Dynastie

Een dynastie is een opeenvolging van heersers die tot eenzelfde familie behoren. Het van oorsprong Griekse woord δυναστεία (dunasteia) komt van δυνάστης (dunastès), wat leider of gezagsdrager betekent.

Dynastieën zijn typisch voor erfelijke monarchieën en feodale heren. Soms is er ook bij verkozen leiders sprake van dynastieën en bij uitbreiding wordt de term ook gebruikt voor families van politici, zakenlieden, bedrijfsleiders, hoge ambtenaren.

Monarchale dynastieën

De oudste Egyptische dynastie dateert van voor 3000 v. Chr., maar het verschijnsel dynastievorming moet al eerder hebben bestaan. In veel samenlevingen wordt verwacht dat het hoofd van een clan of stam door een van zijn zonen wordt opgevolgd, ook als er sprake was van een verkiezing of een andere manier om de leider aan te wijzen. Zulke opvolging van vader op zoon evolueerde vaak tot een automatisme, zodat er een recht van opvolging ontstond. Bij sommige volkeren kon het gebeuren dat de monarchie, zonder echt erfelijk te zijn, binnen dezelfde familie bleef. Bij de Franken werden de koningen aanvankelijk gekozen onder de leden van de Merovingers. In Arabische monarchieën, zoals nu nog Saoedi-Arabië en Jordanië, wijst de koning vaak zijn opvolger aan binnen de regerende dynastie.

In Europa ontstond vrijwel overal een systeem van erfopvolging, meestal in de mannelijke lijn en volgens een eerstgeboorterecht, hoewel niet noodzakelijk. In diverse Germaanse dynastieën was het de gewoonte dat de vorst zijn staat onder al zijn zonen verdeelde. Dit leidde in Duitsland, tot het einde van het Heilige Roomse Rijk in 1806, tot eindeloze opsplitsingen van vorstendommetjes.

Huis

In de genealogie en het recht wordt een vorstelijke familie wel als "huis" aangeduid. Een voorbeeld is het huis Oranje-Nassau of het huis Wittelsbach. De term wordt alleen gebruikt voor de regerende, voorheen regerende en ebenbürtige geslachten. Het is niet gebruikelijk om bij de hedendaagse (lagere) adel of de burgerij van een "huis" te spreken. Een huis is en was behalve in familiaal verband ook juridisch een eenheid. Het hoofd van een huis wordt als "hoofd" of "chef" aangeduid, de leden heten agnaten. In Duitsland golden huiswetten en huisverdragen waaraan de leden zich hadden te houden. Die leden waren alle mannelijke afstammelingen van de stamvader van dat huis in rechte lijn, hun echtgenoten en hun kinderen. Een dochter die huwde werd juridisch deel van een ander huis al strekte de tucht van de chef van het huis Habsburg zich ook over hen uit. Zo verloor de Saksische kroonprinses Louise van Oostenrijk-Toscane, na een schandaal door ingrijpen van Frans Josef I van Oostenrijk haar titels keizerlijke en koninklijke hoogheid en aartshertogin van Oostenrijk.[1]

De huiswetten stelden vaak strenge eisen aan de huwelijkspartners en hun godsdienst. De agnaten mochten alleen trouwen met hoge adel en zij moesten een bepaalde religie aanhangen. Wanneer zij zich daaraan niet hielden werden zij uit het huis verwijderd en verloren zij hun titel en het predicaat koninklijke, of doorluchtige hoogheid.

De Duitse rechter heeft de geldigheid van deze wetten en de beperkingen en sancties die zij de agnaten opleggen verworpen omdat zij in strijd zijn met de Duitse wet en de Duitse rechtopvattingen.[2] In het huis Habsburg houden de agnaten zich nog wel aan de huiswetten en aan de tucht die de chef, Otto von Habsburg de familie oplegt. In andere families zijn zij een dode letter geworden. In het huis Romanov en het huis Bourbon spelen zij een grote rol omdat de Romanovs en de Bourbons voortdurend onderling strijden over hun aanspraak op de troon en het grootmeesterschap van de dynastieke orden. Wanneer de vader van een pretendent met een edelvrouwe van niet koninklijke rang is getrouwd, of een echtscheiding aanvraagt, wordt dat door andere familieleden beschouwd als het opgeven van de rechten op de Russische of Franse troon.

In het internationaal recht worden de titels die het hoofd van een na 1815 regerend geslacht zijn verwanten verleent erkend.

Een agnaat onttrekt zich aan het gezag van de chef van zijn huis wanneer hij zelf staatshoofd wordt en een dynastie sticht. De takken Oostenrijk-Este en Oostenrijk-Toscane, afstammelingen van het huis Habsburg zijn onder het gezag van de chef blijven vallen, al heeft die chef de hoofden van deze twee families veel autonomie gegund. Toen koningin Wilhelmina der Nederlanden met Hendrik van Mecklenburg-Schwerin trouwde kostte het de Nederlandse regering en onderhandelaar Johan Willem Meinard Schorer moeite om duidelijk te maken dat de Nederlandse koningin en haar toekomstige kinderen niet onder het gezag en de huiswetten van de chef van het huis Mecklenburg-Schwerin zouden vallen. Een en ander werd in een huwelijksverdrag, in feite een huisverdrag,[3] geregeld.[4].

