Numeri

Numeri (Latijn: "getallen", naar de Griekse benaming in de Septuagint: Ἀριθμοί, arithmoi, "tellingen") is het vierde boek van de Hebreeuwse Bijbel. In het Hebreeuws wordt het במדבר, bəmidbar, "in de wildernis" genoemd, naar wat in de Hebreeuwse versie het eerste woord van het boek is. Het behandelt de gebeurtenissen van de Israëlieten gedurende hun verblijf van 40 jaar in de woestijn.

Numeri
De spionnen brengen rapport uit. Amerikaanse tekening uit 1907.
De spionnen brengen rapport uit. Amerikaanse tekening uit 1907.
Auteur toegeschreven aan Mozes, zie ook documentaire hypothese
Taal Hebreeuws
Categorie Religieus, Wet
Hoofdstukken 36
Andere naam במדבר, bəmidbar
4 Mozes
Vorige boek Leviticus
Volgende boek Deuteronomium

Auteurschap

Orthodoxe Joden en christenen beschouwen Mozes als voornaamste of enige auteur gezien. Binnen de documentaire hypothese wordt de priestercodex als voornaamste auteur / redacteur gezien, met elementen van de Jahwist en Elohist.[1]

Inhoud

Het boek vormt een voortzetting van het boek Exodus, na de onderbreking van de wetgeving in het boek Leviticus. De periode van het boek Numeri beslaat de tijdspanne tussen de eerste dag van de tweede maand van het 2e jaar na de uittocht, tot de 11e maand van het 40e jaar.

  1. De telling van het Hebreeuwse volk bij de berg Sinaï, en de voorbereidingen voor hun verdere reis. De telling gebeurt per stam. (Hoofdstuk 1 - 4).
  2. Enkele wetten (hoofdstuk 5, 15, 27-30, 33).
  3. De wet op het Nazireeërschap en de priesterwijding. (Hoofdstuk 6).
  4. Een beschrijving van de plichten van de Levieten, en hygiënevoorschriften voor het kamp (Hoofdstuk 7 - 9, 18-19).
  5. Een verslag van de reis van Sinaï naar Moab: Signalen voor het opbreken van het kamp, de reis naar Kadesh Barnea, gemopper op/rebellie tegen Mozes, gebrek aan vlees (kwakkels) (10-12).
  6. Spionagetocht van de 12 verkenners, hun verslag, de reactie van het volk (wij willen er niet heen), en de straf van God: alle mensen ouder dan 20 jaar zullen er niet komen (hoofdstuk 13-14).
  7. Gemopper en rebellie (Hoofdstuk 16-17).
  8. Ontmoeting met Edom. (Hoofdstuk 20).
  9. Verovering van het land van de Amorieten. (Hoofdstuk 21).
  10. Handelingen in de vlakte van Moab voor zij door de Jordaan trekken. (Hoofdstuk 21).
  11. Confrontatie met Midian, zegening door Bileam. (Hoofdstuk 22-25, 31).
  12. Tweede telling van het volk (Hoofdstuk 26).
  13. Jozua aangewezen als opvolger van Mozes (Hoofdstuk 27).
  14. Verdeling van oost-jordaanoever onder twee en een halve stam: Ruben, Gad, en de halve stam Manasse. (Hoofdstuk 32).
  15. Opdracht om de Kanaänieten te verdrijven. Grenzen van het land. Levitische steden en vrijsteden. (Hoofdstuk 34-35).

Evaluatie

De genoemde aantallen zijn aan discussie onderhevig. Het aantal mensen dat in Genesis bij Jozef in Egypte komt, bedraagt zeventig. Volgens de eerste telling in Numeri bedraagt het aantal ruim 600.000 mannen van 20 jaar en ouder. Uitgaande van normale gezinnen en leeftijdsverdeling komt dit al snel op drie miljoen mensen. In een periode van 400 jaar, met 25 jaar als leeftijd van een generatie, komen 12 gezinnen in 16 generaties bij een gemiddelde gezinsgrootte van 4,2 kinderen uit op 3,6 miljoen mensen.

