Hooglied

Het Hooglied is een van de boeken in het Oude Testament respectievelijk de Tenach. Binnen de Tenach maakt het Hooglied deel uit van de Geschriften en daarbinnen is het een van de vijf rollen (Megillot).

Hooglied
Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach Hooglied 4:3
Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach
Hooglied 4:3
Auteur toegeschreven aan Salomo
Tijd 8e-6e eeuw v.Chr.
Taal Hebreeuws
Categorie Poëzie, Feestrol
Hoofdstukken 8
Andere naam Lied der liederen
Lied van Salomo
Vorige boek Prediker
(in de Tenach Job)
Volgende boek Jesaja
(in de Tenach Ruth)

Naam

De Hebreeuwse naam Shir-HaShirim betekent letterlijk lied der liederen. De uitdrukking is een voorbeeld van een Hebreeuwse genitief, waarmee een overtreffende trap aangeduid wordt. Omdat uit de oorspronkelijke uitdrukking niet blijkt in welk opzicht dit lied alle andere overtreft, staan vertalers voor een moeilijkheid. Maarten Luther vertaalde de titel als Hohes Lied en daaruit ontstond de gebruikelijke Nederlandse naam Hooglied.

In de Griekse Septuaginta wordt het boek Asma (lied) genoemd; de eerste woorden zijn assma asmatoon'; lied der liederen. In de Latijnse Vulgata is het Canticum Canticorum, een letterlijke vertaling van de Hebreeuwse naam.

Auteurschap

Het Hooglied is volgens de titelregel van Salomo. Het opschrift luidt namelijk: Lied der liederen, van Salomo. In de uitleg werd derhalve traditioneel Salomo als auteur beschouwd, maar moderne theologen pleiten op taalkundige gronden voor een latere datering, na de ballingschap of in de hellenistische periode. Minder liberaal georiënteerde theologen als Hengstenberg, Delitzsch, Zöckler en Keil houden in het algemeen vast aan een datering uit de periode van Salomo of vlak daarna. Liefdespoëzie en ook wijsheid hoorden volgens het boek Koningen bij Salomo, zoals wetsteksten bij Mozes en Psalmen bij David. Het gebruik van Salomo als pseudoniem was zo beschouwd een voor de hand liggend stijlmiddel. De canoniciteit van het boek werd binnen de joodse traditie ooit betwist. De grote mystieke Thorageleerde Rabbi Akiva zette zich echter in voor handhaving in de canon met als argument de mystieke betekenis die hij er aan toekende.

Inhoud

De inhoud van het boek bestaat volgens een veel gehoorde uitleg uit een tweespraak in dichtvorm tussen twee geliefden. Sommige religies en Bijbelgeleerden vatten bepaalde tekstgedeeltes op als erotisch van aard, al wordt in Hooglied vaak de kuisheid van de herderin beschreven.

De mannelijke hoofdpersoon in het verhaal is Salomo, de vrouw is de Sulamietische, een herderin van eenvoudige afkomst. Een deel van de inhoud (hoofdstuk 3:6 e.v.) beschrijft een bruiloftsdag of een koninklijke intocht van Salomo.

Het woord God wordt niet genoemd in dit Bijbelboek. Behalve Ester is dit het enige Bijbelboek waarvoor dit geldt.

Thema, interpretatie en boodschap

Weidend Temidden Der Leliën
Hooglied 6: 3 op een gevel in Leiden

Het thema van het boek Hooglied lijkt te zijn: de liefde tussen een bruidegom (Salomo) en zijn bruid (de Sulamith). Veel gedeelten in het Hooglied lijken een erotische lading te hebben. Om hier goed mee om te gaan, zijn er verschillende interpretaties. Genoemd kunnen worden de allegorische, de typologische en de letterlijke interpretatie. Het jodendom accepteert enkel de allegorische interpretatie. Daarnaast kan men het literair lezen, als voorbeeld van Bijbelse poëzie.

