Paasbrood uit Italië

Het christelijke Pasen heeft zijn oorsprong in het joodse Pesach. Tijdens het Eerste Concilie van Nicea (325) zijn de data van beide feesten officieel ontkoppeld.[3][4]

Over de precieze oorsprong en viering is men het niet volledig eens. Er bestaan verschillende lentefeesten uit vele culturen (zie feesten en rituelen tijdens de lente) die sterk op elkaar lijken en waaraan ook het christendom symbolen zou hebben ontleend. Daarom stellen sommigen dat Pasen eigenlijk een vrij recente feestdag is waarin al dan niet bewust oude symbolieken van de lentefeesten zijn opgenomen. Maar er zijn ook die zeggen dat de oorsprong meer algemeen is: als in een feest van de lente, waarbij het ontwaken van de natuur na de winter werd gevierd.[5] Zo'n lentefeest is in veel culturen en religies vaak ook ter ere van een godin van het leven en de vruchtbaarheid, die de natuur heeft doen ontwaken en vruchtbaar heeft gemaakt. Voor wat betreft Noord-Europa menen sommigen dat het de vermeende Germaanse godin Ostara betreft maar het is twijfelachtig of deze godin voor de Germanen ooit bestaan heeft. De gangbare wetenschappelijke theorie is tegenwoordig dat men over de voorchristelijke periode nauwelijks iets weet, omdat er nauwelijks iets van is overgeleverd. De aangehaalde theorieën worden in dit wetenschappelijk discours dan ook als puur speculatief gezien.[4]

De paaseieren illustreren hoe voorchristelijke elementen kunnen opduiken in de christelijke riten. Zo worden paaseieren opgehangen in de bomen, een overblijfsel van de heilige-boom cultus uit de Germaanse traditie. Deze symbolen ziet men ook in andere lentefeesten zoals Beltane en feesten van regeneratie die aanmerkelijk ouder zijn dan de christelijke versie. Zo is er ook de oude symboliek van de mythe van Adonis, de jaarlijks stervende en herrijzende god, partner van Aphrodite.

Een ander gebruik zijn de paasvuren. De ontstaansperiode hiervan is onbekend. De bedoeling van de vuren zou in het verleden het verjagen van de demonen van de winter zijn. In het oosten van Nederland en het aangrenzende westen van Duitsland, het woongebied van de Saksen, is dit gebruik een levendige, toeristische attractie rondom Pasen.

Ook de palmpasenstok met het broodhaantje in top heeft een heidense oorsprong. Dit is een overblijfsel van de meiboom van de Germanen. Om de komst van het licht te vieren droegen zij een boom rond met in top een haantje, het dier dat bij zonsopkomst de nieuwe dag aankondigt.

De paashaas is volgens hedendaagse inzichten helemaal niet zo oud: hij is voor zover bekend pas in 1682 voor het eerst in Duitsland beschreven, in Georg Franck von Franckenau's boek De ovis paschalibus[6] ('Over paaseieren'). De paashaas heeft van oorsprong een pedagogisch karakter en hij schenkt oorspronkelijk slechts eieren aan kinderen die zich goed gedragen. Via een vertaald Duits boek is de paashaas voor het eerst in ieder geval in 1825 in Nederland bekend.

Etymologie

Het woord Pasen is de meervoudsvorm van pasch of paesch, meervoud omdat het over meerdere dagen wordt gevierd. Het is ontleend aan christelijk Latijn pascha, een ontlening aan het Grieks páskha, dat weer ontleend is aan Aramees pasḥa ‘paasfeest’, verwant met Hebreeuws pesaḥ, het feest van de uittocht uit Egypte.[7]

In het christendom

In de christelijke traditie is Pasen, of ook wel het paasfeest, het belangrijkste liturgische feest. Op Goede Vrijdag, de vrijdag voor Pasen, herdenken christenen het lijden en de kruisdood van Jezus en met Pasen vieren zij zijn opstanding, ook wel verrijzenis genoemd, uit de dood. Pasen behoort daarmee tot de traditie van de zoenoffers, die draaien om de noodzaak van de dood voor het leven, de verzoening met het goddelijke en de spirituele ontwikkeling van de eigen ziel door beproeving.

Bijbelse geschiedenis

Volgens Matteüs 28:1-10, Marcus 16:1-13, Lucas 24:1-53 en Johannes 20:1-23.

