Hellenisme

Het hellenisme (Oudgrieks: Ἑλληνισμός, Latijn: hellenismos), ook wel de hellenistische periode genoemd, was in engere zin het tijdperk waarin het oude Griekenland op zijn hoogtepunt was vanaf de veroveringen door Alexander de Grote tot de Romeinse verovering van Griekenland en het Oude Nabije Oosten (334–30 v.Chr.).[1] De hellenistische wereld besloeg het Macedonische Rijk (334–301 v.Chr. in stamland Macedonië, het Griekse vasteland en het voormalige Perzische Rijk van Egypte tot in het noordwesten van India) en de Griekse opvolgersstaten daarvan (de diadochenrijken), waarbinnen grootschalige handel en culturele uitwisseling op gang kwam. In ruimere maar minder gebruikelijke zin wordt met "hellenisme" gedoeld op iedere verbreiding van de Griekse cultuur buiten Griekenland en de Griekse koloniesteden (dus inclusief Epirus en de Griekse nederzettingen aan de Zwarte Zee en Middellandse Zee zoals op Sicilië en in Zuid-Italië (Magna Graecia) die buiten de directe macht van de grote staten vielen) en de hellenisering van met name het Romeinse Rijk vanaf 7e eeuw v.Chr. tot de eerste eeuwen n.Chr.[1]

Het leger van Alexander de Grote nam de Griekse cultuur met zich mee naar het oosten. Dit proces van culturele aanpassing op het hellenisme, ook wel hellenisering genoemd, was vooral van invloed op de oriëntaalse gebieden in het Oude Nabije Oosten. Op zijn beurt had de oriëntaalse cultuur invloed op deze Oud-Griekse cultuur. Deze mengcultuur bracht de hellenistische kunst voort. De hellenisering van de bevolking van het Nabije Oosten zorgde ervoor dat de stedelijke bevolking in Syrië en Klein-Azië nog tot ver in de middeleeuwen een vorm van Grieks spraken, het Koinè (κοινός, Koinos, "algemeen").

Geschiedenis van Griekenland

Athina Akropolis relief front 2005-04


..Naar onderwerp

Portaal  Portaalicoon  Griekenland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
MacedonEmpire
Het Macedonische Rijk bij de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.).

Etymologie

Als aanduiding van een tijdperk werd de term "hellenisme" in 1836 als Hellenismus voor het eerst door de Duitse historicus Johann Gustav Droysen (1808–1884) gebruikt.[1] In de betekenis van "imitatie van het Griekse" werd de term "hellenismós" echter al in de klassieke oudheid gebruikt.[2]

Het woord 'Hellenisme' stamt af van 'Hellas', in het begin de naam voor een deel van Thessalië in het oude Griekenland, later voor geheel Midden-Griekenland en nog later voor Griekenland als geheel. Men noemt hellenisering dan ook wel 'vergrieksing'. Het woord Helleen betekent door het voorvoegsel ἑλ (hel) "fel licht" of "verlicht". Het is verwant aan het woord helios ("zon") en elektron (dit betekende "amber"). In de Griekse mythologie stamden de Hellenen af van Hellen (Ἕλλην), zoon van Deucalion (Δευκαλίων) en Pyrrha (Πύῤῥα).

Geschiedenis

Kaart van de diadochenrijken (300 v. Chr.)
De diadochenrijken in 300 v.Chr. na de Slag bij Ipsos.

De twintigjarige Alexander de Grote (r. 336–323 v.Chr.) volgde zijn vader Philippus II van Macedonië op. Hij onderdrukte enkele Griekse opstanden en stelde Thebe als afschrikwekkend voorbeeld door het met de grond gelijk te maken (behalve het huis van de dichter Pindarus, die hij erg waardeerde). Door zijn tochten naar Egypte, Voor-Azië en Perzië maakte hij in korte tijd van Macedonië een wereldrijk, het Macedonische Rijk.

