Gibeon

Gibeon (Hebreeuws: גבעון) was een Kanaänitische stad ten noorden van Jeruzalem aan de westzijde van het centrale Benjamin-plateau. De stad werd bewoond door Chiwwieten, in de Hebreeuwse Bijbel worden ze Amorieten genoemd. De stad werd later aan de stam van Benjamin geschonken.

SheshonqI Canaan
De route van de militaire campagne van Sjosjenq I.

In de Bijbel

Gibeon was de belangrijkste van de vier steden die de Israëlieten door een list hadden weten over te halen een verdrag met hen te sluiten. De andere drie steden worden in de Bijbel Chefira, Beëroth en Kirjath-Jéarim genoemd. De oorspronkelijke inwoners werden volgens het Bijbelboek Jozua gespaard en moesten dienstdoen als houthakkers en waterputters.[1]

Gibeon was ook het toneel van de slag tussen de Israëlieten en de vijf koningen onder de leiding van Adoni-Zedek van Jeruzalem, waarbij Jozua aan God vroeg om de zon en de maan te laten stilstaan zodat zijn leger de tijd zou krijgen om de vijand uit te roeien, wat dan ook prompt gebeurde.[2] De koningen van Jeruzalem, Hebron, Jarmuth, Lachis en Eglon vluchtten naar de grot van Makedda maar werden achterhaald en alsnog gedood en opgehangen.[3]

Gibeon was de plaats waar na de verwoesting van Nob het tabernakel werd ondergebracht, tot het van daar werd overgebracht naar de tempel in Jeruzalem.

Tijdens de regering van Koning David heerste er gedurende drie jaar hongersnood. Dit werd gezien als een straf van God voor het uitmoorden van de Gibeonieten door Saul. Als zoenoffer zond David zeven zoons van Saul naar Gibeon waar ze werden terechtgesteld.

Archeologie

Gibeon wordt vereenzelvigd met de plaats el-Jib, een dorp gelegen op een heuvel. Het was Edward Robinson die in 1838 Gibeon vereenzelvigde met el-Jib.[4] De archeoloog James B. Pritchard van de Pennsylvania University leidde zes opgravingcampagnes tussen 1956 en 1962. Er werden vondsten gerapporteerd[5] uit de vroege, midden en late bronstijd en massieve muren uit de vroege ijzertijd. Binnen die muren werd er een groot waterbekken blootgelegd. Dit wordt beschouwd als de 'vijver van Gibeon' die herhaaldelijk in de Bijbel wordt vernoemd.[6]

In de 8e en 7e eeuw v.Chr. moet er in Gibeon een bloeiende wijnindustrie geweest zijn. Er werden wijnkelders blootgelegd voldoende voor de opslag van 95.000 liter wijn. Hebreeuwse inscripties op de handvatten van de wijnkruiken bevestigen met zekerheid dat dit de plaats van het Bijbelse Gibeon was.

Bronnen

Referenties

  1. Jozua 9:1-27
  2. Jozua 10:1-15
  3. Jozua 10:16-27
  4. Brooks, Simcha Shalom (2005) - Saul and the Monarchy: A New Look. Ashgate Publishing, Ltd. pp.93-94
  5. J.B. Pritchard, Gibeon: where the sun stood still (Princeton University Press, 1962)
  6. Onder meer de strijd tussen de legers van Joab en van Abner vond plaats aan de vijver van Gibeon (2 Samuel 2:12)
  1. Jozua 9:1-27
  2. Jozua 10:1-15
  3. Jozua 10:16-27
  4. Brooks, Simcha Shalom (2005) - Saul and the Monarchy: A New Look. Ashgate Publishing, Ltd. pp.93-94
  5. J.B. Pritchard, Gibeon: where the sun stood still (Princeton University Press, 1962)
  6. Onder meer de strijd tussen de legers van Joab en van Abner vond plaats aan de vijver van Gibeon (2 Samuel 2:12)
Adoni-Zedek

Adoni-Zedek was volgens het Bijbelboek Jozua de koning van Jeruzalem ten tijde van de intocht van de Israëlieten in Kanaän. In het Hebreeuws betekent zijn naam mijn heer is gerechtigheid.

