Evangelie volgens Johannes

Het Evangelie volgens Johannes (vaak kortweg Johannes genoemd) is een van de vier evangeliën in het Nieuwe Testament. Het bevat een verslag van het leven van Jezus en werd geschreven in het Koinè-Grieks.

Johannes
Papyrus 75 (ca. 175–225) bevat zeer oude en goed bewaarde bewijsstukken, zoals hier Johannes 1:1-15.
Papyrus 75 (ca. 175–225) bevat zeer oude en goed bewaarde bewijsstukken, zoals hier Johannes 1:1-15.
Auteur onbekend; traditioneel toegeschreven aan Johannes de Evangelist, verworpen door moderne wetenschappers.[1]
Tijd ca. 90
Taal Grieks
Categorie evangelie
Hoofdstukken 21
Vorige boek Lucas
Volgende boek Handelingen

Auteur(s)

Het evangelie vermeldt geen auteur. Vanaf de 2e eeuw tot heden hebben tal van kerkvaders en wetenschappers trachten te achterhalen wie de auteur kan zijn geweest. Vanwege deze anonimiteit had het geschrift aanvankelijk ook geen naam. Het werk leest als een evangelie, een specifiek literair genre dat het leven van Jezus beschrijft en betoogt waarom men in hem zou moeten geloven. Omdat er al drie andere (eveneens anonieme) evangeliën bekend waren, werd het geschrift aanvankelijk het Vierde Evangelie genoemd, een term die nog steeds wordt gehanteerd door historici.[2]

Een vroegchristelijke Traditie schreef het evangelie toe aan de apostel Johannes. Irenaeus, bisschop van Lyon vanaf het jaar 177, schreef dat Johannes het boek op hoge leeftijd te Efeze heeft (uit)gegeven. Irenaeus noemde als bron Polycarpus van Smyrna die rond 155 op 85-jarige leeftijd stierf en zelf Johannes nog gekend had. Polycrates, bisschop van Efeze, schreef over Johannes als getuige en leraar. Er is wel gedacht dat er verwarring is ontstaan met Johannes de oudste die wordt genoemd door Papias, die leefde van 70-146. Papias zelf maakt onderscheid tussen deze Johannes en de apostel. De Canon Muratori gaat er in het jaar 170 van uit dat Johannes de apostel het evangelie door anderen liet schrijven en autoriseerde.[3]

Wetenschappelijk onderzoek liet in de 19e eeuw twijfel rijzen over het auteurschap van Johannes en tegenwoordig wordt het auteurschap van de apostel Johannes unaniem verworpen door moderne Bijbelwetenschappers.[1] Een van de redenen is dat Johannes pas in de loop van de tweede eeuw als auteur wordt genoemd, waarbij onduidelijk is hoe betrouwbaar die meldingen zijn.

De "geliefde leerling"

In het vierde evangelie wordt zes keer gewag gemaakt van "de leerling van wie Jezus hield". Het is onduidelijk wie dit is. Sinds de tweede eeuw hebben enkele kerkvaders soms deze "geliefde leerling" gezien als de auteur van het evangelie op grond van vers 24 van het laatste hoofdstuk 21:

Aanhalingsteken openen

Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt, en het ook heeft opgeschreven. Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.[4]

Aanhalingsteken sluiten

Als Johannes, een van de 12 discipelen en de auteur is is het vreemd dat hij pas in hoofdstuk 13 (vers 23) voor het eerst genoemd wordt. Verderop in de tweede helft van het evangelie wordt de geliefde apostel nog een aantal malen genoemd, maar de enige passage die deze apostel als de auteur van het evangelie lijkt te identificeren is 21:24-25. Het is echter niet duidelijk wat hier bedoeld wordt met "dit alles" dat deze apostel opgeschreven zou hebben. Wordt daarmee het hele evangelie bedoeld of alleen hoofdstuk 21? Die laatste mogelijkheid is niet onwaarschijnlijk omdat hoofdstuk 21 vrijwel zeker een latere toevoeging op het evangelie is, iets wat de betreffende verzen sowieso een wankele basis voor de aanname van Johannes als auteur van het hele boek maakt.

Het ligt wel voor de hand - al zegt de tekst dit niet uitdrukkelijk - dat met de "geliefde leerling" de apostel Johannes bedoeld wordt. Van de drie apostelen die Jezus bijzonder na aan het hart lagen, Johannes, Petrus en Jakobus, is Jakobus reeds in het jaar 44 gestorven (Handelingen 12:2) en Petrus wordt duidelijk niet bedoeld (Joh. 13:23-25). Over de vraag of Johannes daarmee ook de schrijver van het evangelie is kan enkel gespeculeerd worden.

Diverse theologen en Bijbelwetenschappers ontkennen of betwijfelen dat zowel het Evangelie volgens Johannes als het eveneens nieuwtestamentische Bijbelboek de Openbaring van Johannes door eenzelfde persoon zou zijn geschreven. Wel worden vaak het evangelie en de drie brieven van Johannes aan dezelfde auteur toegeschreven, maar ook hierover is geen consensus.