Europese dynastieën

In Europa wordt de naamgeving aan een dynastie, in deze zin een reeks opeenvolgende regerende vorsten, meestal aan de hand van de achternaam van de eerste vorst genomen, deze beschrijft meestal de plaats waarvan ze vandaan komen of een kasteel. Deze soevereine huizen, vormen al sinds eeuwen de top van het Europese adellijk stelsel. Zo waren er de prinsen van Oranje-Nassau die zichzelf uitriepen tot koning, hun dynastie werd de Oranje-dynastie genoemd. In België noemt de koninklijke familie zich van België, maar behoort tot het huis Saksen-Coburg en Gotha.

Klassieke voorbeelden

In het buitenland en in de historie van klassieke staten wordt meestal de naam van de stam aan de dynastie gegeven, zoals in China waar men de Yuan-dynastie had, de naam refereerde aan de Mongolen.

In het geval van Oud-Egypte worden de dynastieën genummerd, zoals de 1e tot en met de 31e dynastie. In Egypte begon men een dynastie als een heerser uit een bepaalde stad kwam zoals Thebe of als daar de hoofdstad was. Bij de Franken, die van de 6de eeuw tot de 10de eeuw heersten in West-Europa waren er ook twee grote dynastieën, namelijk de Merovingische en de Karolingische (met Karel de Grote) dynastie.

Politieke dynastieën

In de Verenigde Staten bestaan er dynastieën van politiek of economisch machtige families, zoals Bush, Kennedy, Rothschild, Rockefeller en Roosevelt. In België bestaan er politieke families; elders op de wereld lijken er ook politieke dynastieën te ontstaan, denk aan India, Noord-Korea, Haïti, Bangladesh, Pakistan, Indonesië, de Filipijnen, Argentinië waar familieleden of echtgenoten elkaar als president opvolgden.

België

De aanwezigheid van politieke dynastieën in de Belgische politiek werd in de aanloop naar de deelstatelijke verkiezingen van 7 juni 2009 een nieuwsthema. De Waalse krant Sud Presse, de Vlaamse krant Het Nieuwsblad en het persagentschap Belga gaven statistische informatie omtrent de actuele familiale banden van leden van de uitvoerende en wetgevende macht. Zo goed als tien procent van de politiek verkozenen in België is zoon of dochter van een politicus. Onder de Franstaligen in de federale regering bedraagt het cijfer 41,6 %. Vijf van de twaalf Franstalige ministers beschikken over een 'politieke' vader of moeder. In het federaal parlement hebben of hadden 12 van de 103 verkozenen een ouder in de politiek, wat neerkomt op 11,6 %. In het Brussels parlement gaat het om 4 van de 72 (5,5 %), in het Waals parlement om 8 van de 75 (10,6 %). Van de Franstalige partijen telt enkel Ecolo geen enkele verkozene die een vader of moeder in de politiek had. Bij de liberale MR gaat het om 13 op 78 verkozenen (16,6 %), bij de socialistische PS om 9 op 87 (10,3 %), bij cdH om 4 op 42 (9,5 %)[5][6][7] Boudewijn Bouckaert gebruikte op 16 april 2009 op radio 1 in het radioprogramma De Ochtend het begrip erfelijke parlementaire democratie om deze toestand te omschrijven.[8]

Nederland

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Keizerlijk Decreet van 27 januari 1903, Almanach de Gotha 1900.
  2. Duitse jurisprudentie
  3. Het verdrag werd niet door de Nederlandse regering gesloten.
  4. Jhr. Mr. J.W.M. Schorer in Raadsman achter de Troon, 2002
  5. Belga, 16 april 2009
  6. Het Nieuwsblad, 15 april 2009
  7. Sud Presse, 16 april 2009
  8. VRT, Radio 1, De Ochtend, 16 april 2009
  1. Keizerlijk Decreet van 27 januari 1903, Almanach de Gotha 1900.
  2. Duitse jurisprudentie
  3. Het verdrag werd niet door de Nederlandse regering gesloten.
  4. Jhr. Mr. J.W.M. Schorer in Raadsman achter de Troon, 2002
  5. Belga, 16 april 2009
  6. Het Nieuwsblad, 15 april 2009
  7. Sud Presse, 16 april 2009
  8. VRT, Radio 1, De Ochtend, 16 april 2009
18e Dynastie van Egypte

De 18e Dynastie (1550-1292 v.Chr.) is de eerste dynastie van het Nieuwe Rijk na de verdrijving van de Hyksos door Ahmose I die daarmee deze dynastie stichtte.

Het is misschien wel de bekendste van alle dynastieën van het oude Egypte. Naast een aantal van Egyptes machtigste farao's, kende deze dynastie ook zwakkere figuren, zoals Toetanchamon, wiens graf, ontdekt door Howard Carter in 1922, een van de grootste archeologische vondsten aller tijden was, daar deze volledig gespaard was gebleven van grafrovers. De dynastie staat ook wel bekend onder de naam van Thoetmosidische dynastie, omdat elk van de vier farao's die onder de naam Thoetmosis regeerden als goede heersers worden beschouwd. Ahmose, haar dochter Hatsjepsoet, en misschien twee andere van een handvol inheemse vrouwen van wie bekend is dat zij tot farao werden gekroond, regeerden tijdens deze periode, net zoals Achnaton (ook wel bekend als Amenophis IV), de "ketterse farao" die samen met zijn vrouw Nefertiti, trachtte de macht te breken van de machtige priesters van Amon-Ra door van Aton de nieuwe oppergod te maken.Deze periode waarin deze dynastie regeerde wordt samen met de regeerperioden van de negentiende en twintigste dynastie het Nieuwe Rijk genoemd.

