Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is de rups van de eikenprocessievlinder of eikenprocessierupsvlinder (Thaumetopoea processionea), een nachtvlinder uit de familie tandvlinders (Notodontidae), onderfamilie processievlinders (Thaumetopoeinae). De soort komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en werd sinds eind twintigste eeuw steeds algemener in België en Nederland.

De rups heeft voor mens en dier (vooral honden) gevaarlijke brandharen, de soort wordt daarom als plaaginsect beschouwd.

Eikenprocessierups
IUCN-status: Niet bedreigd (2019)
Eikenprocessierupsen tijdens de 'processie'
Eikenprocessierupsen tijdens de 'processie'
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Lepidoptera (Vlinders)
Familie:Notodontidae (Tandvlinders)
Onderfamilie:Thaumetopoeinae (Processievlinders)
Geslacht:Thaumetopoea
Soort
Thaumetopoea processionea
(Linnaeus, 1758)
Imago, de volwassen vlinder
Imago, de volwassen vlinder
Eikenprocessierups op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten
Thaumetopoea processionea 01
Eikenprocessierupsen beginnen aan hun 'processie'.
Thaumatopoeia.processionea.caterpillar
Eikenprocessierups. Alleen de lange, niet irriterende haren zijn zichtbaar.
Oak processionary rash
Huiduitslag door eikenprocessierups
Bestrijdingeikenprocessierups01
Bestrijding van de eikenprocessierups volgens de wegzuigmethode

Kenmerken

Gedurende de winter overwintert de rups als pop in de bodem nabij een eik. Nadat uit de pop de vlinder tevoorschijn komt gaat deze naar de top van een boom om, na te hebben gepaard, bij het jonge blad haar eitjes te leggen. De larve die hieruit komt is een bladvretende rups die, zoals de naam al zegt, vooral op eiken voorkomt. De processierups zit vooral in gesponnen nesten aan de zonnige zuidkant van de eikenstammen in lanen en parken. De nesten bestaan uit een dicht spinsel met vervellingshuidjes, brandharen en uitwerpselen.

De bruingrijze eikenprocessievlinder, een nachtvlinder met donkere dwarslijnen, vliegt tot begin september.[1]

Verspreiding en voorkomen

De soort komt van nature voor in Zuid- en Centraal-Europa, maar het verspreidingsgebied is steeds verder naar het noorden opgeschoven.[1] In Vlaanderen komt de rups al langere tijd algemeen voor, vooral in de provincies Antwerpen en Limburg.

Tussen 1820 en 1900 kwam de rups volgens de Catalogus der Nederlandse Macrolepidoptera van Barend Lempke in Nederland al voor ten zuiden van grofweg de lijn Arnhem - Nijmegen - Vianen - Dordrecht, met als opmerking bij de opgaven onder andere 'in vrij grooten getale' en 'talrijk'. Waardoor de soort daarna lange tijd zo goed als verdween uit Nederland is niet duidelijk. Sinds 1990 komt hij weer steeds vaker voor en anno 2018 omvat het verspreidingsgebied geheel Nederland. De rups wordt vooral gesignaleerd in zomereiken langs lanen in steden en dorpen, erfbeplantingen op campings en landgoederen in bosrijke omgevingen. In bossen wordt de rups ook waargenomen, maar in mindere mate waardoor de overlast er beperkter is. Dit komt omdat de rupsen liever in bomen zitten die veel zonlicht ontvangen.

Zich verplaatsen doen de rupsen 's nachts, op zoek naar voedsel, waarbij ze in meerdere rijen dicht achter elkaar aan lopen, als in een processie. Overdag zijn ze in hun nest. De rupsen vreten soms eikenbomen bijna geheel kaal. Droge winters en droge, warme zomers stimuleren de getalsmatige ontwikkeling van de rups. De soort heeft zo geprofiteerd van veranderingen in het klimaat.[2]

Brandharen

De brandharen van de rups kunnen zorgen voor jeuk en irritaties aan huid, ogen en luchtwegen.

Het lichaam van de rups is bedekt met lange, witte haren die op roodachtige wratten staan ingeplant (dit zijn niet de brandharen). De brandharen (setae) zijn ongeveer 0,2 tot 0,3 millimeter lang, zijn pijlvormig en hebben weerhaakjes.[3] De haren, die bij een bedreiging worden afgeschoten, kunnen dan makkelijk de huid, de ogen en de luchtwegen binnendringen.

