Onderwijs

Het onderwijs is het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen. Daarbij houdt men rekening met een beginsituatie, volgt men een onderwijsstrategie en worden de resultaten geëvalueerd, onder meer door toetsing, zelfevaluatie en peerevaluatie (collegiale toetsing). Onderwijs wordt binnen een door de overheid bepaalde structuur gegeven door personen die daarvoor speciaal zijn opgeleid, zoals onderwijzers, leraren en docenten.

Portal.svg Portaal Onderwijs
Bioscoopjournaal uit 1972 over de nationale onderwijstentoonstelling te Utrecht. Waar audiovisuele toepassingen een belangrijk onderwerp vormen.

Inleiding

Gratis onderwijs verwijst naar onderwijs dat wordt gefinancierd via belastingen, of liefdadigheidsorganisaties in plaats van door collegegeld. De lagere school, middenschool en verder onder de leerplicht vallend onderwijs is gratis in veel landen. Onderwijs betekent min of meer hetzelfde als educatie, een woord dat meer voor onderwijs aan volwassenen gebruikt wordt. Binnen bedrijfsleven en overheid zijn de termen cursus (voor het verkrijgen van kennis) en training (voor het verkrijgen van vaardigheden) gebruikelijk.

Onderwijsaccreditatie is een vorm van kwaliteitsborging in het onderwijs, waarbij het onderwijsinstituut, het onderwijs of de faciliteiten onderzocht worden door een (onafhankelijke) accreditatieorganisatie. De wetenschap die het onderwijs bestudeert, wordt de onderwijskunde genoemd. Naast kennis en vaardigheden speelt ook het overdragen van een bepaalde houding (ook attitude genoemd), manieren, normen en waarden een (meestal) secundaire rol.

Kinderen krijgen gewoonlijk onderwijs vanaf hun derde tot minimaal hun zestiende jaar. Voor velen is de praktijk van het alledaagse leven veel leerrijker dan formeel schoolonderwijs. De dagelijkse werkelijkheid is de leerschool van het leven. Mark Twain zei in dit verband: Ik heb school nooit een belemmering laten zijn voor mijn leren. Dit zogenaamde buitenschools leren, onder meer via nieuwe media als het internet zoals E-learning, is vaak invloedrijker dan het leren op school.

Het woord 'school' is afgeleid van het Griekse 'σχολή', dat 'vrije tijd' betekent. Onderwijs was namelijk iets waarvoor je vrije tijd moest hebben: de meeste mensen (ook kinderen) besteedden al hun tijd aan werk. In het klassieke Griekenland bestonden er geen openbare scholen: alleen welgestelde kinderen ontvingen onderwijs van privédocenten. De beroemde 'school' in Athene was Plato's Academie. In deze 'school' waren er echter geen klassen of examens. Het was een plaats waar (wederom welgestelde) denkers converseerden met elkaar, met Plato's ideeën als uitgangspunt. Vandaag zouden we dit een salon noemen. Ook het lyceum van Aristoteles was gelijkaardig, hoewel Aristoteles tweemaal daags een lezing gaf.

Historische achtergrond

Mensen werkzaam in de onderwijssector in Nederland.[1]

De onderwijsstructuur in haar huidige vorm vindt haar oorsprong in sterk verzuilde tradities: de confessionele zuil (katholieke en protestantse onderwijs) en het staatsonderwijs.

Vóór de twaalfde eeuw speelde het intellectuele leven zich af in kloosters, waar vooral liturgie en gebed werd bestudeerd. In de twaalfde en dertiende eeuw was er voldoende welvaart om een professionele clerus te betalen, en bisschoppen richtten kathedraalscholen op om de clerus het canonieke recht te onderwijzen, alsook kerkelijke administratie, boekhouden, logica en retoriek (voor theologische discussies en preken). Kathedraalscholen hadden meestal slechts één leraar.

Reformatie

In de 16e eeuw revolteerden Luther en de humanisten tegen de scholastische methode. Het kerkelijke instituut werd bezien als een onnodige schakel tussen de mens en God, en het daaraan verbonden onderwijs werd door de humanisten afgewezen. Academische individualiteit, gebonden aan een sterke moraliteit, vormden de kern van het protestantse betoog.

Onderwijsstructuur in Nederland en Vlaanderen

Structuur in Nederland

Onderwijssysteem-in-nederland-p
Schematisch overzicht van het onderwijssysteem in Nederland met de verschillende doorstroommogelijkheden.

