Infrarood

Infrarood of infrarode straling, is voor het menselijk oog niet waarneembare elektromagnetische straling, met golflengten tussen circa 780 nanometer (nm.) en 1 millimeter (106 nm.), dus tussen het (zichtbare) rode licht en de microgolven.

Veelal wordt het golflengtegebied van 780 nm tot 10 micrometer aangeduid met nabij-infrarood, van 10 tot 30 µm met middel-infrarood, van 30 µm tot 300 µm met ver-infrarood en van 300 µm tot 1 mm met sub-millimetergebied. Infrarood betekent 'onder het rood', omdat de frequentie van infraroodstraling iets lager ligt dan die van het rood.

Infrarotlampe Philips infraphil
Infraroodlamp

Geschiedenis

William Herschel ontdekte in 1800 het infrarood. Hij deed dat door met een thermometer de temperatuur te meten van het spectrum van licht dat door een prisma viel. Hij stelde vast dat de temperatuur in het rode deel van het spectrum hoger was dan in het blauwe deel. In het deel van het spectrum dat voorbij het rood lag mat hij een nog hogere temperatuur. Op grond hiervan concludeerde hij dat er in dit deel van het spectrum licht bestaat dat niet voor het menselijk oog waarneembaar is.

ISO 20473

ISO 20473 specificeert het volgende:

Omschrijving Afkorting Golflengte
nabij-infrarood NIR 0,78 - 3  µm
middel-infrarood MIR 3 - 50  µm
ver-infrarood FIR 50 - 1000  µm

Detectie

Infraroodstraling is onzichtbaar voor het menselijk oog, maar door de huid waarneembaar wegens hun warmtewerking; ze beïnvloedt ook speciale fotografische emulsies en kan zichtbaar worden gemaakt met een warmtebeeldkijker: thermografie. Dit is een speciale camera met een detector, gebaseerd op halfgeleidermateriaal, zoals germanium. Digitale camera's zijn eveneens gevoelig voor infrarood, zoals dat wordt uitgestraald door een afstandsbediening. Detectoren die infraroodstraling waarnemen door hun warmtewerking worden bolometers of passieve infrarood- (PIR)-detectoren genoemd.

Remote infrared
Infraroodled van een afstandsbediening
Human-Infrared
Infraroodbeeld van een mens in valse kleuren. Vooral het hoofd is warm (temperatuurschaal in °F)
Infrared dog
Infraroodbeeld van een hondje met temperatuurschalen. Lippen, tong en ogen zijn het warmst. Let op de koude neus[1]

Alle lichamen geven infraroodstraling af. De golflengte daarvan is afhankelijk van de temperatuur volgens de Wet van Wien. Vaste lichamen zenden een continu spectrum uit, gassen een lijnenspectrum. Voorwerpen op kamertemperatuur hebben een stralingsmaximum bij ca. 10 µm; hete voorwerpen geven een sterke infraroodstraling af; een gewone gloeilamp geeft bijvoorbeeld 20 % meer dan zichtbaar licht.

Waterdamp in de aardatmosfeer absorbeert infrarood licht met een golflengte boven 14 µm zo sterk, dat de straling over een afstand van 1 km bijna is uitgedoofd. Ook infrarood met kleinere golflengten wordt in bepaalde banden van het spectrum geabsorbeerd; daartussen liggen zogenaamde infraroodvensters, waarvan de voornaamste tussen 3 – 4 µm, 4,5 – 5 µm en 7 – 14 µm liggen.

De temperatuur van de detector kan van invloed zijn op zijn gevoeligheid. De halfgeleiderdetectoren van de laatste generatie zijn echter vrijwel volledig thermisch geïsoleerd van de behuizing waarin ze zijn gemonteerd en worden daarom niet actief gekoeld. Met dit type detectoren kunnen objecten met temperaturen tot −40 °C worden gemeten. Degelijke detectoren nemen vrijwel onmiddellijk de temperatuur aan van het object dat wordt waargenomen op een gevoelig oppervlak. Op deze manier zijn bewegende infraroodbeelden mogelijk.