Afshariden

De Afshariden-dynastie (Perzisch سلسله افشار) beheerste van 1736 tot 1747 een groot rijk omvattende Iran, Noord-Indië, deel van Centraal-Azië en deel van Kaukasus, betwist daarna tot 1796 nog slechts Perzië met twee andere dynastieën: de Kadjaren en de Zand-dynastie.

Afshariden-heersers waren:

Nadir Shah 1736-1747

Adil Shah 1747-1748

Ebrahim Shah 1748-1748

Shahrokh Shah 1748-1796.

Chinees Keizerrijk

Het Chinees Keizerrijk bestond tussen het jaar 221 v.Chr. en 1911.

Han-dynastie

De Han-dynastie (206 v.Chr. - 220 na Chr.) volgde de Qin-dynastie op en ging vooraf aan de Drie Koninkrijken van China.

Tijdens de Han-dynastie, vernoemd naar de Hanrivier, werd China officieel een confuciaanse staat en bloeide het land op: de landbouw, de ambachten en de handel floreerden en de bevolking bereikte het aantal van 50 miljoen. Ondertussen breidde het imperium zijn politieke en culturele invloed uit in Vietnam, Centraal-Azië, Mongolië en Korea alvorens het definitief onder een combinatie van binnenlandse en buitenlandse druk ineenstortte. De periode wordt verdeeld in twee subperiodes, namelijk de Vroege Han (Qian Han 前 漢) of Westelijke Han (Xi Han 西 漢), 206 v.Chr. - 9 v.Chr., en de Late Han (Hou Han 後 漢) of Oostelijke Han (Dong Han 東 漢), 25 - 220 n.Chr. De dynastie werd opgericht door het geslacht Liu. Tussen de Vroege en Late Han was er een turbulente onderbreking, de Xin-dynastie, waarin keizer Wang Mang over China regeerde.

Joseondynastie

De Joseondynastie (ook wel Chosondynastie genoemd) is een periode uit de Koreaanse geschiedenis die duurde van 1392 tot 1897. De gehele Joseondynastie bestrijkt een periode van ruim 500 jaar en is daarmee de langst durende dynastie uit de Koreaanse geschiedenis.

De Joseondynastie is zeer bepalend geweest voor alles wat we nu kennen als Koreaans. Ze bepaalt nog steeds grotendeels het gezicht van de hedendaagse Korea’s. Dit is merkbaar in alledaagse zaken zoals normen en waarden, etiquette, taalgebruik en hoe men functioneert in de samenleving.

De Koninklijke tombes van de Joseondynastie staan sinds 2009 als cultuurerfgoed op de Werelderfgoedlijst van UNESCO

Kadjaren

De Kadjaren/Qajaren-dynastie was een Iraanse koninklijke dynastie van Azerbeidzjaanse afkomst die van 1796 tot 1925 over Perzië heerste.

De dynastie werd gevestigd in 1794 door Agha Mohammed Khan Kadjar, zoon van de heerser van noordelijk Iran, die de verschillende rivaliserende groepen versloeg en zo een einde maakte aan een burgeroorlog die tientallen jaren had gewoed na de dood van Nadir Sjah. In 1796 veroverde hij Teheran en maakte het tot zijn hoofdstad. Hij heroverde eveneens de landsgebieden in de Caucasus en in het oosten van het rijk, die in de voorgaande eeuw verloren waren gegaan. Hij werd, niet lang na het aan de macht komen, vermoord door enkele bedienden die op diefstal waren betrapt, waarna hij opgevolgd werd door zijn neef Fath Ali.

Gedurende de Kadjaren-dynastie verkregen Europese grootmachten zoals het Verenigd Koninkrijk en Rusland geleidelijk relatief veel invloed in Perzië, maar het land bleef wel onafhankelijk. Tijdens het bewind van Fath Ali Sjah werd Perzië middels twee oorlogen gedwongen noordelijke gebieden aan de Russen af te staan, ondanks dapper optreden van het Perzisch leger onder de bezielende leiding van kroonprins Abbas Mirza. De kwaliteit van de Russische kanonnen leverde uiteindelijk het voordeel voor de Russische troepen op. In 1800 gingen de Fransen onder Napoleon een alliantie aan met Fath Ali Sjah om via Perzië Brits India te bereiken. Als tegenprestatie voor een vrije doorgang beloofden de Fransen de Perzen te steunen in hun oorlog met Rusland. Frankrijk sloot echter heimelijk een verdrag met Rusland, waardoor de Perzische troepen op zichzelf waren aangewezen tegenover de troepen van grootmacht Rusland. In 1804 brak de Eerste Russisch-Perzische Oorlog uit, waarbij onder ander Bakoe en Derbent door de Russen veroverd werden. In 1813 werd een vrede getekend.

Van 1826 - 1828 woedde de Tweede Russisch-Perzische oorlog. De Perzen waren ontevreden over de voorwaarden van de eerste oorlog en verklaarden nu zelf de oorlog aan de Russen. De oorlog liep uit op een vernedering voor de Iraniërs.