De stoffen die van de haren af komen, waaronder het giftige eiwit thaumetopoeïne, voor het eerst beschreven in een Franse studie in 1986,[4] veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf. Niet alle personen zijn even gevoelig voor de brandharen. In zeldzame gevallen kunnen andere verschijnselen ontstaan, namelijk braken, duizeligheid en koorts.

De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om in contact te komen met de brandharen. De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met wandelaars of fietsers. De haren verschijnen vanaf ongeveer half mei tot eind juni op de rupsen. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en dikke takken hangen, aanwezig. Na jaren kunnen deze nesten bij aanraking nog overlast veroorzaken.

Levenscyclus

De eitjes komen in april of mei uit, tegelijk met de eerste bladeren van de waardplant, de eik. De rupsen zijn dan oranjeachtig gekleurd. De kleur van de rupsen verandert in een grijsgrauw met lichtgekleurde zijden. Na de derde vervelling krijgen de rupsen de donkere brandharen op de rug. De rupsen zijn tot 3,5 cm lang.

De rupsen vervellen zes of zeven keer voordat ze in een onopvallende nachtvlinder veranderen. Begin september zetten de vrouwtjesvlinders hun eitjes af in de toppen van eikenbomen.

Natuurlijke vijanden van de rups zijn onder andere sluipwespen, sluipvliegen en de koolmees. Ook een kever, de grote poppenrover, is een natuurlijke vijand. Deze kever is echter sinds de jaren 1950 in Nederland niet meer aangetroffen.

Plaag

In Vlaanderen vertoonde het voorkomen van de eikenprocessierups sinds het begin van de jaren 90 herhaaldelijk een piek. In 2007 was er sprake van een plaag, vooral in de provincie Limburg, als gevolg van het warme voorjaar; ter bestrijding zette de Belgische federale regering zelfs het leger in.

De herintroductie in Nederland begon in 1991 met de ontdekking van enkele nesten in een wegbeplanting bij Hilvarenbeek. De soort verspreidde zich daarna snel over de zuidelijke provincies. De populaties bereikten in het zuiden een voorlopig hoogtepunt in 1996. Een jaar later werden er veel minder gezien en menigeen dacht dat het insect wel weer uit Nederland zou verdwijnen. Dit bleek echter niet het geval en ieder jaar waren er meldingen uit steeds noordelijker gelegen plaatsen. De rups komt inmiddels ook in de noordelijke provincies voor; in 2010 werden nesten gevonden in de stad Groningen en in 2018 zijn ze ook in Leeuwarden aangetroffen.

Bestrijding

Natuurlijke predatoren nemen een deel van de bestrijding voor hun rekening. Vastgesteld is dat de koolmees graag eikenprocessierupsen en poppen ervan eet.[5] Op meerdere plaatsen zijn in Nederland sinds 2015 op risicoplaatsen grootschalig mezennestkastjes opgehangen om de aanwezigheid van deze vogels te stimuleren.

Door vroegtijdig ingrijpen kan soms een plaag worden voorkomen. Dit gebeurt door een biologisch of chemisch bestrijdingsmiddel te spuiten in de toppen van eikenbomen waar nesten van de rups zijn aangetroffen. Nadeel is dat andere insecten daar ook door worden getroffen.

Een andere manier van bestrijding is het wegzuigen van de rupsen, waarna ze direct of later bij een temperatuur van minimaal 600 graden Celsius worden verbrand. Ook mogen opgezogen rupsen op een veilige plaats worden begraven, de plek dient dan gedurende acht jaar onaangeroerd te blijven. Zuigen wordt vooral toegepast om geen andere vlindersoorten te treffen.

Bestrijding is specialistisch werk waarvoor daartoe gecertificeerde bedrijven worden ingezet.

