Economie

Economie (uit het Griekse oikos (οἶκος), huis en nomos (νόμος), regel; letterlijk dus huishoudkunde) is een wetenschap die zich bezighoudt met de menselijke behoeftebevrediging. De economie bestudeert keuzes die mensen maken bij de productie, consumptie en distributie van schaarse goederen en diensten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen macro-economie, waar vragen naar voren komen over de nationale en wereldwijde economie, zoals werkloosheid, inflatie en rentestanden, meso-economie en micro-economie, over het gedrag van bedrijven en consumenten. Algemene economie kan worden opgesplitst in de vakgebieden commerciële economie of marketing en bedrijfseconomie.

In Nederland wordt economie onder de sociale wetenschappen gerekend, in Vlaanderen onder de gedragswetenschappen. Analoog aan deze wetenschappen houdt de economische wetenschap zich niet alleen bezig met beschrijvende uitspraken, oftewel hoe de economie werkt, maar in de politieke economie ook met normatieve uitspraken, oftewel wat gewenste situaties zijn.

Economie
NY stock exchange traders floor LC-U9-10548-6

Dit artikel maakt deel uit van de serie:
Economische wetenschap


Deelgebieden
Micro-economie
Macro-economie
Econometrie
Internationale economie
Ontwikkelingseconomie
Bedrijfseconomie

Invloedrijke economen
Adam Smith
David Ricardo
Karl Marx
Alfred Marshall
Joseph Schumpeter
John Maynard Keynes
Milton Friedman
Friedrich Hayek

Verwante vakgebieden
Economische sociologie
Geschiedenis van de economie
Internationale politieke economie
Politieke economie

Portaal  Portaalicoon  Economie

Geschiedenis van de economie

Wealth of Nations title
The Wealth of Nations van Adam Smith wordt over het algemeen gezien als het eerste moderne werk op het gebied van economie

De bakermat voor de moderne economie ligt in het Verenigd Koninkrijk. De Schot John Law beschreef met zijn 'Water Diamanten'-theorie in 1705 het systeem van vraag en aanbod op de markt. De vader van de economie is Adam Smith. Zijn boek An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations uit 1776 is het begin voor de economie als wetenschappelijke discipline. Anderen hebben zijn werk verder uitgewerkt. Het grote moment in de geschiedenis van de economie is de eerste industriële revolutie. Deze revolutie vond plaats in de jaren 1780-1850. De productie van goederen en diensten wordt anders opgezet en neemt indrukwekkend toe.

In navolging van Adam Smiths The Wealth of Nations, analyseerden klassieke economen zoals David Ricardo en John Stuart Mill de manieren waarop de grondbezitters, kapitalisten, en de werkende klasse nationale rijkdom produceerden en verdeelden. Te midden van de Londense achterstandswijken verwierp Karl Marx het exploitatieve en ontvreemdende kapitalistische systeem dat hij om zich heen zag, alvorens de neoklassieke economen in het nieuwe imperialistische tijdperk een positieve, wiskundige en wetenschappelijke fundering probeerden te leggen voor de economie.

Na de Tweede Wereldoorlog leidde John Maynard Keynes een reactie tegen de terughoudendheid van de overheid in de economie en bepleitte een interventioneel fiscaal beleid om de economische vraag, groei en voorspoed te stimuleren. Maar in een wereld verdeeld tussen de kapitalistische eerste wereld, de socialistische tweede wereld en de arme derde wereld, hield de naoorlogse consensus geen stand.

Mensen als Milton Friedman en Friedrich von Hayek inspireerden Westerse leiders met hun waarschuwing voor de The Road to Serfdom en socialisme, en focusten hun theorie op wat kon worden bereikt met een beter monetair beleid en deregulatie. Dit werd in de jaren tachtig voor een groot deel overgenomen in beleid maar werd al snel uitgedaagd door ontwikkelingseconomen zoals Amartya Sen en informatie-economen zoals Joseph Stiglitz, die nieuw licht laten schijnen op het economisch denken van de eenentwintigste eeuw.

Economische vragen

Belangrijke economische vragen zijn:

  • in hoeverre bepalen de gemaakte keuzes wat, hoe en voor wie wordt geproduceerd;
  • in hoeverre dragen keuzes uit eigenbelang bij aan het algemene belang.

Wat, hoe en voor wie

Wat geproduceerd wordt is in een vrije markt afhankelijk van vraag en aanbod. Vraag en aanbod komen samen op de markt. Door vraag en aanbod samen ontstaat de prijs van een product - goederen en diensten. Prijzen zijn schaarste-indicatoren.