Ook werden in het midden van de negentiende eeuw diverse oorlogen gevoerd door de Perzen om het westen van Afghanistan te heroveren. In diezelfde periode vervolmaakten de Russen ondertussen hun veroveringen van Centraal-Azië. Om de militaire macht van de Russen te stoppen, zochten de Perzen een alliantie met het Verenigd Koninkrijk. Hierdoor verkregen de Britten diverse commerciële concessies zoals de aanleg van spoorwegen en het boren naar aardolie. Het fundament voor het latere bedrijf BP werd hiermee gelegd.

Tegen het eind van de 19e eeuw ondernamen de sjahs diverse pogingen om het land te moderniseren. Zo werd in 1906 een volksvertegenwoordiging (Majlis) geïnstalleerd. Tevens werden hoger onderwijs, gezondheidsinstellingen, de politie en de overheidsinstellingen gemoderniseerd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wilde Perzië neutraal blijven, maar het Osmaanse Rijk had de kant van de Duitsers gekozen en de olievelden waren té belangrijk om niet beschermd te worden. Zowel Rusland als het Verenigd Koninkrijk vielen Perzië binnen.

Na de oorlog heerste er door het optreden van Britse en Russische troepen een chaos in Perzië. De Engelsen wilden het land graag onder hun mandaat stellen. Zij waren bewust geworden van de grote strategische en economische betekenis van aardolie. Toen Soltan Ahmad Sjah echter niet wilde buigen voor Britse druk, keken de Engelsen uit naar andere mogelijkheden om hun invloed in het land te vergroten. De Britten dachten in de persoon van de militair Reza Khan de juiste persoon te hebben gevonden en met Britse steun pleegde kolonel Mirza Reza een staatsgreep in 1921.

Na een aantal jaren de politieke leiding te hebben gehad, wilde hij meer en in 1925 dwong hij het parlement hem tot sjah te verkiezen. De laatste Kadjaren-sjah werd -tegen de regels van de constitutie in - afgezet en Mirza Reza nam de pre-islamitische naam 'Pahlavi' aan en stichtte zo de Pahlavi-dynastie, die slechts tot 1979 zou regeren.

Onder de Kadjaren vond een renaissance plaats van de Perzische kunsten. Het hof investeerde veel in de bouw van paleizen en tuinen alsook de vervaardiging van vele kunstvoorwerpen. Onder leiding van enkele vooruitstrevende ministers, vooral door de getalenteerde Nasser ed-Din Sjah, werd ook de aanzet gegeven voor een literaire bloeiperiode. Ook de beoefening van de wetenschap kreeg onder de Kadjaren een nieuw elan. Reeds onder Fath Ali Sjah en op instigatie van diens kroonprins Abbas Mirza Nayeb os-Saltaneh, werden de eerste Perzische studenten naar Engeland gestuurd. Enige decennia later zou een zoon van Fath Ali Sjah, prins Etezad os-Saltaneh, dit initiatief op grotere schaal voortzetten. Ook maakte hij de plannen van de moderne eerste minister Amir Kabir tot oprichting van een modern onderwijsinstituut mogelijk: de Dar ol-Fonoun, de eerste op westerse wetenschap gebaseerde Perzische hogeschool.

Vanaf circa 1990 is er in de huidige Islamitische Republiek Iran sprake van een ware herleving van de belangstelling voor de geschiedenis en cultuur van de Kadjaren-tijd, gezien de vele publicaties, documentaires, films, exposities.

De nazaten van de Kadjardynastie wonen verspreid over de wereld, maar houden hun onderlinge banden warm middels de Kadjar (Qajar) Family Association, waarin zij verenigd zijn en de International Qajar Studies Association (IQSA), die vanaf 2000 actief is. Een eerste bijeenkomst van IQSA vond plaats aan de universiteit van Leiden. Sinds dat jaar heeft IQSA vele tijdschriften en boeken gepubliceerd over het wel en wee van deze dynastie. Het kantoor en archief van de IQSA is sinds 2017 gevestigd in Museum Het Ursulinenconvent – Internationaal Museum voor Familiegeschiedenis te Eijsden, Zuid-Limburg, terwijl een deel van het archief ook voorlopig is ondergebracht in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam.

Karolingen

De Karolingen waren een dynastie die het Frankische Rijk regeerde van de 8e tot de 10e eeuw. De dynastie nam het Frankische rijk over van de Merovingen in 751, door Pepijn de Korte. De naam van de dynastie is afgeleid van Karel Martel (die als bastaardzoon niet als volwaardig lid van de Pepiniden werd aanvaard).

Merovingen

De Merovingen waren een dynastie van Frankische koningen, die over een regelmatig veranderend gebied in delen van het huidige Nederland, België, Frankrijk en Duitsland regeerden van de 5e tot in de 8e eeuw.

Ming-dynastie

De Ming-dynastie (1368-1644) regeerde bijna drie eeuwen over China. Het Mingtijdperk wordt beschouwd als "een van de grootste periodes van ordelijke regering en sociale stabiliteit in de menselijke geschiedenis". Deze stabiliteit werd gerealiseerd door een sterk autocratisch bewind, ondersteund door een efficiënte bureaucratie van in de confuciaanse klassieken geschoolde ambtenaren (literaat-bestuurders). De Chinese bevolking verdrievoudigde in de Mingperiode, van circa 60 miljoen tot 150-200 miljoen mensen en het rijk kende een grote commerciële en culturele bloei.