Maar uitgaande van een periode van 120 jaar voor het verblijf in Egypte, wordt enkele miljoenen mensen een problematische zaak. Nu worden in het Hebreeuws de woorden "Eleph" en "Alluph" gebruikt. Eleph betekent 1000, maar ook familie of militaire eenheid. Alluph is een familiehoofd, een aanvoerder van 1000, of een beroepssoldaat. De aantallen voor Simeon werden genoteerd als :

57 gewapenden: 57 eleph
23 honderden (militaire eenheden): 2 eleph, 3 honderden

In het ene geval betekent Eleph ('lp) dus beroepssoldaat, in het andere : duizendtal. Totaal zou Simeon hiermee op ruim 2300 uitkomen.

Ook de uitdrukking "het Boek van de oorlogen van de HEER" in 21:14 heeft discussie gegeven.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "Numeri". Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  1. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "Numeri". Microsoft Corporation/Het Spectrum.
Bijbelboeken
Thora:Genesis · Exodus · Leviticus · Numeri · Deuteronomium
Jozua · Rechters · Ruth · 1 en 2 Samuel · 1 en 2 Koningen · 1 en 2 Kronieken · Ezra · Nehemia · Tobit · Judit · Ester · 1 Makkabeeën · 2 Makkabeeën
Job · Psalmen · Spreuken · Prediker · Hooglied · Wijsheid (van Salomo) · (Wijsheid van Jezus) Sirach
Grote profeten:Jesaja · Jeremia · Klaagliederen · Baruch · Ezechiël · Daniël
Kleine profeten:Hosea · Joël · Amos · Obadja · Jona · Micha · Nahum · Habakuk · Sefanja · Haggai · Zacharia · Maleachi
De deuterocanonieke boeken zijn cursief weergegeven.


Evangeliën:Matteüs · Marcus · Lucas · Johannes
Handelingen:Handelingen van de apostelen
Brieven van Paulus:Romeinen · 1 Korintiërs · 2 Korintiërs · Galaten · Efeziërs · Filippenzen · Kolossenzen · 1 Tessalonicenzen · 2 Tessalonicenzen · 1 Timoteüs · 2 Timoteüs · Titus · Filemon
Hebreeën
Katholieke brieven:Jakobus · 1 Petrus · 2 Petrus · 1 Johannes · 2 Johannes · 3 Johannes · Judas
Apocalyptiek:Openbaring van Johannes
Ark van het Verbond

De ark van het verbond (Hebreeuws: אָרוֹן הַבְּרִית ʾĀrôn Habbərît, moderne uitspraak: Aron haBrit), was in de traditie van de Hebreeuwse Bijbel een heilige kist.

De ark werd door Basaleël gemaakt tijdens de uittocht uit Egypte, bij de Sinaïberg. Het was een draagbare kist, waarin de twee stenen platen met daarop de tien geboden bewaard werden. Hij stond in het heilige der heiligen, de binnenste ruimte van de tabernakel, en later in dezelfde ruimte in de tempel van Salomo te Jeruzalem.

Aäron

Aäron (Hebreeuws אַהֲרֹן, ’ahǎron, herkomst en betekenis onduidelijk, mogelijk van het Egyptische rn "groot is de naam (van God)" of via een andere wortel "tentman") was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel de broer van Mozes en de eerste hogepriester van de Israëlieten en daarmee aartsvader van alle priesters. In de Rooms-Katholieke Kerk wordt zijn naamdag gevierd op 1 juli.

In de Koran wordt Aäron Harun genoemd.

Bileam

Bileam of Balaam (Hebreeuws: בִּלְעָם, een lastige etymologie, mogelijk "Baäl is [mijn] oom", "beschermheer is Amm", "vernietiger" of "spreker", "heraut", "waarzegger") was volgens de overlevering in Numeri van de Hebreeuwse Bijbel een niet-Israëlitische waarzegger, uit de Aramese stad Pethor. Hij werd aangeduid als "hij die Gods woorden hoort", kennis heeft van de Allerhoogste en Zijn visioenen ziet en is in de Hebreeuwse Bijbel de enige buitenlandse vereerder van JHWH, die JHWH expliciet "Mijn God" noemt. In het Nieuwe Testament wordt hij profeet genoemd.

Challa (Talmoed)

Challa (Hebreeuws: חלה, letterlijk deeg) is het negende traktaat (masechet) van de Orde Zeraïem (Seder Zeraïem) van de Misjna en de Talmoed. Het beslaat vier hoofdstukken.