Op Witte Donderdag is Jezus op de Olijfberg en wordt hij verraden door Judas Iskariot. Hierop wordt Hij gearresteerd door soldaten die in dienst waren van de hogepriester. De Joodse leiders wilden hem ter dood veroordelen, maar dat mocht alleen de Romeinse gouverneur, Pontius Pilatus, doen. Pilatus verklaarde echter in het openbaar niets te zien waarom Jezus ter dood zou moeten worden veroordeeld. De aanklagers bleven echter aandringen. Ook verklaarden ze dat Jezus zich 'koning der Joden' noemde en dat dit al een veroordeling zou rechtvaardigen. Pilatus kon hier niet goed onderuit komen als hij moeilijkheden met de Romeinse keizer wilde vermijden. Hij kon nog maar een oplossing zien van dit dilemma: het was traditie dat ter gelegenheid van het joodse feest Pesach een veroordeelde misdadiger gratie kreeg en het volk mocht kiezen welke dat zou zijn. Pilatus gaf nu de keus tussen Jezus en een moordenaar, veronderstellend dat het volk niet een moordenaar zou vrijlaten. Opgehitst door de leiders koos het volk echter voor vrijlating van de moordenaar Barabbas in plaats van Jezus. Jezus werd door Pilatus veroordeeld tot de dood aan het kruis. Hij waste daarbij zijn handen 'in onschuld'. Jezus werd op vrijdag aan het kruis genageld, waar hij kort voor de joodse sabbat, op de vooravond van het Pesach, stierf. Door Jozef van Arimathea wordt Jezus begraven, in een graf dicht bij Golgotha.

Heel vroeg op de zondagmorgen gaan er vrouwen naar het graf om het lichaam van Jezus te verzorgen. Ze vinden Hem daar echter niet, engelen vertellen hen dat Jezus is opgestaan. "Waarom zoekt u de levende onder de doden?" Kort daarop verschijnt hij aan Maria Magdalena. Daarop gaan de vrouwen naar de discipelen, die hen niet geloven. Toch gaan ze wel bij het graf kijken, Johannes en Petrus voorop. Diezelfde dag verschijnt Jezus aan twee volgelingen die onderweg zijn naar Emmaüs. Nadat Hij Zich aan hen geopenbaard heeft (bij het breken van het brood) haasten ze zich terug naar Jeruzalem om het de discipelen te vertellen. Terwijl ze hun verhaal aan het doen zijn, verschijnt Jezus in hun midden. Hij belooft hierbij de Heilige Geest te zenden en geeft ze de opdracht: "Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit."

Betekenis

Met de christelijke viering wordt, evenals met de joodse viering, de uittocht uit Egypte (de exodus) herdacht, zij het metaforisch vanuit het werk van God in en door de persoon Jezus als christus, door christenen beschouwd als de Zoon van God, de beloofde Messias, de Verlosser. Hij wordt in het Nieuwe Testament het paaslam genoemd, dat zichzelf vrijwillig liet offeren voor de verzoening van God met de mensen. Dit duidt op de symbolische betekenis van het offerlam, dat volgens de Mozaïsche voorschriften (Oude Testament, Pentateuch) en de tradities van de joodse godsdienst geofferd moest worden ter vergeving van zonden. Met de voorstelling van Jezus als het eeuwige paaslam werd in geestelijke zin een 'nieuw verbond' tussen God en mens aangeboden, gebaseerd op de genade, waarmee het oude verbond, gebaseerd op de wet, buiten werking kon worden gesteld. Wie in Hem gelooft, hoeft volgens de christelijke traditie niet meer 'onder de wet' te leven, maar valt 'onder de genade'. Deze begrippen en de verhoudingen tussen het een en ander zijn in onder meer de brieven van de apostel Paulus nader uitgewerkt.

Met het paasfeest wordt ook uitgekeken naar de verwachte wederkomst van Jezus op aarde.

Ontstaansgeschiedenis

Pesach

De oorsprong van het christelijke paasfeest ligt in de joodse traditie. Het joodse Pesach (in de christelijke liturgie Pascha) is nauw verbonden met de uittocht uit Egypte, de Exodus. De viering en herdenking hiervan werd volgens het Bijbelboek Exodus de avond voor de uittocht ingesteld en is de eeuwen door in verschillende vormen bewaard gebleven. Inherent is het herdenken van de grote daden van God aan het volk Israël. Hierin ligt het idee van 'bevrijding' besloten. Dit geldt ook voor het christelijke paasfeest, zij het vanuit een andere invalshoek. In Nederland herinneren tijdens Pasen de matzes (ongerezen broden) nog aan het joodse Pesachfeest. Volgens de Thora moesten de joden vlak voor hun vertrek in opdracht van God snel brood bakken zonder daar zuurdesem aan toe te voegen (Exodus 12:8). Deze matzes worden vóór Pasen verkocht door supermarkten en tijdens Pasen gegeten door zowel joden, christenen als niet-christenen.[4]

Pasen rond het begin van de christelijke jaartelling

In de tijd van Jezus was het Pesach, naast het pinksterfeest en het Loofhuttenfeest een van de drie belangrijke pelgrimsfeesten. Het was nauw verbonden met het Massotfeest; beide werden in feite als één feest gevierd. Van heinde en ver kwamen de mensen naar de tempel in Jeruzalem. De betekenis was nog altijd: herdenking van de bevrijding uit Egypte en hoop op de komende verlossing door de beloofde Messias.