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Vlinder: eikenprocessierups / Thaumetopoea processionea. Vlinderstichting. Geraadpleegd op 9 juni 2018.
  2. Groenkennisnet, dossier eikenprocessierups, bezocht 31-05-2019
  3. RIVM briefrapport 090141001/2013 Gezondheidsaspecten van de eikenprocessierups, uitgave van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Nederland)
  4. Anne Martens, Hoe jeuken de haren van de eikenprocessierups?. NRC Handelsblad (28 juni 2019). Geraadpleegd op 5 juli 2019.
  5. Onderzoekster Sylvia Hellingman op NatureToday.com, 3juli 2018
Biologie van A tot Z

Verwante overzichten zijn:

Biogeografie van A tot Z

Ecologie van A tot Z

Natuur en milieu van A tot Z

Natuurkunde van A tot Z

Plantkunde van A tot Z

Systematiek en taxonomie van A tot Z

Vegetatiekunde van A tot Z

Brandhaar (dieren)

Brandharen zijn een verdedigingsmechanisme van verschillende dieren, bestaande uit broze, met gif gevulde haren die een pijnlijke sensatie geven.

Brandharen komen vooral voor bij geleedpotigen, zoals spinnen (in het bijzonder heel wat soorten vogelspinnen) die de haren soms gericht kunnen afwerpen.

Ook bepaalde rupsen, zoals de eikenprocessierups zijn berucht en worden bestreden om overlast van de brandharen te verminderen. De rups van de bastaardsatijnvlinder, die o.a. voorkomt in het kustgebied van Nederland en België kan in de duinen voor overlast zorgen. In Zuid-Amerika is de rups van de Lonomia obliqua berucht.

Dennenprocessierups

De dennenprocessierups (Thaumetopoea pityocampa, syn. Traumatocampa pityocampa) is de larve van een vlinder uit de familie tandvlinders (Notodontidae), onderfamilie processievlinders (Thaumetopoeinae).

De waardplant van deze vlinder is de den. De larve heeft als een rups een lengte van enkele millimeters tot veertig mm, en is zwartachtig bruin met rode vlekken op de bovenkant en zijkanten. De onderzijde is geel. Het lichaam is zeer harig en bedekt met brandharen. Het volwassen insect is een vlinder met een spanwijdte van 35 tot 40 mm.

Gebakken spons

Gebakken spons staat voor een broodjeaapverhaal dat rond 2013 in het nieuws kwam in Nederland waarin in vet gebakken spons verspreid zou worden door hondenhaters. Honden zouden door het eten van gebakken spons ernstige gezondheidsproblemen krijgen of doodgaan.

Voor het verhaal ontbreekt bewijs. Huisdieren kunnen ziek worden wanneer zij zwerfvuil binnenkrijgen, maar hulpdiensten en dierenartsen weten dat er geen sprake is van gebakken spons. Ook staat niet vast dat een hond in zo’n geval meer dan alleen wat braakneigingen en ontregelde stoelgang zal krijgen.

Een verschil tussen zwerfvuil en ‘gebakken spons’ is dat het laatste veronderstelt dat er een hondenhater actief is.

In Nederland wordt regelmatig melding gemaakt van gebakken spons. Vaak wordt het via social media gedeeld.

Grote poppenrover

De grote poppenrover (Calosoma sycophanta) is een kever uit de familie loopkevers (Carabidae). De kever heeft een groene kleur en kan een lengte van bijna drie centimeter bereiken. Het is een van de grotere Europese keversoorten en de bekendste soort uit het geslacht van de poppenrovers (Calosoma).

De grote poppenrover is een bewoner van dichtbegroeide bossen tot meer open landschappen als agrarische gebieden en komt voor in delen van Europa en Azië. De grote poppenrover is zeer sterk bedreigd in België en is in Nederland sinds enkele decennia uitgestorven. De soort is uitgezet in onder andere de Verenigde Staten en Canada in het kader van de biologische bestrijding van plaagvormende insecten, vooral rupsen.

Hilvarenbeek (gemeente)

Hilvarenbeek ( uitspraak (info / uitleg)) is een gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, ten zuidoosten van Tilburg. De gemeente telt 15.330 inwoners (1 januari 2019, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 97 km², waarvan 1,49 km² water. De hoofdplaats, Hilvarenbeek, ligt op een hoogte van 17 meter. Met Hilvarenbeek erbij bestaat deze gemeente uit zes kernen (Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen, Esbeek, Haghorst en Hilvarenbeek).

Kevers

Kevers (Coleoptera) zijn een orde van gevleugelde insecten. Kevers verschillen van alle andere insecten door de voorvleugels die veranderd zijn in harde schilden. Deze schilden worden de elytra genoemd en bedekken de kwetsbare en vliezige achtervleugels.