Op tweeëndertigjarige leeftijd stierf Alexander in Babylon een plotselinge dood. Veldheren en stadhouders vochten met elkaar over de opvolging, een strijd die wel vijftig jaren duurde. Toen kwam er wat rust; het uitgestrekte wereldrijk was uiteengevallen in drie grote rijken van "de diadochen" ("opvolgers"):

Daarnaast ontstond in Klein-Azië een aantal kleinere "hellenistische" vorstendommen waarvan Pérgamon de grootste rol heeft gespeeld. Griekenland zelf behoorde aan Macedonië; de pogingen zich vrij te maken mislukten door onderlinge verdeeldheid. Thracië, dat onder Lysimachos (r. 305–281 v.Chr.) een zelfstandig koninkrijk was, twee decennia West- en Noord-Klein-Azië overheerste en kortstondig ook Macedonië, werd er na diens dood weer door geannexeerd.

Als eindpunt van de hellenistische periode wordt de Romeinse verovering genomen, waaronder de annexatie van het Griekse schiereiland en de verovering van Egypte (30 v.Chr.).[1] Cultureel had het hellenisme zijn doorwerking tot in de Romeinse Keizertijd, de Late Oudheid en het Byzantijnse Rijk. Via deze weg heeft het hellenisme ook een grote betekenis gehad voor de westerse beschaving. Het Grieks bleef, ook na de verovering door het latijnstalige Rome, in de oostelijke helft van het Romeinse Rijk de overheersende taal. Ofschoon de zelfstandige politiek van de hellenistische koninkrijken hiermee ten einde was, was ondertussen het hellenisme de overheersende cultuur onder de besturende elite van het Romeinse Rijk geworden. Men kan dus zeggen dat de Romeinen de Grieken politiek overwonnen terwijl tegelijkertijd de Grieken de Romeinen cultureel overwonnen door middel van het hellenisme.

Cultuur, filosofie en wetenschap

De vroege dood van Alexander de Grote belette het ontstaan van een hecht wereldrijk, maar zijn werk had grote gevolgen voor de beschaving: hij opende de wereld voor de Griekse of Helleense cultuur en verzekerde daardoor zijn voortbestaan. Hij wilde de regionale Helleense beschaving, vermengd met oosterse beschavingselementen, zien uitgroeien tot een internationale hellenistische cultuur. Alexander, die de Griekse én oosterse cultuur bewonderde, streefde naar een samenwerking der volken. Daartoe stichtte hij steden met een gemengde, multi-culturele bevolking; de taal in de hogere kringen van de hellenistische staten was het Grieks. Verscheidene hellenistische staten beleefden een tijdlang een hoge geestelijke bloei. Vele Grieken trokken als handelaar, kunstenaar, dichter of geleerde naar de hellenistische hoofdsteden.

Na de Slag bij Chaeronea, waar het vrije Hellas geen stand had weten te houden, verplaatste het zwaartepunt van de Griekse cultuur zich binnen enkele decennia van Athene naar de door Alexander gestichte stad Alexandrië, het nieuwe middelpunt van de toen beschaafde wereld. De multiculturele stad groeide uit tot een verzamelplaats van kunstenaars en geleerden en bezat het beroemde Mouseion, de grootste bibliotheek en studiecentrum van de oudheid. Ook al lag het culturele zwaartepunt nu in Alexandrië en andere hellenistische hoofdsteden, voor de beoefening van de wijsbegeerte bleef Athene hét centrum. In het Romeinse wereldrijk werd het hellenisme een hoofdbestanddeel van de Romeinse cultuur. Men hoorde pas bij de Romeinse elite en toonde zich beschaafd als men een grote kennis van de Griekse beschaving had en naast Latijn ook Grieks sprak.

Hellenistische invloeden strekten zich uit tot handel en verkeer, literatuur, wetenschap, filosofie en de kunst, waaronder bouwkunst en beeldhouwkunst. Kenmerken van het hellenisme waren, naast syncretisme, onder meer internationalisering (onder meer in handel en verkeer), systematisering (stedenbouw), realisme (in de beeldende kunsten in het algemeen), veel expressie, veel beweging via diagonale lijnen en individualisme (portretkunst). Grote veranderingen vonden plaats in de literatuur, zoals in de poëzie, romanverhalen, reisverhalen en avonturenverhalen. De Hellenistische wereldbeschouwing wordt meer gekenmerkt door antropocentrisme dan door theocentrisme.