"Wij weten"

Nieuwtestamenticus Bart D. Ehrman wijst erop dat de geliefde leerling niet de auteur van het evangelie kan zijn, omdat vers 24 een onderscheid maakt tussen "de leerling" (Grieks: ὁ μαθητὴς ho mathētēs, derde persoon enkelvoud) en "wij weten" (Grieks: οἴδαμεν oidamen, eerste persoon meervoud). Degene die vers 24 (en wellicht het hele evangelie) schreef, zag zichzelf als onderdeel van "wij", een groep mensen die de getuigenis van "de leerling" aanhoorde; hij was niet de leerling zelf. De auteur van het evangelie was dus ook geen ooggetuige van de gebeurtenissen die hij beschrijft. Alle andere vijf keren dat de "geliefde leerling" wordt genoemd, gebeurt dit ook in de derde persoon. Mogelijkerwijs noemde de auteur zijn eigen naam niet omdat hij die onbelangrijk vond.[5](4:37)

De enige andere keer dat de auteur naar zichzelf verwijst, is in het allerlaatste vers 21:25 met οἶμαι (oimai, "ik denk"): "Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden."[6] Dit wijst erop dat de auteur een selectie heeft gemaakt van alle verhalen die hij over Jezus heeft gehoord en alleen de daden heeft opgeschreven die hij het belangrijkst vond.

Datering

P52 recto
Rylands papyrus; ca 125 na Chr
Papyrus66
papyrus Bodmer II, ca 200

Omdat van de traditionele auteur, de apostel Johannes, al in de tijd van Papias werd aangenomen dat hij tegen het eind van zijn leven in Efeze woonde (een belangrijk centrum van het christelijk geloof na de val van Jeruzalem in 70 n. Chr.), nam men veelal aan dat het evangelie in die stad geschreven werd.

Het Johannesevangelie wordt vrij laat gedateerd. F.C. Baur suggereerde het jaartal 160. In 1934 publiceerde C.H. Roberts een stukje papyrus (P52 = Papyrus Ryl. Gr. 457) dat enkele verzen uit hoofdstuk 18 van het Evangelie volgens Johannes bevat. Hij dateerde op grond van het lettertype, dat erg lijkt op de regeringsstukken van Hadrianus (keizer van 117-138), als uit de eerste helft van de tweede eeuw. Hoewel sommige experts in de paleografie bezwaar maakten en meenden dat het manuscript niet zo nauwkeurig kan worden gedateerd, wordt algemeen erkend dat dit de oudste tekst is met een deel van het Nieuwe Testament.

De Bodmer II papyrus bevat de eerste 14 hoofdstukken van dit evangelie, en dateert van rond 200. Daarnaast zijn er vele papyri en grote codices als getuigen van de tekst.

Hoewel er diverse speculaties zijn over het tijdstip van ontstaan, wordt er dikwijls van uitgegaan dat het Evangelie volgens Johannes rond 90-110 zijn vorm heeft gekregen. Dit is waarschijnlijk later dan de andere drie evangeliën. Mogelijk heeft de schrijver kennis gehad van de geschriften van Matteüs, Marcus en Lucas en veronderstelt hij de inhoud van deze Evangeliën ook bekend bij zijn lezers, maar ook hierover kan enkel gespeculeerd worden.

Kenmerken

Het boek is voornamelijk aan niet-Joodse christenen gericht. Dat is onder andere te merken aan de vele parenthesen (uitleggingen direct na een bepaald woord, zie bijvoorbeeld 1:38, 1:41, 1:42 en 9:7). Een typisch stijlkenmerk van het Evangelie volgens Johannes is het gebruik van ironie, zoals wanneer het volk de keuze krijgt tussen Barabbas en Jezus (de eerste naam betekent letterlijk Zoon van Vader, de andere is volgens christenen de Zoon van God).

In het Johannesevangelie komen een aantal "Ik ben"-uitspraken van Jezus voor. Bijvoorbeeld: "ik ben het brood", "ik ben het licht der wereld", "ik ben de deur" en "ik ben de goede herder". Een aantal maal bevatten deze uitspraken geen predicaat en zegt Jezus simpelweg: "Ik ben". Dit is een verwijzing naar de manier waarop in het Oude Testament soms over God gesproken wordt, een verwijzing die door de toehoorders herkend wordt en soms tot grote verontwaardiging leidt (8:58,59).

Het Johannesevangelie is naar binnen gericht. Het bevat geen verwijzing naar de wereldse geschiedenis of aandacht voor maatschappelijke kwesties, zoals we die vinden bij met name Lucas. Het gebod van Matteüs om je vijanden lief te hebben is bij Johannes vervangen door het gebod elkaar lief te hebben (13:34, 15:12). Het evangelie benadrukt hoe Jezus en zijn boodschap zowel door "de Joden" als door de wereld verworpen wordt en dat wie Jezus volgt uit de synagoge gezet zal worden (9:22) en gehaat zal worden door de wereld (15:18-27).

Jezus wordt in het Johannesevangelie vaak verkeerd begrepen wanneer hij metaforen en beeldspraak gebruikt. Als hij met Nikodemus over de wedergeboorte spreekt, denkt Nikodemus dat hij dit letterlijk bedoelt (3:3-5). Als hij de Samaritaanse vrouw vertelt dat hij haar "levend water" kan geven, vraagt zij zich af hoe Jezus dat zou kunnen terwijl hij niet eens een emmer heeft (4:10-12). Het omgekeerde gebeurt ook: als Lazarus gestorven is zegt Jezus tegen Lazarus' zuster Marta: "Je broer zal uit de dood opstaan". Marta reageert daarop door te zeggen dat haar broer inderdaad zal opstaan, namelijk bij de opstanding op de jongste dag (11:24), terwijl Jezus het directer bedoelde (11:43,44).

Het evangelie naar Johannes is, meer nog dan dat van Matteüs, anti-Judees. Waar de andere evangeliën, ook dat van Matteüs, hun kritiek meestal beperken tot de Judeese religieuze leiders (farizeeën, schriftgeleerden, priesters, enzovoort), heeft Johannes het regelmatig over "de Judeërs"[7], en vrijwel altijd wordt deze aanduiding in negatieve zin gebezigd. Ook kent het anti-Judeese van het Johannesevangelie weinig positieve waardering voor de Judeese geschiedenis en de Tora zoals we dit bij Matteüs vinden.