Het traktaat behandelt de regels inzake het deel dat men als offer van het deeg moest afzonderen. De verplichting van deze afzondering van deeg wordt in de Thora beschreven in Numeri 15:18 en volgende.Challa bevat alleen Gemara (rabbijns commentaar op de Misjna) in de Jeruzalemse Talmoed, bestaande uit 28 folia en komt aldus in de Babylonische Talmoed niet voor.

Jozua (persoon)

Jozua of Jehosjoe'a (Hebreeuws: יְהוֹשֻׁעַ jəhôšua‛ en יֵשׁוּעַ ješûa‘, "JHWH (is) redder / redding / hulp") was volgens de traditie van de Hebreeuwse Bijbel de opvolger van Mozes als leider van de Israëlieten. Hij heette oorspronkelijk Hosea, maar Mozes hernoemde hem tot Jozua. Het Bijbelboek Jozua is naar hem genoemd.

Jozua was de zoon van Nun, uit de stam van Efraïm, en was de dienaar en assistent van Mozes. Hij voerde het leger aan in de slag tegen de Amalekieten en was een van de twaalf verkenners die door Mozes naar Kanaän werden gestuurd.Na de dood van Mozes werd Jozua de leider van Israël en had hij een centrale rol bij de verovering en verdeling van het land. Zoals Mozes met zijn toekenning van instructies de leefomstandigheden van de Israëlieten had bepaald, zo verschafte Jozua met de inname en verdeling van het land de basis voor het verdere leven van het volk.

De verovering van Kanaän begon bij Jericho. Jozua betoonde zich een wrede en meedogenloze legerleider. Onder zijn leiding werden alle inwoners van verschillende steden, mannen, vrouwen en kinderen, en al hun vee omgebracht, wat overigens in strijd was met eerdere instructies van Mozes, namelijk dat jonge maagden in leven moesten worden gehouden. Bij de verovering en verwoesting van Ai werd de koning van Ai levend bij Jozua gebracht; Jozua hing hem vervolgens aan een boom op en liet hem hangen tot aan de avond, wat Jozua waarschijnlijk al eerder had gedaan met de koning van Jericho.

Korach

Korach is een Leviet wiens genealogie in het Bijbelboek Exodus zegt dat hij een zoon was van Jishar, een oom van Aäron, Mozes en Mirjam. Zijn broers waren Nefeg en Zichri. Hij betwistte het gezag van Mozes en Aäron en steunde daarbij op drie mannen van de stam van Ruben, Datan, Abiram en On. Nog 250 andere vooraanstaande Israëlieten sloten zich bij hen aan.Mozes organiseerde een soort godsgericht om te tonen wie de steun van God had. Hij liet de opstandelingen en Aäron de volgende morgen samenkomen voor het tabernakel elk met hun wierookvaten. De opstandelingen worden met vrouw en kinderen, have en goed door de aarde opgeslokt en de 250 aanhangers werden door een hemels vuur vernietigd.De dag daarop verzamelde zich een grote woedende menigte aan het tabernakel die rekenschap vroeg aan Mozes en Aäron. Zij werden bedekt door een wolk en God waarschuwde Mozes en Aäron om te gaan liggen. In opdracht van Mozes bracht Aäron een reukoffer aan God ter verzoening. Op dat moment stopte de "plaag" die God over het volk gezonden had, maar er waren ondertussen wel "veertien duizend en zevenhonderd" doden gevallen.

Maäsrot

Maäsrot (Hebreeuws: מעשרות, letterlijk tienden) is het zevende traktaat (masechet) van de Orde Zeraïem (Seder Zeraïem) van de Misjna en de Talmoed. Het beslaat vijf hoofdstukken.

Het traktaat bevat regels inzake het afzonderen van tienden van de vruchten ten behoeve van de Levieten, zoals dit in Numeri 18:21 en verder staat beschreven.Maäsrot bevat alleen Gemara (rabbijns commentaar op de Misjna) in de Jeruzalemse Talmoed, bestaande uit 26 folia en komt aldus in de Babylonische Talmoed niet voor.

Meïla

Meïla (Hebreeuws: מעילה, letterlijk vergrijp aan het gewijde) is het achtste traktaat (masechet) van de Orde Kodasjiem (Seder Kodasjiem) van de Misjna en de Talmoed. Het beslaat zes hoofdstukken.