Het hellenisme heeft grote namen voortgebracht, zoals de wetenschappers Eratosthenes, Archimedes, Aristarchus van Samothrace, Aristarchus van Samos en Euclides, filosofische scholen als die van de Epicureërs, de Stoïcijnen, en de grote en belangrijke bibliotheken van Alexandrië en Pergamum.

Kunst en architectuur

Het Hellenisme veranderde het raamwerk voor kunst en architectuur van de Grieken. Alexander de Grote en de Hellenistische heersers na hem stichtten een groot aantal nieuwe steden, die tempels, gymnasia, theaters en pleinen nodig hadden en dus rijke ontwikkelingsmogelijkheden boden aan architecten en ambachtslieden. De residenties van de heersers werden tot centra van hofkunst, in het middelpunt waarvan de heerser zelf stond. Pergamon is een bijzonder treffend voorbeeld van een dergelijke residentiestad. Maar ook de stedelijke hogere klassen werden steeds meer over hun roem bij het nageslacht bezorgd en lieten ter positieve beïnvloeding daarvan hun werken door erestandbeelden documenteren.

De kunst van de Hellenistische periode verschilde van zijn voorgangers vooral door de intensieve confrontatie met de Oriënt en de barbaren. Er ontwikkelden zich hybride vormen tussen de Griekse en oriëntaalse kunst, bijvoorbeeld in het oosten van het huidige Iran. Tezelfdertijd zag men in de beeldhouwkunst een versterkt streven naar realisme, met inbegrip van afbeeldingen van de in klassieke periode verwaarloosde lagere klassen van de samenleving en dat soms doorschoot naar het groteske. Belangrijke kenmerken van de Hellenistische kunst zijn expressionistische stijlelementen en pathetische motieven (voorbeelden: De dronken oude vrouw en de Barberinische Faun, beide in de Glyptotheek in München) alsook het uitbeelden van de personages in de ruimte. Daarnaast was een belangrijk kenmerk van Hellenistisch kunst de ondersteuning van de zelfrepresentatie van de heersers. Door het gebruik van goddelijke attributen, werd de prominente positie en het triomfalisme van de vorst benadrukt.

Als er boven uitstekende werken uit de Hellenistische kunst kunnen in het bijzonder worden genoemd: de Galliër-anathemen van Attalos I (bewaard gebleven in Romeinse kopieën, bekend zijn vooral de stervende Galliër en de Galliër die zijn vrouw doodt), het Pergamon-altaar in Berlijn, de Nikè van Samothrace, de Aphrodite van Melos (ook Venus van Milo, beide in het Louvre) en als een van de laatste grote artistieke creaties van het hellenisme, de Laocoön-groep in Rome. Burckhardt bedacht voor de ontroerende, emotionele stijl van deze beelden de term Pergamenische barok.

Literatuur

De literatuur van het hellenisme heeft een aantal opmerkelijke werken voortgebracht. In het bijzonder de geschriften van Kallimachos, de belangrijkste Alexandrijnse dichter, en zijn leerlingen, waaronder Apollonius van Rhodos moeten worden genoemd. Apollonius' beroemdste werk was de (Ἀργοναυτικά Argonautica) over de Argonauten. In de Hellenistische tijd ontstond ook de geromantiseerde Alexanderroman, die tot in de moderne tijd een grote populariteit genoot. In de middeleeuwen was dit genre na de bijbel zelfs het meest verspreide boektype. Alexanderromans werden van Europa tot in Zuidoost-Azië gelezen. Ook werken van historici over Alexander de Grote en zijn daden waren zeer geliefd.

In het algemeen kan worden gesteld dat de Hellenistische literatuur zich weliswaar grotendeels bewoog binnen het kader van reeds eerder ontwikkelde genres (drama, elegie, epigram, epos, hymnen, lyriek, enz.) bewoog, maar dat het deze gebieden ook verder ontwikkelde en zelfs soms opnieuw herschiep. Op het gebied van de komedie was vooral Menander van belang, die samen met de beroemde filosoof Epicurus in Athene als ephebe diende. Alleen de roman wordt als een oorspronkelijke ontwikkeling uit de Hellenistische periode gezien. Men kende zowel avonturen- en liefdesromans alsook reisboeken. In tegenstelling tot de oudere genres wordt de roman in proza geschreven, wat op een lezerspubliek wijst; dit in tegenstelling tot de luisteraars bij publieke opvoeringen bij andere genres. Dit is een sterke aanwijzing voor de verspreiding van een eigen boekcultuur in de Hellenistische steden.

