Gad (profeet)

De profeet Gad ('Troep'[1], 'Geluk'[2]) was een profeet, een tijdgenoot van Koning David en van de profeet Natan. Hij wordt 'de ziener van David' genoemd, door wie de koning God raadpleegde, en die hem ook enige malen de goddelijke raadsbesluiten heeft meegedeeld.

De aanduidingen 'de ziener van David' (2 Sam. 24:11) en 'de ziener van de koning' (2 Kron. 29:25) en een geschrift van Gad, waarin deze de geschiedenis van koning David heeft beschreven (1 Kron. 29:29), lijken erop te wijzen dat hij vaak contact had met David.

2Sa 24:11 Toen David ‘s morgens opstond, kwam het woord van de HEERE tot de profeet Gad, de ziener van David: (HSV)

Toen David voor Saul gevlucht was naar Moab, zei Gad hem de vesting in Moab te verlaten en terug te keren naar het land Juda.

1Sa 22:5 De profeet Gad zei echter tegen David: Blijf niet in de vesting, maar ga daarvandaan en ga naar het land Juda. Toen ging David weg, en hij kwam in het woud Chereth. (HSV)

God heeft door Gad ook aanwijzingen gegeven voor de muzikale dienst in de tempel.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Aldus het Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Aldus S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met een korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Gad. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler. Voor de betekenis 'geluk' verwijst Van Ronkel naar Lea's woorden bij de geboorte van haar zoon Gad. Zij zei "geluk is gekomen, Gen. 30:11.
  1. Aldus het Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Aldus S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met een korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Gad. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler. Voor de betekenis 'geluk' verwijst Van Ronkel naar Lea's woorden bij de geboorte van haar zoon Gad. Zij zei "geluk is gekomen, Gen. 30:11.
Rechters
Rechters:Otniël · Ehud · Samgar · Debora · Gideon · Tola · Jaïr · Jefta · Ebsan · Elon · Abdon · Simson
1 Samuel:Samuel
Profeten van het jodendom en het christendom in de Hebreeuwse Bijbel
Genesis:Henoch · Noach · Abraham · Isaak · Jakob · Jozef
Van Exodus tot Deuteronomium:Aäron · Mozes · Mirjam · Bileam · Debora · Pinechas · Job
Koningen:Samuel · Natan · Gad · Azarja · Iddo · Zacharia · Semaja · Ahia · Oded· Hanani · Jehu · Chaziel · Eliëzer · Elia · Micha · Elisa · Amos · Jona · Hosea · Jesaja · Micha · Jeremia · Chulda · Sefanja · Nahum · Habakuk
Babylonische ballingschap:Daniël · Ezechiël · Obadja · Joël
Na de ballingschap:Ezra · Nehemia · Haggai · Zacharia · Maleachi
Gad

Gad kan verwijzen naar:

GAD, een afvalbedrijf in Bussum

Gad (profeet), een profeet en tijdgenoot van Koning David en van de profeet Natan

Gad (persoon), de stamvader van de naar hem genoemde stam

Gad (stam), een van de twaalf stammen van de Israëlieten

Personen met de voornaam Gad:

Gad Elmaleh (1971)

Gad Rechlis (1967)

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.