Algemeen in Nederland geldt:

  • Het onderwijs valt onder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  • Sinds 1900 is er in Nederland een leerplicht wet. In de huidige versie schrijft deze volledige leerplicht voor, uitgezonderd van lichamelijke of psychologische gronden, voor iedereen van 5 jaar (start op de eerste dag van de maand na de vijfde verjaardag, maar de meeste kinderen gaan vanaf hun 4e jaar al naar school) tot en met 16 jaar.
  • Na het 16e jaar stelt de wet gedeeltelijk leerplicht tot en met het 18e jaar. Dit houdt in dat de leerling een startkwalificatie (mbo-diploma niveau 2 of hoger) moet hebben om niet meer leerplichtig te zijn.
  • Leerlingen van 19 tot 23 jaar zijn kwalificatieplichtig. Dit houdt in dat de onderwijsinstelling waaraan de leerling studeert, verplicht is zich in te spannen deze leerling ten minste het mbo-diploma niveau 2 te laten behalen.
  • Scholen zijn in Nederland ofwel openbaar, ofwel bijzonder, vanuit levensbeschouwelijke, godsdienstige of onderwijskundige achtergrond.

Niveaus

Basisonderwijs
In Nederland volgden in 2000 ongeveer 1,5 miljoen kinderen basisonderwijs op circa 7000 scholen. Het basisonderwijs wordt ook vaak primair onderwijs (PO) genoemd. Samen met het speciaal basisonderwijs valt het basisonderwijs onder de wet op het primair onderwijs (WPO).
Voortgezet onderwijs
In Nederland zijn er verschillende schooltypes voor het voortgezet onderwijs:
Middelbaar
Hoger onderwijs
Speciaal onderwijs
Vormen van speciaal onderwijs in Nederland zijn:
  • Cluster 1: visueel gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen met een visuele handicap
  • Cluster 2: dove of slechthorende kinderen, kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden of meervoudig gehandicapte kinderen die een van deze handicaps hebben
  • Cluster 3: lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen die een van deze handicaps hebben
  • Cluster 4: zeer moeilijk opvoedbare kinderen (Z.M.O.K), langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap en kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten
Binnen het speciaal onderwijs wordt het onderwijs voor oudere kinderen voortgezet speciaal onderwijs (VSO) genoemd.
Voormalige vormen van speciaal onderwijs
Volwassenenonderwijs

Structuur in Vlaanderen[2]

Structuur Onderwijssysteem in Vlaanderen (Pieter Cnaepkens)
Structuur in Vlaanderen

In Vlaanderen is er voltijdse leerplicht vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin de leerling 6 jaar wordt. Deze leerplicht duurt in de regel 12 leerjaren (zes jaar lager onderwijs en zes jaar secundair onderwijs). Vanaf 15 jaar kan ook aan de leerplicht worden voldaan in deeltijdse leersystemen DBSO en Middenstandsopleiding. Deze leerplicht komt niet overeen met schoolplicht.

Kenmerkend voor het onderwijs in Vlaanderen is de indeling in onderwijsnetten en de bevordering van de gelijke onderwijskansen (GOK). Men onderscheidt het officiële (gemeenschapsonderwijs, provinciaal onderwijs en stedelijk onderwijs) net en het vrije net (joods, protestants, Freinet, Steiner, en het grootste: katholiek onderwijs).

Sinds de onderwijsbevoegdheid van de Belgische federale overheid overgegaan is naar de Vlaamse overheid (1988) is de kwaliteit sterk verbeterd. In internationale vergelijkende studies scoort vooral het secundair onderwijs zeer goed, sinds 2000 herhaaldelijk in de top-10 (zie bijvoorbeeld PISA). Dit is een van de redenen waarom aan de grens wonende Nederlanders met duizenden (ruim 18.500 in 2006-2007) in Vlaamse scholen ingeschreven zijn[3] Ook Franstalige Belgen kiezen steeds vaker voor het Vlaamse onderwijs.

Niveaus

Specifieke vormen van onderwijs

Specifieke vormen van onderwijs zijn

Statistische indeling

Het CBS heeft voor Nederland een indeling gemaakt van opleidingen naar niveau en richting, de zogenaamde Standaard Onderwijsindeling (SOI). Dit classificatiesysteem wordt gebruikt voor onder andere statistische doeleinden en sluit aan bij de internationale onderwijsindeling ISCED van de UNESCO.