Het Johannesevangelie en de synoptische evangeliën

De evangeliën van Marcus, Matteüs en Lucas worden de synoptische evangeliën genoemd. Deze drie evangeliën hebben een groot aantal passages gemeen en vaak zijn die passages zelfs woordelijk hetzelfde. Het is daarom waarschijnlijk dat deze drie boeken in relatie tot elkaar staan: ze zijn gedeeltelijk op elkaar gebaseerd of de auteurs hebben gebruikgemaakt van hetzelfde bronnenmateriaal. De vraag naar de relatie tussen de drie synoptische evangeliën wordt het synoptische vraagstuk genoemd.

Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen het Johannesevangelie en de synoptische evangeliën. Er zijn echter ook overeenkomsten en op enkele plaatsen bevat het Johannesevangelie passages die ook in een of meer van de synoptische evangeliën voorkomen. De vraag of het Johannesevangelie helemaal los van de andere drie evangeliën gezien moet worden of dat de auteur toch een of meer van de andere evangeliën kende, of misschien gebruikgemaakt heeft van dezelfde bronnen als de auteurs van de andere evangeliën, is nog steeds onderwerp van onderzoek en debat.

Tot in de twintigste eeuw werd vaak aangenomen dat de auteur van het Johannesevangelie in ieder geval het evangelie van Marcus kende, en misschien ook de andere twee. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw neemt men veelal aan dat de auteur van het Johannesevangelie geen van de synoptische evangeliën kende, maar wel gebruik heeft gemaakt van tradities en overleveringen die ook bij de synoptici bekend waren; dit zou dan de overeenkomsten verklaren.

Overeenkomsten

Net als de andere drie evangeliën in het Nieuwe Testament is het Johannesevangelie een soort biografie van Jezus. De nadruk ligt op zijn handelingen en uitspraken, en op zijn lijden en sterven. Net als de andere evangeliën is het geschreven in het Koinè-Grieks en wordt er geen auteur vermeld. Het laatste hoofdstuk van het Johannesevangelie is, net als het laatste hoofdstuk van het Marcusevangelie, vrijwel zeker een latere toevoeging.

Het Johannesevangelie bevat een tiental passages die in dezelfde volgorde staan als de overeenkomstige passages in het Marcusevangelie. Verder zijn er verschillende korte passages waarin er een sterke gelijkenis bestaat tussen de woordkeuze en formulering in het Johannesevangelie en dat van Marcus (bijvoorbeeld Joh. 1:26-34 en Marcus 1:7-11).[8]

Verschillen

  • Bij Matteüs, Marcus en Lucas is het optreden van Jezus geografisch in twee delen verdeeld. Het eerste deel vindt plaats in Galilea, het tweede deel in Jeruzalem. Het moment dat Jezus zijn optreden van Galilea naar Jeruzalem verplaatst vormt een keerpunt, en de reis van Galilea naar Jeruzalem heeft (vooral bij Lucas, die hier zo'n tien hoofdstukken aan besteedt) een symbolisch belang. Deze geografische indeling vinden we niet bij Johannes terug. Bij Johannes speelt het optreden van Jezus (dat hier ook langer duurt dan bij de andere evangeliën, namelijk twee of drie jaar) zich wisselend in Galilea en Jeruzalem af.
  • Veel woorden en uitdrukkingen die in de andere evangeliën vaak voorkomen ontbreken bij Johannes.[9] Andersom gebruikt Johannes een aantal uitdrukkingen die in de andere evangeliën niet of nauwelijks voorkomen.[10] In het algemeen is het vocabulaire bij Johannes beperkt: hij gebruikt zo'n 1.000 verschillende woorden (Marcus zo'n 1.350, Lucas 2.000).
  • Het Johannesevangelie bevat geen echte gelijkenissen zoals die bij de synoptici te vinden zijn en ook geen verhalen over bezetenheid of het uitdrijven van geesten. Het aantal wonderen dat Jezus bij Johannes doet is beperkt (zeven stuks, inclusief die in hoofdstuk 21), maar ze zijn wel opvallender (spectaculairder) dan de wonderen uit de andere evangeliën.
  • Het Laatste Avondmaal beslaat bij Johannes vijf hoofdstukken (13 t/m 17). Toch wordt hier nergens melding gemaakt van de instelling van het bijbehorende sacrament zoals dat bij de andere evangeliën te vinden is.
  • Bij Johannes spreekt Jezus vaak over wie hij is, iets wat bij de synoptici nauwelijks gebeurt. Het bevat een aantal "Ik ben"-uitspraken van Jezus en het is ook het enige canonieke evangelie waarin Jezus zichzelf als gelijk of gelijkwaardig aan God voorstelt. De geheimzinnigheid die bij de synoptische evangeliën rond Jezus' identiteit hangt (vooral bij Marcus, waar sprake is van wat het "Messiaans geheim" wordt genoemd) ontbreekt bij Johannes volledig.
  • Een aantal markante passages uit de synoptische evangeliën ontbreekt bij Johannes. Voorbeelden zijn: verhalen over de geboorte van Jezus, de verzoeking in de woestijn, de transfiguratie en de instelling van het Avondmaal. En omgekeerd bevat het Johannesevangelie een aantal passages die in de andere evangeliën ontbreken, waaronder het verhaal over Jezus die water in wijn verandert op een bruiloft (2:1-11) en dat over de opwekking van Lazarus.
  • Johannes de Doper wordt in het evangelie enkel Johannes genoemd. Waar de synoptische evangeliën suggereren dat Johannes de Doper optrad voor Jezus' optreden, vermeldt het Johannesevangelie expliciet dat er een overlapping was tussen de optredens van Jezus en Johannes. De eerste twee discipelen die Jezus volgen doen dit in het Johannesevangelie niet omdat ze door Jezus geroepen worden, maar op instigatie van Johannes de Doper (1:35-37). Matteüs en Marcus vermelden dat Jezus gedoopt wordt door Johannes de Doper en Lucas vermeldt dit niet expliciet, maar suggereert dit wel. In het Johannesevangelie is er echter geen sprake van dat Jezus gedoopt wordt, en de "neerdaling van de geest" die bij de synoptici na de doop plaatsvindt wordt vermeld als een gebeurtenis waarvan Johannes de Doper getuige is geweest (1:33-34).