B1 (Namibië)

De B1 is een hoofdweg in Namibië, die de belangrijkste noord-zuidas van het land vormt. De weg loopt van de grens met Zuid-Afrika bij Noordoewer via Keetmanshoop, Mariental en Windhoek naar de grens met Angola bij Oshikango. In Zuid-Afrika loopt de weg als N7 verder naar Springbok en Kaapstad. In Angola loopt de weg verder naar Lubango als EN120.

De B1 is 1.520 kilometer lang en loopt door de regio's !Karas, Hardap, Khomas, Otjozondjupa, Oshikoto, Oshana en Ohangwena. De weg is onderdeel van de Trans-Afrikaanse weg 3 tussen Tripoli en Kaapstad.

C18 (Namibië)

De C18 is een secundaire weg in het oosten van Namibië. De weg loopt van Gibeon naar Gochas. In Gibeon sluit de weg aan op de B1 naar Windhoek en Kaapstad.

De C18 is 110 kilometer lang en loopt door de regio Hardap.

Chiwwieten

De Chiwwieten (Hebreeuws: החוים; Khivvīm: 'dorpelingen') of Hevieten zijn afstammelingen van Hivi (Hebreeuws: החוי; Khivvī: 'dorpeling'), de zesde zoon van Kanaän, kleinzoon van Cham.Volgens het boek Genesis beloofde God Abraham, dat hij Abraham's nakomelingen in het land van de Chiwwieten en zes andere Kanaänitische volken zou geven, namelijk de Kanaänieten (deze naam wordt wisselend gebruikt om enerzijds een specifiek volk aan te duiden of anderzijds als verzamelnaam voor alle zeven volkeren bij elkaar), de Amorieten, de Jebusieten, de Hethieten, de Ferezieten en de Girgasieten. In de dagen van Jakob leefden de Chiwwieten in de stad Sichem. Later, toen het volk Israël vanuit Egypte het beloofde land Kanaän binnentrok, gebood God herhaaldelijk volgens het boek Exodus dat de Israëlieten de Chiwwieten samen met de zes andere volkeren moesten verdrijven, wegens hun lage moraal en hun verdorven religies.

Onder Jozua leden de Chiwwieten de nederlaag. Eén groep Chiwwieten werd gespaard: de Gibeonieten, bewoners van de steden Gibeon, Kefira, Beëroth en Kirjath-Jearim. Door een list lukte het hen een verbond te sluiten met Israël. Ze werden niet gedood, maar tot slaven gemaakt, wat als vervulling gezien kan worden van de vloek die Noach over zijn kleinzoon Kanaän uitsprak:

"Hij zei: Vervloekt is Kanaän!

Laat hij voor zijn broers een dienaar van dienaren zijn!

Ook zei hij: Gezegend is de HEERE, de God van Sem!

Laat Kanaän een dienaar voor hem zijn!

Laat God Jafeth uitbreiden en laat hij in de tenten van Sem wonen!

En laat Kanaän voor hem een dienaar zijn!"Het verbond had echter ook voordelen: Israël streed ter bescherming van Gibeon tegen omliggende vijandige Kanaänitische volkeren.

De Chiwwieten worden als laatste in de Bijbel genoemd in de tijd van Salomo, deze werden gebruikt als dwangarbeiders bij de bouw van de tempel. De Gibeonieten duiken later in de Bijbelse geschiedenis op als behorende tot de Nethinim, een verzamelnaam voor alle niet-Israëlitische slaven die de Israëlieten assisteerden bij de herbouw van Jeruzalem.