De niveau-indeling van de SOI 2006 is als volgt:

  • 1. Onderwijs aan kleuters
  • 2. Primair onderwijs
  • 3. Secundair onderwijs, eerste fase
    • 3.1 laag
    • 3.2 Midden
    • 3.3 Hoog
  • 4. Secundair onderwijs, tweede fase
    • 4.1 laag
    • 4.2 Midden
    • 4.3 Hoog
  • 5. Hoger onderwijs, eerste fase
    • 5.1 laag
    • 5.2 Midden
    • 5.3 Hoog
  • 6. Hoger onderwijs, tweede fase
  • 7. Hoger onderwijs, derde fase

De SOI deelt de richting van een opleiding hiërarchisch in naar sectorgroep, (sub)sector, rubrieksgroep en rubriek. Op het hoogste niveau (sectorgroep) kent de SOI de volgende indeling naar richting:

  • 0 Algemeen onderwijs
  • 1 Leraren
  • 2 Humaniora, sociale wetenschappen, communicatie en kunst
  • 3 Economie, commercieel, management en administratie
  • 4 Juridisch, bestuurlijk, openbare orde en veiligheid
  • 5 Wiskunde, natuurwetenschappen en informatica
  • 6 Techniek
  • 7 Agrarisch en milieu
  • 8 Gezondheidszorg, sociale dienstverlening en verzorging
  • 9 Horeca, toerisme, transport en logistiek

Varia

Digitale school

De informatievoorziening in het onderwijs is over het algemeen zeer papier gebonden maar gebeurt nu ook af en toe met de computer in een mediatheek of elektronische schoolborden in de klas. In 2013 waren er 10 scholen in Nederland die alleen digitaal werkten op een iPad.[4] In 2014 deed ook de Android tablet zijn intrede en deden 44 scholen mee.[5] Inmiddels loopt het aantal tablets dat in gebruik is op school in de miljoenen.[6] Gezien de ontwikkeling dat er steeds meer gebruik gemaakt gaat worden van de zogenoemde cloud en het gevaar op gegevenslekken meent de Nederlandse regering dat de leerlingen pseudoniemen kunnen gaan kiezen waarmee ze zich aan kunnen melden op de leersystemen.[7] '

MOOC

MOOC staat voor: Massive open online course. Er zijn ook vele gratis MOOC's beschikbaar van prestigieuze universiteiten. Vooral studenten werken steeds meer met een laptop en via E-learning.

Lissabon

Met de Strategie van Lissabon[8] wordt binnen de EU geprobeerd om het aantal voortijdige schoolverlaters te verminderen, per 2006 heeft in Nederland 1 op de 4 in de leeftijd 20 tot 24 jaar geen diploma, in België is dit 1 op de 5 en in Finland, Duitsland, Griekenland, Ierland, Japan, Korea en Noorwegen 1 op de 10.[9][10]

Tevens wordt geprobeerd om met de Lissabonstrategie de educatie-vormen binnen de EU meer aansluiting op elkaar te laten hebben, en dus ook meer overeenkomsten te creëren dan wel laten zien.

Naast de scholing doet de school vaak aan opvoeding, integratie, voor en naschoolse opvang en zorg. De ene onderwijsvorm heeft meer zorgleerlingen dan de andere. Voor sommige zaken kan de school verwijzen naar specialisten zoals de huisarts, het Centrum voor Leerlingenbegeleiding, de kinderbescherming of de politie.

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  1. MinOCW
  2. Vanderlocht, Marc & Karine Verschueren: Het onderwijslandschap in Vlaanderen: een blik op structuren, aanbod, regelgeving en informatiebronnen - Brussel : VCLB Service, 2008. - 240 p.- ISBN 978-90-78331-55-1
  3. Ond.Vlaanderen.be
  4. Hoe gevaarlijk is de digitale school?
  5. Problemen met digitale boeken op 44 scholen
  6. Tablet Initiatives Around the World
  7. Wetsvoorstel regelt betere bescherming privacy leerlingen rijksoverheid.nl, 10-2-2017
  8. Lissabondoelstelling
  9. Education at a Glance 2007
  10. Eurostat
  1. MinOCW
  2. Vanderlocht, Marc & Karine Verschueren: Het onderwijslandschap in Vlaanderen: een blik op structuren, aanbod, regelgeving en informatiebronnen - Brussel : VCLB Service, 2008. - 240 p.- ISBN 978-90-78331-55-1
  3. Ond.Vlaanderen.be
  4. Hoe gevaarlijk is de digitale school?
  5. Problemen met digitale boeken op 44 scholen
  6. Tablet Initiatives Around the World
  7. Wetsvoorstel regelt betere bescherming privacy leerlingen rijksoverheid.nl, 10-2-2017
  8. Lissabondoelstelling
  9. Education at a Glance 2007
  10. Eurostat
Wikibooks Wikibooks heeft meer over dit onderwerp: Portaal:Onderwijs.
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Onderwijs.
Algemeen secundair onderwijs