Totstandkoming

Het boek bevat een aantal vreemde overgangen en andere eigenaardigheden.

  • Zo lezen we in vers 14:31 dat Jezus zegt: "Kom, laten we hier weggaan", waarna de tekst gewoon doorgaat met de toespraak van Jezus. Pas in 18:1 wordt er daadwerkelijk weggegaan.
  • In 7:1 staat: "Daarna trok Jezus door Galilea; in Judea wilde hij niet komen". Deze opmerking staat, enigszins vreemd, midden tussen twee passages die zich in Galilea afspelen. Bij de genezing van de zoon van de hoveling in Kana wordt gemeld dat dit Jezus' tweede wonderteken was (4:54). Daarvoor, in vers 2:23, wordt echter gesproken over meerdere wondertekens die Jezus al gedaan zou hebben.
  • In vers 3:22 staat dat Jezus en de leerlingen naar Judea gaan. Maar de passage daarvoor is het gesprek van Jezus met Nikodemus, dat zich al afspeelt in Judea.
  • Tijdens het samenzijn van Jezus met de discipelen voor zijn gevangenneming vraagt Petrus op een gegeven moment waar Jezus heen zal gaan (13:36, zie ook 14:5). Later die avond zegt Jezus dat niemand aan hem vraagt waar hij naartoe gaat (16:5).

Er zijn verschillende hypothesen opgesteld om dit soort eigenaardigheden in het Johannesevangelie te verklaren. Onder anderen Rudolf Bultmann suggereerde dat de auteur gebruikmaakte van enkele bronnen. Een van die bronnen zou een verzameling van verhalen zijn over wonderen die Jezus gedaan had, en een andere bron zou een aantal toespraken van Jezus bevatten. De auteur zou het materiaal uit deze twee bronnen (en andere bronnen) samengevoegd hebben tot een evangelie. Andere hypothesen die wel geopperd zijn is dat de eigenaardigheden het gevolg zijn van latere aanvullingen op het evangelie (in ieder geval twee van dat soort latere toevoegingen zijn bekend, zie verderop), of dat auteur gedurende lange tijd bezig is geweest met het schrijven van het evangelie.

Inhoud

Het evangelie begint met een proloog (1:1-18) waarin een aantal thema's uit het evangelie al genoemd worden. Mogelijk is deze passage gebaseerd op een lied of een gedicht: vooral de verzen 1 t/m 5 bevatten een duidelijk parallellisme waarbij het tweede deel van iedere uitspraak terugkomt in het eerste deel van de daarop volgende uitspraak.

Na de proloog begint in 1:19 het verhalende deel van het evangelie. Dit verhalende deel bestaat uit twee delen. Het eerste deel (hoofdstuk 2 t/m 12) bevat het verhaal van Jezus' openbare optreden, beginnend met het wonder op de bruiloft in Kana. Dit deel, dat zich afspeelt over een periode van twee of drie jaar, bevat een aantal wonderverhalen, toespraken en 'dialogen' (echte dialogen zijn het niet: het zijn eerder monologen die in de context van een gesprek tussen Jezus en iemand anders geplaatst zijn, bijvoorbeeld 3:1-21). Er zijn in dit deel zes wonderen van Jezus beschreven en de zes 'dialogen' die in dit deel staan sluiten elk bij een van deze wonderen aan. Het eindigt met een soort samenvatting (12:44-50) die lijkt op het begin van het evangelie en waarin dezelfde thema's terugkomen.

Het tweede deel (hoofdstuk 13 t/m 21) laat het samenzijn van Jezus met zijn directe volgelingen (hoofdstuk 13 t/m 17) zien. Het bevat ook een verslag van zijn lijden en sterven, en van zijn verschijningen aan de discipelen nadat hij opgewekt is uit de dood (hoofdstuk 18 t/m 21). Hoofdstuk 17 bevat het hogepriesterlijke gebed. In tegenstelling tot het eerste deel speelt dit deel zich grotendeels af in een korte periode, namelijk een dag.

Thema: geloof en ongeloof

De schrijver zegt zelf wat zijn bedoeling is: "Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam."[11] De zeven beschreven wonderen worden in dit boek teken genoemd, ze hebben iets te betekenen. Ook zijn er zeven symbolen, waarmee Jezus zichzelf vergelijkt.[12] Het conflict tussen geloof en ongeloof is voortdurend onderwerp van de gesprekken tussen Jezus en de omstanders.[13] Door het hele boek zegt Jezus nadrukkelijk Ik ben. Dit wordt vaak uitgelegd als een verwijzing naar de Godsnaam, die immers ook Ik ben betekent.[14]

Latere toevoegingen

Het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw

Het verhaal van Jezus en de op overspel betrapte vrouw (Johannes 7:53-8:11) is volgens veel moderne exegeten en tekstcritici een latere toevoeging.[15] Sommige handschriften (familie 13) hebben deze tekst tussen Lucas 21 en 22, andere aan het eind van het Johannesevangelie (familie 1) en in de oudst bekende handschriften, die getuigen van de (pre) Alexandrijnse tekst, Papyrus 66, Papyrus 75, de Codex Sinaiticus en de Codex Vaticanus, ontbreekt het. Mogelijk is het verhaal aanvankelijk los van de ons bekende Evangeliën overgeleverd.