De eerste keizer van de dynastie was Zhu Yuanzhang, een meedogenloze rebellenleider in de chaotische nadagen van de Mongoolse Yuan-dynastie. Zhu versloeg al zijn rivalen in de strijd om de macht en stichtte in 1368 de nieuwe dynastie onder de naam Ming. Zhu Yuanzhang regeerde als de Hongwu-keizer dertig jaar op despotische wijze het rijk en drukte een blijvend stempel op de regering en het land.

Het ideaal van Hongwu was een land van zelfvoorzienende landbouwgemeenschappen die met (militaire) corveediensten en belastingen in natura het regime in stand moesten houden. De boerenzoon stond wantrouwend tegenover de handel, die hij aan banden legde maar ook nauwelijks belastte. Ten tijde van de commerciële expansie in de zestiende eeuw liep het Mingregime hierdoor belangrijke inkomstenbronnen mis. Hongwu vertrouwde ook de geletterde elite (literaten) niet, maar herstelde wel het examenstelsel in ere als belangrijkste route naar een ambtelijke loopbaan.

Als inheems heersershuis die de gehate buitenlandse overheersers had verdreven was de Ming in zichzelf gekeerd en geneigd tot een defensieve en isolationistische houding ten opzichte van de buitenwereld. De zeven spectaculaire vlootexpedities van admiraal Zheng He naar de Indische Oceaan vormden een uitzondering op deze regel. Buitenlandse contacten en handel werden zoveel mogelijk gereguleerd via het tribuutsysteem. De dreiging van de Mongoolse stepperuiters bleef echter aanwezig en dwong de Ming tot het onderhouden van een groot staand leger en het versterken van de duizenden kilometers lange Grote Muur in het noorden. De kuststreken werden op hun beurt bedreigd door wakō-piraten en het verschijnen van de eerste Europeanen, Portugezen, Spanjaarden en na 1600 Nederlanders.

De zestiende eeuw was in veel opzichten de bloeiperiode van het rijk. In cultureel opzicht leidde de toenemende urbanisatie en de expansie van de boekdrukkunst tot een grotere diversiteit en verfijning. Een vrijdenkende literaat als Wang Yangming is een sprekend voorbeeld van deze ontwikkeling. De contacten met de Europeanen stimuleerden de commercialisering en ambachtelijke productie van China, vooral in de delta van de Yangzi Rivier. Via de zogenaamde Columbiaanse uitwisseling kwam het land in aanraking met nieuwe landbouwgewassen uit Amerika, zoals maïs en aardappelen, waardoor de bevolking verder kon groeien. Chinese producten als zijde en het veelgeroemde Mingporselein waren zeer gewild bij de Europeanen. Via allerlei officiële en clandestiene kanalen stroomde Amerikaans en Japans zilver het land binnen. Ongemunt zilver verving het door hyperinflatie waardeloos geworden papiergeld als het belangrijkste ruilmiddel. De belastingen in natura werden meer en meer omgezet in betalingen in zilver, een ontwikkeling die via de Eén Zweep Hervormingen (yitiao bianfa) landelijk werd doorgevoerd.

Het begin van de zeventiende eeuw was daarentegen een tijd van rampspoed voor het rijk. Onder invloed van de klimaatverslechtering tijdens de Kleine IJstijd volgde de ene misoogst op de andere, met als resultaat hongersnood en rebellie. Onderbrekingen in de aanvoer van zilver leidden tegelijkertijd tot een fiscale crisis. Het regime slaagde er niet langer in het land onder controle te houden en in 1644 nam de opstandeling Li Zicheng de hoofdstad Beijing in. De laatste Mingkeizer hing zichzelf op in de Verboden Stad. Li Zicheng werd kort daarna verdreven door de Mantsjoes van de Qing-dynastie, die van de verwarring gebruik maakten om de Grote Muur te passeren. Loyalisten van de Ming bleven zich nog tot 1662 verzetten tegen de nieuwe heersers (zie Zuidelijke Ming).

Nieuwe Rijk

Het Nieuwe Rijk is de periode in de Egyptische oudheid tussen de Tweede en de Derde Tussenperiode. Deze periode in de geschiedenis van het Oude Egypte loopt van omstreeks 1550–1070 v.Chr. en beslaat de 18e, 19e en 20e Dynastie. De laatste twee dynastieën worden ook wel de Ramessidentijd genoemd.

Dit is de periode waarin het Oude Egypte op het hoogtepunt van zijn macht was. Deze periode van voorspoed begon rond 1550 v.Chr. na de verdrijving omstreeks 1550–1525 v.Chr van de Hyksos door Ahmose I. De periode beslaat de 18e, de 19e en de 20e Dynastie.

De betrekkingen met andere landen en volken, zoals met Kreta en met de Hettieten waren in deze tijd goed. Veel belangrijke monumenten van het Oude Egypte, zoals de Luxortempel, het Ramesseum en de tombe van Seti I komen uit deze tijd.

Tijdens de Tweede Tussenperiode was het noorden van Egypte onderworpen aan de Hyksos, terwijl het zuiden in handen van de Egyptenaren was. Kamose, de laatste farao van de zuidelijke 17e dynastie, heroverde het land tot aan Memphis. Zijn opvolger Ahmose verdreef uiteindelijk de Hyksos uit Egypte en stichtte daarmee de 18e dynastie. Deze dynastie kent veel beroemde farao's, waaronder Amenhotep I, II en III, Thoetmosis I, II, III en IV, Hatsjepsoet, Achnaton, Toetanchamon, Eje en Horemheb.