  • In de allegorische interpretatie, die door het jodendom gevolgd wordt, wordt het gehele boek Hooglied opgevat als een doorlopende beeldspraak. De liefde tussen bruid en bruidegom is dan een beeld van de liefde tussen God en de gelovige. De allegorische interpretatie steunt zowel binnen het jodendom als het christendom op lange tradities.
    • Binnen het jodendom wordt het Hooglied geïnterpreteerd als een allegorie over de liefde tussen God en Israël.
    • Binnen het christendom wordt het Hooglied geïnterpreteerd als een allegorie over de liefde tussen Jezus Christus en de kerk (waarbij de kerk moet worden beschouwd als de gemeenschap van hen, die in Jezus Christus geloven).
In de allegorische interpretatie wordt de beeldspraak direct vertaald naar wat er zich afspeelt in de liefde tussen God en de gelovige.
  • In de typologische interpretatie wordt het boek Hooglied letterlijk opgevat, maar niet zonder een diepere betekenis. Het Hooglied is dan een beschrijving van de liefde tussen bruidegom en bruid, die als diepere betekenis heeft: de liefde tussen God en de gelovige. De liefde tussen bruidegom en bruid is dus een type van de liefde tussen God en de gelovige.
In de typologische interpretatie wordt de beeldspraak eerst vertaald naar wat er zich afspeelt in de liefde tussen bruidegom en bruid, waarna de lijn wordt doorgetrokken naar de liefde tussen God en de gelovige.
Het Hooglied kan ook gezien worden als een wijsheidstekst met dubbele bodem woorden m.a.w. : als liefdewoorden die zowel bruikbaar zijn in de omgang met de geliefde als in de omgang met God (cfr. enkele hedendaagse hertalingen).
  • De letterlijke interpretatie ziet het boek Hooglied puur als een beschrijving van de liefde tussen bruidegom en bruid. Een liefdeslied dus, een beschrijving van de schoonheid van de liefde. De letterlijke interpretatie ging vaak vergezeld met speculaties over de aard van de personen die genoemd worden.
In de letterlijke interpretatie wordt de beeldspraak in principe alleen vertaald naar wat er zich afspeelt in de liefde tussen bruidegom en bruid.

In de Bijbel wordt de liefde tussen bruidegom en bruid overigens vaak als beeldspraak gebruikt. In het Oude Testament voor de liefde tussen God en Israël, vergelijk Psalm 45; Jesaja 54:4-6; 62:4, 5; Jeremia 2:2; 3:1, 20; Ezechiël. 16; Hosea. 2:16, 19, 20. In het Nieuwe Testament voor de liefde tussen Christus en zijn kerk, vergelijk Mattheus 9:15; Johannes 3:29; Efeziërs 5:23, 27, 29; Openbaring 19:7-9; 21:2, 9; 22:17.

De uitleg waarbij het Hooglied wordt gezien als allegorie was in de joodse kerk en de vroeg-christelijke kerk en in de kerk van de Reformatie gebruikelijk. De letterlijke uitleg stamt voornamelijk uit de 19e en 20e eeuw.

Overig

Delen van het boek zijn tot in de 20e eeuw in Syrië als bruidsliederen gebruikt.

Relaties met andere christelijke Bijbelboeken

Het Nieuwe Testament gebruikt het beeld van bruidegom en bruid herhaaldelijk voor de verhouding tussen Jezus Christus en de gemeente, bijvoorbeeld in Efeziërs 5 en Openbaring 19:7-9.

Externe links

Literatuur

  • Hans Ausloos, “Drink en word dronken van liefde!” (Hooglied 5,1). Een kennismaking met het boek Hooglied, in Hans Ausloos & Ignace Bossuyt (eds), Hooglied. Bijbelse liefde in beeld, woord en klank, Leuven – Voorburg: Acco, 2008, pp. 13-58.
  • Ludwig Marcuse: Alles is ijdel - Prediker en Hooglied - De verzamelde werken van koning Salomo, Amsterdam, Prometeus, 1996 ISBN 978-90-5333-500-0
Bijbelboeken
Thora:Genesis · Exodus · Leviticus · Numeri · Deuteronomium
Jozua · Rechters · Ruth · 1 en 2 Samuel · 1 en 2 Koningen · 1 en 2 Kronieken · Ezra · Nehemia · Tobit · Judit · Ester · 1 Makkabeeën · 2 Makkabeeën
Job · Psalmen · Spreuken · Prediker · Hooglied · Wijsheid (van Salomo) · (Wijsheid van Jezus) Sirach
Grote profeten:Jesaja · Jeremia · Klaagliederen · Baruch · Ezechiël · Daniël
Kleine profeten:Hosea · Joël · Amos · Obadja · Jona · Micha · Nahum · Habakuk · Sefanja · Haggai · Zacharia · Maleachi
De deuterocanonieke boeken zijn cursief weergegeven.


