Eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen

De Eerste brief van Paulus aan de T(h)essalonicenzen (vaak kortweg 1 T(h)essalonicenzen genoemd) is een boek in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het bestaat uit vijf hoofdstukken en werd geschreven in het Koinè-Grieks. Dit Bijbelboek wordt vervolgd met de Tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen.

1 Tessalonicenzen
Fragment van 1 Tess. 5:8–10 uit Papyrus 30 (3e eeuw).
Fragment van 1 Tess. 5:8–10 uit Papyrus 30 (3e eeuw).
Auteur Paulus, Silvanus en Timoteüs
Tijd 50
Taal Grieks
Categorie brief van Paulus
Hoofdstukken 5
Vorige boek Kolossenzen
Volgende boek 2 Tessalonicenzen

Ontstaan

De Eerste brief aan de Tessalonicenzen werd waarschijnlijk rond 50 geschreven en is daarmee mogelijk de oudste brief van de apostel Paulus die bewaard is gebleven en het oudst bewaarde oerchristelijke geschrift.[1]

Paulus schreef de brief nadat Timoteüs uit Macedonië was teruggekeerd en Paulus op de hoogte had gebracht van de toestand van de daarin gelegen stad Thessalonica.[2] Hoewel de berichten van Timoteüs over het algemeen bemoedigend waren, begreep Paulus ook dat er misverstanden en fouten aan het ontstaan waren over het christelijke geloof zoals Paulus dat leerde. Paulus schreef hun deze brief dan ook om de kerk in Thessalonica te corrigeren, hen aan te sporen tot een zuiver leven en hen er aan te herinneren dat God de heiliging van hun leven wilde.

Geadresseerden

In Handelingen wordt verteld dat gedurende Paulus' tweede zendingsreis Paulus en Silas vanuit Filippi naar Thessalonica trokken, mogelijk vanwege de aanwezigheid van een synagoge daar. De stad was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië. Paulus begon direct het evangelie te prediken aan zowel de Joden als niet-Joden. Gedurende drie sabbatten behandelde hij in de synagoge gedeelten uit het Oude Testament die op Christus betrekking hebben.

Inhoud

Jan Lievens - St. Paul writing to the Thessalonians
Paulus schrijft de Tessalonicenzen. Schilderij van Jan Lievens (1629).
  • Groet (1:1-2).
  • Paulus dankt God voor het geloof en de liefde van de gemeente in Thessalonica (1:3-10).
  • Hij herinnert de gemeente aan zijn oorspronkelijke prediking, haar erop wijzend dat eer van God belangrijker is dan eer van mensen (vs 5, 6), en spoort haar aan om Christus in hun dagelijkse handel en wandel na te volgen (2:1-16).
  • Het slot van het tweede hoofdstuk bevat een korte verklaring dat hij graag bij de gemeente langs was gekomen, maar "dat de Satan hem dit belet had". Daarom stuurde hij nu Timoteüs (2:17-3:13).
  • Hij gaat verder met de aansporing heilig te leven (4:18),
  • en gebruikt het argument van een spoedig te verwachten terugkomst van Jezus om de zin hiervan te onderbouwen (5:1-11).
  • De brief sluit met een aantal groeten (5:12-28).

Er lijkt een tegenstelling te bestaan tussen de spoedige verwachting van Jezus' terugkeer, uitgesproken in de eerste brief, en de waarschuwing tegen overspannen wederkomstverwachtingen in de tweede brief. De klassieke interpretatie is dat de tweede brief een reactie is op de eerste, waarbij de eerste overtrokken verwachtingen gewekt had, die door de tweede brief gecorrigeerd werden.

Deze tegenstelling, samen met het noemen van vervolging, vormde vanaf het midden van de 19e eeuw voor liberale theologen de basis om tot de conclusie te komen dat de tweede brief niet door Paulus geschreven zou zijn, maar uit de eerste helft van de tweede eeuw zou stammen.