Over de regering van Thoetmosis II is weinig bekend. Zijn zoon, Thoetmosis III, was te jong om te regeren, dus werd de vrouw en zus van Thoetmosis II, Hatsjepsoet, regent voor Thoetmosis III. Al snel riep Hatsjepsoet zichzelf tot farao uit en regeerde tot aan haar dood, waarna Thoetmosis III de macht overnam.

Aan het begin van het Nieuwe Rijk werd het de gewoonte één vrouwen van het hof Godsvrouw van Amon te noemen, meestal de echtgenote van de farao zelf, maar soms ook zijn moeder. Dat verwees naar de goddelijke afkomst van de farao.

Achnaton was de zoon van Amenhotep III, maar veranderde zijn naam van Amenhotep IV in Achnaton. Hij bracht enkele opmerkelijke veranderingen. Zo stichtte hij een nieuwe hoofdstad die hij Achetaton noemde. Hij liet alle tempels sluiten en zorgde ervoor dat men voortaan slechts een god aanbad, namelijk Aton, de zonneschijf. Toetanchaton was waarschijnlijk een zoon van een van de bijvrouwen van Achnaton. Hij veranderde toen hij farao was en de traditionele religie in ere werd hersteld zijn naam in Toetanchamon. Toen Toetanchamon aan de macht kwam, was hij ongeveer 7 jaar oud, en lag de ware macht in handen van Eje en generaal Horemheb. Na de dood van Toetanchamon nam Eje de macht over, maar werd al snel door Horemheb opgevolgd.

Toen Horemheb zonder erfgenaam stierf nam generaal Ramses de macht over. Deze farao wordt officieel gezien als de eerste farao van de 19e dynastie. Eén van de opvolgers van Ramses, Ramses II, bouwde meer dan welke andere farao dan ook en verplaatste de hoofdstad naar Pi-Ramesse in de Nijldelta.

Een belangrijke ontwikkeling tijdens de 20e dynastie was dat het merendeel van het land in handen kwam van de tempels, met name van de tempel van Amon in Karnak. Deze tempel kreeg daardoor de controle over het zuiden van Egypte. De hogepriesters van deze tempel vormden een rivaliserende dynastie met die van de farao's in het noorden van het land. De aantasting van het centraal gezag in deze periode en het uiteenvallen van het verenigde Egyptische koninkrijk leidde tot de periode die de Derde Tussenperiode wordt genoemd.

Aan de voorspoed van het Nieuwe Rijk kwam onder Ramses III, ongeveer 1194–1163 v.Chr., een einde, nadat deze rond 1177 v.Chr. nog wel de Zeevolken had verslagen.

Pahlavidynastie

Pahlavi (Pahlawi, Pehlavi en diverse andere spellingvarianten) is een Iraanse dynastie van sjahs, die er twee voortbracht:

Reza Pahlavi is de stichter van de dynastie. Hij werd geboren als Reza Khan en nam de pre-islamitische naam Pahlavi aan na zijn benoeming tot sjah. Hij regeerde van 1925 tot 1941.

Mohammad Reza Pahlavi is zijn zoon en regeerde van 1941 tot aan de Iraanse Revolutie van 1979.

Ptolemaeën

De Ptolemaeën (meervoud van Ptolemaeus), ook wel Ptolemaeërs (soms ook "Ptolemeërs"), is een uit Macedonië stammende Koninklijke dynastie die van 305 v.Chr. tot 30 v.Chr., na de dood van Alexander de Grote, over Egypte regeerde. Alexander had Egypte veroverd en bij zijn wereldrijk gevoegd. Na zijn dood bleek echter dat er geen opvolger klaarstond. Zijn generaals probeerden dan ook elk een deel van het rijk onder hun macht te krijgen. Ptolemaeus I Soter slaagde erin in Egypte de opvolger van Alexander te worden. Zijn dynastie wordt de Ptolemaeïsche dynastie genoemd en is tevens de laatste faraonische dynastie. Zij worden ook weleens de Lagiden genoemd, naar de naam van Ptolemaeus' vader Lagos. Deze dynastie ging ten onder toen Cleopatra VII en Marcus Antonius werden verslagen door een Romeinse legermacht onder leiding van de jonge Octavianus.

Qing-dynastie

De Qing-dynastie (Chinees: 清; pinyin: Qīnɡ), ook wel Mantsjoe-dynastie, was de laatste keizerlijke dynastie van China. Zij volgde de Ming-dynastie in 1644 op en werd zelf vervangen door de Republiek China in 1912.

De oorsprong van de dynastie lag in Mantsjoerije bij de Aisin Gioro, een van de vele clans die in het gebied leefden. Onder Nurhaci (1559–1626) wist de clan door verovering en allianties de dominante te worden van alle stammen van de Jurchen en overige stammen ten noordoosten van het Chinese rijk. Nurhaci wist die te verenigen in een confederatie. In 1616 benoemde hij zijn dynastie als de Latere Jin. Onder zijn zoon Hong Taiji (1592–1643) kwam de multi-etnische coalitie tot stand die hij in 1635 als Mantsjoes benoemde. In 1636 hernoemde Hong Taiji de dynastie en gaf die de naam Qing. (Helder). In 1644 veroverden de Mantsjoes Peking. Na de inname van Peking zou het nog veertig jaar duren voordat de Qing hun macht in het gehele land daadwerkelijk hadden geconsolideerd.