Hoofdstuk 21

Ook het laatste hoofdstuk van het evangelie, hoofdstuk 21, is vrijwel zeker een latere toevoeging. Het oorspronkelijke slot van het evangelie was het hierboven al geciteerde einde van hoofdstuk 20:

Aanhalingsteken openen

Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Aanhalingsteken sluiten
— Johannes 20:31-32

Het extra hoofdstuk vermeldt nog een verschijning van Jezus, hoewel aan het eind van hoofdstuk 20 al geïmpliceerd wordt dat er geen verdere verschijningen meer zullen volgen (20:29: "Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven"). Daarnaast speelt hoofdstuk 21 zich plotseling in Galilea af, terwijl hoofdstuk 20 zich nog in Jeruzalem afspeelt. Ook de stijl en het vocabulaire van hoofdstuk 21 lijken af te wijken van de rest van het evangelie.

Johannespassie

Er zijn vele Johannespassies gecomponeerd naar dit evangelie, waarvan het oratorium van Johann Sebastian Bach, de Johannes-Passion (BWV 245), de grootste bekendheid geniet.

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  • (en) The New Testament: A Historical Introduction to the Early Christian Writings, B.D. Ehrman, 1997, Oxford University Press, ISBN 0195084810
  • (en) The Gospels and Jesus, G.N. Stanton, 1989, Oxford University Press, ISBN 0192132415
  • (en) The Gospel according to John, S.S. Smalley, in The Oxford illustrated companion to the Bible, red. B.M. Metzger, M.D. Coogan, 2003, Oxford University Press, ISBN 9781603760423

  1. a b Kelly, Joseph F., History and Heresy: How Historical Forces Can Create Doctrinal Conflicts. Liturgical Press (1 oktober 2012), p. 115. ISBN 978-0-8146-5999-1 “'[N]o modern scholar thinks this gospel was written by one of the twelve apostles.'”
  2. Kruse, Colin G., The Gospel According to John: An Introduction and Commentary. Wm. B. Eerdmans Publishing, Grand Rapids (2004), p. 24. ISBN 9780802827715. Geraadpleegd op 9 juli 2018.
  3. John, Tyndale New Testament commentaries, ivp, herdruk 1988, R.V.G.Tasker
  4. Evangelie volgens Johannes 21:24, Nieuwe Bijbelvertaling (2004).
  5. Bart D. Ehrman, L05 Birth Of The Gospels. The Historical Jesus. University of North Carolina at Chapel Hill (2000). Geraadpleegd op 30 oktober 2018.
  6. Evangelie volgens Johannes 21:25, Nieuwe Bijbelvertaling (2004).
  7. Bijvoorbeeld 5:16, 7:1, 20:19
  8. Een ander voorbeeld zijn Marcus 14:3-9 en Johannes 12:1-8. Het Griekse woord "pistikos" ("zuiver") komt buiten deze twee passages nergens in het Nieuwe Testament voor.
  9. Bijvoorbeeld de aanduiding "koninkrijk", die in de andere evangeliën gebruikt wordt in de context van "Gods koninkrijk". Een ander voorbeeld is de Griekse term dunamis ("macht", of "kracht").
  10. Bijvoorbeeld "de Joden" en "liefde".
  11. 20:30,31
  12. Namelijk brood (6:48); licht (8:23); de deur (10:12); de goede herder (10:14); de opstanding en het leven (11:25); de weg, de waarheid en het leven (14:6); de ware wijnstok.
  13. John, the Gospel of belief; M.C.Tenney; Eerdmans, 1948,1988
  14. Voetnoot 8:19, Studiebijbel NBV
  15. 'Pericope adulterae', in FL Cross (ed.), The Oxford Dictionary of de Christian Church, (New York: Oxford University Press, 2005)
  1. a b Kelly, Joseph F., History and Heresy: How Historical Forces Can Create Doctrinal Conflicts. Liturgical Press (1 oktober 2012), p. 115. ISBN 978-0-8146-5999-1 “'[N]o modern scholar thinks this gospel was written by one of the twelve apostles.'”
  2. Kruse, Colin G., The Gospel According to John: An Introduction and Commentary. Wm. B. Eerdmans Publishing, Grand Rapids (2004), p. 24. ISBN 9780802827715. Geraadpleegd op 9 juli 2018.
  3. John, Tyndale New Testament commentaries, ivp, herdruk 1988, R.V.G.Tasker
  4. Evangelie volgens Johannes 21:24, Nieuwe Bijbelvertaling (2004).
  5. Bart D. Ehrman, L05 Birth Of The Gospels. The Historical Jesus. University of North Carolina at Chapel Hill (2000). Geraadpleegd op 30 oktober 2018.
  6. Evangelie volgens Johannes 21:25, Nieuwe Bijbelvertaling (2004).
  7. Bijvoorbeeld 5:16, 7:1, 20:19
  8. Een ander voorbeeld zijn Marcus 14:3-9 en Johannes 12:1-8. Het Griekse woord "pistikos" ("zuiver") komt buiten deze twee passages nergens in het Nieuwe Testament voor.
  9. Bijvoorbeeld de aanduiding "koninkrijk", die in de andere evangeliën gebruikt wordt in de context van "Gods koninkrijk". Een ander voorbeeld is de Griekse term dunamis ("macht", of "kracht").
  10. Bijvoorbeeld "de Joden" en "liefde".
  11. 20:30,31
  12. Namelijk brood (6:48); licht (8:23); de deur (10:12); de goede herder (10:14); de opstanding en het leven (11:25); de weg, de waarheid en het leven (14:6); de ware wijnstok.
  13. John, the Gospel of belief; M.C.Tenney; Eerdmans, 1948,1988
  14. Voetnoot 8:19, Studiebijbel NBV
  15. 'Pericope adulterae', in FL Cross (ed.), The Oxford Dictionary of de Christian Church, (New York: Oxford University Press, 2005)
Bijbelboeken
Thora:Genesis · Exodus · Leviticus · Numeri · Deuteronomium
Jozua · Rechters · Ruth · 1 en 2 Samuel · 1 en 2 Koningen · 1 en 2 Kronieken · Ezra · Nehemia · Tobit · Judit · Ester · 1 Makkabeeën · 2 Makkabeeën
Job · Psalmen · Spreuken · Prediker · Hooglied · Wijsheid (van Salomo) · (Wijsheid van Jezus) Sirach
Grote profeten:Jesaja · Jeremia · Klaagliederen · Baruch · Ezechiël · Daniël
Kleine profeten:Hosea · Joël · Amos · Obadja · Jona · Micha · Nahum · Habakuk · Sefanja · Haggai · Zacharia · Maleachi
De deuterocanonieke boeken zijn cursief weergegeven.