Zie ook

Externe links

Bijbelboeken
Thora:Genesis · Exodus · Leviticus · Numeri · Deuteronomium
Jozua · Rechters · Ruth · 1 en 2 Samuel · 1 en 2 Koningen · 1 en 2 Kronieken · Ezra · Nehemia · Tobit · Judit · Ester · 1 Makkabeeën · 2 Makkabeeën
Job · Psalmen · Spreuken · Prediker · Hooglied · Wijsheid (van Salomo) · (Wijsheid van Jezus) Sirach
Grote profeten:Jesaja · Jeremia · Klaagliederen · Baruch · Ezechiël · Daniël
Kleine profeten:Hosea · Joël · Amos · Obadja · Jona · Micha · Nahum · Habakuk · Sefanja · Haggai · Zacharia · Maleachi
De deuterocanonieke boeken zijn cursief weergegeven.


Evangeliën:Matteüs · Marcus · Lucas · Johannes
Handelingen:Handelingen van de apostelen
Brieven van Paulus:Romeinen · 1 Korintiërs · 2 Korintiërs · Galaten · Efeziërs · Filippenzen · Kolossenzen · 1 Tessalonicenzen · 2 Tessalonicenzen · 1 Timoteüs · 2 Timoteüs · Titus · Filemon
Hebreeën
Katholieke brieven:Jakobus · 1 Petrus · 2 Petrus · 1 Johannes · 2 Johannes · 3 Johannes · Judas
Apocalyptiek:Openbaring van Johannes
  1. Raymond E. Brown (1997): An Introduction to the New Testament, Anchor Bible, pp. 456–466
  2. Handelingen 18:1-5, 1 Tessalonicenzen 3:6
Brieven van Paulus

14 van de 21 epistels oftewel brieven in de canon van het Nieuwe Testament van de Bijbel worden traditioneel toegeschreven aan de apostel Paulus. 13 van deze brieven vermelden Paulus als afzender en worden ook wel de Paulijnse of Paulinische brieven genoemd; de Brief aan de Hebreeën is in feite geen echte brief en noemt Paulus niet als auteur. De volgende brieven worden traditioneel aan Paulus toegeschreven:

Zoals uit de tabel blijkt, is Paulus' auteurschap van een aantal van deze brieven omstreden.

Enkele van deze brieven behoren tot de oudste overgeleverde christelijke documenten. Ze verschaffen inzicht in de overtuigingen en controverses van het vroege christendom en als onderdeel van de canon van het Nieuwe Testament zijn het hoekstenen voor zowel christelijke theologie als ethiek. De Paulijnse brieven worden in moderne uitgaven van het Nieuwe Testament gewoonlijk geplaatst tussen Handelingen van de Apostelen en de Katholieke brieven. De meeste Griekse manuscripten plaatsen de algemene brieven echter vooraan en enkele minuscels (175, 325, 336 en 1424) plaatsen de Paulijnse brieven aan het eind van het Nieuwe Testament.

Epistel

Een epistel (Grieks ἐπιστολή, epistolē, "brief"; Latijn: epistula of epistola) is een schrijven gericht aan een persoon of een groep personen, meestal in de vorm van een erg formele brief, vaak didactisch van aard en elegant geformuleerd.

Macedonisch-Orthodoxe Kerk

De Macedonisch-Orthodoxe Kerk (Macedonisch: Македонска Православна Црква - Охридска Архиепископија , Makedonska Pravoslavna Crkva - Ohridska Archiepiskopija) is een niet erkende orthodoxe kerk onder de aartsbisschop van Ohrid en Noord-Macedonië op het grondgebied van Noord-Macedonië, met jurisdictie over Macedonische orthodoxe christenen in Noord-Macedonië en in exarchaten in de Macedonische diaspora. Twee derde deel (650.000) van de Noord-Macedonische bevolking maakt deel uit van deze kerk. De kerk heeft acht bisdommen in Macedonië en de rest in het buitenland voor de verzorging van de Macedonische diaspora.

Vanuit de Servisch-Orthodoxe Kerk is een autonoom aartsbisdom van Ohrid opgericht, wat door de andere orthodoxe kerken wordt erkend als canoniek.

In 1959, verleende de Heilige Synode van de Servisch-Orthodoxe Kerk autonomie aan de Orthodoxe Kerk in de toenmalige Socialistische Republiek Macedonië als zijnde de restauratie en beroeping op het historische aartsbisdom van Ohrid van de middeleeuwen en het bleef in canonieke eenheid met de Servische Kerk onder de Patriarch van Servië. In 1967, op de tweehonderdste verjaardag van de afschaffing van het aartsbisdom van Ohrid, kondigde de Macedonische Kerk eenzijdig haar autocefalie en onafhankelijkheid van de Servisch-Orthodoxe Kerk af. De Servische Heilige Synode hekelde de uitspraak en veroordeelde de geestelijkheid als schismatiek. Vanaf toen was de Macedonische Kerk niet meer erkend door het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel en alle andere canonieke orthodoxe kerken ter verdediging van de Servische oppositie.