Het Laatste Avondmaal van Jezus en zijn volgelingen, de discipelen, was volgens de Evangeliën een Pesachviering. Men trof de voorgeschreven voorbereidingen de avond ervoor, de viering vond 's avonds plaats in Jeruzalem, er werd wijn gedronken, brood gegeten en een loflied gezongen, het Halleel. De vereiste kruiden en het woord 'ongezuurd' (brood) worden niet genoemd, maar dat kan komen doordat de evangelieschrijvers niet per se volledig pretendeerden te zijn, bepaalde onderdelen natuurlijk aanwezig zijn dus niet genoemd hoeven worden, en men zich bij de verslagen kennelijk concentreerde op wat men voor de eerste christenen van die tijd van belang vond.

Eerste christenen

Ook de eerste christenen, van wie de meesten Joden waren, bleven aan de joodse feesten deelnemen, ook aan het Pesach. Gaandeweg werd het voor de christenen een tijd van vooral vasten ter herdenking van Jezus' lijden en een nachtwake. Later is een scheiding tussen de feesten gekomen, alleen al door het instellen van verschillende datums voor Pesach en Pasen (zie onder). De quartodecimanen hielden vast aan de oude manier van vaststellen van het paasfeest en werden daarom door de paus geëxcommuniceerd. Daarnaast was er nog een stroming (de montanisten genoemd) die vond dat het christelijke paasfeest gevierd moest worden op de eerste zondag na 5 april, en een stroming die meende dat het christelijke Pasen moest vallen op de eerste zondag na het joodse paasfeest. Omdat het feest daardoor ook vóór het begin van de lente kon vallen, werden de aanhangers van deze laatste stroming de proto-paschieten genoemd. Aan een vaste paasdatum dacht amper iemand.

Na 313, het jaar van de erkenning van het christendom door de Romeinse overheid met de afkondiging van het Edict van Milaan de zogeheten 'kerkvrede', kreeg het paasfeest een ander aanzien. Het werd nu voor pelgrims mogelijk om de gebeurtenissen van Pasen te vieren op de plek waar ze volgens het verhaal hadden plaatsgevonden, in en rond Jeruzalem. Een vroege (laat-vierde-eeuwse)getuige hiervan is het verslag van de pelgrim Egeria. Dit werkte een 'historisering' van de Paasliturgie in de hand. In Jeruzalem werd deze verdeeld in losse gebeurtenissen die op losse dagen en verschillende plaatsen gebeurd zouden zijn. Het liturgische Triduum Sacrum werd ingevoerd:

  1. Witte Donderdag (instelling van de Eucharistie en het priesterschap, begin van het lijden van Jezus);
  2. Goede Vrijdag (lijden en sterven);
  3. Stille Zaterdag of paaszaterdag (grafrust);
  4. paaszondag (opstanding).

Op het 4de Concilie van Lateranen (1215 - 1216) te Rome werd bepaald dat christenen op zijn minst eenmaal per jaar en dan vooral op Pasen de eredienst moesten bijwonen en moesten biechten. Dit impliceert dat, in tegenstelling tot wat veel mensen over de middeleeuwen denken, voor dit concilie het niet gebruikelijk was dat iedere christen regelmatig naar de kerk ging.

Na de middeleeuwen

Van de middeleeuwen tot halverwege de 20e eeuw werd de paaszondag min of meer apart gezien van de overige paasdagen. Het Tweede Vaticaans Concilie herstelde de liturgische eenheid van het triduüm. Ook hersteld is de paaswake, die in de nacht van zaterdag op zondag gehouden wordt. Deze was in de reformatorische traditie vrijwel onbekend, maar wordt de laatste decennia her en der gevierd, ook in evangelische- en pinksterkringen.

De Rooms-Katholieke Kerk kent de traditie van de Kruisweg, een uitbeelding van de lijdensgang van Jezus. Tijdens de paasdagen worden, met name in de rooms-katholieke streken, passiespelen uitgevoerd. Het bijwonen van uitvoeringen van passiemuziek van met name Bach is bij gelovigen, en overigens ook bij niet-gelovigen, een populaire vorm van paasviering.

In de muziek

De paastijd en de christelijke liturgie daaromheen heeft door de eeuwen heen vele componisten geïnspireerd tot muzikale composities. In de Barokperiode viel vooral het werk van Johann Sebastian Bach op met de Johannes-Passion, Matthäus-Passion en zijn cantates. Voor de eerste paasdag bedacht Bach de cantate nr. 4 Christ lag in Todesbanden. Voor de tweede paasdag schreef hij vervolgens de cantate nr. 6 Bleib bei uns, denn es will Abend werden.