De Qing vormden het grootste Chinese rijk ooit. De omvang van het rijk werd vergeleken met dat van de Ming meer dan verdubbeld. Het aantal inwoners van het rijk aan het eind van de dynastie was met ruim 500.000.000 ruim het dubbele van het aantal in het begin van de dynastie. Met name vanaf de achttiende eeuw waren er in het rijk groepen aanwezig die daarvoor nooit deel hadden uitgemaakt van een Chinese staat, zoals Tibetanen, Oeigoeren, sommige groepen Mongolen, Birmezen en inheemse groepen op Taiwan. Het rijk van de Qing had een veel multi-etnischer karakter dan het rijk van welke dynastie daarvoor ook. Er is onder westerse historici ook wel een debat geweest of de Mantsjoe-keizers hun rijk nu als een Chinees rijk zagen of als een Qing-rijk waarvan China wel de verreweg belangrijkste maar niet de enige component was. Die laatste opvatting werd door Chinese historici fel bestreden. De huidige Volksrepubliek legitimeert huidige grenzen en aanspraken op betwist gebied op basis van ontwikkelingen tijdens deze dynastie. Ook de republiek China deed dat tussen 1912 en 1949.

Om een rijk met die omvang te kunnen regeren creëerden de Qing nieuwe en meer effectieve vormen van bestuur en communicatie. Tijdens de bloeiperiode van de dynastie, eind zeventiende tot eind achttiende eeuw, werd een productieniveau en welvaart bereikt dat aanzienlijk hoger was dan in welke dynastie daarvoor. De gemiddelde levensstandaard tijdens de achttiende eeuw was in China vermoedelijk hoger dan in West-Europa.

Aan het eind van de achttiende eeuw zijn er echter ook al tekenen dat het systeem begint te falen en onvoldoende in staat is problemen op te lossen. De contacten en handel met Europa speelden in strategisch opzicht lang slechts een marginale rol in de periferie. Pas vanaf de Eerste Opiumoorlog van 1839–1842 gaan gebeurtenissen in China voor een deel bepaald worden door westerse interventie en imperialisme. De dynastie is dan al ernstig verzwakt en overleefde de Taipingopstand van 1850–1864 nauwelijks. Vanaf de periode na deze opstand waren er facties aanwezig, die zich de noodzaak van hervormingen realiseerden. Het doel van de Zelfversterkingsbeweging was de introductie van westerse militaire technologie en het starten van een industriële ontwikkeling naar westers model juist om de Qing-dynastie te laten overleven en traditionele confuciaanse waarden te handhaven. Een aantal elementen hadden ook wel enig succes.

Meer in het algemeen was er toch te weinig blijvend resultaat vanwege het ontbreken van een op nationaal niveau consistent uitgevoerd moderniseringsbeleid. Er was daarnaast bij aanzienlijke groepen in de samenleving de opvatting dat zelfs een beperkte modernisering al gelijk stond aan cultureel verraad waardoor er uiteindelijk onvoldoende draagvlak was voor het consequent invoeren en toepassen van technologische en wetenschappelijke veranderingen. Na de Bokseropstand van 1899–1900 vond een herleving van een aantal hervormingen plaats die bekendstaat als De Nieuwe Politiek. Het zouden juist de instituten zijn, die gecreëerd waren door De Nieuwe Politiek vanaf 1901, zoals nieuw gevormde legerkorpsen, Kamers van Koophandel en provinciale assemblees die zouden zorgen voor de val van de dynastie.

Safawieden

De Safawieden (Perzisch. سلسلهٔ صفويان; Azerbeidzjaans. Səfəvilər dövləti, صفوی‌لر) waren een Azerbeidzjaanse dynastie van Azerbeidzjaanse herkomst. Zij regeerden van 1501 tot 1722 over Perzië. Oorspronkelijk waren zij leiders van een soennitische mystieke orde, maar in de tweede helft van de vijftiende eeuw werd dit een sjiitische politieke beweging die vanuit de stad Ardebil geheel Perzië wist te veroveren. De bekendste vorst uit de Safawiedendynastie is Abbas I de Grote. De Safawieden maakten de sjiitische islam de staatsgodsdienst van het Perzische rijk.

Song-dynastie

De Song-dynastie (Chin.: 宋朝; Standaardkantonees: Song Tsiew, 960-1279) was een dynastie in China. Ten tijde van het aantreden van de Song-dynastie werd China voor het eerst sinds de val van de Tang-dynastie in 907 herenigd. Gedurende de tussenliggende jaren, bekend als de Vijf Dynastieën en Tien Koninkrijken was China verdeeld tussen een noordelijk en een zuidelijk deel waarin de verschillende regeringen elkaar in een hoog tempo aflosten.

De Song-dynastie kan verdeeld worden in twee afzonderlijke periodes: De Noordelijke Song en de Zuidelijke Song.