Aan de aanbodzijde bepalen de productiefactoren hoe producten worden geproduceerd. Er worden vier productiefactoren onderscheiden:

Elke productiefactor heeft een eigen beloning:

  • voor arbeid is dat loon;
  • voor kapitaal is dat interest;
  • voor land is dat pacht;
  • voor ondernemerschap is dat winst.

Voor wie wordt geproduceerd wordt bepaald door de vraagzijde:

Eigenbelang en algemeen belang

De economische theorie stelt dat eigenbelang het nastreven van maximaal nut is, waarbij nut een maat is voor relatieve tevredenheid. Een belangrijke vraag is dan of dit individuele streven collectief kan leiden tot een maximaal nut voor iedereen, oftewel of de onzichtbare hand van Adam Smith inderdaad het algemeen belang dient. De vraag of en in hoeverre de onzichtbare hand zelfregulerend werkt zonder overheidsingrijpen is tot op heden actueel.

Aannames

Binnen de economie wordt een aantal aannames gedaan. Over een aantal bestaat overeenstemming, maar de meningsverschillen over andere zijn aanleiding geweest tot het ontstaan van verschillende economische scholen. Belangrijke aannames zijn:

  • schaarste maakt dat elke keuze een afweging is tussen alternatieven;
  • bij veel economische modellen wordt ervan uitgegaan dat er rationele keuzes worden gemaakt;
  • een belangrijke rol bij keuzes zijn de voordelen die te behalen zijn. Die voordelen worden uitgedrukt als nut en zijn gebaseerd op de preferenties of voorkeuren;
  • keuzes gaan gepaard met kosten waaronder het verlies van de alternatieve optie, dan ook wel alternatieve kosten of opportuniteitskosten genoemd;
  • als de keuze niet alles of niets is, maar beide opties deels mogelijk zijn, dan is de optimale keuze die waar de marginale opbrengst gelijk is aan de marginale kosten. Buiten dat optimum levert het opgeven van het ene product minder op dan het andere product oplevert;
  • keuzes worden gemaakt uit eigenbelang op basis van de prikkels (incentives) die men ontvangt.

Kernbegrippen uit de economie

Economische organisatievormen

Kringloopmodel van de economie
Eenvoudig kringloopmodel van de economie waarin het bedrijfsleven is geplaatst tegenover de huishoudens, ofwel producenten tegenover consumenten.

Er zijn verschillende manieren om de staatshuishouding en het productieproces te organiseren. De belangrijkste vormen zijn:

  1. centraal geleide of planeconomie die in praktijk is gebracht door het socialisme.
  2. vrijemarkteconomie of kapitalisme dat in zijn pure vorm voor kwam in de beginfase van de industriële revolutie.
  3. gemengde economie die nu min of meer in praktijk wordt gebracht in bijna alle landen op de wereld. De ene samenleving zal meer het karakter vertonen van een centraal geleide economie terwijl een andere samenleving meer het karakter heeft van een vrijemarkteconomie. Hier zijn verschillende vormen van organisatie mogelijk. De meeste westerse samenlevingen kennen een vorm van gemengde economie met de nadruk op het vrijemarktmodel.

In de organisatieleer wordt ingegaan op zwakke en sterke punten van verschillende economische stelsels.

Schaarste

De schaarste van goederen en productiemiddelen, en het beheer daarvan vormt de vraagstelling voor de economie als wetenschap. De kernvraag voor de economie als wetenschap is de optimale verdeling van de schaarste. Schaarste heeft in de economie niet de betekenis van een tekort maar van beperkt beschikbaar. Die vraag heeft ook raakvlakken met de politiek en de politieke filosofie. Het economische vraagstuk omvat onder meer productie, distributie, welvaart en consumptie. Economisch handelen ontstaat omdat men niet alles tegelijk kan hebben. Er moeten keuzen worden gemaakt.

Prijzen

De economische wetenschap bestudeert de factoren die deze keuzes bepalen. Prijzen zijn hierbij belangrijk. Economie wordt ook wel opgevat als de studie van de ruil in de ruimste zin van het woord. Het voordeel daarvan is dat die wat specifieker is dan de bovengenoemde, en de kern raakt van datgene waar het in de economie om gaat (lonen, prijzen, verkoop, koop), maar het nadeel ervan is dat deze iets te beperkt is: niet alle economische handelingen hebben direct met ruil te maken

Verdere begrippen

Daarnaast zijn meer kernbegrippen uit de economie de volgende: aanbod, aandeel, balans, bank, bedrijf, belegging, beroep, centrale bank, economisch model, economische groei, effectenbeurs, elasticiteit, geld, handel, handelsoorlog, handelsrecht, handelsregister, inflatie, kredietcrisis, lening, Kamer van Koophandel, marketing, markt, marktaandeel, marktfalen, marktwerking, mededinging, modaal inkomen, monopolie, omzetbelasting, overheidsfalen, perfecte markt, prijs, prijsafspraak, oligopolie, solvabiliteit, staatsschuld en vraag.