Het algemeen secundair onderwijs (aso of a.s.o.), vroeger en nu ook nog vaak in spreektaal humaniora genoemd, is een onderwijsvorm in Vlaanderen. Het aso volgt op de eerste graad (de observatiegraad) van het secundair onderwijs en wordt ingedeeld in een tweede (de oriëntatiegraad) en derde graad (de determinatiegraad). Een graad bestaat uit twee leerjaren.

Een vergelijkbare onderwijsvorm in Nederland is het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo).

Atheneum

Het atheneum (vernoemd naar het door keizer Hadrianus in Rome gestichte Athenaeum) is in Nederland een vorm van voortgezet onderwijs (voor 12- tot 18-jarigen). De zesjarige opleiding is een vorm van voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) zonder de klassieke talen Grieks en Latijn.

In Vlaanderen is het Koninklijk Atheneum (KA) een openbare school van het Gemeenschapsonderwijs (onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap) met algemeen secundair onderwijs (ASO), het Koninklijk Technisch Atheneum (KTA) met technisch secundair onderwijs (TSO). Naast het Gemeenschapsonderwijs bestaat ook het vrij onderwijs (niet-overheidsgerelateerd) en het officieel onderwijs, dat georganiseerd wordt door de lokale besturen, d.w.z. steden en gemeenten of provincies.

Basisonderwijs

Met basisonderwijs of primair onderwijs wordt het onderwijs bedoeld aan kinderen in de leeftijd van ongeveer vier jaar tot twaalf jaar (soms tot 13 of 14 jaar). In de meeste ontwikkelde landen is het basisonderwijs verplicht via de leerplicht. In het basisonderwijs worden elementaire zaken onderwezen als rekenen en taal. Het basisonderwijs heeft daarmee een belangrijke functie in het voorkomen van analfabetisme. Het recht op basisonderwijs is opgenomen als artikel 26 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Faculteit (onderwijs)

Een faculteit is een hoofdafdeling van een universiteit. In een faculteit is een aantal verwante opleidingen en onderzoeksgroepen verenigd. In toenemende mate gebruiken ook hogescholen de term voor hun afdelingen, waarin dan verwante opleidingen zijn verenigd.

Hoger algemeen voortgezet onderwijs

Het hoger algemeen voortgezet onderwijs, dat veelal afgekort wordt als havo, is het op een na hoogste niveau binnen het voortgezet onderwijs in het Koninkrijk der Nederlanden en Suriname. Het havo is in principe geen eindonderwijs - het is algemeen vormend (theoretisch) en geen beroepsopleiding (Bildung versus Ausbildung). Het havodiploma is een startkwalificatie. Van alle scholieren in het voortgezet onderwijs in Nederland gaat ongeveer twintig procent naar het hoger algemeen voortgezet onderwijs. Ter vergelijking: zestig procent gaat naar het vmbo, twintig procent naar het vwo.Een havoabituriënt heeft in vergelijking met een 'afgestudeerde' mbo'er in de regel inhoudelijk breder onderwijs

genoten. Het taal- en wiskundecurriculum van het havo ligt op een hoger niveau dan dat van het mbo.

De landelijke kwaliteitseisen (eindtermen) van het havo zijn bovendien geborgd in een Centraal Examen en bij het mbo niet. De examinandus kan ook voor het havostaatsexamen kiezen. Het staatsexamendiploma havo heeft dezelfde waarde als een vergelijkbaar havodiploma verkregen via het reguliere schoolexamen.