Eglon

Eglon was een Kanaänitische stad genoemd in de Hebreeuwse Bijbel waarvan de koning Debir zich aansloot bij de coalitie tegen de stad Gibeon en de Israëlieten. Dit verbond was opgericht op initiatief van koning Adoni-Zedek van Jeruzalem en naast Debir sloten ook nog de koningen Hoham van Hebron, Piream van Jarmuth en Jafia van Lachis zich erbij aan.

De vijf koningen werden verslagen en vermoord en hun legers grotendeels uitgeroeid in de slag bij Gibeon. Bij de verdeling van het land door Jozua werd de stad toegewezen aan de stam van Juda

Men heeft de antieke stad vereenzelvigd met Tell el-Hesi, maar meer recent onderzoek verwerpt deze hypothese.

Geocentrisme

Het geocentrisme is de leer dat de Aarde het centrum van het zonnestelsel en/of het universum is en dat de zon en andere hemellichamen om de aarde heen draaien (het onderscheid tussen zonnestelsel en universum werd pas gemaakt in moderne tijden). Veelal ligt hierbij een idee van exceptionalisme aan ten grondslag, waarbij de bijzondere positie van de mens het niet toestaat dat de Aarde zich ergens anders dan in het centrum bevindt. Een geocentrisch wereldbeeld was in zwang gedurende de klassieke tijd en de middeleeuwen, hoewel er toen ook aanhangers waren van het heliocentrisme, dat stelt dat de zon het centrum is van ons zonnestelsel en/of universum.

Invloedrijke Griekse filosofen als Ptolemaeus en Aristoteles geloofden dat de Zon, de Maan, de andere planeten en de sterren om de ronde Aarde heen cirkelden. Ook in het oude China was dit het overheersende wereldbeeld. Dit is niet hetzelfde als de notie van een platte aarde, waarboven de Zon etcetera opgaan en ondergaan. De voornaamste argumenten die voor het geocentrische model werden aangevoerd, waren dat het voor ons op Aarde niet voelt alsof de Aarde beweegt en het feit dat we toch zien dat de Zon en andere hemellichamen om ons heen draaien elke dag. Tot in de 16e eeuw werd aan dit idee vastgehouden, tot Copernicus met een nieuw theoretisch model kwam met de Zon in het centrum, wat later uitgebreid en verbeterd werd door onder anderen Johannes Kepler en Tycho Brahe.

Hardap

De Hardap regio is een van de veertien bestuurlijke regio's van Namibië. De naam van de regio is afkomstig van de Hardapdam, het grootste stuwmeer van Namibië. De regio strekt zich uit over de ganse breedte van het land. In het westen grenst het aan de Atlantische oceaan en in het oosten aan Botswana en Zuid-Afrika. Het aantal inwoners bedroeg in 2016 volgens demografisch onderzoek 87.186 personen.

John Martin (schilder)

John Martin (Hexham, 19 juli 1789 - Isle of Man, 17 februari 1854) was een Brits kunstschilder uit de romantische school. Hij is vooral bekend vanwege zijn dramatische schilderijen over hel-en-verdoemenis en de ondergang van antieke beschavingen.

Jozua (boek)

Jozua (Hebreeuws: יהושע) is het zesde boek van zowel de joodse Bijbel als de christelijke Bijbel.

Hoofdpersoon van het boek is Jozua en naar hem is het boek ook genoemd. Jozua is de leider van de Israëlieten en de opvolger van Mozes. Onder zijn leiding trekt het Israëlitische volk het land Kanaän binnen om dat te veroveren.

Koning David

David (Hebreeuws: דָּוִד, דָּוִיד, "lieveling", c. 1040 v. Chr. tot 970 v. Chr.) was volgens de Hebreeuwse Bijbel de tweede koning van het Verenigd Koninkrijk Israël, stamvader van het Judese koningshuis, het huis van David, dat tot de zesde eeuw v.Chr. in Jeruzalem aan de macht zou blijven. Hij regeerde veertig jaar van c. 1010 v. Chr. tot c. 970 v. Chr., waarvan zeven over Juda vanuit Hebron en 33 over het verenigde koninkrijk Israël vanuit Jeruzalem. Volgens de evangelies van Matteus en Lucas was hij via Jozef een voorouder van Jezus.