Deelterreinen

Het brede terrein van de economische wetenschap kan in een aantal deelterreinen worden onderscheiden. Een belangrijk eerste onderscheid is:

Binnen het vakgebied van de algemene economie zijn er weer verschillende deelterreinen:

De economische wetenschap die de nationale economie bestudeert wordt ook wel staathuishoudkunde genoemd. Verder zijn er nog weer andere deelterreinen zoals de transporteconomie, de monetaire economie, landbouweconomie etc.

Macro-economie

Islm
Het IS-LM-model is een macro-economisch middel dat de relatie tussen de rentestanden en de reële productie in de goederen- en dienstenmarkt (IS) aan de ene kant en de geldmarkt (LM) aan de andere kant laat zien.

De macro-economie wil de verschillende geaggregeerde (opgetelde) grootheden in de volkshuishouding vaststellen en hun ontwikkeling verklaren. Enkele belangrijke grootheden in de macro-economie zijn: het nationaal inkomen, de werkgelegenheid, de betalingsbalans, de consumptie, de investeringen, de inflatie en de overheidsbestedingen. In de macro-economie wordt nagegaan hoe deze grootheden zich in de toekomst gaan ontwikkelen en hoe ze zich in de toekomst kunnen ontwikkelen. Van groot belang hierbij is het inzicht in de conjunctuur, het ondernemersklimaat, de productiecapaciteit, de hoogte van de wisselkoersen, de rentevoet enzovoort.

Op basis van de relaties tussen economische sectoren zoals productiehuishoudingen, consumptiehuishoudingen, overheid en buitenland tracht de macro-economie inzicht te verschaffen in toekomstige ontwikkelingen. Vooral de groei van het nationaal inkomen heeft de aandacht van economen en politici.

Micro-economie

Micro-economie houdt zich bezig met gedragingen van individuele economische agenten. Hierbij kan het gaan om gezinnen, bedrijven maar eveneens om politici of belangengroepen. In deze tak van de economie staan vraag en aanbod centraal. Vraag en aanbod komen samen op de markt waar via het prijsmechanisme een prijs tot stand komt. Prijzen beïnvloeden de gedragingen van personen. De micro-economie tracht te verklaren in welke mate de prijs het aankoop- en verkoopgedrag beïnvloedt.

Hiervoor zijn elasticiteiten erg belangrijk. Een voorbeeld van een elasticiteit is de prijselasticiteit van de vraag. Dit is een getal dat aangeeft met hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid van een goed verandert als de prijs van dat goed met één procent verandert. Bijvoorbeeld: als de prijs van iPods met 1% stijgt, met hoeveel procent zal dan de gevraagde hoeveelheid van iPods dalen? De daling kan aan de hand van elasticiteiten berekend worden. De laatste jaren staat ook de speltheorie erg in de belangstelling binnen de micro-economie.

Internationale economische betrekkingen

Dit onderdeel van de economie kent twee poten: de reële sfeer en de monetaire sfeer. In de reële sfeer gaat het om de bestudering van internationale goederen- en dienstenstromen. Een mogelijke verklaringsgrond voor die stromen ligt in het feit dat landen verschillen. Een andere bron is gelegen in onvolledige mededinging tussen bedrijven. Bedrijven met een grotere afzetmarkt kunnen goedkoper produceren en eventueel gaan exporteren. De monetaire sfeer bestudeert de geldstromen tussen de landen. Hierbij komen zaken aan de orde als betalingsbalans, wisselkoersen en kapitaalstromen. De studie van internationale economische betrekkingen is ook wel bekend als internationale politieke economie.

Openbare financiën

Openbare financiën houdt zich bezig met de inkomsten en de uitgaven van de overheid. De effecten van de belastingen en de overheidsuitgaven op de economie worden in kaart gebracht. Ook wordt nagedacht over de vraag wat tot de taak van de overheid hoort en wat niet. Vragen rond bijvoorbeeld privatisering, draagkrachtbeginsel en profijtbeginsel komen in de leer van de openbare financiën aan de orde.