Kevers vormen de grootste orde van de insecten en zijn vanwege het wereldwijde voorkomen en de enorme soortenrijkdom een van de weinige insectengroepen die bij het grote publiek bekend zijn.

Kevers komen overal ter wereld voor en leven in de meest uiteenlopende habitats. Alleen in echte poolstreken en in de zee komen geen soorten voor. De larven van kevers leven vaak op of in de bodem en hebben nog geen vleugels. Ze zijn vrij immobiel en zijn hierdoor vaak gebonden aan een specifiek milieu. De volwassen kevers daarentegen zijn in staat zich te verplaatsen door weg te vliegen en zich zo te verspreiden.

Kevers kennen een enorme diversiteit wat betreft lichaamsvorm maar hebben allemaal hetzelfde basisplan. Het lichaam is meestal bolvormig en de antennes zijn relatief kort. Er zijn echter vele uitzonderingen. Kevers zijn daarnaast sterk bepantserd door hun dikke chitinehuid. Het voorste vleugelpaar is omgevormd tot een beschermend pantser aan de bovenzijde van het lichaam. Kevers kunnen hierdoor niet zo snel vliegen als de vertegenwoordigers van veel andere groepen van insecten.

In Europa komen zo'n 20.000 soorten voor. In Nederland en België komen ongeveer 4200 soorten kevers voor, waaronder veel waterkevers zoals de geelgerande watertor en het schrijvertje. Bekende landkevers zijn het lieveheersbeestje, de heldenbok en de meikever. In het Nederlands Soortenregister staan van de 18.000 inheemse Nederlandse insectensoorten ruim 4100 soorten als keversoort geregistreerd, zodat bijna 23 % van de Nederlandse insectensoorten bij de orde van de kevers ingedeeld wordt.

Kleine poppenrover

De kleine poppenrover (Calosoma inquisitor) is een kever die behoort tot de familie loopkevers (Carabidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Carabus inquisitor gepubliceerd door Carl Linnaeus.

Lijst van giftige diersoorten

Hieronder een (nog incomplete) lijst van giftige diersoorten - zowel voor mens als voor andere diersoorten. Een dier met gif - voor welk doel dan ook - valt binnen deze lijst. Deze lijst geeft voor nu dus nog geen volledig beeld maar geeft zo wel een idee welke diersoorten giftig zijn.

Een vergiftiging is het ziek worden en/ of pijn krijgen als gevolg van het eten, drinken, inademen, op de huid of in de ogen krijgen van (te veel van) een schadelijke stof.

Openbaar groen

Tot openbaar groen rekent men openbare tuinen, parken en openbare groenstroken, soms ook onbebouwde stadsranden, speelplaatsen en water. Doorgaans zijn gemeenten verantwoordelijk voor het beheer en beleid aangaande het openbare groen.

Opwarming van de Aarde

De opwarming van de Aarde, ook wel klimaatopwarming of klimaatverandering, is de stijging van de wereldtemperatuur sinds de pre-industriële periode. De gemiddelde luchttemperatuur van de atmosfeer van de Aarde op grondhoogte was in de periode van 2006 tot 2015 ongeveer 0,87 °C (0,75-0,99 °C) hoger dan in de periode van 1850 tot 1900. Deze opwarming gaat gepaard met andere mondiale klimaatveranderingen, zoals veranderingen in de regenvalpatronen en woestijnvorming.

Onder klimaatwetenschappers is het onomstreden dat de gemiddelde temperatuur op Aarde sinds halverwege de 20e eeuw is toegenomen. Ook over de oorzaak is er consensus: deze trend wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer, wat op zijn beurt het gevolg is van de sterke bevolkingsgroei en toename van menselijke activiteiten, waaronder: gebruik van fossiele brandstoffen, ontbossing, bepaalde industriële en agrarische activiteiten. Sinds begin 21e eeuw zijn ook het publiek en politici in meerderheid de mening toegedaan dat er een klimaatprobleem bestaat en dat dit in belangrijke mate door menselijk toedoen is ontstaan.