Zeer gevoelige detectoren, die in de astronomie worden gebruikt, moeten door middel van vloeibaar helium worden gekoeld. Ook de telescoop en de spiegel moeten zo koel en schoon mogelijk zijn, om storende invloeden te voorkomen. In het infrarood is het goed mogelijk om gas- en stofwolken rondom pas gevormde sterren waar te nemen.

Infraroodzintuig

Mexican ridged nosed rattlesnake head
Ratelslang met warmtezintuig

Ook dieren kunnen infrarood waarnemen. Groefkopadders met als bekende vertegenwoordigers de ratelslangen hebben speciale groefjes tussen neusgat en oog waarmee ze warme prooien kunnen detecteren. De groeven bevatten een grote dichtheid aan warmtereceptoren die gevoelig zijn voor temperatuur. Door de komvormige constructie krijgt de slang een beeld van de omgeving en kan zij haar prooi lokaliseren. Net zoals de ogen stellen de gepaarde groeven de slang in staat ook diepte waar te nemen, zodat ze warme prooien met redelijke precisie in het donker kan bijten. Voor een groefkopadder zijn knaagdieren en vogels, die slechts een fractie warmer zijn dan de achtergrond, heel duidelijk waar te nemen. Slangen kunnen temperatuursverschillen tot 0,003 K waarnemen.[2]

Ook boa's hebben onafhankelijk van groefkopadders warmtegevoelige organen ontwikkeld.

Toepassingen

Infrarode straling wordt gebruikt in bijvoorbeeld infraroodcabines. De NASA heeft berekend dat de golflengte van de straling zo dicht mogelijk bij de 10 µm moet liggen, wil het goed worden opgenomen door het lichaam.[3]

Zie ook

Noten

  1. Door koudereceptoren in combinatie met de vochtige neus kan de hond de windrichting bepalen, waardoor de hond de bron van een opgevangen geur kan vinden
  2. Butler AB, Hodos W. 2005. Comparative Vertebrate Neuroanatomy: Evolution and Adaptation. Second Edition. Wiley-Liss. ISBN 0-471-21005-6.
  3. http://science.hq.nasa.gov/kids/imagers/ems/infrared.html
Elektromagnetische straling

radiogolf · lange golf · middengolf · korte golf · very high frequency (ultrakorte golf) · ultra high frequency · microgolf · infrarood · zichtbaar licht · ultraviolet · röntgenstraling · gammastraling
Kleuren van de regenboog: rood · oranje · geel · groen · cyaan · blauw · indigo · violet

Chromatische aberratie

Chromatische aberratie of kleurschifting is een optische fout van lenzen en lenzensystemen die ontstaat doordat licht van verschillende golflengten niet in dezelfde mate wordt gebroken aan de lensoppervlakken. De oorzaak hiervan is dispersie, een materiaaleigenschap van glas en van andere optische media. Het getal van Abbe is een maat voor de dispersie van een optisch medium.

Wanneer licht door een optisch afbeeldingssysteem gaat, moeten alle stralen uit één punt in het voorwerp idealiter samenkomen in één punt in de afbeelding. Stralen met verschillende golflengten zullen vanwege de dispersie echter in het algemeen in verschillende afbeeldingspunten gefocusseerd worden. Dit effect is vaak erger aan de randen van het beeld dan op de optische as van het afbeeldingssysteem.

Door samengestelde lenzen te maken van lenzen met onderling tegengestelde chromatische aberraties zullen die elkaar grotendeels opheffen. Voor de corrigerende lens wordt flintglas met een hoge brekingsindex en een hoge dispersie gebruikt. Een composietlens die de beelden voor twee kleuren corrigeert heet een achromaat en één die voor meer kleuren corrigeert heet een Apochromaat. Vaak worden in apochromaten duurdere glassoorten gebruikt dan voor achromaten.