Het traktaat Meïla gaat over het zich vergrijpen aan gewijde zaken zoals dit in de Thora in Leviticus 5:15 en volgende en Numeri 5:6-8 staat omschreven.Meïla bevat alleen Gemara (rabbijns commentaar op de Misjna) in de Babylonische Talmoed, bestaande uit 22 folia en komt aldus in de Jeruzalemse Talmoed niet voor.

Mirjam

Mirjam (Hebreeuws: מִרְיָם mirjām; Grieks: Mariam; Latijn: Maria) was de eerste vrouwelijke profeet (profetes) in de Hebreeuwse Bijbel en (volgens een late traditie) de dochter van Amram en Jochebed en de zuster van Mozes en Aäron.Sinds de eerste vermelding van de naam tot aan de huidige tijd wordt de naam Mirjam gebruikt als meisjesnaam, vooral in Joodse en christelijke kringen.

Para (Misjna)

Para (Hebreeuws: פרה, letterlijk koe) is het vierde traktaat (masechet) van de Orde Tohorot (Seder Tohorot) van de Misjna. Het traktaat telt twaalf hoofdstukken.

Para behandelt voorschriften inzake de as van de rode koe, die reinigt (zie ook Numeri hoofdstuk 19).Het traktaat komt noch in de Jeruzalemse noch in de Babylonische Talmoed voor.

Protestantse Kerk in Nederland

De Protestantse Kerk in Nederland (in dagelijks spraakgebruik vaak afgekort tot Protestantse Kerk of PKN) is het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland. Het is, na een toenaderingsproces van tientallen jaren, op 1 mei 2004 ontstaan uit een fusie van de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

De PKN is lid van de Wereldraad van Kerken (World Council of Churches) (WCC), waarvan de eerste bijeenkomst in 1948 in Amsterdam plaatsvond.

Rosj Hasjana (Talmoed)

Rosj Hasjana (Hebreeuws: ראש השנה, letterlijk nieuwjaarsfeest) is een traktaat (masechet) van de Misjna en de Talmoed. Het is het achtste traktaat van de Orde Moëed (Seder Moëed) en beslaat vier hoofdstukken.

Het traktaat Rosj Hasjana behandelt regels voor de viering van het nieuwjaarsfeest (Zie Leviticus 23:24 vv. en Numeri 29:1 vv.) en het vaststellen van de rosj chodesj (de nieuwe-maansdag).Rosj Hasjana bevat Gemara (rabbijns commentaar op de Misjna) en is onderdeel van zowel de Babylonische als de Jeruzalemse Talmoed. Het traktaat bevat 35 folia in de Babylonische Talmoed en 22 in de Jeruzalemse Talmoed.

Simeon (stam)

De Stam van Simeon was volgens de Hebreeuwse Bijbel een van de twaalf stammen van Israël. De stamvader was Simeon, de op een na oudste zoon van Jakob.

De stam van Simeon was verspreid en verdeeld, zoals voorspeld in Genesis 49:5-7, en ten tijde van de Exodus was hun aantal met twee derde geslonken (Numeri 1:23, 26-14). De stam behoorde tot de onbelangrijkste stammen van Israël en Mozes sloeg de stam over in zijn zegening in Deuteronomium 33. Mogelijk werd de stam toen al geassocieerd met Juda.

Na de verovering van Kanaän door de Israëlieten, kreeg de stam grondgebied toegewezen uit het deel dat aan de stam van Juda was toebedeeld (Jozua 19: 1-9). De grootte van dit grondgebied was onbekend en mogelijk bezat de stam slechts verspreide steden in het zuidwesten van Juda's grondgebied. Het lot van de stam van Simeon is te vergelijken met dat van Levi. De stam van Levi kreeg geen grondgebied toegewezen, maar enkele steden en het priesterschap in het tabernakel van God (en later in de Tempel van Salomo). Samen met Levi wordt Simeon in verband gebracht met de moord op de mannelijke inwoners van Sichem en daarom werden zij vervloekt. Dat verklaart waarom de beide stammen weinig gebieden kregen toegewezen.

Verdere vermeldingen van de stam zijn slechts sporadisch (1 Kronieken 4:24-43) en de stam is vermoedelijk volledig in Juda opgegaan.