Evangeliën:Matteüs · Marcus · Lucas · Johannes
Handelingen:Handelingen van de apostelen
Brieven van Paulus:Romeinen · 1 Korintiërs · 2 Korintiërs · Galaten · Efeziërs · Filippenzen · Kolossenzen · 1 Tessalonicenzen · 2 Tessalonicenzen · 1 Timoteüs · 2 Timoteüs · Titus · Filemon
Hebreeën
Katholieke brieven:Jakobus · 1 Petrus · 2 Petrus · 1 Johannes · 2 Johannes · 3 Johannes · Judas
Apocalyptiek:Openbaring van Johannes
Abraham Hellenbroek

Abraham Hellenbroek (Amsterdam, 3 december 1658 – Rotterdam, 16 december 1731) was een Nederlandse gereformeerde predikant. Hellenbroek behoorde tot de stroming van de Nadere Reformatie en is vooral bekend geworden door het catechisatieboekje Voorbeeld der Goddelijke waarheden, dat nog steeds gebruikt wordt in bevindelijk-gereformeerde kerken.

Abraham Hellenbroek was afkomstig uit een Amsterdams koopmansgeslacht. Hij studeerde vanaf 1674 letteren en filosofie aan het Athenaeum Illustre in zijn geboortestad en vanaf 1677 tot 1682 filosofie en theologie aan de Leidse Universiteit. Na zijn studie was hij achtereenvolgens predikant van Zwammerdam (1682-1691), Zwijndrecht (1691-1694), Zaltbommel (1694-1695) en Rotterdam (1695-1728).

Hellenbroeks hoofdwerk is De Euangelische Jesaia waarin hij in 4 delen van ca. 1000 bladzijden een uitleg geeft van de gedeelten van het Bijbelboek Jesaja die volgens hem vooruitwijzen naar de tijd van het Nieuwe Testament. Het boek bestaat vooral uit bewerkte preken. Hetzelfde geldt voor zijn uitleg van het Hooglied, Salomons Hoogliet verklaert en vergeestelijckt, die uit twee dikke delen bestaat. Hierin beschouwt hij het Hooglied als een allegorie van de omgang tussen Jezus Christus en de gemeente. Veel predikanten uit bevindelijk-Gereformeerde kring raadplegen in de lijdenstijd het boek van hem: De kruistriomf van Vorst Messias. Hiernaast publiceerde Hellenbroek nog verschillende prekenbundels.

Hellenbroek dankt zijn bekendheid voornamelijk aan zijn catechisatieboekje Voorbeeld der goddelijke waarheden uit 1706. Het prestige van het boekje was zo groot dat Hendrik de Cock er niet in slaagde om het in de Christelijke Afgescheiden Gemeenten te laten vervangen door de catecheseboekjes die door de Dordtse Synode van 1618-1619 goedgekeurde Heidelbergse Catechismus en Kort Begrip. Leren uit "Hellenbroek" is voor veel bevindelijk-gereformeerden dan ook nog steeds een begrip. Het boekje heeft een dogmatische inslag en werd vooral gebruikt voor het aanleren van "waarheden". Hiermee werd de naam van de geleerde predikant synoniem met bekrompenheid en conservatisme. Van het Voorbeeld der goddelijke waarheden bestaan twee versies, een korte en een lange. Bij het boekje zijn ook verschillende werkboeken en handleidingen gemaakt. In 1765 verscheen een Engelse vertaling voor de gereformeerde kerk in Amerika.