Bedrijfseconomie

Binnen het deelterrein van de bedrijfseconomie zijn globaal vier deelterreinen te onderscheiden met elk weer hun eigen specialistische onderverdeling:

Gerelateerde vakgebieden

Kritiek op het mainstream economisch denken

De economische wetenschap wordt regelmatig verweten dat ze berust op onrealistische, onverifieerbare of sterk gesimplificeerde aannames. Voorbeelden van dergelijke aannames zijn de notie van volledige informatie, winstmaximalisatie en rationele keuzes.[1] Vanuit de kritiek op de aanname van volledige rationaliteit is in de laatste jaren het terrein van de gedragseconomie sterk gegroeid. Daarnaast hebben prominente mainstream-economen zoals Keynes[2] opgemerkt dat belangrijke aspecten van de economie eerder conceptueel dan kwantitatief zijn, en daarmee moeilijk te modelleren en kwantitatief te formaliseren. In 1992 publiceerde een groep economen waaronder Nederlandse Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen een oproep in de American Economic Review om het intellectueel monopolie van de economisch mainstream te doorbreken en een 'nieuw pluralisme' te laten ontstaan.[3] In 2009 stelde Nobelprijswinnaar Paul Krugman dat de kredietcrisis niet was voorzien omdat de economische discipline als groep mathematische schoonheid was gaan aanzien voor waarheid en het realiteitsgehalte van haar modellen vergat te testen.[4]

Recentelijk is ook feministische kritiek van neoklassieke modellen meer naar de voorgrond gekomen. Uit deze kritiek ontstond de feministische economie.[5] In tegenstelling tot de gebruikelijke perceptie van economie als een positieve en objectieve wetenschap vestigen feministische economen aandacht op het feit dat economisch denken sociaal geconstrueerd is,[6] en wijzen erop dat veel economische modellen en onderzoeksmethoden masculiene voorkeuren weerspiegelen. Enkele van hun primaire kritieken richten zich op het gebrek aan discussie over: de egoïstische aard van actoren (homo economicus); exogene voorkeuren; de onmogelijkheid van interpersoonlijke nutsvergelijkingen; het negeren van vrijwilligerswerk en huishoudelijk werk; en het negeren van klasse- en genderverschillen. De ecologische economie ontstond in de jaren '80 vanuit een kritiek op de manier waarop natuur werd gemodelleerd in de mainstream economie. Ook Nassim Nicholas Taleb bekritiseert het conventionele of mainstream economisch denken. Taleb is het oneens met het grootste deel van de economische theorie, wat in zijn visie sterk lijdt onder het overmatig gebruik van Plato’s ideeënleer, en roept op tot de intrekking van de Nobelprijs voor de Economie, aangezien economische theorieën volgens hem enorme schade kunnen veroorzaken.

Ondanks dergelijke kritiek is het academisch economisch onderwijs de afgelopen jaren steeds technischer en wiskundiger van aard geworden.[7]

Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Rappaport, Steven (28 July 1996). Abstraction and Unrealistic Assumptions in Economics 3 (2) . DOI: 10.1080/13501789600000016.
       • Rappaport, Steven, Models and Reality in Economics. Edward Elgar (1998), “Chapter 6: Economic Models”. ISBN 978-1-85898-575-6.
     &nbsp
  2. Keynes, J. M. (September 1924). Alfred Marshall 1842–1924. The Economic Journal 34 (135): 311–72 . DOI: 10.2307/2222645.
  3. "The 1992 Plea for a Pluralistic and Rigorous Economics" Foundation for European Economic Development, May 1992
  4. "How Did Economists Get It So Wrong?" Paul Krugman, New York Times, 2 september 2009
  5. England, Paula, Beyond Economic Man: Feminist Theory and Economics. University of Chicago Press (1993), “The Separative Self: Androcentric Bias in Neoclassical Assumptions”, p. 37–53. ISBN 978-0-226-24201-9.
  6. Feminist Economics Today: Beyond Economic Man. University of Chicago Press (2003), “Introduction: Beyond Economic Man: Ten Years Later”. ISBN 978-0-226-24207-1.
  7. (en) pdf-documentJohansson, D. (2004). Economics without Entrepreneurship or Institutions: A Vocabulary Analysis of Graduate Textbooks. Econ Journal Watch 1 (3): 515–538 . Gearchiveerd van origineel op 25 June 2008.
       • (May 2007). Where Would Adam Smith Publish Today? The Near Absence of Math-free Research in Top Journals. Econ Journal Watch 4 (2) .
  1. Rappaport, Steven (28 July 1996). Abstraction and Unrealistic Assumptions in Economics 3 (2) . DOI: 10.1080/13501789600000016.
       • Rappaport, Steven, Models and Reality in Economics. Edward Elgar (1998), “Chapter 6: Economic Models”. ISBN 978-1-85898-575-6.
     &nbsp
  2. Keynes, J. M. (September 1924). Alfred Marshall 1842–1924. The Economic Journal 34 (135): 311–72 . DOI: 10.2307/2222645.
  3. "The 1992 Plea for a Pluralistic and Rigorous Economics" Foundation for European Economic Development, May 1992
  4. "How Did Economists Get It So Wrong?" Paul Krugman, New York Times, 2 september 2009
  5. England, Paula, Beyond Economic Man: Feminist Theory and Economics. University of Chicago Press (1993), “The Separative Self: Androcentric Bias in Neoclassical Assumptions”, p. 37–53. ISBN 978-0-226-24201-9.
  6. Feminist Economics Today: Beyond Economic Man. University of Chicago Press (2003), “Introduction: Beyond Economic Man: Ten Years Later”. ISBN 978-0-226-24207-1.
  7. (en) pdf-documentJohansson, D. (2004). Economics without Entrepreneurship or Institutions: A Vocabulary Analysis of Graduate Textbooks. Econ Journal Watch 1 (3): 515–538 . Gearchiveerd van origineel op 25 June 2008.
       • (May 2007). Where Would Adam Smith Publish Today? The Near Absence of Math-free Research in Top Journals. Econ Journal Watch 4 (2) .
Amerikaanse dollar

De Amerikaanse dollar is de wettige munteenheid van de Verenigde Staten en van enkele andere landen die deze munt overgenomen hebben.

De Verenigde Staten namen de Amerikaanse dollar aan als nationale munteenheid in 1792. De dollar geldt sinds de Tweede Wereldoorlog als anker-valuta in de internationale handel. Zo worden de goud- en aardolieprijzen in de internationale handelsmarkt in dollars uitgedrukt.

Vooral sinds 2002 verliest de Amerikaanse dollar steeds meer zijn status van overheersende munteenheid. De Europese munteenheid, de euro, is hierdoor een grote concurrent aan het worden. Ook de Chinese renminbi wordt gezien als toekomstig sleutelvaluta in de wereldhandel. De gouverneur van de Chinese centrale bank 'Volksbank van China' stelde in maart 2009 voor om de dollar als reservevaluta te vervangen door een "mandje" van een aantal valuta's. De Russische minister van Financiën Kudrin verklaarde echter in juni 2009 dat de positie van de Amerikaanse dollar als leidende reservevaluta niet ter discussie stond.

Bachelor of Arts

Bachelor of Arts (afkorting: BA, vertaling: kandidaat in de kunsten, Latijn: Baccalaureus Artium) is een universitaire bachelorgraad in het kader van het bachelor-masterstelsel.

De graad met specificatie of Arts wordt hier normaliter gebruikt om aan te geven dat men aan een universiteit een driejarige wetenschappelijk of academisch georiënteerde initiële bacheloropleiding heeft afgerond in de geesteswetenschappen (letteren, theologie, cultuurwetenschappen en filosofie) of de sociale wetenschappen (bijvoorbeeld economie, sociologie, psychologie, etc.). Veel studies in de sociale wetenschappen die wiskundig zijn (zoals econometrie, economie, sociologie, psychologie, etc.) verlenen echter de graad Bachelor of Science. Bij het voeren van de graad wordt deze achter de naam gezet, bijvoorbeeld "P. Jansen, BA".

Het grootste verschil tussen een Bachelor of Science en een Bachelor of Arts is de mate van specialisatie. In een BSc heeft de student minder ruimte om vakken buiten de major te volgen, waardoor een hoge mate van specialisatie wordt bereikt. Een BA daarentegen draait om een brede academische vorming met veel ruimte voor vakken uit andere disciplines. De wetenschappelijke waarde is echter gelijk aan die van een BSc.

Bedrijf

Een bedrijf of onderneming is een organisatie van arbeid en kapitaal actief in de productie en/of het aanbieden van goederen en diensten. In de (klassieke) economische theorie zijn bedrijven gericht op het maken van winst. Een bedrijf dat tastbare producten maakt wordt ook wel een fabrikant genoemd.

Economie (systeem)

Economie is de wijze van productie, distributie en consumptie van schaarse goederen en diensten in een samenleving. Dit systeem van economisch handelen is het onderwerp van studie van de economische wetenschap.