De figuur toont een voorbeeld van een enkelvoudige (dus ongecorrigeerde) lens. Het beeld eronder toont hoe de afbeelding eruit zou zien als het projectievlak op het brandpunt van groen zou staan. De groene component is scherp, terwijl de rode en blauwe component onscherp zijn.

Chromatische aberratie kan zich op digitale kleurenfoto's uiten als blauwe randjes langs randen met veel contrast. Op de foto van de witte bloem is dit zichtbaar als blauw buiten het scherp afgebeelde witte bloemblad. Blauw (golflengte ca. 450 nm) ligt namelijk aan de rand van het zichtbare spectrum, terwijl er wordt ontworpen voor optimale scherpte in het midden van het spectrum (ca. 600 nm), namelijk groen.

Wie door de rand van een sterke brik kijkt, ziet vaak dat gekleurde objecten niet op de juiste plaats staan. Het zwarte plaatje in een verbodsbord (bijvoorbeeld het bord gesloten boor fietsers) staat niet keurig in het midden van de rode cirkel. Draait men dan het hoofd zodat men door het midden van de bril kijkt, dan verdwijnt de afwijking.

Een complexere vorm van chromatische aberratie is zichtbaar op de foto van de boom bij de roze/paarse takken tegen een heldere hemel. Deze kleurfout wordt meestal veroorzaakt door infrarood licht. De blauwe en rode pixels in digitale camera's zijn ook gevoelig voor infrarood (blauw en rood geven samen paars). Oude en eenvoudige camera's zijn niet goed geblokkeerd tegen infrarood licht wat zich uit in roze/paarse overstraling. Infrarood (golflengte ca. 700-1100 nm) ligt aan de andere kant van het zichtbare spectrum tegenover blauw met vergelijkbare storende kleurfouten als gevolg.

Game Boy Color

De Game Boy Color (vaak afgekort tot GBC) is een draagbare spelcomputer van Nintendo en de "grote broer" van de oorspronkelijke Game Boy (nog met een zwart-witbeeldscherm; nog vroeger enkel in groen tinten).

IRAS (satelliet)

De Infrarood Astronomische Satelliet (afgekort IRAS, Engelse naam Infrared Astronomical Satellite) was een zeer succesvolle satelliet voor het waarnemen van infraroodstraling die gelanceerd werd op 26 januari 1983 en die bijna tien maanden actief bleef tot 23 november 1983. IRAS voerde de eerste 'all sky survey' uit in het infrarode deel van het spectrum. Met de resultaten werd de eerste hemelatlas van infrarode stralingsbronnen samengesteld.

Infraroodastronomie

Infraroodastronomie is het onderdeel van de sterrenkunde en astrofysica die zich bezighoudt met objecten die zichtbaar zijn in infrarood (IR) straling. Zichtbaar licht ligt tussen 400 nm (blauw) tot 700 nm (rood). Golflengten langer dan 700 nm maar korter dan microgolven (1mm tot 30 cm) worden aangeduid als infrarood (soms als submillimeter gebied).

Men onderscheidt in de astronomie drie golflengtegebieden: nabij-infrarood (0.7-1 - 5 µm), middel-infrarood (5 - 25-40 µm), en ver-infrarood (25-40 - 200-350 µm); de grenzen zijn niet scherp vastgelegd en kunnen per publicatie variëren.

Onderzoekers delen infraroodsterrenkunde in bij optische astronomie omdat meestal optische componenten (spiegels, lenzen en detectoren) worden toegepast.

Infraroodfotografie

Infraroodfotografie is het vastleggen van beelden in het infrarode deel van

het elektromagnetisch spectrum met een infraroodcamera.