Dit transformatieproces in de literatuur werd bevorderd door een nieuwe vorm van openbare beschaving, zoals belichaamt door openbare scholen en vooral door het uitgebreide bibliotheekwezen in de Hellenistische periode. De bovengenoemde bibliotheken maakten het de wetenschappers en literatoren voor het eerst mogelijk om zich op grote schaal op reeds eerder geanalyseerde materiaal te verlaten en hun relatie daartoe te bepalen.

Wetenschap en onderzoek

In de Diadochentijd namen wetenschap en technologie een hoge vlucht. Hier wist men nog tot in de moderne tijd van te profiteren. Alexander de Grote werd op zijn grote veroveringstocht al vergezeld door landmeters. Hun metingen waren van grote waarde voor de geografie. Tijdens het hellenisme werden een aantal van de belangrijkste filosofische stromingen gevormd (zie bijvoorbeeld de Stoa, het Epicurisme en de Peripatetische School). Ook de wiskunde, kunst en geneeskunde konden zich in deze productieve tijd verder ontwikkelen.

Vanaf de Diadochentijd werd Alexandrië met zijn Mouseion en de bijbehorende bibliotheek van Alexandrië, waar de patronagepolitiek van de Ptolemaeën een belangrijke rol speelde,[3] het centrum van de Griekse geleerdheid. Het in het paleisgebied van de stad gelegen Mouseioncomplex laat zich nog het best met een moderne universiteit vergelijken. Met zijn collegezaal, de tot gesprekken uitnodigende wandelgangen en de gemeenschappelijke eetzaal van de plaatselijke filologen vormde het een wetenschappelijk en cultureel centrum. Onder leiding van een hogepriester verdiepte men zich naast de filosofie ook in de natuurwetenschappen en geneeskunde. Hier kwam de geografische wiskunde tot volledige ontwikkeling. Ook werden er belangrijke bijdragen aan de filosofie en astronomie geleverd. De artsen in Alexandrië, met name Herophilos en Erasistratos waagden zich als eersten aan een uitgebreide studie van de menselijke anatomie. Bij deze studies voerden zij secties uit op de lijken van terechtgestelde misdadigers. Ook de beroemde Eratosthenes werkte hier. De wetenschappers, literatoren en kunstenaars, die in het Mouseion actief waren, konden tot op grote hoogte zelf bepalen, waar zij zich mee bezig wilden houden. Zo ontstond een internationale gemeenschap van geleerden, die al snel de aandacht van de satirici op zich wisten te vestigen. In Athenaeus 22 D worden zij met vogels vergeleken, die zich in de kooi van het Mouseion volvraten en de koning met hun gekibbel amuseerden.

De tot het Mouseion behorende bibliotheek bestond tot uit 700.000 rollen. Vooral Ptolemaeus II Philadelphus, de zoon en opvolger van Ptolemaeus, zette zich zeer in voor de uitbreiding van de bibliotheek. Hij liet de geschriften van de Grieken, Chaldeeën, Egyptenaren, Romeinen en Joden verzamelen, verwierf zich de bibliotheek van de aan het begin van de Diadochentijd gestorven Aristoteles en kocht vooral in Athene en op Rhodos veel boeken. Kallimachos stelde de eerste bibliotheekcatalogus op. De eerste hoofdbibliothekaris was Zenodotus van Efeze. De grote bibliotheek van Alexandrië had een positieve invloed op de ambitie van de heerser van het zich net van Seleucidische Rijk losgemaakte Pergamon (aan de westkust van het huidige Turkije). Ook daar begon men nu boeken te verzamelen en te laten kopiëren. Het door Ptolemaeus II van Egypte opgelegde exportverbod voor papyrus (chartae) omzeilden men in Pergamon door in plaats van papyrus gebruik te maken van het net ontwikkelde perkament. Later schonk Marcus Antonius aan Cleopatra VII, de laatste Ptolemaeïsche heerseres, 200.000 rollen uit de bibliotheek van Pergamon.