Economische sector

Een economische sector is een deel van de economie. Het is een benaming voor alle bedrijven samen die actief zijn in een bepaalde categorie producten of diensten. Voorbeelden zijn de bouw, auto-, visverwerkende industrie en horeca.

Een economische sector wordt ook wel een branche of bedrijfstak genoemd. In het Engels duiden we een economische sector aan met de term industry of economic sector.

De indeling in economische sectoren hoort thuis in de meso-economie, die bedrijfstakken bestudeert.

Econoom

Een econoom of econome is iemand die zich bezighoudt met de wetenschap economie of deze toepast.

Economen en econometristen zijn op allerlei terreinen werkzaam. In de eerste plaats zijn verschillende economen werkzaam in het onderwijs en onderzoek. Anderen zijn werkzaam bij de overheden (ministeries; gemeenten en provincies). Veel economen zijn ook actief in het adviesvak. Ten slotte zijn er ook economen werkzaam in bedrijven.

Economen verdiepen zich in schaarste. Vaak houden ze zich bezig met het analyseren van financiële stromen.

Financiën

Financiën is hetgeen betrekking heeft op geld.

Vroeger betrof het chartaal geld, dat wil zeggen geld dat contant geld is, zoals metalen guldens en papieren waardebriefjes. Tegenwoordig hoort er ook giraal geld bij, zoals betaalkaarten en voorheen ook de chipknip.

Handel (economie)

Handel is het uitwisselen van producten tussen twee partijen tegen directe of uitgestelde betaling. Bij ruilhandel worden goederen tegen elkaar geruild, maar dit kan ook door gebruik te maken van geld of krediet. Als er geen sprake is van betaling, dan is de uitwisseling geen handel, maar een gift als het product vrijwillig wordt uitgewisseld, of diefstal als het product zonder toestemming wordt toegeëigend.

Doordat in de 20e eeuw het vervoer van goederen veel eenvoudiger en goedkoper is geworden, is de internationale handel steeds belangrijker geworden. Dit is een belangrijke vorm van globalisatie.

In veel landen wordt handel belast: handelaren die aan een transactie geld verdienen moeten een percentage van de meerwaarde afdragen aan de staat (btw).

De term handelsgeest duidt op vindingrijkheid, creativiteit en de gedrevenheid om met handel geld te verdienen.

Inkomen

Inkomen is alles wat iemand als opbrengst van arbeid, onderneming, onroerend goed of vermogen geniet, bijvoorbeeld loon, winst, huur, pacht, dividend of rente.

Bij inkomen wordt veelal over geld gesproken – echter goederen of diensten kunnen ook tot het inkomen behoren. Teneinde het inkomen (voor een vergelijking of een berekening) in dezelfde eenheid te kunnen uitdrukken zal men de niet geldelijke inkomens in een geldswaarde dienen uit te drukken.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten inkomens: primair, secundair en tertiair.

Het primair inkomen wordt gedefinieerd zoals hierboven.

Het secundair inkomen is het primair inkomen minus directe belastingen en sociale premies, en vermeerderd met inkomensoverdrachten (inkomens waarvoor geen prestatie wordt geleverd, bijvoorbeeld een uitkering).

Het tertiair inkomen is het secundair inkomen minus indirecte prijsverhogende belastingen (zoals btw), vermeerderd met prijsverlagende subsidies.

Investering

Een investering is een opoffering in geld, tijd of mankracht (personeel) ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald.

Investeren wordt in het dagelijks spraakgebruik vaak in een ruimere betekenis gebruikt, waarbij de nadruk wordt gelegd op een uitgave nu, die opbrengsten in de toekomst genereert ('investeren in jezelf en de toekomst').

Japan

Japan (Japans: 日本, Nippon, Nihon, met de letterlijke betekenis: oorsprong van de zon; de naam voor het oude Japan is 大和,Yamato) is een eilandstaat ten oosten van het Aziatische continent. Het land wordt gevormd door 6.852 eilanden in de Grote Oceaan. De grootste eilanden zijn Hokkaido, Honshu, Shikoku en Kyushu, die samen 97% van de totale oppervlakte van Japan beslaan. De hoofdstad en grootste stad van Japan is Tokio. De omringende agglomeratie Groot-Tokio is met bijna 40 miljoen inwoners de op een na grootste metropool ter wereld. Het gehele land telt 126.451.398 (2017) inwoners.