Deze opleiding duurt vijf jaar. Het havo is bedoeld voor leerlingen van twaalf tot zeventien jaar, en sluit aan op de basisschool, het vmbo-t en tot 1999 het mavo (alle vakken op D-niveau). Het havo bereidt leerlingen voor op het hoger beroepsonderwijs (hbo). Met een bewijs dat de eerste drie jaar goed zijn doorlopen, kan een leerling doorstromen naar een vakopleiding of een middenkaderopleiding in het mbo. Het havodiploma geeft toegang tot het vwo en een havoleerling kan deelnemen aan een versneld mbo-traject. Iemand die op het havo zit heet een havist of een havoër.

vwo-advies: 12 + 6 jaar vwo = 18 jaar → universiteit

havoadvies: 12 + 5 jaar havo + 1 jaar hbo (propedeuse) = 18 jaar → universiteit

havoadvies: 12 + 5 jaar havo = 17 jaar → hbo of mbo (mbo versneld)

vmbo-advies: 12 + 4 jaar vmbo(-t) + 2 jaar havo = 18 jaar → hbo of mbo (mbo versneld)

vmbo-advies: 12 + 4 jaar vmbo + 4 jaar mbo = 20 jaar → hbo

De invoering van het studiehuis op het havo heeft de aansluiting met het hbo ernstig verslechterd. Opleiders in het hbo zijn van mening dat het havocurriculum vroeger (oude stijl tot 1998) veel beter was dan het tegenwoordige havo met studiehuis (zie bijvoorbeeld de lemma's opstel en Management en Organisatie).

Hoger beroepsonderwijs

Het hoger beroepsonderwijs, dat wordt afgekort als hbo, is een onderwijsvorm binnen het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen.

Hogeschool

Een hogeschool is een onderwijsinstelling voor niet-universitair hoger onderwijs.

Hoogleraar

Een hoogleraar (engels 'full professor') is een academisch docent van de hoogste rang aan een universiteit, een academie of een hogeschool. Hoogleraren zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van onderzoek in het hun toegewezen wetenschapsgebied en voor de inhoud van het te geven onderwijs op dat gebied.

Een hoogleraar behoort tot het personeel van de universiteit. Het wetenschapsgebied waarop de hoogleraar zijn of haar onderwijs- en onderzoekstaken uitoefent is vermeld in het benoemingsbesluit. Het is gebruikelijk dat recent benoemde hoogleraren een inaugurele rede of oratie houden.

Meer uitgebreid lager onderwijs

(Meer) uitgebreid lager onderwijs, afgekort mulo (ook ulo), is een Nederlands schooltype na de lagere school. Deze schoolvorm ontstond ten gevolge van de onderwijswet van 1857 en werd afgeschaft na de invoering van de Mammoetwet in 1968. In Suriname bestaat de onderwijsvorm nog steeds. De wettelijke term mulo werd in 1920 bij wet veranderd in ulo, maar veel scholen zijn mulo (ook MULO of M.U.L.O.) blijven hanteren omdat ze dit beter vonden klinken.

Meester in de rechten

Meester in de rechten is de titel die iemand behaalt door het afronden van de masterstudie rechtsgeleerdheid aan een Belgische of Nederlandse universiteit. De titel is het equivalent van een Master of Laws in het bachelor-masterstelsel. 'Meester in de rechten' wordt doorgaans afgekort tot mr. (met kleine letters en een punt).

In België en Nederland wordt de afkorting LL.M. ook vaak gebruikt om aan te duiden dat de persoon een buitenlandse MaNaMa heeft gedaan na de volledige studie rechten. Vooral in de rechtstakken Financieel recht, Vennootschapsrecht, Internationaal recht, Europees recht en Maritiem recht zijn deze internationale LL.M programma's populair.

Het Structuurdecreet van 4 april 2003 luidt in artikel II.77 zelfs dat de titel voor meester in de rechten "LL.M." is. Juridisch gezien mag de titel LL.M. dus gevoerd worden door juristen, het is in Vlaanderen niet gebruikelijk.

Bij meerdere meesters in de rechten wordt mrs. als aanduiding gebruikt: "Advocaten: mrs. De Vries en Jansen". Dit moet niet worden verward met het Engelstalige (en onder de invloed van Ms. steeds meer in onbruik geraakte) Mrs., de afkorting voor Mevrouw. De reden dat de titel meester in de rechten is, meervoud dus, stamt uit de middeleeuwen. In die tijd was een jurist iemand die zowel bekend was met het geldende canonieke recht, als het Romeinse recht. Deze titel geldt nu nog steeds.

Middelbaar algemeen voortgezet onderwijs

De school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (afgekort mavo) is een Nederlandse schoolsoort, volgens artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, die werd ingevoerd in 1968, in de wandelgangen de Mammoetwet genoemd. Deze schoolsoort is de opvolger van de mulo, of ulo. Mavo 3 voor ulo (uitgebreid lager onderwijs) en mavo 4 voor mulo (meervoudig uitgebreid lager onderwijs). Sinds 1999 is de mavo opgegaan in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), waarbij het onderwijs wordt aangeboden als de theoretische leerweg. Een recente ontwikkeling is dat de naam vmbo bij sommige scholengemeenschappen weer wordt veranderd in mavo, om het te onderscheiden van het 'gewone' vmbo, dat vaak geen positief imago heeft.