Infraroodreflectografie

Infraroodreflectografie (afgekort tot IRR) is een onderzoekstechniek op basis van infrarood licht die toelaat koolstoflagen die verborgen zijn door erover geschilderde verflagen zichtbaar te maken zonder het onderzochte object te beschadigen. De techniek wordt gebruikt in het kunsthistorisch onderzoek om bijvoorbeeld de ondertekeningen en pentimenti op een kunstwerk aan het licht te brengen. In de huidige stand van de technologie wordt de infraroodcamera direct gekoppeld aan een computer die de beeldanalyse verzorgt.

Infraroodspectroscopie

Infraroodspectroscopie is een vorm van spectroscopie die werkt met het infrarode deel van het elektromagnetisch spectrum.

Infraroodspectroscopie is een vorm van molecuulspectroscopie, een techniek waarmee de structuur van een molecuul kan worden bepaald, en niet alleen de samenstelling van de elementen.

Infraroodspectroscopie is gebaseerd op de trillingsfrequenties van de chemische bindingen in de moleculen van het onderzochte monster. Elk type chemische binding wordt gekarakteriseerd door zijn sterkte en door de massa van de twee atomen aan weerszijden. Samen bepalen deze twee massa's en de stijfheid van de binding een resonantiefrequentie voor buiging en een andere resonantiefrequentie voor strekking van die binding. Voor de bindingen in organische verbindingen geldt dat deze frequenties overeenkomen met die van infrarood licht.

Om het infraroodspectrum van een monster te bepalen, laat men een fijne bundel infrarood licht door het monster schijnen. Door de aanwezigheid van de moleculen in het monster worden karakteristieke frequenties infrarood licht geabsorbeerd. Door de lichtintensiteit na het monster te vergelijken met een referentiebundel die dezelfde lichtintensiteit heeft als de oorspronkelijk lichtstraal, wordt gemeten hoeveel licht van elke frequentie door het monster wordt geabsorbeerd. Het voor infraroodspectroscopie meest relevante deel van het spectrum bevat licht met een golflengte van 2,5 tot 17 micrometer. In experimenten wordt echter de frequentie van het licht voor de eenvoud uitgedrukt door middel van golfgetallen, dit is het aantal golven per centimeter. Er wordt met andere woorden licht van 600 cm−1 (17 µm) tot 4000 cm−1 (2,5 µm) gebruikt. Het exact bruikbare golflengtegebied hangt onder meer af van het materiaal waaruit de monsterhouder, twee dikke schijfjes uit een zuiver zout, bestaat.

Met behulp van moderne infraroodspectrometers, chemometrie en spectrale databanken kan uit een volledig infraroodspectrum een verbinding meestal uniek worden herkend.

Keck-observatorium

Het William M. Keck-observatorium maakt deel uit van het Mauna Kea-observatorium op Hawaï en omvat twee spiegeltelescopen, waarvan een voor zichtbaar licht en een voor infrarood. Deze twee telescopen, die als Keck-telescopen bekendstaan, kunnen gekoppeld worden voor interferometrische metingen. De telescopen zijn wetenschappelijk van zeer grote waarde, enerzijds omdat de technieken er ontwikkeld worden voor toekomstige ruimtetelescopen als de Terrestrial Planet Finder, en anderzijds omdat zij tot de eerste telescopen behoren waarmee licht van een ster uit een opname gefilterd kan worden, zodat een eventueel planetenstelsel van de betreffende ster waargenomen kan worden.

Het observatorium en de telescopen zijn genoemd naar de W.M. Keck-stichting, een filantropische organisatie opgericht in 1954 door William Myron Keck, een Amerikaans oliemagnaat. Deze stichting spendeerde USD 140 miljoen aan het project.

LEGO Power Functions

Power Functions is een systeem dat ontwikkeld is door LEGO om via infrarood afstandsbediening verschillende elementen aan te sturen. De belangrijkste toepassing is het aansturen van motoren maar ook verlichting kan aangestuurd worden.

Het systeem bestaat uit een afstandsbediening met twee bedieningshendels die beide drie standen kennen (neutraal, voor, achter). De afstandsbediening kan gebruikmaken van vier kanalen zodat vier ontvangers aangestuurd kunnen worden.