Evangeliën:Matteüs · Marcus · Lucas · Johannes
Handelingen:Handelingen van de apostelen
Brieven van Paulus:Romeinen · 1 Korintiërs · 2 Korintiërs · Galaten · Efeziërs · Filippenzen · Kolossenzen · 1 Tessalonicenzen · 2 Tessalonicenzen · 1 Timoteüs · 2 Timoteüs · Titus · Filemon
Hebreeën
Katholieke brieven:Jakobus · 1 Petrus · 2 Petrus · 1 Johannes · 2 Johannes · 3 Johannes · Judas
Apocalyptiek:Openbaring van Johannes
Bartolomeüs (apostel)

Bartolomeüs of Bartholomeus (Hebreeuws: בר־תלמי, Bar-Tôlmay, "zoon van Tolmai" of "zoon van de ploegvoren") was een van de twaalf apostelen van Jezus. Naast zijn naam in de opsommingen van de twaalf apostelen en als getuige van Jezus' hemelvaart komt geen enkel verhaal over Bartolomeüs voor in het Nieuwe Testament.

Omdat in het Evangelie volgens Johannes een zekere Natanaël wordt genoemd die door de apostel Filippus een vroege leerling van Jezus werd en daarna slechts één keer wordt genoemd, werd wel gesuggereerd dat Bartolomeüs' volledige naam mogelijk Natanaël Bar-Tolmai was. Natanaël zou dan zijn voornaam zijn geweest en Bar-Tolmai de aanduiding van zijn familieherkomst. Tegenwoordig wordt deze optie door de meeste commentators verworpen.

Bruiloft te Kana

Het verhaal van de Bruiloft te Kana wordt verteld in het evangelie volgens Johannes (Joh. 2:1-12) in het Nieuwe Testament.

Tijdens een bruiloft zei de moeder van Jezus : "Ze hebben geen wijn meer". Wat later zei Jezus tegen de bedienden : "Vul de vaten met water". Toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde, wist hij niet waar die vandaan kwam. Dit is een van de Wonderen van Jezus.

Goede Herder

De Goede Herder is een gelijkenis in het Evangelie volgens Johannes in het Nieuwe Testament van de Bijbel (Johannes 10:11,14). Hierin noemt Jezus Christus zichzelf de "Goede Herder", die zijn leven inzet voor zijn schapen (vers 11). Zijn schapen kennen hem, en hij kent zijn schapen (vers 14). De Goede Herder wordt in het verhaal afgezet tegen de herdersknecht, die de schapen in de steek laat zodra hij een wolf ziet aankomen. De schapen zijn niet van hem, waardoor hij aanmerkelijk minder verantwoordelijkheid over hen voelt.

Naar aanleiding van deze gelijkenis zijn er verschillende christelijke instanties die zichzelf "Goede Herder" noemen. Eén daarvan was ooit een christelijk Nederlands kindertijdschrift dat werd uitgegeven door stichting In de Ruimte. Nadat het tijdschrift in handen kwam van de Evangelische Omroep, werd het blad gemoderniseerd en omgedoopt tot Zeggus.

Daarnaast bestaat een methode van christelijk onderwijs genaamd Catechese van de Goede Herder die ook in Nederland wordt toegepast.

Jezus en de op overspel betrapte vrouw

De Pericope Adulterae (Latijn) is een traditionele naam voor een beroemde passage uit de Bijbel over Jezus en de op overspel betrapte vrouw (of Jezus en de overspelige vrouw). De passage is te vinden in het Evangelie volgens Johannes 7:53- 8:11. De passage beschrijft een confrontatie tussen Jezus en de Schriftgeleerden en Farizeeën over de vraag of een vrouw, die op heterdaad betrapt is op overspel, gestenigd zou moeten worden. Jezus zwijgt en tekent met zijn vinger in het stof op de grond. De menigte verspreidt zich dan en de terechtstelling is afgewend.