Doordat de stam Jozef werd geacht te bestaan uit de twee stammen Efraïm en Manasse (reeds vanaf Numeri 1:6-15), kwam het aantal toch weer op twaalf.

Soeka (Talmoed)

Soeka (Hebreeuws: סוכה, letterlijk (loof)hut) is een traktaat (masechet) van de Misjna en de Talmoed. Het is het zesde traktaat van de Orde Moëed (Seder Moëed) en beslaat vijf hoofdstukken.

Het traktaat Soeka behandelt wetsbepalingen voor de soeka en het Soekotfeest. (Zie Leviticus 23:24 vv., Numeri 29:12 vv. en Deut. 16:13 vv.).Soeka bevat Gemara (rabbijns commentaar op de Misjna) en is onderdeel van zowel de Babylonische als de Jeruzalemse Talmoed. Het traktaat bevat 56 folia in de Babylonische Talmoed en 26 in de Jeruzalemse Talmoed.

Sota

Sota (Hebreeuws: סוטה, een van overspel verdachte vrouw) is een traktaat (Masechet) van de Misjna en de Talmoed. Sota is het zesde traktaat van de Orde Nasjiem (Seder Nasjiem), en beslaat negen hoofdstukken.

Het traktaat behandelt de in de Thora beschreven vrouw die van overspel werd verdacht. (Zie Numeri 5:11).Sota is onderdeel van zowel de Babylonische als de Jeruzalemse Talmoed. Het traktaat bevat 49 folia in de Babylonische Talmoed en 47 in de Jeruzalemse Talmoed.

Tabernakel (tent)

De tabernakel, ook wel de tent der samenkomst genoemd, was volgens de Hebreeuwse Bijbel een verplaatsbare tent die dienstdeed als plaats van aanbidding voor de Israëlieten en symbool stond voor Gods verblijf in hun midden. Het verhaal in de Bijbelboeken Exodus, Leviticus en Numeri verhaalt hoe de tent werd vervaardigd en in gebruik genomen overeenkomstig de instructies die Mozes volgens de Bijbel van God had gekregen op de berg Horeb.

Er is geen archeologisch bewijs dat de tabernakel werkelijk heeft bestaan. De hedendaagse consensus is dat de verhalen rondom Mozes en de omzwervingen in de Sinaïwoestijn mogelijk historische elementen bevatten, maar toch vooral als verhalen moeten worden gelezen. Het concept van de tabernakel is waarschijnlijk etiologisch en kreeg volgens de documentaire hypothese als onderdeel van de priestercodex definitief vorm in de periode rond 450 v.Chr., maar zeker na de Babylonische ballingschap.

Tamied

Tamied (Hebreeuws: תמיד, letterlijk dagelijkse offers) is het negende traktaat (masechet) van de Orde Kodasjiem (Seder Kodasjiem) van de Misjna en de Talmoed. Het beslaat zes hoofdstukken.

Het traktaat Tamied bespreekt de voorschriften voor het dagelijkse offer (zoals omschreven in Exodus 29:38 vv. en Numeri 28:3 vv.) en de tempeldienst.Tamied bevat alleen Gemara (rabbijns commentaar op de Misjna) in de Babylonische Talmoed, bestaande uit 8 folia en komt aldus in de Jeruzalemse Talmoed niet voor.

Teroemot

Teroemot (Hebreeuws: תרומות, letterlijk heffingen) is het zesde traktaat (masechet) van de Orde Zeraïem (Seder Zeraïem) van de Misjna en de Talmoed. Het beslaat elf hoofdstukken.

Het traktaat behandelt de heffingen die men verplicht was aan de kohaniem (priesters) af te staan. De verplichting wordt in de Thora beschreven in Numeri 18:8 en volgende en Deuteronomium 18:4.Teroemot bevat alleen Gemara (rabbijns commentaar op de Misjna) in de Jeruzalemse Talmoed, bestaande uit 59 folia en komt aldus in de Babylonische Talmoed niet voor.

Zegen

Zegen heeft oorspronkelijk de betekenis van heil of voorspoed. In de loop der tijd kreeg het ook betrekking op het uitspreken van een formule waarmee men poogt iemand heil of voorspoed te geven.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.