Allegorie (letterkunde)

Een allegorie in de literatuur is een uitgewerkte (of 'doorgevoerde') metafoor: een symbolische voorstelling van een idee die gedurende het gehele gedicht, verhaal of boek wordt volgehouden. Het verschil met de homerische vergelijking is dat de laatste een deel van het literaire werk is, terwijl de allegorie het gehele werk is.

Bertus van Lier

Lambertus (Bertus) van Lier (Utrecht, 10 september 1906 - Roden, 14 februari 1972) was een Nederlands componist, dirigent, muziekwetenschapper, journalist en vertaler.

Bijbelboek

Met de term Bijbelboeken worden alle boeken bedoeld waaruit de Bijbel is opgebouwd.

Het protestantse christendom erkent 66 boeken als behorende tot de Bijbel: 39 in het Oude Testament en 27 in het Nieuwe Testament. De 39 boeken van het Oude Testament vormen in een andere volgorde eveneens de joodse Tenach.

Deze telling is vrij willekeurig. Zo is de splitsing van de boeken Samuel en Koningen uit de Septuagint afkomstig, terwijl de splitsing van de boeken der Kronieken pas in de 16e eeuw ontstond.

Canticum

Een Canticum (Latijn: lied) is een hymne uit de Bijbel, waarbij men de psalmen gewoonlijk niet meerekent. De term wordt vaak uitgebreid tot oude niet-Bijbelse hymnes zoals het Te Deum en soms bepaalde liturgisch gebruikte psalmen. Dit kan onder andere omvatten:

Een lied, vooral hymne, zoals Canticum canticorum, het Hooglied, in het Hebreeuws sjier sjieriem, letterlijk "de zang der zangen"

Een canto of lofzangBijbelse kantieken zijn bijvoorbeeld:

het Schelfzeelied van Mozes, Exodus 15:1-13,17-20: Cantemus domino gloriose

het lied van Mirjam

de lofzang van Hanna, 1 Samuel 2:1-10: Exultavit cor meum in domino et exaltatum

de lofzang van Debora

het lied van de drie jongelingen in de vuuroven (Daniël), Daniel 3:57-88: Benedicite omnia opera

de Lofzang van Simeon, Lucas 2:29-32: Nunc dimittis

de Lofzang van Zacharias, Lucas 1:68-79: Benedictus dominus deus Israel

het Magnificat, Kantiek van de maagd Maria, Lucas 1:46-55

de lofzang van Elisabet

Taedet animam meam, gebaseerd op het boek Job

Geschriften

Onder de Geschriften (ketoevim,כתוּביִם) wordt een groep Bijbelboeken uit de Tenach, de Hebreeuwse Bijbel verstaan.

Gregorius van Narek

Gregorius van Narek (Գրիգոր Նարեկացի, Krikor Narekatsi) (Narek, Vaspoerakan ca. 950 – aldaar ca. 1010) was een monnik, mysticus, filosoof, theoloog, componist, schrijver, heilige en kerkleraar die vereerd wordt binnen de Armeens-Apostolische, Rooms-Katholieke en de Oosters-katholieke kerken. Gregorius kwam uit een geletterde familie en woonde en werkte lang in een klooster nabij het Vanmeer. Zodoende beschouwt men hem ook als de eerste grote, Armeense dichter. Narek schreef een commentaar op het Hooglied en vele gedichten in het Oudarmeens. Zijn belangrijkste werken zijn Het boek der klaagzangen en een commentaar op het Hooglied.

Hortus conclusus

Hortus conclusus is Latijn en betekent letterlijk omsloten tuin. Het is een middeleeuws begrip, maar vindt zijn oorsprong in het Bijbelse Hooglied. Het concept voldeed aan een aantal voorschriften die voornamelijk bij de aanleg van abdijtuinen en ook begijnhoven toegepast werden. De hortus conclusus beantwoordde aan een fundamentele drang naar introspectie en gaf uitdrukking aan een bijzondere visie op de natuur, een kosmische gerichtheid op het landschap.