Hoewel de sfeer van het verhaal overeenkomt met andere evangelieverhalen en het vroeg christelijke geschrift, de "Didascalia Apostolorum" ernaar verwijst, evenals mogelijk Papias, zijn de meeste moderne exegeten en tekstcritici het erover eens dat het "zeker geen deel uitmaakt van de oorspronkelijke tekst van het Evangelie volgens Johannes".Het spreekwoord wie zonder zonde is werpe de eerste steen is aan dit gedeelte ontleend.

Johannes

Johannes kan verwijzen naar:

Bijbels persoonJohannes de Doper, profeet en in het Evangelie volgens Lucas familie van Jezus via hun moeders.

Johannes (apostel), volgeling van Jezus, traditioneel beschouwd als dezelfde als de evangelist Johannes (auteurschap betwist door de historisch-kritische wetenschap)

Johannes (evangelist), degene aan wie het Evangelie volgens Johannes wordt toegeschreven

Johannes Marcus, degene aan wie het Evangelie volgens Marcus wordt toegeschreven

Johannes van Patmos, de schrijver van de Openbaring van JohannesBijbelboekEvangelie volgens Johannes, een evangelie uit het Nieuwe Testament

Brieven van Johannes, een drietal boeken uit het Nieuwe Testament:

Eerste brief van Johannes

Tweede brief van Johannes

Derde brief van Johannes

Openbaring van JohannesPersonen verbonden met het christendomJohannes Calvijn, Frans-Zwitsers christelijk theoloog en naamgever van het calvinisme, een protestants-christelijke stroming

Paus Johannes (doorverwijspagina naar verschillende pausen wier naam begint met Johannes)

Johannes van het Kruis, heilige en mysticus

Priester Johannes (Pape Jan), middeleeuws christelijk heerser in Oost-AziëDaarnaast zijn er nog zeer veel andere heiligen en zaligen met de naam Johannes.

Andere personenJohannes (voornaam), jongensnaam

Johannes (keizer), keizer van het West-Romeinse Rijk (423-425)

Johannes Brahms, componist en pianist

Johannes Heesters, zanger, acteur en operaster

Johannes Kepler, astronoom, wis- en natuurkundige

Johannes Leertouwer, concertmeester, dirigent en hoofdvakdocent viool aan het Sweelinck Conservatorium

Johannes Vermeer, schilder

Johannes-Passion (J.S. Bach)

De Johannes-Passion (BWV 245) van Johann Sebastian Bach is een oratorium met als onderwerp het lijden en sterven van Jezus volgens het Evangelie volgens Johannes. De originele titel luidt 'Passio secundum Johannem'.

Johannes (apostel)

Johannes (Oudgrieks: Ἰωάννης, afgeleid van het Hebreeuwse יוחנן, Jochanan, "JHWH heeft genade getoond") was een apostel van Jezus Christus, een van "de twaalf".

Johannes was volgens het Nieuwe Testament de zoon van een visser genaamd Zebedeüs en de broer van Jakobus. Toen Johannes en zijn broer Jakobus bezig waren hun visnetten te herstellen, werden zij door Jezus geroepen om zijn leerling te worden; zij gaven hieraan direct gehoor. Later werden zowel Johannes als Jakobus (twee van de twaalf) apostelen van Jezus. Jezus gaf de broers de bijnaam Boanerges, "zonen van de donder". Traditioneel werd aangenomen dat Johannes wordt bedoeld in het evangelie volgens Johannes met 'de discipel die Jezus liefhad', maar dit is zeer omstreden.

Samen met Petrus werden Johannes en Jakobus de meest vertrouwelijke leerlingen van Jezus. Zo waren zij bijvoorbeeld aanwezig bij de gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor. Ook was hij volgens het evangelie, de enige apostel die aan de voet van het kruis Maria, de moeder van Jezus, bijstond.

Een bekende leerling van Johannes was Polycarpus van Smyrna.

Johannes (evangelist)

Met "Johannes de Evangelist" (Oudgrieks: Ἰωάννης, afgeleid van het Hebreeuwse יוחנן, Jochanan, "JHWH heeft genade getoond") wordt soms de auteur van het Evangelie volgens Johannes aangeduid. Hiermee wordt deze onderscheiden van de apostel Johannes, die in de christelijke traditie vaak als de auteur van dit evangelie wordt gezien. Andere tradities hebben deze Johannes geïdentificeerd met Johannes van Patmos of Johannes de Presbyter, maar dit wordt bestreden door hedendaagse wetenschappers.De kwestie welke van alle Johannessen in het Nieuwe Testament dezelfde persoon zijn, en welke aparte personen, heet het 'Johanneïsch vraagstuk'.

Johannespassie

Een Johannespassie is een oratorium met als thema het lijdensverhaal van Jezus Christus, zoals dat beschreven staat in het Evangelie volgens Johannes en als zodanig passiemuziek.

Jubilate

Jubilate is de naam die in de Katholieke Kerk wordt gegeven aan de derde zondag na Pasen. De zondag is vernoemd naar het eerste woord van het keervers (antifoon) van de psalm die op deze zondag wordt gezongen, psalm 66 / Vulgaat psalm 65 (‘Jubilate Deo, omnis terra’).

Op zondag Jubilate worden in de kerken de Bijbeldelen Johannes 16, vers 16-23 en I Petrus 2, vers 11-20 gelezen. De tekst uit het Evangelie volgens Johannes gaat over het verdriet dat de volgelingen van Jezus moeten lijden voordat zij herenigd worden met Jezus.

Lijst van Griekse uncialen van het Nieuwe Testament

Deze lijst bevat een opsomming van de belangrijkste Griekse uncialen (in hoofdletters geschreven handschriften) van het Nieuwe Testament. De meeste van deze handschriften zijn geschreven tussen de derde en de tiende eeuw na Christus.