Tang-dynastie

De Tang-dynastie of T'ang-dynastie regeerde China tussen 618 en 907. Na een eeuwenlange periode van verdeeldheid was China herenigd onder de kortstondige Sui-dynastie (581-618). De Tangheersers, van gemengd Chinese, Xianbei en Turkse afkomst, bouwden China uit tot een expansief en kosmopolitisch rijk. De eerste keizers breidden de Chinese macht uit naar Korea en Centraal-Azië. De aanleg van het Grote Kanaal tussen het opkomende zuiden en het strategisch belangrijke noorden, de bouw van twee grote hoofdsteden en de groeiende binnenlandse en buitenlandse handel stimuleerden de economische ontwikkeling. De bevolking kon daardoor van 50 miljoen tot ongeveer 80 miljoen inwoners groeien.De hoofdstad Chang'an was met een miljoen inwoners de grootste stad ter wereld. Via de zijderoute trokken handelaren, geleerden en volgelingen van tal van religies naar de Chinese hoofdstad. Zij verrijkten de Chinese cultuur met nieuwe vormen van muziek en dans. Het uit India afkomstige boeddhisme drukte in de Tangperiode een groot en blijvend stempel op de Chinese cultuur. De periode geldt ook als een van de hoogtepunten van de Chinese literatuur. Dichters als Li Bai en Du Fu worden tot de grootsten uit de Chinese geschiedenis gerekend. De uitvinding van de blokdruk zorgde voor een brede verspreiding van literaire en religieuze teksten.

De Tang-dynastie blies het examenstelsel nieuw leven in als manier om goed geschoolde ambtenaren aan te trekken. In het landsbestuur, de belastinginning en de rechtspraak werden nieuwe vormen geïntroduceerd die tot het einde van de keizertijd in stand bleven.

Het midden van de achtste eeuw vormde het keerpunt voor de Tang-dynastie. Na de nederlaag in de slag bij de Talas (751) tegen de Abbasiden verloor China de controle over Centraal-Azië. Kort daarna brak de An Lushan-opstand die de dynastie op de rand van de afgrond bracht. De beide hoofdsteden Chang'an en Luoyang vielen in handen van de rebellen. De opstand kon uiteindelijk bedwongen worden met hulp van Oeigoerse huurlingen, maar het centrale gezag was ernstig verzwakt. Militaire gouverneurs in de provincies waren vrijwel onafhankelijk en het land was kwetsbaar voor militaire agressie van de kant van het Tibetaanse rijk.

In de tweede helft van de negende eeuw verviel het rijk steeds verder in anarchie. De boerenopstand onder leiding van Huang Chao tussen 875 en 884, waarbij de hoofdstad Chang'an vrijwel vernietigd werd, betekende het einde van het gezag van de Tang-keizers. In 907 maakte de krijgsheer Zhu Wen een einde aan de Tang-dynastie. Daarmee begon de chaotische periode van de Vijf Dynastieën en Tien Koninkrijken (907-960).

Yuan-dynastie

De Yuan-dynastie was de keizerlijke dynastie die China van 1279 tot 1368 regeerde. Ze volgde de Song-dynastie op. De Yuan-dynastie was de voortzetting van het Mongoolse Rijk en een nieuwe dynastie in China. In de Yuan Shi (de geschiedenis van de Yuan), geschreven in 1370, tijdens de volgende Ming-dynastie (1368-1644), is de Yuan-dynastie synoniem voor het Mongoolse rijk. Volgens dat boek begint de dynastie met de aanstelling van Dzjengis Khan in 1206 tot khagan. Latere Chinese historici die de Yuan als een uitsluitend Chinese dynastie zagen, plaatsten de aanvang van die dynastie bij de finale val van de Zuidelijke Song-dynastie in 1279.

De naam Yuan zelf werd pas vanaf eind 1271 gehanteerd toen het de term Groot Mongools Rijk verving als de formele benaming van het rijk. Het karakter yuan betekent "begin". Het is het eerste karakter van het Boek der Veranderingen dat gerekend wordt tot een van de Vijf Klassieken. De Yuan werd met deze naam de eerste dynastie sinds de Zhou-dynastie (ongeveer 900 v. Chr. – 265 v. Chr.) die een naam koos die niet naar een specifiek gebied in China verwijst.

Het machtscentrum dat Koeblai Khan (1215-1294) creëerde in het noorden van China verschilde van het bestuur van eerdere Mongoolse khans. Met de verkiezing van Koeblai Khan tot Groot Khan op de khuriltai van 1260 verving dit nieuwe machtscentrum de oudere machtscentra in Mongolië. Vrijwel alle hedendaagse historici laten de periode van de Yuan-dynastie als een apart te onderscheiden deel van een inmiddels verdeeld Mongools rijk aanvangen in 1260.

Zand (dynastie)

De Zand-dynastie of Zandiyeh dynasty ( Zand (info / uitleg)) (Perzisch سلسله زندیه) regeerde over Perzië van 1750 tot 1794.

Ze werd gesticht door Karim Khan, hoofd van de Zand clan van de Lak stam, die de macht van de Safaviden en Afshariden overnam.

De hoofdstad was Shiraz. Karim Khan had de Britten een handelsmissie toegestaan te Bushehr.

Na de dood van Karim Khan in 1779 volgde zijn incompetente zoon Abu al-Fath hem op. Zaki Khan, Ali Morad en Jafar Khan konden niet beletten dat de Kadjaren terrein veroverden. In 1789 riep Lotf Ali Khan zichzelf tot koning uit. Hij vocht tot 1794 tegen de Kadjaren, maar werd in het fort van Bam gevangen en gedood.

Zhou-dynastie

De Zhou-dynastie (eind 10e eeuw voor Christus - 256 voor Christus), oude spelwijze Tsjow-dynastie, volgde de Shang-dynastie op en ging vooraf aan de Qin-dynastie in China. De Zhou-dynastie hield langer stand dan welke andere dynastie in de geschiedenis van China ook.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.