In het aan te sturen object wordt een batterijhouder met aan/uitschakelaar ingebouwd. Via een kabel wordt elektrische energie geleverd aan een infrarood-ontvanger die na ontvangst van een signaal het aangesloten object (motor, lampje) inschakelt.

In 2007 maakte LEGO bekend dat de LEGO treinen gebruik gaan maken van het Power Functions systeem.

Laser (licht)

Een laser is een lichtbron die in staat is een smalle coherente bundel licht voort te brengen. Het licht van een laser is daardoor monochromatisch en directioneel, in tegenstelling tot de meeste andere lichtbronnen, die in allerlei richtingen licht uitzenden in een breed spectrum van golflengtes en fasen. Ook zorgt laserlicht altijd voor een lichtbundel die niet of nauwelijks convergeert of divergeert.

Het woord laser is oorspronkelijk een acroniem van Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation, in het Nederlands: lichtversterking door gestimuleerde uitzending van straling. Het woord is echter inmiddels zo ingeburgerd dat het niet meer gezien wordt als een afkorting. Zelfs in het Engels wordt het woord dan ook zonder hoofdletters geschreven (evenals radar).

Licht

Licht is elektromagnetische straling in het frequentiebereik dat waarneembaar is met het menselijk oog, soms foutief met inbegrip van infrarood licht, met een iets lagere frequentie, en ultraviolet licht, met een iets hogere frequentie. Bij licht spreekt men meestal over de golflengte in vacuüm en lucht die bij een frequentie hoort, omdat in de meeste toepassingen met de golflengte gewerkt wordt. De golflengte is, anders dan de frequentie, afhankelijk van de stof waar de straling doorloopt. Het zichtbare spectrum strekt zich uit over golflengten van ongeveer 380 nm (nanometer) (violet) tot 780 nm (rood) in vacuüm en lucht. In vacuüm plant licht zich, zoals alle elektromagnetische straling, voort met de lichtsnelheid. Lichtkwanta, die in de kwantumoptica een rol spelen, worden fotonen genoemd.

De drie variabelen die licht beschrijven, zijn de lichtsterkte (ofwel amplitude), de kleur (ofwel frequentie of golflengte) en de polarisatie, ofwel de trillingsrichting, die altijd loodrecht op de voortplantingsrichting staat. Het onderzoeksveld over licht en de wisselwerking van licht met materie heet optica.

Lichtkracht

In de astronomie wordt onder de lichtkracht (luminositeit, helderheid) van een ster verstaan het totaal uitgezonden vermogen in de vorm van elektromagnetische straling. De lichtkracht is afhankelijk van de effectieve temperatuur van de ster en z'n omvang. De lichtkracht wordt uitgedrukt in watt of in eenheden van de nominale lichtkracht van de zon (L), een vaste waarde waar de daadwerkelijke lichtkracht van de zon ongeveer aan gelijk is. De Internationale Astronomische Unie heeft deze eenheid gedefinieerd als

De lichtkracht van een andere ster bepaalt men door z'n absolute helderheid te vergelijken met die van de zon of van een andere ster met reeds bekende lichtkracht.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de bolometrische lichtkracht, dat wil zeggen de lichtkracht gemeten over alle golflengten van het elektromagnetische spectrum, en de visuele lichtkracht, dat wil zeggen de lichtkracht in het zichtbare deel van het spectrum. Bij sterren die in oppervlaktetemperatuur sterk afwijken van de zon is deze laatste vaak een stuk kleiner dan de eerste, omdat zij een groot deel van hun energie uitzenden in het infrarood (bijvoorbeeld rode dwergen en rode reuzen) of in het ultraviolet (bijvoorbeeld witte dwergen en blauwe reuzen). Voor het omrekenen tussen de bijbehorende magnitudes wordt de bolometrische correctie toegepast.