Japan werd al in het laatpaleolithicum bewoond, maar de hedendaagse bevolking stamt grotendeels af van de Yayoicultuur die vanaf de 3e eeuw v.Chr. door migranten van het vasteland werd gesticht. De Japanse rijken en stammen vergroeiden steeds verder met elkaar en werden daarbij sterk beïnvloed door de Chinese beschaving. Onder het militaire bewind van de shoguns, die vanaf 1185 feitelijk de leiding hadden, trok Japan zich vanaf de 17e eeuw echter steeds verder terug in een internationaal isolement. Het keerpunt kwam met de val van het shogunaat en de Meiji-restauratie in 1868, die de macht van de Japanse keizer in ere herstelde en een periode van modernisering inluidde. Door snelle industrialisatie en militair machtsvertoon in Oost-Azië groeide het Japans Keizerrijk in korte tijd uit tot een wereldmacht. Het moest zijn veroverde gebieden na de overgave in 1945 weer inleveren, maar tijdens en vooral na een korte Amerikaanse bezetting (die duurde van 1945 tot 1952) herstelde de Japanse economie zich razendsnel.

Het land is een constitutionele parlementaire monarchie, waarbij de wetgevende macht in handen is van de Kokkai (het parlement). Japan is 's werelds op twee na grootste economie en lid van grote organisaties als de VN, de G7 en de G20. De Japanse bevolking geniet de hoogste levensverwachting van alle landen in de wereld en de op twee na laagste kindersterfte.

Markt (economie)

Markt is een woord met verschillende betekenissen. In dit lemma wordt het woord markt gebruikt als een begrip in de economische wetenschap. In de meest algemene zin is de markt het geheel van omstandigheden waaronder gevraagde en aangeboden hoeveelheden van een bepaald product of een bepaalde dienst verhandeld worden en waar een prijs ontstaat. Het begrip staat centraal in de theorie van de prijsvorming in markt-economieën.

Mededinging

Mededinging of concurrentie is de strijd tussen verschillende partijen om schaarse bronnen of een doel te bereiken dat door zijn aard slechts voor enkelen is weggelegd. In een concurrentiestrijd gaat de winst van één partij meestal ten nadele van de anderen. Triviale voorbeelden zijn sportwedstrijden en artistieke onderscheidingen.

Nobelprijs

De Nobelprijs (Zweeds: Nobelpriset, Noors: Nobelprisen) is een jaarlijkse prijs, enerzijds voor wetenschappelijk onderzoekers die een opmerkelijke prestatie hebben geleverd op het gebied van de natuurkunde, scheikunde en fysiologie of geneeskunde, anderzijds aan auteurs die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de literatuur alsook voor personen en organisaties die belangrijk hebben bijgedragen aan de bevordering van de vrede. De prijs werd ingesteld in 1895 in het testament van Alfred Nobel, en in 1901 na zijn overlijden voor het eerst uitgereikt.

Daarnaast wordt sinds 1969 jaarlijks de Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie, ter nagedachtenis aan Alfred Nobel uitgereikt, die vaak foutief de Nobelprijs voor de Economie wordt genoemd.

Hoewel het met de prijs verbonden bedrag niet onaanzienlijk is, is het prestige en de erkenning die men door het winnen van een Nobelprijs krijgt voor de meeste winnaars de belangrijkste beloning.

De prijs voor de Vrede wordt toegekend door een comité van vijf leden van het Noorse parlement (het Nobelcomité). De andere prijzen worden toegekend door verschillende Zweedse wetenschappelijke instellingen:

de Zweedse Academie: Literatuur

het Karolinska-instituut: Fysiologie of Geneeskunde

de Koninklijke Academie voor Wetenschappen: Natuurkunde en ScheikundeDe prijs was tot 2012 gestegen tot 10 miljoen Zweedse kronen (circa 1 miljoen euro), maar werd toen door de financiële situatie naar 8 miljoen kronen teruggebracht. De prijs is bedoeld ter ondersteuning van verder onderzoek, zonder dat de prijswinnaar zich met de financiering daarvan hoeft bezig te houden.

Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie

De Prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel, veelal aangeduid als de Nobelprijs voor Economie, werd ingesteld en voor het eerst uitgereikt in 1969, ter herdenking van het 300-jarig bestaan van de bank.

De prijs is eigenlijk geen Nobelprijs maar wordt zo genoemd omdat hij wordt uitgereikt tijdens dezelfde ceremoniële bijeenkomst in Stockholm als de eigenlijke Nobelprijzen, die van de Nobelstichting (met uitzondering van de Nobelprijs voor de Vrede). De prijs wordt jaarlijks toegekend door een commissie van de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen).