Modelberekeningen, geëvalueerd in de rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), geven aan dat in 2100 de temperatuur op Aarde 1,6 °C (0,9-2,3 °C) hoger zal zijn dan tussen 1850 en 1900 wanneer men broeikasgasuitstoot sterk vermindert. Andere emissiescenario's komen uit op temperatuurstijgingen tussen de 2,4 en 4,3 °C (1,7-5,4 °C) boven het pre-industriële niveau.Alle grote klimaatveranderingen hebben een ontwrichtende werking en hebben eerder geleid tot het uitsterven van vele soorten, de migratie van populaties en grote veranderingen in het landoppervlak en de oceaancirculatie. De snelheid van de huidige klimaatverandering is sneller dan de meeste eerdere veranderingen, waardoor adaptatie voor de natuur en aanpassing voor de menselijke maatschappij moeilijker is. Daarnaast maakt de toegenomen complexiteit van de menselijke samenleving dat er een toenemend risico is. De huidige klimaatverandering heeft een aanmerkelijk grotere kans op schade.

Met name temperatuurstijgingen van meer dan 2 °C brengen grote veranderingen met zich mee voor mens en milieu, onder andere door zeespiegelstijging, toename van droogte- en hitteperioden, extreme neerslag en afname van biodiversiteit. Een temperatuurstijging van 2 °C heeft veel verstrekkendere gevolgen dan een stijging van 1,5 °C.Er zijn verschillende maatregelen mogelijk om de schade door klimaatverandering te minimaliseren. Aan de ene kant is het mogelijk de oorzaak aan te pakken (mitigatie): minder broeikasgassen uitstoten door het energiegebruik te verduurzamen en natuurgebieden beter te beschermen. Aan de andere kant zullen maatschappijen zich moeten aanpassen (adaptatie) door bijvoorbeeld dijken te verstevigen en beter aangepaste gewassen te verbouwen. In het akkoord van Parijs van december 2015 werd afgesproken de opwarming van de Aarde te beperken tot ruim onder 2 °C, maar bij voorkeur tot maximaal 1,5 °C. Tevens is in dit verdrag afgesproken dat er geld vrijkomt om armere landen te helpen met nodige aanpassingen.

Processierups

Processierups kan verwijzen naar:

Dennenprocessierups, komt voor in België en Nederland

Eikenprocessierups, komt voor in België en Nederland

Processievlinders

Processievlinders

De processievlinders (Thaumetopoeinae) zijn een onderfamilie van vlinders uit de familie tandvlinders (Notodontidae). De onderfamilie telt een honderdtal beschreven soorten, waarvan er maar één in Nederland en België voorkomt, de eikenprocessierups. In Zuid- en Midden-Europa is ook de dennenprocessierups veel aanwezig. Imagines van processievlinders lijken wat op donsvlinders (Lymantriidae). De rupsen zijn berucht om hun voor mensen irriterende brandharen. Overdag bevinden de rupsen zich in een spinsel, 's nachts verlaten zij het spinsel en volgen een draad die door de eerste rups wordt gespannen, wat de specifieke processie oplevert.

Soms worden de Thaumetopoeinae als familie Thaumetopoeidae opgevat.

Rups

Een rups is de larve van een vlinder. Rupsen zijn over het algemeen onopvallende diertjes, toch spelen sommige soorten een grote rol in het dagelijks leven van de mens en zijn bij het grote publiek bekend, voorbeelden zijn de zijderups en de eikenprocessierups. Ook ecologisch gezien zijn rupsen een belangrijke groep; niet alleen werken ze enorme hoeveelheden plantaardig materiaal weg (het zijn snelle groeiers), ook zijn ze een prooi voor de meest uiteenlopende dieren; van vogels tot sluipwespen. Ze hebben een karakteristieke bouw die maar met weinig larven van andere insectenorden kan worden verward. Rupsen hebben vele verfijnde trucjes om uit handen van vijanden te blijven, soms zijn ze tot last van de mens.

Stadsnatuur

Onder stadsnatuur wordt natuur (soorten planten en dieren, maar ook biotopen) verstaan die of goed gedijen in steden of er aan gebonden zijn. Voorbeelden van stadsnatuursoorten zijn stadsduiven, muurvarens, en gierzwaluwen. Een voorbeeld van een stadsbiotoop is een stadspark

Thaumetopoea

Thaumetopoea is een geslacht van vlinders uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae).