Microgolf

Een microgolf is elektromagnetische straling; het zijn radiogolven in het hogere frequentiegebied. De golflengte is groter dan die van infrarood.

Microgolven hebben een golflengte van 1 m (bij een frequentie van 300 MHz) tot 1 mm (bij een frequentie van 300 GHz), d.i. UHF, SHF en EHF. De grenzen tussen ver-infraroodstraling en microgolven zijn echter niet duidelijk gedefinieerd.

Het bestaan van elektromagnetische golven, waarvan microgolven een deel uitmaken, werd door James Clerk Maxwell in 1864 voorspeld door toepassing van de Wetten van Maxwell. In 1888 was Heinrich Hertz de eerste die het bestaan van elektromagnetische golven demonstreerde door het bouwen van een apparaat dat radiogolven produceerde.

OH/IR-ster

Een OH/IR ster is een geëvolueerde laat type ster die OH-maseremissie vertoont en die helder is in het nabij en midden infrarood. In het Hertzsprung-Russelldiagram liggen OH/IR sterren op de asymptotische reuzentak.

Rood (kleur)

Rood is in het additieve kleursysteem een primaire kleur. In het subtractieve kleursysteem is het een secundaire kleur. Het is de complementaire kleur van cyaan. Het is de tint met de krachtigste symboliek.

Rood licht bevindt zich aan het eind van het lichtspectrum dat nog door het menselijk oog kan worden gezien. De golflengte van rood licht bedraagt ongeveer 700 nanometer. Kleuren met nog lagere frequenties kunnen niet door mensen, maar wel door sommige dieren gezien worden, daaronder vallen vooral insecten. Deze kleuren worden infrarood genoemd.

Ruimtetelescoop

Een ruimtetelescoop is een telescoop die zich buiten de dampkring van de aarde bevindt. De bekendste ruimtetelescoop is de ruimtetelescoop Hubble.

Stervorming

Stervorming is het proces waarin een wolk van gas onder invloed van zijn eigen zwaartekracht ineenstort tot een protoster en uiteindelijk een ster vormt.

Een ster ontstaat uit kernen (cores) in moleculaire gaswolken met een massa en dichtheid die groot genoeg zijn.

Een moleculaire wolk zal in hydrostatisch evenwicht blijven zolang de kinetische energie van de gasdruk in evenwicht is met de potentiële energie van de interne gravitatiekracht.

Mathematisch wordt dit uitgedrukt door het viriaaltheorema, wat zegt dat om in evenwicht te blijven moet de gravitationele potentiële energie gelijk moet zijn aan twee maal de interne thermische energie. Als een wolk massief genoeg is dat de gasdruk niet groot genoeg is om hem te ondersteunen zal de wolk gravitationeel ineenstorten. De massa waarboven dit zal gebeuren wordt de Jeans massa genoemd. De Jeans massa hangt af van de temperatuur en dichtheid van de wolk.

Een deel van een dergelijke gaswolk kan zich, bijvoorbeeld onder invloed van een schokgolf, gaan samentrekken, en uit een dergelijke samentrekkende gaswolk ontstaat een ster, vaak ook een systeem van twee of meer sterren, of zelfs een open sterrenhoop.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de vorming van massieve sterren en van minder massieve sterren. Eerst ontstaat er een protoster (die zeer moeilijk waarneembaar zijn), die later evolueert tot

een jong stellair object (Young Stellar Object, YSO).

In het Hertzsprung-Russell-diagram bevinden protosterren zich op de zogenaamde 'birthline'. Daarna bewegen ze zich langs Hayashi tracks (volgens hun massa) verticaal naar beneden naar de hoofdreeks. Hayashi tracks zijn genoemd naar de Japanse astronoom Chushiro Hayashi die stervorming theoretisch bestudeerd heeft. Bij een protoster op een Hayashi-track is het energietransport volledig convectief. Bij lichtere sterren blijft dit zo tot de ster op de hoofdreeks aankomt. Bij sterren zwaarder dan 0,5 zonnemassa wordt de interne temperatuur zo hoog dat de opaciteit kleiner wordt, en het energietransport door straling begint. Dan beweegt de jonge ster zich naar links in het Hertzsprung-Russell-diagram langs een Henyey track (genoemd naar Louis G. Henyey).