Het astronomische werk van Eudoxus van Cnidus (gestorven in 352 v.Chr.) werd in de 3e eeuw verder ontwikkeld door Aristarchos (gestorven in 230 v.Chr.) en Eratosthenes (gestorven 202 v.Chr.). Aristarchos legde het fundament voor het heliocentrische wereldbeeld en beweerde in zijn werken dat de aarde om zijn as draaide (omwenteling van de aarde). Eratosthenes wist de omtrek van de aarde met grote nauwkeurigheid te berekenen en schiep het systeem van meridianen. Al in de tijd van Alexander zeilde Pytheas tot in de Noordzee en ontdekte hij het tegenwoordige Verenigd Koninkrijk. Ptolemaeus II Philadelphus, de zoon van de Ptolemaeus, zond gezanten naar India en stuurde ontdekkingsreizigers naar de binnenlanden van Afrika. Ook op het gebied van de technologie werd veel vooruitgang geboekt. Mede daardoor konden Archimedes en Hero van Alexandrië enkele decennia later hun belangrijke uitvindingen doen. Al in de diadochentijd liet Demetrios Poliorketes een als Helepolis (ἑλέπολις) bekendstaande, enorme belegeringstoren construeren, waarmee hij Rhodos aanviel.

Ook terwijl Alexandrië door de Ptolemaeën systematisch werd uitgebouwd tot het culturele centrum van de Hellenistische wereld, werden de andere steden niet verwaarloosd. Vooral het Griekse moederland werden door de Diadochen steeds meer met schenkingen in allerlei vorm bedacht. Seleucus gaf de door de Perzische koning der koningen Xerxes 200 jaar eerder uit Athene geroofde bibliotheek van Pisistratus weer terug. Om de Griekse openbare meningsvorming in hun voordeel te benutten, ondersteunden de Diadochen de verschillende steden (Poleis) financieel door stichting en de bouw van diverse bouwwerken, zoals het Olympieion in Athene. Deze ogenschijnlijke ondersteuning van het culturele leven en de financiële situatie van de Griekse steden stond in contrast met de toenemende en verregaande politieke machteloosheid. De gemeentelijke autonomie beperkte zich steeds meer tot interne stedelijke zaken. Buitenlandse politiek, defensie en belastingen werden volledig door de Diadochenheersers bepaald. Desondanks werden de Griekse steden behoedzaam behandeld. Zo kon cultuur en wetenschap zich in de Hellenistische periode in de steden op een manier ontwikkelen, die van het hellenisme als het ware de moderne tijd van de klassieke oudheid maakte.

Zie ook

Verder lezen

Voetnoten

  1. a b c d Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "hellenisme". Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  2. zie het artikel Hellenismus in de Kleinen Lexikon des Hellenismus, blz. 1-9.
  3. zie Peter Green, Alexander to Actium, blz. 80 e.v.
Allard Pierson

Allard Pierson (Amsterdam, 8 april 1831 - Almen, 27 mei 1896) was een Nederlandse predikant, theoloog, kunsthistoricus en taalkundige.

Arabische en islamitische astrologie

De Arabische en islamitische astrologie is de astrologie die binnen de middeleeuwse wereld van de islam bloeide na kennismaking met hellenistische, Indiase en andere astrologische tradities. Hierbij speelden Arabische vertalingen, vooral vanaf de 8e en 9e eeuw, van Griekse en Syrische en teksten, alsook teksten geschreven in het Sanskriet, een belangrijke rol. Zonder deze moslimgeleerden zou veel van wat de westerse astrologie inhoudt waarschijnlijk verloren zijn gegaan.

Artaxiaden

De Artaxiaden (Armeens: Արտաշեսեան արքայատոհմ) waren een vorstenhuis dat regeerde over Armenië van 189 v.Chr. tot de omverwerping van hun gezag in 12 na Chr. Hun rijk omvatte Groter Armenië, Sophene en bij tijden ook Kleiner Armenië en delen van Mesopotamië.

Een zijtak van het Huis der Artaxiaden, de Artaxiden-dynastie, regeerde ook over Kaukasisch Iberië vanaf 93 v.Chr. tot 32 v.Chr..

Hun tegenstanders waren de Seleuciden van Syrië en de Parthen van Perzië en Mesopotamië. Onder hun regering onderging de Armeense cultuur aanzienlijke invloed van het hellenisme.