Trekvlinder

Een trekvlinder is een vlinder die migreert over grote afstanden, naar gebieden waar de vlinder zich niet blijvend kan vestigen. Trekvlinders zijn dus geen verwante groep van vlinders: de term die slaat op soorten uit verschillende families, net als de term trekvogels. Trekvlinders worden op alle continenten van de wereld (met uitzondering van Antarctica) waargenomen, ze trekken vanuit of binnen subtropische en tropische gebieden. Het begrip trekvlinder is plaatsgebonden: alleen op plaatsen waar de vlinders zich niet blijvend kunnen vestigen zijn ze als trekvlinder aan te merken.

Door te trekken vermijden de vlinders ongunstige omstandigheden, zoals slecht weer, gebrek aan voedsel of overpopulatie. Net als bij vogels zijn er soorten vlinders waarvan alle individuen gaan trekken, maar ook soorten waarvan maar een deel van de individuen wegtrekt, net als deeltrekkers bij vogels. Deze vlinders zijn standvlinders in een deel van hun verspreidingsgebied.

Vlinders

Vlinders, kapellen of schubvleugeligen (Lepidoptera) zijn een orde van gevleugelde insecten.

De orde van de vlinders is na de orden van de vliesvleugeligen, de tweevleugeligen en de kevers, de grootste insectenorde binnen het dierenrijk: er zijn ongeveer 180 000 beschreven soorten. Vlinders leven in uiteenlopende biotopen: van koude toendra's tot woestijnachtige gebieden. De meeste soorten leven in tropische of subtropische gebieden. In het Nederlands Soortenregister staan van de 18 000 inheemse Nederlandse insectensoorten ruim 2200 soorten als vlinder geregistreerd, zodat ruim 12 % van de Nederlandse insectensoorten bij de orde van de vlinders is ingedeeld.Dagvlinders zijn meestal geliefd vanwege hun bonte kleuren. Sommige soorten nachtvlinders, zoals de kleermot, zijn vanwege hun schadelijkheid gevreesd of gehaat. Verreweg de meeste vlinders worden beschouwd als onschuldige en nuttige diertjes omdat ze bestuivers zijn die niet kunnen steken of bijten. Ze spelen een rol in verschillende culturen en zijn een veelgebruikt onderwerp in de kunst. Vlinders hebben vaak een karakteristieke fladderende vlucht en sterk uiteenlopende vleugelkleuren. Omdat het lichaam gemakkelijk te conserveren is en de kleuren hierbij niet verloren gaan worden vlinders al sinds lange tijd over de gehele wereld verzameld.

De larven van vlinders worden rupsen genoemd. De rupsen van de meeste vlinders voeden zich met planten en sommige soorten kunnen daarbij grote schade aan gewassen aanrichten. Andere soorten kunnen bij mensen allergische reacties veroorzaken door hun van brandharen voorziene huid. De rupsen van vlinders worden gegeten door veel andere dieren. Rupsen zijn bijvoorbeeld een belangrijke voedselbron voor veel vogels.

Vlinders hebben vrijwel alle dezelfde lichaamsbouw maar kennen een grote variatie in de vorm en grootte van de vleugels, ook de vleugelkleuren en -patronen verschillen per soort. De rupsen hebben eveneens een enorme diversiteit aan vormen en zijn vaak goed van elkaar te onderscheiden. Veel vlinders zijn gemakkelijk als zodanig te herkennen maar er zijn uitzonderingen. Zo zijn er ongevleugelde soorten en zijn er soorten die niet beschikken over de voor vlinders zo kenmerkende roltong.

Bekende vlinders zijn de dagpauwoog, de gehakkelde aurelia, de atlasvlinder, de doodshoofdvlinder, de kolibrievlinder, de monarchvlinder en de koninginnenpage.

Zomereik

De zomereik (Quercus robur) is een zeer lang levende, Europese, hardhout leverende boom. De bladeren van de zomereik verteren zeer moeilijk wat zijn invloed heeft op de strooisellaag in het bos.

De eik heeft zich sinds de laatste ijstijd (Weichselien) vanuit Zuid-Spanje, Zuid-Italië en het zuiden van de Balkan naar het noorden over Europa verspreid. De Nederlandse en Belgische autochtone eiken komen oorspronkelijk uit Zuid-Spanje en Zuid-Italië. Daarnaast zijn er in Nederland en België ook veel eiken afkomstig uit verschillende andere gebieden aangeplant.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.