In de schilderkunst van de 15de eeuw is het motief van de hortus conclusus opvallend aanwezig als onderdeel in een belangrijk christelijk beeldmotief: de annunciatie of Mariaboodschap. In de Zuidelijke Nederlanden werd de hortus conclusus in de 15de en 16de eeuw door religieuze vrouwen ook op een bijzondere manier vormgegeven als besloten hofje.

De populariteit van het annunciatiemodel loopt parallel met de herintroductie van het landschap in de westerse schilderkunst. De meeste aandacht gaat naar de Italiaanse renaissance: Fra Angelico, Piero della Francesca en Leonardo da Vinci zijn er ankerpunten in, ook de Madonna bij de fontein (Jan van Eyck) werd erop geïnspireerd. Verder komt het thema regelmatig in de muziek voor, zoals bij Gian Francesco Malipiero en Nicolas Gombert.

De bijzondere band met de architectuur en de tuinarchitectuur trekt het concept van de omsloten tuin ook open naar de hedendaagse kunst, ontdaan van zijn christelijke betekenis.

Ivoren toren

Met de uitdrukking ivoren toren wordt bedoeld een teruggetrokken leven leiden, niet in de realiteit maar ver van het gewone volk en het alledaagse leven. Volgens de etymologie is de uitdrukking afgeleid van het Hooglied 7:5: Je hals is als een toren van ivoor (NBV). Door de geschiedenis heen is het politici, wetenschappers, academici, kunstenaars en rechters vaak verweten dat zij in een ivoren toren leven.

Jadajiem

Jadajiem (Hebreeuws: ידיים, letterlijk handen) is het elfde traktaat (masechet) van de Orde Tohorot van de Misjna. Het traktaat behandelt voornamelijk de onreinheid van de handen en het rein maken ervan.In het Misjna-traktaat komen ook andere bijzonderheden voor die niet direct in verband staan met het onderwerp, maar die vanuit historisch oogpunt juist weer echter erg belangrijk zijn, zoals verhandelingen tussen Farizeeën en Sadduceeën en een debat over de heiligheid van de Tenachboeken (3:1-5; 4:4-5), waaronder de boeken Hooglied en Prediker (3:5 e.a.).Het traktaat Jadajiem telt 5 hoofdstukken. In de Tosefta is het traktaat verdeeld in twee hoofdstukken en bevat nog meer bijzonderheden over de canoniciteit van bepaalde geschriften.

Johann Christoph Bach (de Grote)

Johann Christoph Bach (Arnstadt, 8 december 1642 - Eisenach, 31 maart 1703) was de zoon van Heinrich Bach en de broer van Johann Michael Bach. Hij is met Johann Sebastian Bach, Johann Christian Bach en Carl Philipp Emanuel Bach een van de beroemdste componisten uit de componistenfamilie Bach.

Hij was organist in Arnstadt, Eisenach en Ohrdruf. Een van zijn bekendste werken is de kantate "Meine Freundin du bist schön", gebaseerd op het Hooglied. Dit werk en diverse andere werken van de Bachfamilie zijn opgenomen in het "Altbachische Archiv", een verzameling die Johann Sebastian Bach samengesteld heeft. Dit archief is in 1999 herontdekt, nadat het jarenlang achter het IJzeren Gordijn verloren was gewaand.

Johannes van het Kruis

Johannes van het Kruis (ook (Sint-)Jan van het Kruis of Joannes van het Kruis; Spaans: Juan de la Cruz; eigenlijke naam: Juan de Yepes; Fontiveros (Ávila), 24 juni 1542 – Úbeda, 14 december 1591) was een Spaans heilige, mysticus, dichter en kerkleraar.

Van de vader van Juan, Gonzalo de Yepes, is bekend dat hij door zijn familie (zijn ooms) werd uitgestoten omdat hij een zijdeweefster, Catalina Alvarez, zwanger had gemaakt en met haar was getrouwd. Hij stierf na de geboorte van Juan, die zijn derde kind was. Zijn moeder stond hem af aan een intern weeshuis, Colegio de la Doctrina, waarna hij in het hospitaal 'De las bubas' terechtkwam, waar ernstige gevallen van syfilis werden behandeld. In 1563 trad hij in bij de karmelieten, in het Santa Ana klooster in Ávila, onder de naam 'Juan de San Matías'.