Data

Eerste paasdag valt volgens de gregoriaanse kalender op de volgende data (zie ook de data van Pasen, Hemelvaartsdag en Pinksteren):
jaar dag
2013 31 maart
2014 20 april
2015 5 april
2016 27 maart
2017 16 april
2018 1 april
2019 21 april
2020 12 april
2021 4 april
2022 17 april
jaar dag
2023 9 april
2024 31 maart
2025 20 april
2026 5 april
2027 28 maart
2028 16 april
2029 1 april
2030 21 april
2031 13 april
2032 28 maart
2033 17 april
2034 9 april
jaar dag
2035 25 maart
2036 13 april
2037 5 april
2038 25 april
2039 10 april
2040 1 april
2041 21 april
2042 6 april
2043 29 maart
2044 17 april
2045 9 april
2046 25 maart

Het concilie van Nicea bepaalde in 325 dat Pasen moet worden gevierd op de zondag na de eerste volle maan in de lente. In 1582 voerde paus Gregorius XIII een kalenderhervorming door, die door de orthodoxe kerken niet werd gevolgd. De orthodoxe kerken, zoals de Russisch-orthodoxe kerk (maar niet de Grieks-orthodoxe kerk), bleven de juliaanse kalender volgen in plaats van de gregoriaanse kalender, waardoor het begin van de lente, en dus ook de paasdatum, op verschillende dagen valt. Om de zoveel jaar valt de paasdatum van de westerse kerken samen met die van de orthodoxe kerken.

In de westerse kerken wordt, volgens de regel van het kerkelijke/ecclesiastische Pasen, 21 maart gehanteerd als start van de lente. Ook als de volle maan op 21 maart valt, wordt Pasen op de zondag na de eerste volle maan in de lente gevierd. Daardoor kan het christelijke paasfeest in de westelijke kerken in een periode van 35 dagen vallen, van 22 maart tot en met 25 april.[8][9]

Pasen in de Lage Landen

In de Lage Landen is Pasen voor de meeste mensen een seculier feest geworden dat bestaat uit een aantal vrije dagen en uit tradities zoals gemeenschappelijk eten, het bezoeken van kerk en familie en het eieren zoeken.

Traditioneel werden omstreeks Pasen vaak films op televisie uitgezonden die het lijden van Christus verbeelden. Oudere films zijn Ben-Hur, The Robe en Jesus Christ Superstar. Een recente film is The Passion of the Christ. De laatste jaren is dit uitzonderlijk geworden.

België

Net als in Nederland vinden in België nauwelijks commerciële activiteiten plaats op Pasen. Ook op paasmaandag is dit het geval, het is een van de wettelijke feestdagen. Voor scholieren en studenten is er rond Pasen de paasvakantie, die twee weken duurt.

Nederland

Met name in het oosten van Nederland zijn paasvuren populair. In Ootmarsum wordt elk jaar een speciale optocht gehouden, het vlöggeln, die uniek is in Nederland.

Sinds 2011 wordt jaarlijks op Witte Donderdag The Passion gehouden, telkens in een andere Nederlandse stad.

Op de zondag dat Pasen wordt gevierd vinden er in Nederland minder commerciële activiteiten plaats. Pretparken en dergelijke zijn wel open en populair. Alleen essentiële diensten zoals politie, ziekenhuizen of brandweer zijn actief. Het openbaar vervoer functioneert normaal als ware het een gewone zondagsdienst, met slechts enkele aanpassingen. De maandag na paaszondag (tweede paasdag) was traditioneel in Nederland ook een dag voor de viering van Pasen zonder commerciële activiteiten. Tegen het einde van de 20ste eeuw liet men dit steeds meer los. Grote bedrijven, zoals woonboulevards, zijn open, en ook andere winkels zoals supermarkten. Voor personeel in dienst van een overheid is dit nog steeds een vrije dag.

Ook het Carnaval, Aswoensdag, de Vastentijd en Palmpasen zijn vanouds voorbereidingen voor de paasviering. Naast het christelijke aspect van Pasen wordt het paasfeest ook steeds meer een kinderfeest. Dat is niet alleen terug te zien in de paashaas en het schilderen en zoeken van eieren, maar ook in het zingen van paasliedjes. Rond Pasen worden niet meer alleen christelijke paasliederen gezongen, maar ook vrolijke kinderliedjes met als thema Pasen.

Paastoespraak

Op eerste paasdag houdt de paus in Rome traditiegetrouw bij de Sint-Pietersbasiliek een toespraak, geeft zijn zegen, Urbi et orbi en wenst iedereen een zalig paasfeest.

Spelling

Volgens het Groene Boekje krijgt Pasen een hoofdletter, maar alle samengestelde en afgeleide vormen niet: paasfeest, paasavond, paasei, etc. Dat geldt ook voor eerste paasdag, tweede paasdag, paaszondag en paasmaandag. Het Witte Boekje gebruikt ook voor de afzonderlijke feestdagen hoofdletters: Eerste Paasdag, Tweede Paasdag, Paaszondag, Paasmaandag.