Beeldhouwkunst

De beeldhouwkunst is een van de beeldende kunsten.

Beeldhouwwerken zijn kunstobjecten die door een beeldhouwer worden vervaardigd uit materialen als brons, smeedijzer, beton, klei, was, gips. Meer specifiek is een steenbeeldhouwer een beeldhouwer die beelden vervaardigt uit natuursteensoorten als marmer, graniet en zandsteen. Bustes, standbeelden en beeldengroepen zijn bekende voorbeelden van beeldhouwwerken.

Farizeeën

De farizeeën (Hebreeuws: פְּרוּשִׁים, pĕrûšîm, meervoud van פָּרוּשׁ, pārûš, “apart gezet” (van het werkwoord פָּרָשׁ, pārāš), Koinè: φαρισαῖος, -ου pharisaios, Latijn: pharisæus, -i) – enkelvoud: farizeeër – was een Joodse religieuze stroming, politieke partij en sociale beweging gedurende de periode van de Tweede Tempel vanaf de periode van de dynastie van de Hasmoneeën (140 - 37 v.Chr.) tijdens het ontstaan van de Makkabeese opstand.

Hoewel sommige priesters farizeeër waren, bestond de partij hoofdzakelijk uit leken. Weinig farizeeën waren sociaal of financieel belangrijk. Ze waren scherpzinnige interpreten van de (mozaïsche) wet en hielden zich hier behoorlijk streng aan. Ze hadden ook specifieke tradities, waarvan sommige de wet strenger maakten, andere de wet juist afzwakten. Ze geloofden in de opstanding. Hun houding tegenover Herodes, de Herodianen en Rome is moeilijk vast te stellen en was waarschijnlijk niet eenduidig. Flavius Josephus schreef dat er ten tijde van Herodes ongeveer 6.000 farizeeën waren.

Filhellenisme

Het filhellenisme (fil - hel - le` nis - me) is een sterk met de Grieken sympathiserende stroming. Het filhellenisme van de Romeinen zorgde ervoor dat de conventionele einddatum van het hellenisme 27 v.C. is.

Hellenisme (religie)

Hellenisme of Hellenistisch polytheïsme (Grieks: Ελληνική εθνική θρησκεία) is een moderne religieuze beweging, die de Griekse mythologie en de Oud-Griekse godsdienst aan de hand van antieke en moderne bronnen reconstrueert en aan de moderne wereld aanpast. Als hoofdgoden worden de twaalf Olympische goden vereerd.

In Griekenland is het Hellenisme sinds de jaren negentig aan een opmars bezig; vanaf 1997 bestaat er een organisatie die opkomt voor het Hellenisme, namelijk Supreme Council of Ethnikoi Hellenes. Polytheïstisch reconstructionisme is geen religie zelf, maar is de methodologie voor het herinvoeren van een historische polytheïstische religie in de moderne wereld.

Hellenismos, of Hellenisme, is de Helleense religie en de traditionele manier van leven, gefocust op de Griekse Goden, in het specifiek gericht tot de Twaalf Olympiërs. Ook het herstel van de Klassieke Griekse waarden en ethiek valt hieronder.

Hellenistische filosofie

Hellenistische filosofie is de aanduiding voor dat deel van de antieke filosofie dat samenvalt met de periode van het hellenisme.

Hellenistische kunst

In de hellenistische kunst kende de Oud-Griekse kunst haar hoogtepunt. Alle stukken vielen samen in de algemeen Griekse mengcultuur van het hellenisme.

Joseph Bidez

Joseph Marie Auguste Bidez (Frameries, 9 april 1867 - Oostakker, 20 september 1945) was een Belgisch klassiek filoloog en historicus en hij was tevens hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij werd meermaals bekroond voor zijn onderzoeken over het hellenisme en de geschiedenis van de late oudheid.