De associatie van deze prijs met de oorspronkelijke Nobelprijzen is dikwijls controversieel. Peter Nobel, achterkleinzoon van Alfred Nobels broer Ludvig, distantieerde zich van wat hij een 'PR-coup' noemde, bedoeld om winstmaximalisatie een respectabel voorkomen te geven.

Product (economie)

Een product, levering, goed of artikel in economische zin is een tastbare zaak met een bepaalde waarde. Producten kunnen worden aangeboden op de markt om aan een vraag te voldoen. Naast producten bestaan er ook diensten en werken.

Productie

Productie is het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen (of perceptie van die eigenschappen) te verkrijgen of te behouden. Wanneer in de productie de fysieke toestand, verschijningsvorm, van een product wordt veranderd verkrijgt het product ook andere eigenschappen. Er is een directe relatie tussen toestand en eigenschappen van een product. Het begrip productiviteit is afgeleid van dit begrip productie.

Criteria voor het beoordelen van de productie-omgeving zijn:

kostprijs

kwaliteit (inclusief betrouwbaarheid)

levertijd (inclusief betrouwbaarheid)

assortiment (nieuwe producteigenschappen)

service (inclusief betrouwbaarheid)

milieuEen zevende criterium is flexibiliteit. Dit criterium heeft betrekking op alle genoemde punten.

Sovjet-Unie

De Sovjet-Unie (letterlijk "Raden-unie") of kortweg SU, voluit de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (Russisch: Союз Советских Социалистических Республик; Sojoez Sovjetskich Sotsialistitsjeskich Respoeblik) of afgekort USSR (СССР; SSSR), was een communistische staat in Eurazië.

Het was een eenpartijstaat die vanaf de oprichting in 1922 tot het uiteenvallen in 1991 werd geregeerd door de Communistische Partij. Hoewel de Sovjet-Unie officieel een unie van vijftien subnationale socialistische sovjetrepublieken was, waren de overheid en economie sterk gecentraliseerd.

De Russische Revolutie van 1917 veroorzaakte de ondergang van het Russische Rijk. Na de Russische Revolutie was er een strijd om de macht tussen de bolsjewistische partij, onder leiding van Vladimir Lenin, en de anticommunistische Witte beweging. In december 1922 hadden de bolsjewieken de burgeroorlog gewonnen, en werd de Sovjet-Unie opgericht door de fusie van de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek, de Transkaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek, de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek en de Wit-Russische Socialistische Sovjetrepubliek.

Na de dood van Vladimir Lenin in 1924 kwam Jozef Stalin aan de macht. Hij heeft de Sovjet-Unie geleid door middel van een grootschalig industrialisatieprogramma. Stalin ontwikkelde een plan-economie en onderdrukte politieke oppositie tegen hem en de communistische partij.In juni 1941 viel nazi-Duitsland met zijn bondgenoten de Sovjet-Unie binnen, waarmee nazi-Duitsland het niet-aanvalsverdrag brak dat beide landen hadden ondertekend in 1939. Na vier jaar won de Sovjet-Unie de oorlog, en werd een van de twee grootmachten van de wereld, tegenover de Verenigde Staten.

De Sovjet-Unie en haar Oost-Europese satellietstaten waren na de Tweede Wereldoorlog verwikkeld in de Koude Oorlog, een langdurige wereldwijde ideologische en politieke strijd tegen de Verenigde Staten en hun westerse bondgenoten, die uiteindelijk voor economische problemen zorgde. In de late jaren 80 probeerde de laatste Sovjetleider Michail Gorbatsjov de staat te hervormen met zijn beleid van perestrojka en glasnost, maar de Sovjet-Unie stortte in elkaar en werd officieel ontbonden in december 1991 na de mislukte Augustusstaatsgreep in Moskou. De Russische Federatie nam haar rechten en verplichtingen over.

United States Census Bureau

Het United States Census Bureau (officieel Bureau of the Census) is het bureau dat de volkstelling in de Verenigde Staten bijhoudt en is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken.

De bevolking wordt één keer per 10 jaar geteld en de verdeling van zetels in het Huis van Afgevaardigden is hier ook een afspiegeling van. Er wordt ook onderzoek gedaan naar andere aspecten van de bevolking (leeftijd, inkomen), economie en geografie. Het Census Bureau wordt geleid door een directeur, bijgestaan door een adjunct-directeur. Het hoofdkwartier van het United States Census Bureau zit in Washington D.C.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.