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  • B. Lauvrijs, Een jaar vol feesten: oorsprong, geschiedenis en gebruiken van de belangrijkste jaarfeesten, 2004, ISBN 9058140091
  1. Pinksteren is volgens een bepaalde definitie de vijftigste en laatste dag van Pasen, waarbij paaszondag als de eerste dag van Pasen geldt.
  2. Hemelvaartsdag is de veertigste dag van Pasen, waarbij paaszondag de eerste dag is
  3. Standaard Encyclopedie. Het Spectrum N.V., Antwerpen, 1973.
  4. a b c R.A. Koman, '100%Pasen: geloof, bijgeloof en volksgebruiken in Nederland'. Profiel: Bedum, 2012.
  5. Is Geschiedenis: Oorsprong van Pasen
  6. Franck von Franckenau, Georg, Disputatione ordinaria disquirens de ovis paschalibus / von Oster-Eyern (1682), p. 6. Geraadpleegd op 18 juli 2013.
  7. M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam
  8. Dit jaar één paasdatum, kerknieuws.nl, 1 apr. 2004
  9. Towards a Common Date for Easter, Wereldraad van Kerken, 5-10 maart 1997
  1. Pinksteren is volgens een bepaalde definitie de vijftigste en laatste dag van Pasen, waarbij paaszondag als de eerste dag van Pasen geldt.
  2. Hemelvaartsdag is de veertigste dag van Pasen, waarbij paaszondag de eerste dag is
  3. Standaard Encyclopedie. Het Spectrum N.V., Antwerpen, 1973.
  4. a b c R.A. Koman, '100%Pasen: geloof, bijgeloof en volksgebruiken in Nederland'. Profiel: Bedum, 2012.
  5. Is Geschiedenis: Oorsprong van Pasen
  6. Franck von Franckenau, Georg, Disputatione ordinaria disquirens de ovis paschalibus / von Oster-Eyern (1682), p. 6. Geraadpleegd op 18 juli 2013.
  7. M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam
  8. Dit jaar één paasdatum, kerknieuws.nl, 1 apr. 2004
  9. Towards a Common Date for Easter, Wereldraad van Kerken, 5-10 maart 1997
Goede Week · Pasen

Palmzondag · Schorselwoensdag · Witte Donderdag · Goede Vrijdag · Stille Zaterdag · Paaswake · Pasen

Pasen · Hemelvaart · Pinksteren
Gebeurtenissen:Jezus · Tempelreiniging · Laatste Avondmaal · Arrestatie van Jezus · Verloochening van Petrus · Proces tegen Jezus · Kruisweg · Dood en herrijzenis van Jezus · Grote opdracht
Christelijke paascyclus:Paas- en Pinksterdatum · Paascyclus · Voorvasten · Septuagesima · Sexagesima · Quinquagesima · Vastenavond · Vastenperiode · Aswoensdag (met askruisje) · Invocabit · Reminiscere · Oculi · Laetare (halfvasten) · Judica (Passiezondag) · Goede Week (ook: Semana Santa) · Palmzondag / Palmpasen · Schorselwoensdag · Witte Donderdag · Paastriduüm · Goede Vrijdag · Stille- / Paaszaterdag · Paaswake · Pasen (met paasjubel) · Paasmaandag / tweede paasdag · Paasoctaaf · Beloken Pasen · Jubilate · Kruisdagen · Hemelvaart · Pinksteren · Quatertemperdagen · Trinitatis · Sacramentsdag · Hoogfeest van het Heilig Hart
Overige:Beltane · dauwtrappen · notenschieten · Ostara · paasei · paashaas · paaskaars · paasklokken · paaslam · paasvuur · palmezelprocessie · palmpasenstok · vlöggeln
Beloken Pasen

Beloken Pasen is de eerste zondag na Pasen (octaafdag van Pasen). Op die dag wordt de paasweek (het paasoctaaf) afgesloten. Deze dag heet sinds het Jubeljaar 2000 Barmhartigheidszondag (of Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid).

Beloken is het voltooid deelwoord van beluiken, het tegengestelde van ontluiken. Het betekent dus afgesloten.

De Latijnse naam van Beloken Pasen is Dominica in albis (zondag in witte kleren), een verwijzing naar de witte doopkleren van de doopleerlingen. De paus draagt dan speciale witte koorkledij, een witte satijnen mozetta afgezet met bont. In Duitsland wordt Beloken Pasen daarom "Witte Zondag" genoemd. Deze zondag wordt ook Quasimodo-zondag genoemd naar de beginwoorden van het introïtus dat op die zondag wordt gezongen: Quasi modo geniti infantes... (1 Petrus 2:2)In de Orthodoxe Kerk wordt deze dag Thomaszondag genoemd.

Beloken Pasen mag niet verward worden met paasmaandag of tweede paasdag.

Goede Vrijdag

Goede Vrijdag is de vrijdag voor Pasen. Op deze dag herdenken christenen de kruisiging en dood van Jezus. Jezus werd volgens de Bijbel veroordeeld tot de kruisdood door de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus, op aandrang van het sanhedrin. Deze straf werd voltrokken op de heuvel Golgotha nabij de stad Jeruzalem.

Goede Week

De Goede Week (ook wel Stille Week, Heilige Week, Grote Week of lijdensweek genoemd en in het Latijn: Hebdomas Sancta of Hebdomas Maior) is in het christendom de naam voor de week vanaf Palmzondag tot Stille Zaterdag. Het zijn de laatste zeven dagen van de Vasten of Veertigdagentijd en is het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. In deze week worden Witte Donderdag en Goede Vrijdag gevierd.