Koinè

Koinè of Koinē (Grieks: Ελληνιστική Κοινή/ἡ κοινὴ διάλεκτος/κοινή (γλώσσα); koinē (glōssa) van Κοινή: gemeenschappelijk) was de meeste voorkomende vorm van het Grieks, van het Oudgrieks, die haar oorsprong in het hellenisme had. Het was in het gebied dat door het hellenisme werd beïnvloed van de 4e eeuw v.Chr. tot de ondergang van het Byzantijnse Rijk in 1453 de officiële voertaal. Het Koinè was een van de voertalen van het oostelijke deel van de Middellandse Zee, de voornaamste taal van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk, het Latijn was dat in het westelijke deel was, en de taal waarin het Nieuwe Testament is geschreven. Het Koinè werd van Massalia in het westen, het huidige Marseille in Frankrijk, tot in het noorden India in het oosten gesproken en geschreven.

Makkabeeën

De Makkabeeën (Hebreeuws: מכבים or מקבים; Grieks: Μακκαβαῖοι) waren een Joodse priesterfamilie die vanaf 167 v.Chr. de Makkabese opstand leidde tegen het Seleucidische Rijk. Onder leiding van Judas Makkabeüs stichtte zij in 164 v.Chr. de dynastie van de Hasmoneeën, die over Judea regeerde tot de verovering van het land door de Romeinen in 63 v.Chr.

Het apocriefe Bijbelboek I Makkabeeën beschrijft hoe de Joodse priester Mattathias de Hasmoneeër zich beklaagde over het oprukkend Hellenisme in Jeruzalem en opriep tot een heilige oorlog. Hij weigerde om de Griekse goden te aanbidden en trok zich met zijn vijf zonen terug uit de stad naar het dorpje Modi'im. Andere Joden die met de Thora wilden leven, sloten zich bij hen aan. Na de dood van Mattathias omstreeks 166 v.Chr. nam zijn zoon Judas de leiding over en groeide de opstand uit tot een ware oorlog tegen de Seleuciden. De bijnaam van Judas was Maccabi, "de hamer". Later ging deze naam over op zijn vader en broers.

De vijf zonen van Mattathias waren:

Johannes bijgenaamd Gaddi, "mijn geluk", sneuvelde kort na Judas in 160 v.Chr.

Simon bijgenaamd Tassi, regeerde als de eerste koning van 142 tot 135 v.Chr.

Judas bijgenaamd Makkabeüs, "de hamer", sneuvelde in 160 v.Chr.

Eleazar bijgenaamd Avaran, sneuvelde in 162 v.Chr.

Jonatan bijgenaamd Affus, "de behoedzame", sneuvelde in 143 v.Chr.Het Joodse feest Chanoeka herdenkt de herovering van de tempel in Jeruzalem door het leger van Judas in 165 v.Chr.

Mithridates I de Grote

Mithridates I (ook wel Mithradates; Perzisch: Mehrdad) was koning van het Parthische Rijk van 171 v.Chr. – 138 v.Chr.

Mithridates volgde zijn broer Phraates I op, die gesneuveld was tijdens een veldtocht tegen de Skythen. In het begin van zijn regering trok Antiochus IV Epiphanes tegen hem op in een poging gebieden van Parthië te heroveren, maar Mithridates wist tegen hem stand te houden.

In de decennia die volgden, legde Mithridates zich erop toe het Parthische rijk uit te breiden. Tussen 160 v.Chr. en 140 v.Chr. veroverde hij het gehele Hoogland van Iran op de Seleuciden en de Meden. In 144 bereikte hij zelfs de Tigris en stichtte er tegenover Seleucia de nieuwe stad Ctesifon. Ook veroverde hij delen van Bactrië. Het Parthische Rijk was daarmee een grote mogendheid geworden.

Mithridates' macht wordt geïllustreerd door het feit dat hij tijdens een oorlog in 141 v.Chr. de Seleucidische koning Demetrius II Nicator krijgsgevangen wist te maken. In gevangenschap trouwde Demetrius met Mithridates' dochter Rhodogune. Pas in 129 v.Chr. werd hij weer vrijgelaten, waarna hij opnieuw de Seleucidische troon besteeg.

Tegelijkertijd bevorderde Mithridates echter wel de invloed van het hellenisme in Parthië. Hij noemde zich op zijn munten Philhellene ('vriend van de Grieken') en liet zich afbeelden met een Griekse diadeem. Daarmee week hij af van het gebruik van zijn voorgangers zich met een Parthische helm op het hoofd te laten afbeelden.