Johannes hielp Theresia van Ávila bij haar stichtingen van contemplatieve kloosters. In deze kloosters werden de oude constituties van de karmelieten gehandhaafd. Dat wil zeggen dat de brede interpretatie van de regels, die tot laksheid hadden geleid, opnieuw werd versmald. De reden dat deze regels breder werden geïnterpreteerd, had te maken met een sterke concurrentie van andere ordes, zoals de augustijnen en de dominicanen. Om als orde te kunnen overleven (en genoeg toetredingen te hebben) waren de karmelieten verplicht geweest om hun regels te versoepelen. Juan en Teresia gingen hier tegenin en werden de grondleggers van de reformatie van Spanje.

Het eerste klooster dat tot de 'ongeschoeiden' mag worden gerekend, is dat van San José in Medina del Campo. Het werd in 1567 gesticht zonder toestemming van bisschop Mendoza. De bisschop was tegen de stichting, omdat een klooster dat de oude regels wilde naleven, geen vaste inkomsten mocht hebben, en dus aangewezen was op giften. Teresia mocht geen aanleiding tot het lijden van anderen (haar medezusters) zijn. De stichting werd daarom door Teresia in het geheim voltrokken. 's Nachts werd het huis ingericht dat als klooster ging dienen en 's ochtends werd er de eerste mis gehouden. Hierna kon het klooster enkel ontbonden worden door de generaal van de orde in Rome, en was de bisschop buiten spel gezet.

Juan zal Teresia nadien helpen om de Encarnation, het klooster van de Menswording, waar Teresia oorspronkelijk uit kwam, te hervormen, door als biechtvader op te treden en de zusters op de juiste weg naar God te leiden. Later zal Juan Teresia begeleiden bij illegale stichtingen in het zuiden van Spanje, waarvoor ze geen toestemming had van de ordesgeneraal Rubeo. Hierna wordt Johannes opgesloten en gegeseld wegens weerspannigheid; hij had immers een gelofte van gehoorzaamheid afgelegd bij zijn intrede. Tijdens zijn opsluiting te Toledo in 1575 overdenkt hij de weg naar God (geestelijke ontsnapping). Nadat de afsplitsing van de Ongeschoeide Karmelieten officieel was ingezet, zou hij in gedichten de Heer loven.

Na zijn dood werd hij in 1675 zalig verklaard, en in 1726 volgde zijn heiligverklaring. Paus Pius XI verhief hem in 1926 tot kerkleraar. Zijn feestdag wordt gevierd op 14 december. Hij is de heilige van de dichters. Zijn belangrijkste gedicht is Het geestelijk Hooglied. Hierin vergelijkt hij de Heer met een hert. Hij zegt door dit hert te zijn verwond (de genade van God is zo groot dat het hem als mens verwondt in de ziel) en hij zwerft rond op zoek naar het hert dat van hem is weggevlucht. Hij vraagt aan de herders en aan de bloemen om het hem te komen vertellen als ze Hem zien. Op het einde vindt er een vereniging plaats tussen de ziel (Juan) en het hert (de Heer).

Een beroemde tekening, gemaakt door Juan, toont Jezus aan het kruis, van bovenaf gezien. Hieruit is later afgeleid dat Juan het geloof overschouwde, het allemaal overzag. Deze tekening is wereldberoemd geworden doordat Salvador Dalí hem verwerkte in een schilderij, dat hij toepasselijk 'El Cristo de San Juan de la Cruz' noemde. (Oftewel 'De Christus van de Heilige Johannes van het Kruis'.)

De heilige paus Johannes Paulus II promoveerde in 1948 op een proefschrift over Johannes van het Kruis.

Leidse Willeram

De Leidse Willeram, ook wel Egmondse Willeram genaamd, is het oudste bewaard gebleven handschrift dat gedeeltelijk in het Oudnederlands of Nederfrankisch is geschreven.