Jubilate

Jubilate is de naam die in de Katholieke Kerk wordt gegeven aan de derde zondag na Pasen. De zondag is vernoemd naar het eerste woord van het keervers (antifoon) van de psalm die op deze zondag wordt gezongen, psalm 66 / Vulgaat psalm 65 (‘Jubilate Deo, omnis terra’).

Op zondag Jubilate worden in de kerken de Bijbeldelen Johannes 16, vers 16-23 en I Petrus 2, vers 11-20 gelezen. De tekst uit het Evangelie volgens Johannes gaat over het verdriet dat de volgelingen van Jezus moeten lijden voordat zij herenigd worden met Jezus.

Kruisweg (religie)

De kruisweg (Via crucis in het Latijn) is een onderdeel van de traditie van het christelijke Paasfeest. Het is een nabootsing in de vorm van schilderijen of beeldhouwwerken van de lijdensweg van Christus vanaf het gerechtsgebouw (het paleis van de Pontius Pilatus) tot en met de begrafenis van Christus. Een kruisweg stelt de gelovige in staat stil te staan bij de belangrijkste gebeurtenissen van deze lijdensweg aan de hand van 14 kruiswegstaties (van het Latijn statio, dat halteplaats betekent). Het idee van een kruisweg is dat de gelovige zo in gebed de Via Dolorosa kan doorlopen zonder in Jeruzalem te zijn geweest.

Lijst van christelijke feest- en gedenkdagen

Christelijke feest- en gedenkdagen zijn dagen waarop er feest wordt gevierd of iets wordt herdacht in het christendom. Sommige feest- en gedenkdagen vallen steeds op dezelfde datum (bijvoorbeeld Onbevlekte Ontvangenis op 8 december), maar andere zijn variabel omdat ze gebonden zijn aan de data van Kerstmis (Kerstkring) en Pasen (Paaskring) (bijvoorbeeld Pinksteren, op de zevende zondag na Pasen). Onder het lemma Kerkelijk jaar kan men hierover meer uitleg vinden.

Paas- en pinksterdatum

Het paasfeest wordt in het christendom in principe gevierd op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Ter vereenvoudiging wordt hierbij echter uitgegaan van een berekende datum op basis van een vereenvoudigde voorstelling van de beweging van de hemellichamen, waarbij men gebruikmaakt van de epacta. Paaszondag valt ongeveer in het midden van de jaarlijkse paascyclus en bepaalt ook wanneer de andere kerkelijke feestdagen binnen deze cyclus vallen. Zo valt Aswoensdag, waarmee de vasten begint, altijd 46 dagen vóór Pasen (er zijn veertig vastendagen, de zondagen in deze periode tellen niet mee), Hemelvaartsdag altijd 39 dagen later, Pinksteren altijd op de 7e zondag na Pasen, de 49e dag na Pasen of 50e dag van Pasen (in het Oudgrieks: πεντηκοστή (ἡμέρα); pentekostē (hēmera), 50, waarvan Pinksteren afgeleid is).

Ook de data van het hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid (zondag na Pinksteren), Sacramentsdag (tweede donderdag of tweede zondag na Pinksteren), Sacramentszondag (tweede zondag na Pinksteren) en het hoogfeest van het Heilig Hart (derde vrijdag na Pinksteren) zijn aan de paasdatum verbonden.

Paascyclus

De paascyclus of paaskring is de jaarlijks terugkerende cyclus van aan Pasen gerelateerde kerkelijke feestdagen. Deze cyclus start op septuagesima, 70 dagen voor Pasen en eindigt 50 dagen erna, op Pinksteren. De belangrijkste dagen in deze kring zijn:

VoorvastenSeptuagesima (70 dagen voor Pasen)

Sexagesima (60 dagen voor Pasen)

Quinquagesima (50 dagen of 7 weken voor Pasen)

Vastenavond (de dinsdag voor Aswoensdag)

Vasten (periode)

Aswoensdag (46 dagen voor Pasen)

Passiezondag (tot 1969 de één-na-laatste zondag voor Pasen)

Goede Week

Palmzondag (zondag voor Pasen, ook: Palmpasen, en tot 1969 ook Passiezondag)

Schorselwoensdag (woensdag voor Pasen)

Witte Donderdag (donderdag voor Pasen) (vanaf de avondmis Paastriduüm)

Goede Vrijdag (vrijdag voor Pasen)

Stille Zaterdag (daags voor Pasen)

Paastijd

Pasen (zondag, ook: eerste paasdag of Paaszondag)

Paasmaandag (tweede paasdag, daags na Pasen)

Beloken Pasen of Quasimodo-zondag (zondag na Pasen = octaafdag van Pasen)

Jubilate (derde zondag na Pasen)

Kruisdagen (maandag, dinsdag en woensdag voor Hemelvaart)

Hemelvaartsdag (40e paasdag, dus 39 dagen na Pasen, 10 dagen voor Pinksteren, steeds op een donderdag)

Pinksteren (7 weken na Pasen)

Quatertemperdagen (woensdag na Pinksteren, tot 1969 ook de vrijdag en zaterdag)

Trinitatis of het hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid (zondag na Pinksteren)

Sacramentsdag In België: (tweede donderdag of eventueel tweede zondag na Pinksteren) In Nederland: (tweede zondag na Pinksteren)

het Hoogfeest van het Heilig Hart (derde vrijdag na Pinksteren).Pasen valt elk jaar op een andere datum, zie Paas- en Pinksterdatum.