Hij wordt beschreven als een rechtvaardige koning, hoewel hij niet foutloos was, een gewaardeerd krijger, muzikant en dichter, aan wie traditioneel vele Psalmen worden toegeschreven. David is een zeer belangrijk persoon binnen het jodendom en christendom. In het jodendom is David of David HaMelekh de koning van Israël en de Joden en een voorvader van de Messias. In de islam staat hij bekend als Dawud (Arabisch: داوود of داود Dāwūd) en wordt hij beschouwd als een profeet en de koning van een natie.

Lachis

Lachis (Hebreeuws: לכיש) was een stad in het Oude Nabije Oosten die gesitueerd was op de plaats van het moderne Tell ed-Duweir op 44 km ten zuidwesten van Jeruzalem in de Sjefela, het overgangsgebied tussen de Filistijnse kustvlakte en het bergland Hebron.De stad wordt voor het eerst vermeld in de Amarna-brieven als Lakisha-Lakiša (EA 287, 288, 328, 329, 335). In de Hebreeuwse Bijbel wordt Lachis vernoemd als een van de steden die zich aansloot bij het verbond van koning Adoni-Zedek tegen de Gibeonieten en de Israëlieten. In de nasleep van de slag bij Gibeon trekt Jozua op tegen Lachis en roeit de bevolking uit. Het grondgebied wordt later toegewezen aan de stam van Juda.

Lijst van Namibische secundaire wegen

De secundaire wegen in Namibië vormen een netwerk van wegen met regionaal belang. De wegen worden aangegeven met het prefix 'C'.

Meteoriet

Een meteoriet is het deel van een meteoroïde of planetoïde dat op de aarde inslaat na vanuit de ruimte door de atmosfeer te zijn gevallen. Tijdens de tocht door de dampkring wordt het materiaal sterk afgeremd en zeer heet.

Dit kan als een meteoor te zien zijn. In wezen is een meteoriet puin uit de ruimte.

Nob (plaats)

Nob was een priesterlijke plaats in Israël die in de buurt lag van Jeruzalem en vermoedelijk tot de stam van Benjamin behoorde. Mogelijk lag de plaats noordoostelijk van Jeruzalem.

Orlam

Oorlam (Orlaam, Orlam, Oorlams, Orlams, Orlamse Hottentot) is een etnische benaming voor een bevolkingsgroep die afstamt van Nama of Khoikhoivrouwen en van Nederlandse vaders, meestal boeren uit de Kaapkolonie. De Oorlam leven overwegend in Namibië en zijn tegenwoordig grotendeels geassimileerd met de Nama. Ze zijn verwant aan de Basters en de Griekwa.

Rama in Benjamin

Rama (Hebreeuws: רָמָה) was een stad in de Hebreeuwse Bijbel gelegen in het stamgebied van Benjamin. Het wordt geïdentificeerd met het Palestijnse dorp Er-Ram, gelegen op ongeveer 7 km ten noorden van Jeruzalem. Tijdens de Romeinse periode was de plaats bekend als Al-Ramah en later onder de naam Aram. Er zijn resten van een Byzantijnse kerk, een toren uit de kruisvaardertijd, citernes, funderingen, oude wallen en wijnpersen uitgehouwen in de rotsen.De plaats werd genoemd in de lijst van steden van Benjamin (Jozua 18:25) die van de late 7e eeuw v.Chr. dateert. en in het boek van Jeremia (31:15 en 40:1). In Jozua werd Rama genoemd met Gibeon en Beëroth. In Hosea(5:8) wordt het genoemd samen met Gibea. Die plaatsen stemmen overeen met Tell el-Ful (Gibea) op ongeveer vijf km van Jeruzalem en Er-Ram ligt nog drie km verder naar het noorden. Op 5 km ten westen van Er-Ram vinden we el-Jib, het oude Gibeon, en Beëroth het moderne el-Bireh ligt op 6,5 km ten noorden. In de Onomasticon (144, 14f) van Eusebius wordt het geplaatst op 6 Romeinse mijlen van Jeruzalem, 8,9 km. Flavius Josephus (Antiquitates Judaicae, VIII, xii, 3) situeert Rama op ongeveer 8 km van Jeruzalem. De stad ligt ongeveer op het snijpunt van de diagonalen van de vierhoek gevormd door Gibea, Gibeon, Mizpa en Geba.