Het einde van Mithridates' regering wordt gewoonlijk gesteld op 138 of 137 v.Chr., omdat er geen munten of inscripties van Mithridates zijn aangetroffen van later datum. In een recente publicatie wordt echter betoogd dat Mithridates' regering tot 132 duurde.Uit de naam Mithridates kan worden opgemaakt dat in deze periode de god Mithras in Parthië werd vereerd.

Mithridates was gehuwd met Ri-'nu. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Phraates II.

Oud-Griekse literatuur

Oud-Griekse literatuur verwijst naar literatuur in het Grieks geschreven tot de 4e eeuw. Zij had al vroeg een rijke traditie, met namen als Homerus en Hesiodus, en zou tevens de Romeinse literatuur inspireren tot literaire werken van formaat. De literatuur van de 20e-21e eeuw is nog steeds in meer of minder mate beïnvloed door de literatuur die de Grieken meer dan twee millennia eerder creëerden.

Oude Rome

Het oude Rome (Latijn: Roma; Urbs) was een polis in Midden-Italië die uitgroeide tot een wereldrijk. Zijn cultuur zou zich verspreiden over het hele Middellandse Zeegebied en zelfs daarbuiten. Ze slaagde er ook in om andere culturen te assimileren en zich een mengcultuur als het hellenisme eigen te maken.

Paul Wendland

Paul Wendland (Hohenstein, 17 augustus 1864 - Göttingen, 10 september 1915) was een Duits classicus, die zich met name met Philo van Alexandrië en de culturele aspecten van het Hellenisme heeft beziggehouden.

Seleucidische Rijk

Het Seleucidische Rijk of Seleukidische Rijk (Oudgrieks: Ἀρχή Σελεύκεια / Archè Seleúkeia) was het grootste Diadochenrijk (opvolgersstaat van het Macedonische Rijk van Alexander de Grote) in het Nabije Oosten van 311 tot 63 v.Chr., ten tijde van het hellenisme.

Stater

De stater is een gewichtseenheid, die sinds de uitvinding van muntgeld in het derde kwart van de 7e eeuw v.Chr., waarschijnlijk in Lydië, werd gebruikt voor het aanmunten van munten van elektrum, een in de natuur voorkomende goud-zilver-koperlegering. De naam 'stater' betekent zoveel als wegend en toont daarmee de vroegste functie van munten als genormeerde gewichtseenheid aan. Een universeel vaststaand gewicht zoals dat tegenwoordig in de meeste landen gebruikelijk is, bestond in de oudheid niet. Maten en gewichten varieerden van streek tot streek; in sommige plaatsen werd voor de stater een gewichtseenheid van 14 gram gehanteerd, 17 gram is ook mogelijk. Later, vanaf de munthervorming van koning Kroisos werd circa 8,5 gram veel gebruikt.

Syncretisme (religie)

Syncretisme is in de godsdienstwetenschappen het naar elkaar toegroeien van religies, een poging om uiteenliggende of tegengestelde geloven en religies met elkaar te combineren. Een equivalent woord kan fusie of hybridisatie zijn.

Het syncretisme is ook de samengroeiing en versmelting, onder andere van wereldbeschouwingen van verschillende herkomst, zonder dat er echte samenvattende beschouwing wordt bereikt. Bij uitbreiding kan ook in taalvormen of muziek syncretisme worden nagestreefd. Syncretisme veronderstelt in zijn algemeenheid een onderliggende eenheid. Sommige godsdienstwetenschappers verwerpen de term syncretisme, omdat het immers veronderstelt dat er zuivere religies zouden bestaan. Maar in werkelijkheid zijn religies steeds in interactie met hun omgeving.

De term wordt meestal gebruikt voor een succesvolle nieuwe mengvorm. Christenspiritisme is een voorbeeld hiervan.

Behoudende aanhangers van godsdiensten die zich op een onfeilbare openbaring beroepen zoals het jodendom, de islam en het christendom, trachten veelal vreemde religieuze elementen uit hun geloof te weren; dit in tegenstelling tot meer vrijzinnige aanhangers, die ze verwelkomen of er althans geen gevaar in zien. Het nastreven van orthodoxie kan echter niet altijd voorkomen dat syncretische elementen het godsdienstig denken binnenkomen. Vaak is dit een ongemerkt proces.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.