Scholen die zelfstandig bleven en die uitsluitend middelbaar algemeen voortgezet onderwijs verzorgen, worden aangeduid met categoriale mavo, maar zijn officieel gewoon vmbo's waar enkel de theoretische leerweg wordt aangeboden.

In Caribisch Nederland is de mavo naar Europees-Nederlands model op 1 augustus 2011 heringevoerd (artikel 15 van de Wet voortgezet onderwijs BES). De mavo en het vbo (samen vmbo genoemd) vervangen het Antilliaanse vsbo (voorbereidend secundair beroepsonderwijs) dat in 2002 de mavo en het bvo (beroepsvoorbereidend onderwijs) verving.

Middelbare school

De middelbare school is een historische benaming binnen het onderwijs aan leerlingen in Nederland en België.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is een Nederlands ministerie. Het is de opvolger van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (OK&W, 1918-1965), de daarop volgende ministeries van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM, 1965-1982), en van Onderwijs en Wetenschappen (O&W, 1965-1994). Zoals de naam van het ministerie al aangeeft, heeft het drie grote beleidsterreinen: onderwijs, wetenschap (inclusief het hoger onderwijs) en cultuurbeleid (inclusief media). Daarnaast is het ministerie sinds 2012 verantwoordelijk voor het emancipatiebeleid.

Onderwijzer

Een onderwijzer of onderwijzeres, leraar of lerares is iemand die kennis en technische bekwaamheid overdraagt aan leerlingen. In engere zin geeft een onderwijzer les in het basisonderwijs (vroeger lagere school), en een leraar of docent in het voortgezet onderwijs. Sekseneutrale termen zijn leerkracht en onderwijsgevende. Verder wordt bijvoorbeeld in bepaalde sporten over een leraar gesproken, zoals bij een vechtsport. Ook in bepaalde religies hanteert men de term, zoals in het jodendom.

Secundair onderwijs

In Vlaanderen is het secundair onderwijs het onderwijs dat in de regel wordt gevolgd tussen 12 en 18 jaar. Het secundair onderwijs volgt op het basisonderwijs in Vlaanderen en bereidt de leerling voor op verschillende soorten van hoger onderwijs en/of op de arbeidsmarkt.

Vóór de onderwijshervormingen werd de term middelbaar onderwijs gebruikt. In Nederland heet het secundair onderwijs voortgezet onderwijs.

UNESCO

De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO) is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties met als missie het bijdragen aan de vredesopbouw, armoedebestrijding, duurzame ontwikkeling en interculturele dialoog door onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie. De UNESCO is opgericht op 16 november 1945 en haar hoofdkantoor staat in Parijs.

Universiteit

Een universiteit is een onderwijsinstelling in het hoger onderwijs die ingericht is om wetenschappelijk onderwijs te bieden en wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Zij verzorgt academische opleidingen en verleent academische graden.

Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) is een vorm van voortgezet onderwijs in Nederland. Een voltooide vwo-opleiding geeft toegang tot een verdere studie aan het Nederlandse hbo en het Nederlandse wetenschappelijk onderwijs (universiteit). Het vwo duurt 6 jaar (leeftijd: 12-18 jaar) en bestaat uit atheneum, tweetalig onderwijs (tto), gymnasium, vwo-technasium en vwo-plus.

Ongeveer 20% van de basisschoolleerlingen gaat naar het vwo.Een vergelijkbare onderwijsvorm in Vlaanderen is het algemeen secundair onderwijs (aso).

Voortgezet onderwijs

In Nederland is voortgezet onderwijs het onderwijsniveau dat volgt op het basisonderwijs en dat doorgaans gevolgd wordt vanaf de leeftijd van 12 jaar. Het voortgezet onderwijs bereidt de leerling voor op verschillende soorten van hoger onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs dan wel op een maatschappelijke positie.

Vóór de onderwijshervorming met de invoering van de Mammoetwet in 1968 werd de term middelbaar onderwijs gebruikt, een term die in het algemeen spraakgebruik nog steeds gangbaar is. In Vlaanderen heet het voortgezet onderwijs secundair onderwijs.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.