Paaskaars

De paaskaars is een kaars die in de paasnacht voor het eerst wordt ontstoken. Het symboliseert in de katholieke en in de protestantse liturgie het licht van de verrezen Christus en wortelt in de traditie van het lucernarium. Het is een grote kaars, versierd met het kruis, de Griekse letters alfa en omega en het jaartal. In de Katholieke Kerk worden ook vijf wierookkorrels (paasnagels) toegevoegd die de vijf wonden van Christus aan het kruis symboliseren. De paaskaars wordt aangestoken in de paaswake, de belangrijkste viering van het kerkelijke jaar. De priester of voorganger ontsteekt de paaskaars middels een lontje aan in het paasvuur dat hij vooraf gezegend heeft. Dit kan buiten het kerkgebouw of de kapel gebeuren, waarop de diaken of priester de paaskaars plechtig binnendraagt. Ook kan een klein paasvuur in de kerk branden waaraan de kaars wordt ontstoken. Het licht van de paaskaars verdrijft de donkerte van het gebouw: de kaarsen van de gelovigen worden ontstoken aan de paaskaars. De paaskaars symboliseert daarmee het licht van Christus, die volgens de christelijke traditie het duister, het kwaad heeft overwonnen.

De paaskaars brandt verder in alle vieringen van de paastijd tot en met Pinksteren. Na het Pinksterfeest wordt de paaskaars op waardige wijze bewaard in de doopkapel bij de doopvont. Hieraan worden bij een doopsel de doopkaarsen ontstoken. Ook bij een Vormsel ontsteekt men de paaskaars omdat hieraan de vormselkaarsen worden ontstoken. Als de paaskaars op het priesterkoor blijft staan omdat de doopvont ook daar geplaatst is, zal zij tenminste elke week tijdens de zondagsvieringen ontstoken worden. Zij wordt in dit geval altijd versierd. Bij een uitvaart wordt de paaskaars bij de lijkbaar geplaatst als teken dat men het Pasen viert van de overledenen. De paaskaars brandt ook op Allerzielen (2 november) omdat dan de vieringen zijn gelijk bij een uitvaart.

Paasmaandag

Paasmaandag of tweede paasdag is de dag na paaszondag en is een vrije dag in een groot aantal voornamelijk christelijke landen.

Palmzondag

Palmzondag (Latijn: Dominica in Palmis), ook wel Palmpasen genoemd, is de laatste zondag van de vastenperiode (de zondag vóór Pasen), vanouds de tweede zondag van de Passietijd, maar vooral belangrijk als eerste dag van de Goede Week. Op Palmzondag wordt door christenen de blijde intocht van Jezus Christus in Jeruzalem gevierd.Sinds de hervorming van de liturgiekalender in 1970 wordt Palmzondag ook palmzondag van de passietijd des Heren genoemd, voorheen was dit de Tweede zondag in de Passietijd ofwel Palmzondag (Dominica II Passionis seu in Palmis). De Eerste Passiezondag (Dominica I Passionis) wordt in de klassieke Romeinse ritus gevierd op de tweede zondag voor Pasen, één zondag voor Palmzondag.

Passie (Jezus Christus)

Een passie is een verhaal, een toneelstuk, een muziekstuk of een beeldend kunstwerk dat het lijden van Jezus Christus als uitgangspunt heeft. Een theatrale vorm van een passie wordt ook wel passiespel genoemd.

In het Nieuwe Testament van de Bijbel is de passie onderverdeeld in een reeks gebeurtenissen:

De blijde intocht van Jezus in Jeruzalem op Palmzondag

De Tempelreiniging

Het onderricht in de Tempel

De Olijfbergrede of 'rede (over de laatste dingen) op de Olijfberg' (alleen in Matteüs 24:3–25:46)

De zalving van Jezus

Het laatste avondmaal van Jezus en zijn discipelen

De arrestatie van Jezus

De verloochening van Petrus

Het proces tegen Jezus ten overstaan van de sanhedrin en later Pontius Pilatus

De kruisweg van Jezus

De kruisiging van Jezus

De kruiswoorden van Jezus

De dood en herrijzenis van Jezus

Het geven van de grote opdracht aan de discipelen aan wie Jezus verscheen na zijn doodIn het alledaags spraakgebruik wordt het woord "passie" ook als synoniem voor "overgave" of "met grote inzet" gebruikt.

Pinksteren

Pinksteren (Oudgrieks: Πεντηκοστή, Pentèkostè Nederlands: vijftig) of Sinksen is een christelijke feestdag, waarmee de uitstorting van de Heilige Geest wordt herdacht. Met deze uitstorting wordt ook het begin van de christelijke kerk gemarkeerd. Het kan als zodanig tevens als de eerste christelijke opwekking worden gezien.