Megillot

De megillot (enkelvoud megilla) zijn de vijf rollen aan het einde van het Tenachgedeelte Geschriften (Ketoewiem). Ze worden op enkele joodse feest- gedenkdagen in de synagoge gelezen, namelijk:

Hooglied (Shier Hashierim) op Pesach

Ruth op Sjavoeot

Esther op Poerim

Klaagliederen (Eicha) op Tisja be'Aaw

Prediker (Koheles/Kohelet) op Soekot.

Prediker (boek)

Het boek Prediker is onderdeel van de Tenach en het Oude Testament.

De Hebreeuwse naam luidt Kohelet (of Koheles), in de Griekse Septuaginta heet het boek èkklesiastés, en in de Latijnse Vulgata Concionator. Laatstgenoemde twee zijn vertalingen van de eerste en betekenen alle 'prediker'. In rooms-katholieke Bijbeluitgaven wordt het boek ook wel Ecclesiastes genoemd, een Latijnse transcriptie van het Griekse èkklesiastés.

Prediker behoort tot de wijsheidsliteratuur. Andere Bijbelboeken van dat genre zijn Spreuken, Job, een handvol van de Psalmen en de deuterocanonieke boeken De wijsheid van Jezus Sirach, Wijsheid en een deel van Baruch.

In de Tenach maakt Prediker onderdeel uit van de Geschriften (Ketoeviem) en daarbinnen van de zogeheten feestrollen, de Megillot.

Ruth (boek)

Het boek Ruth (Hebreeuws: רות) is een van de boeken van de Tenach en het Oude Testament. In de Tenach valt het onder de Geschriften, onder de vijf feestrollen (Megillot). Het boek dankt zijn titel aan de hoofdpersoon: de Moabitische Ruth.

Spreuken

Het boek Spreuken is een van de boeken in de Hebreeuwse Bijbel. Het boek is een voorbeeld van Bijbelse poëzie en van wijsheidsliteratuur. In de Tenach hoort het bij de Geschriften.

De Hebreeuwse naam van het boek is Misjlei, hetgeen vertaald kan worden met allegorie of woorden van wijsheid. Misjlei is een afkorting van Mísjlê Sjelomo (Spreuken van Salomo), de titel in de Masoretische Tekst. In de Vulgata werd de naam: Liber Proverbiorum.

Tenach

De Tenach (Hebreeuws: תנ"ך - Tanach) is het heilige boek van het jodendom. De Tenach bevat 39 Bijbelboeken die ook in het Oude Testament voorkomen (maar in een andere volgorde). De algemene term, gebruikt in de wetenschap, is Hebreeuwse Bijbel. Een alternatieve naam is Mikra wat 'geschrift' betekent.

Wijsheidsliteratuur

Wijsheidsliteratuur is het literair genre dat vaak voorkwam in het Oude Nabije Oosten. Dit genre wordt gekenmerkt door wijze uitspraken die de bedoeling hebben om iets over godgeleerdheid en deugd bij te brengen. Het hoofdprincipe van wijsheidsliteratuur is dat, terwijl ook technieken van het traditioneel vertellen van een verhaal gebruikt worden, de boeken tevens bepaalde inzichten en wijsheden over natuur en de realiteit verondersteld worden over te brengen.

De bekendste voorbeelden van wijsheidsliteratuur kunnen gevonden worden in de Hebreeuwse Bijbel. De volgende Bijbelse boeken vallen onder de wijsheidsliteratuur:

Job

Spreuken

Predikeren de deutero-canonieke boeken:

De wijsheid van Salomo

Wijsheid van Jezus SirachHet genre van de "spiegel-der-prinsen"-geschriften, die een lange geschiedenis hebben in islamitische en westerse Renaissanceliteratuur, stelt een meer seculiere verwant voor aan het genre van de Bijbelse wijsheidsliteratuur.

Binnenin de Klassieke Oudheid is de adviespoëzie van Hesiodos, voornamelijk zijn Werken en Dagen gezien als een verwant genre tot de wijsheidsliteratuur van het Nabije Oosten.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.