Er zijn tegenwoordig minstens 322 uncialen van het Nieuwe Testament bekend, maar af en toe worden nog nieuwe uncialen ontdekt. In de lijst hieronder zijn alleen de belangrijkste handschriften opgenomen.

Marta (Bijbel)

Marta of Martha (in het Aramees: מַרְתָּא of Martâ, 'de dame') is een Bijbels figuur. Behalve hetgeen er in de Bijbel staat is er geen historische informatie over haar bekend. Volgens het Evangelie volgens Johannes was zij de zus van Lazarus en Maria van Bethanië, en ze was aanwezig toen Jezus haar broer Lazarus uit de dood opwekte.

Nikodemus

Nikodemus, ook Nicodemus (Grieks: Νικόδημος, Hebreeuws: Nakdimon) was een farizeeër en een lid van het Sanhedrin.

Nikodemus wordt drie keer genoemd in het Evangelie volgens Johannes:

Hij zocht Jezus Christus 's nachts op.

Hij pleitte vóór Jezus in het Sanhedrin.

Hij was na Jezus' dood aanwezig bij de begrafenis in het graf van Jozef van Arimatea.Er bestaat ook een apocrief boek: het Evangelie naar Nikodemus (ook wel Acta Pilati in het Latijn).

Papyrus 52

De Papyrus 52, Rylands papyrus ook wel bekend als het Johannes fragment is een papyrusfragment dat bewaard wordt in de John Rylands Library, Manchester, Verenigd Koninkrijk. De voorzijde (recto) is beschreven met regels van het Evangelie volgens Johannes 18:31-33, in het Grieks, en de achterzijde (verso) heeft regels van vers 37-38.

Papyrus 52 wordt algemeen aanvaard als het oudste nog bestaande gedeelte van het Nieuwe Testament, (tenzij degenen, die veronderstellen dat het Qumranfragment 7Q5 tot het Evangelie volgens Marcus behoort, gelijk zouden hebben).

Deskundigen in de tekstkritiek zijn het echter lang niet allemaal eens over de datering van het manuscript. Het schrift is duidelijk in de stijl die Hadriaans genoemd wordt, wat op een datum wijst tussen AD 125 en AD 160. Maar het is moeilijk een datum alleen vast te stellen op grond analyse van het schrift, dus is het mogelijk dat de datum ergens tussen AD 100 en de tweede helft van de tweede eeuw ligt.

Papyrus 66

Papyrus 66 () (Papyrus Bodmer II) is een bijna complete codex (boek) van het Evangelie volgens Johannes, en maakt deel uit van de verzameling die wordt aangeduid met Bodmer Papyri.

Santa Maria Madre del Redentore a Tor Bella Monaca

De Santa Maria Madre del Redentore a Tor Bella Monaca is een kerk in Rome, gelegen in de wijk Tor Bella Monaca, in de viale Duilio Cambellotti. De kerk is gewijd aan de H. Maagd Maria, moeder van de Verlosser.

De kerk werd tussen 1987 en 1989 gebouwd, naar een ontwerp van de Italiaanse architect Pierluigi Spadolini en is de zetel van de gelijknamige parochie die per decreet op 1 november 1985 werd gesticht door kardinaal-vicaris Ugo Poletti.

Het gebouw heeft een vierkante vorm. De klokkentoren, die boven op het gebouw staat, doet denken aan een orgel, maar symboliseert de gebeden die ten hemel opstijgen. Achter het priesterkoor is een 15 meter hoge kruisbeeld te zien dat niet is gemaakt uit twee dwarsbalken, maar door conservering van een toevallig zo gegroeide boomstam. Op het kruis zien we Christus, als koning afgebeeld, in overeenstemming met het Evangelie volgens Johannes. De beeldfiguren aan de voet van het kruis stellen niet Johannes de Doper en Maria zelf voor, maar paus Johannes Paulus II en Moeder Teresa.

In maart 2015 was paus Franciscus in deze kerk hoofdcelebrant tijdens een zondagse Mis.

Tomas (apostel)

De apostel Tomas of Thomas ("tweeling"), ook wel Judas Thomas Didymus genoemd († Chennai, India, 21 december 72 - traditioneel), is een van de twaalf apostelen van Jezus uit het Nieuwe Testament. De uitdrukking "ongelovige thomas" komt van de gebeurtenis die wordt beschreven in het Evangelie volgens Johannes waarbij Tomas zei niet te geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan totdat hij zijn vinger in Jezus' wonden zou leggen. Volgens de overlevering zou Tomas het christendom naar India hebben gebracht, waar hij ook zou zijn overleden. Aan Tomas worden diverse apocriefe werken toegeschreven.

Wonderbare visvangst

In het Nieuwe Testament is er sprake van twee wonderbaarlijke vangsten, een in het evangelie volgens Lucas (Lukas 5: 1-11) en een in het evangelie volgens Johannes (Joh 21. 1-24).

De eerste, volgens Lucas, verhaalt de roeping van de eerste apostelen Petrus, Andreas, Jakobus de Meerdere en Johannes, die hun netten in de steek lieten, Christus volgden en 'vissers van mensen' werden.

De tweede, volgens Johannes, is een passage na de dood en herrijzenis van Christus. Nadat Jezus hen had toegesproken, vingen zij 153 grote vissen in hun netten. Deze tekst wordt meestal met Pasen voorgelezen.

Onder de naam wonderbare visvangst verwijst men meestal naar het eerste evenement, een van de Wonderen van Jezus.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.