Pinksteren wordt gevierd op de zevende zondag na Pasen. Het is daarmee de negenenveertigste dag ná Pasen, of volgens een andere definitie de vijftigste en tevens laatste dag ván Pasen. Het pinksterfeest markeert het laatste feest van het liturgisch jaar, De tijd vanaf de eerste maandag na Pinksteren tot aan advent heet ook wel groene tijd.

Quinquagesima

De zondag quinquagesima (Dominica in Quinquagesima in het Latijn) is de benaming voor de zondag vóór Aswoensdag. De naam komt oorspronkelijk uit het Latijn quinquagesimus (vijftigste), dit verwijst naar de vijftig dagen voor Goede Vrijdag.

Bij de aanpassing van de liturgische kalender na het Tweede Vaticaans Concilie werden de drie zondagen van de voorvasten (septuagesima, sexagesima en quinquagesima) niet meer opgenomen en vervangen door gewone zondagen door het jaar. Er zijn echter ook katholieken die de Tridentijnse liturgie vieren en de daarbij horende liturgische kalender volgen.

Septuagesima

Septuagesima (Latijn: zeventigste) is de eerste zondag van de Paaskring, 70 dagen vóór Pasen. Deze zondag wordt gevolgd door de twee andere zondagen van de voorvasten: sexagesima, quinquagesima. Ze zijn een voorbereiding tot de veertigdaagse vastentijd (quadragesima). Vandaar dat de liturgische kleur paars is en de vreugdezangen (Te Deum, Gloria en Alleluja) achterwege gelaten worden, behalve op heiligenfeesten die in deze periode voorkomen.

Bij de aanpassing van de liturgische kalender na het Tweede Vaticaans Concilie werden de drie zondagen van de voorvasten (septuagesima, sexagesima en quinquagesima) niet meer opgenomen en vervangen door gewone zondagen door het jaar. Er zijn echter ook katholieken die de Tridentijnse liturgie vieren en de daarbij horende liturgische kalender volgen.

Sexagesima

De zondag sexagesima (Dominica in Sexagesima in het Latijn) is de benaming voor de tweede zondag vóór Aswoensdag. De naam komt oorspronkelijk uit het Latijn sexagesimus (zestigste). Dit verwijst naar het feit dat er ongeveer zestig dagen zijn tussen deze zondag en Pasen.

Bij de aanpassing van de liturgische kalender na het Tweede Vaticaans Concilie werden de drie zondagen van de voorvasten (septuagesima, sexagesima en quinquagesima) niet meer opgenomen en vervangen door gewone zondagen door het jaar. Er zijn echter ook katholieken die de Tridentijnse liturgie vieren en de daarbij horende liturgische kalender volgen.

Stille Zaterdag

Paaszaterdag (Sabbatum Sanctum in het Latijn) of Stille Zaterdag is de zaterdag die volgt op Goede Vrijdag. Het is de dag voor Pasen en de laatste dag van de vastentijd en lijdensweek die voorbereidt op het christelijke paasfeest.

De naam Stille Zaterdag verwijst naar het feit dat op die dag de klokken niet luiden tot aan de paaswake.

Vastentijd

Vastentijd, veertigdagentijd of quadragesima is de periode die begint op Aswoensdag als voorbereiding op het Paasfeest. De veertigdagentijd is een periode van vasten en bezinning op de feitelijke christelijke levenspraktijk. Alhoewel er zesenveertig dagen verlopen tussen Aswoensdag en Pasen (einde van de vastentijd), wordt er traditioneel (binnen de Katholieke Kerk) niet gevast op de zes zondagen tijdens die periode, waardoor de totale duur van de vastentijd op veertig dagen uitkomt. In het oosters christendom wordt er achtenveertig dagen gevast tot Pasen. De laatste week vóór Pasen wordt niet meer gerekend tot de "veertigdagentijd", maar tot de Goede week.

In de vroegchristelijke tijd vastte men tot zonsondergang. Onder andere koning David en de profeet Daniël vastten in voorchristelijke tijden al, om Gods hulp en steun te zoeken (2 Samuël 12:16; Daniël 9:3). Ook Jezus ging direct na zijn doop veertig dagen vasten (Mattheüs 4:2). Rond het jaar 250 werd dit vasten uitgebreid naar alle dagen van de Goede Week, terwijl het Concilie van Nicaea in 325 getuigt van een veertigdagenvasten.

Witte Donderdag

Witte Donderdag is in de christelijke religie de donderdag direct voor Goede Vrijdag in de Goede Week. Op Witte Donderdag begint het Triduum Sacrum dat verder bestaat uit Goede Vrijdag en Stille Zaterdag die tijdens de paaswake overgaat in het paasfeest.

Op Witte Donderdag wordt Het Laatste Avondmaal van Christus met zijn apostelen en de instelling van de eucharistie door Jezus herdacht.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.