De grootste groep na de Servische orthodoxen zijn de Macedonisch orthodoxen. Deze leven in drie verschillende staten, Bulgarije (300 duizend), Griekenland (2 miljoen) en de Republiek Macedonië (2 miljoen). Hun herkomst is niet geheel duidelijk. De Macedoniërs zijn hoogstwaarschijnlijk Slaven, maar zij kunnen ook aan de Slaven geassimileerde Grieken of van oorsprong Turkse Bulgaren zijn. Dit volk dat het langst van alle Balkanvolkeren onder de Turkse heerschappij heeft moeten leven, voelt zich Macedoniër en geen Bulgaar, met wie de taal een zeer grote verwantschap heeft, of Serviër met wie de als typisch beschouwde viering van de Slava gemeenschappelijk zou zijn, laat staan Griek. Al doen al deze volkeren pogingen om de Macedoniërs bij hun eigen volk te trekken.

Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament is een verzameling religieuze geschriften behorend tot het christendom. Het vormt het tweede deel van het heilige boek van de christenen, de Bijbel. Hoewel precieze datering moeilijk is, wordt algemeen aangenomen dat de geschriften van het Nieuwe Testament dateren uit de tweede helft van de eerste eeuw tot het begin van de tweede eeuw na Christus. De naam is een vertaling van het Latijnse Novum Testamentum, wat een vertaling is van het Griekse Ἡ καινὴ διαθήκη (Hē kainḕ diathḗkē), "Het Nieuwe Verbond" of "Het Nieuwe Testament". De vroege christenen gebruikten deze benaming oorspronkelijk om hun relatie met de god van Israël aan te geven. Als brontekst voor de meeste hedendaagse vertalingen wordt het Novum Testamentum Graece gebruikt.

De geschriften van het Nieuwe Testament beschrijven de daden en woorden van Jezus, die de Messias (de Christus) genoemd wordt. Uit het geloof in hem als Messias is het christendom voortgekomen. Verder bevat het Nieuwe Testament een geschrift over de geschiedenis van de eerste christelijke gemeenschappen en een reeks brieven op naam van apostelen of familie van Jezus. Het Nieuwe Testament vormt daarmee de voornaamste basistekst van het christelijk geloof. Binnen dat geloof worden behalve de Bijbelteksten van het Oude Testament ook die van het Nieuwe Testament als het Woord van God d.w.z. geïnspireerd door God beschouwd. Veel orthodoxe christenen, maar met name fundamentalisten beschouwen het Oude en Nieuwe Testament letterlijk als het Woord van God.

Opname van de gemeente

Het leerstuk van de opname van de gemeente houdt in dat Jezus Christus, voordat de plagen van het eind van de wereld hen treffen, gelovigen in een oogwenk opneemt in de hemel. Deze doctrine is vooral populair onder evangelische christenen en werd pas vanaf de 19e eeuw breed verspreid als onderdeel van de verwachting van een Duizendjarig vrederijk.

Paulus (apostel)

Paulus (Oudgrieks: Παῦλος, Paulos; Hebreeuws: שאול התרסי, Šaʾul HaTarsi, "Saul van Tarsus") (Tarsus (Cilicië), ca. 3 - waarschijnlijk Rome, na 60) was een leider van de vroege christelijke kerk en speelde een centrale rol in de vroege ontwikkeling en verspreiding van het christendom in de landen rondom de Middellandse Zee, in het bijzonder in wat nu Turkije en Griekenland is.

Tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen

De Tweede brief van Paulus aan de T(h)essalonicenzen (vaak kortweg 2 T(h)essalonicenzen genoemd) is een boek in het Nieuwe Testament van de christelijke Bijbel. Het is een brief van de apostel Paulus aan de christelijke gemeente in Thessaloniki. De brief telt 3 hoofdstukken en werd geschreven in het Koinè-Grieks. Het is een vervolg op de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.