In 1 Koningen 15:17-22 wordt het verhaal verteld van koning Basa die Rama wil versterken en daarvoor bouwmaterialen aanvoert, maar van zijn plannen afziet als hij wordt aangevallen door koning Benhadad I van Aram die zijn hoofdstad in Damascus had, op instigatie van Asa. Koning Asa van Juda zou hiervan gebruikgemaakt hebben om Rama in te nemen en de bouwmaterialen weg te voeren voor de versterking van zijn eigen steden Mizpa en Geba in de buurt.

In 1993 voerde Feldstein een archeologisch onderzoek uit. Feldstein en zijn medewerkers verzamelden een groot aantal (365) scherven waarvan 20% afkomstig uit het ijzertijdperk II (1000 - 587 v.Chr.), 2% uit de Perzische tijd (539 – 334 v.Chr.) en 13% uit de Hellenistische periode (336 – 30 v.Chr.), waaruit de conclusie kan getrokken worden dat tijdens de Perzische periode de bewoning sterk achteruit liep ten opzichte van de ijzertijd, om pas weer toe te nemen in de Hellenistische periode.De herbevolking van Rama na de Babylonische ballingschap tussen 538 en 515 v.Chr. die gemeld werd in Ezra 2:25 en Nehemia 7:30 wordt hiermee in twijfel getrokken.

Sjfela

De Sjfela of Shfela (Hebreeuws: השפלה, letterlijk ´laagte´) is een heuvelachtig gebied in Israël, gelegen tussen het Judeagebergte en de Middellandse Zee-kustvlakte Sjaron. De Hebreeuwse benaming verwijst dus naar een laaggelegen gebied, gezien vanuit het hoger gelegen Jeruzalem.

De Sjfela is ongeveer 43 kilometer lang en 16 kilometer breed. De hoogste heuveltop is ongeveer 350 meter hoog. De harde kalkbodem maakt de regio onaantrekkelijk voor systematische teelt van gewassen. In de Bijbel wordt vermeld dat de Sjfela rijk begroeid was met wilde vijgenbomen (2 Kronieken 1:15).

Voorbeelden van (historische) steden in de Sjfela zijn Lachis, Gibeon en Bet Shemesh.

Slag bij Gibeon

De slag bij Gibeon is de slag tussen de Israëlieten en vijf volken uit het land Kanaän. Deze slag is beschreven in het Bijbelboek Jozua.

Tabernakel (tent)

De tabernakel, ook wel de tent der samenkomst genoemd, was volgens de Hebreeuwse Bijbel een verplaatsbare tent die dienstdeed als plaats van aanbidding voor de Israëlieten en symbool stond voor Gods verblijf in hun midden. Het verhaal in de Bijbelboeken Exodus, Leviticus en Numeri verhaalt hoe de tent werd vervaardigd en in gebruik genomen overeenkomstig de instructies die Mozes volgens de Bijbel van God had gekregen op de berg Horeb.

Er is geen archeologisch bewijs dat de tabernakel werkelijk heeft bestaan. De hedendaagse consensus is dat de verhalen rondom Mozes en de omzwervingen in de Sinaïwoestijn mogelijk historische elementen bevatten, maar toch vooral als verhalen moeten worden gelezen. Het concept van de tabernakel is waarschijnlijk etiologisch en kreeg volgens de documentaire hypothese als onderdeel van de priestercodex definitief vorm in de periode rond 450 v.Chr., maar zeker na de Babylonische ballingschap.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.