Massieve sterren (met spectraalklasse O en B) ioniseren zodra ze gevormd zijn de resterende moleculaire wolk. De geïoniseerde materie is zichtbaar als een H-II-gebied. In het begin bevindt de ster zich nog in het dichte gas waaruit ze gevormd is, en is er een ultra-compact HII-gebied, wat alleen zichtbaar is in radiostraling, en in het ver-infrarood. Vaak is zo'n gebied geassocieerd met interstellaire masers. Later wordt dit gebied groter en wordt het HII gebied ook in het optische gebied zichtbaar (zoals de Orionnevel).

Een ster als de zon begint zijn leven als een T Tauri-ster. In een Hertzsprung-Russelldiagram liggen deze rechts van de hoofdreeks, ze zijn relatief gezien lichtsterker, groter en koeler dan hoofdreekssterren. Deze sterren stralen sterk in het infrarood, en worden omringd door een schijf van stof, waaruit een planetenstelsel kan ontstaan. Vaak zijn T Tauri-sterren geassocieerd met Herbig-Haro-objecten.

De T Tauri-ster wordt geleidelijk kleiner en heter, totdat de kern een temperatuur van 10 miljoen Kelvin bereikt, en de ster op de hoofdreeks uitkomt. Het hele traject van moleculaire gaswolk tot beginnende hoofdreeksster duurt voor een ster als de zon ongeveer 35 miljoen jaar.

William Herschel

Friedrich Wilhelm Herschel, later veranderd in Frederick William Herschel (Hannover, 15 november 1738 – Slough, 25 augustus 1822) was een Britse componist, organist, muziekleraar en astronoom van Duitse, Joodse en Tsjechische afkomst.

Wit licht (natuurkunde)

Wit licht is licht waarin geen kleur is te zien. Het ziet eruit als wit, maar bestaat in feite uit een combinatie van alle zichtbare kleuren.

Het licht wat wij kunnen zien, bestaat uit een spectrum van kleuren.

In dit spectrum benoemen we enkele van de kleuren:

Onzichtbaar voor het menselijk oog:

Infrarood,

Ultraviolet (Typen A, B en C).

Zichtbare kleuren:

Rood (Primair-1),

Oranje,

Geel,

Groen (Primair-2),

Blauw (Primair-3),

Indigo,

VioletInfrarood licht is onzichtbaar voor onze ogen. Infrarood licht wordt toegepast in afstandsbedieningen. Hiervoor wordt nabij-infrarood gebruikt (Nir).

Een hoge dosis infrarood licht is voelbaar als warmte, bijvoorbeeld de warmte van gloeispiralen.

Ultraviolet licht komt voor in de typen A, B en C. Ultraviolet licht is onzichtbaar en zelfs schadelijk voor onze ogen en huid.

Type A uv-licht wordt gebruikt voor echtheids-controle van papieren.

Type B uv-licht wordt in gecontroleerde dosis gebruikt om bruin te worden.

Type C uv-licht wordt in hoge dosis gebruikt om apparatuur te steriliseren.Als je alle zichtbare kleuren licht met dezelfde sterkte op een wit vlak laat schijnen, of het rechtstreeks aanschouwt, zal je het als wit beschouwen.

Het is ook mogelijk om met de drie als 'primair' aangeduide kleuren wit licht te verkrijgen.

Dit wordt op dezelfde manier gedaan, namelijk door de drie kleuren op gelijke lichtsterkte te laten schijnen.

Iedere variatie in sterkte in een of meer van de kleuren maakt een andere kleur.

Dit is precies wat een kleurenbeeldscherm (lcd, plasmascherm of CRT) doet.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.