Despotisme

Het despotisme (Grieks δεσποτία, van δεσπότης - heerser) is een regeringsvorm waarbij één persoon (de despoot) of een kleine groep personen absolute macht heeft, die naar willekeur kan worden toegepast. Het gaat hierbij dus om een autocratie, oligarchie, tirannie of dictatuur. Er is geen mogelijkheid voor discussie, er is geen volksvertegenwoordiging en er zijn geen politieke partijen; kritiek en verzet worden afgestraft.

Hoewel het despotisme tegenwoordig een negatieve betekenis heeft, was het vroeger een geaccepteerde staatsvorm. Zo werd in veel Griekse stadstaten en het Romeinse Rijk lange tijd deze regeringsvorm toegepast. Een Despoot was in het Byzantijnse Keizerrijk een hoge titel, die voor het eerst werd gedragen door Manuel I Komnenos. De titel werd nog lange tijd gebruikt door voorname machthebbers. Tijdens de grote volksverhuizing werden veel stammen bestuurd door despoten.

Een verwante term is het verlichte despotisme. De oorsprong van deze staatsvorm ligt in de Verlichting, een politiek-filosofische stroming in de 18e eeuw. Bij het verlichte despotisme voerden absolute monarchen sociaal-politieke hervormingen door in hun rijken. Dat wil zeggen, alles voor mijn volk maar niets door mijn volk (=regeren in naam van het volk). Pas vanaf deze tijd, waarin Franse filosofen als Jean-Jacques Rousseau, Montesquieu en Voltaire kritiek gaven op het absolutisme, werden in veel landen despotische staatsvormen afgeschaft.

Onder invloed van de Verlichting stelden in de 18e eeuw sommige vorsten dus het welzijn van hun volk voorop, zonder macht te delegeren. Zij beriepen zich niet meer op goddelijk recht, zoals Lodewijk XIV van Frankrijk deed. Voorbeelden daarvan zijn koning Frederik II van Pruisen, keizer Jozef II van het Heilige Roomse Rijk en Catharina II van Rusland. Frederik gaf de mogelijkheid aan wetenschappers e.a. om samen te komen in zijn paleis Sanssouci. Terwijl zijn land overwegend protestants was, liet hij andere godsdiensten vrij. Terwijl in andere protestantse landen priesters en jezuïeten vervolgd worden, bood hij hen de kans om in zijn land les te komen geven. Verder schafte hij ook de pijnbank en andere foltertechnieken af, en verzachtte het rechtssysteem. Frederik liet zich ook zeer sterk beïnvloeden door de meningen van erkende economen en andere wetenschappers.

Tegenwoordig is er geen enkel regime ter wereld dat zichzelf despotisch noemt, hoe dictatoriaal het ook regeert. Zelfs het genocidale regime van Pol Pot noemde het land Democratisch Kampuchea. Er is altijd wel een façade van een volksvertegenwoordiging, die in grote delen van de wereld geen macht heeft, laat staan dat die een regering zou kunnen wegstemmen.

Icoontje WikiWoordenboek Zoek despotisme in het WikiWoordenboek op.
Aanleidingen tot de Belgische Revolutie

In 1815 werden de Noordelijke Nederlanden en de Zuidelijke Nederlanden herenigd in het (Verenigd) Koninkrijk der Nederlanden. In de Zuidelijke Nederlanden ontstond er al snel onvrede over de opgelegde hereniging, in het bijzonder over de dominantie van het Noorden in de staatsstructuur. Uiteindelijk leidden al deze aanleidingen in 1830 tot de Belgische Revolutie. In 1839 werd België officieel onafhankelijk van het Koninkrijk der Nederlanden.

Absolute monarchie

De absolute monarchie of het vorstelijk absolutisme is een regeringsvorm waarbij de vorst over volledig regerende autoriteit beschikt; hij is niet door wetten gebonden, noch is hij verantwoording verschuldigd. Hoewel in theorie de absolute vorst ongelimiteerde macht over de soevereine staat en het volk heeft, wordt in de praktijk deze autoriteit gebalanceerd door politieke groeperingen als aristocraten, geestelijken en de adel. Tegenwoordig zijn er nog maar weinig absolute monarchieën over; de meeste zijn opgeheven of zijn hervormd tot een constitutionele monarchie, waarin de bevoegdheden van de monarch in de grondwet zijn vastgelegd en de macht niet langer ongelimiteerd is.

In het Vroegmoderne Europa werd wel onderscheid gemaakt tussen twee vormen van monarchisme, monarchia herilis en monarchia limitata – despotisme en beperkte monarchie. Despotisme werd gekenmerkt door heerschappij vanuit eigenbelang en werd algemeen afgewezen. Beperkte monarchie kenmerkte zich door de meer of mindere mate waarin instituten als de staten bepaalde rechten genoten. Absolutisme werd daarbij niet gezien als een vorm van despotisme, maar een van de vormen van beperkte monarchie.

Andrej Koerbski

Vorst Andrej Michailovitsj Koerbski (Russisch: Андрей Михайлович Курбский) (1528-1583) was een afstammeling van de Ruriken en behoorde daardoor tot de oude adel in het grootvorstendom Moskou.

De naam Koerbski is ontleend aan het plaatsje Koerba in de buurt van Jaroslavl.

Koerbski was een succesvol legeraanvoerder in de Lijflandse Oorlog (1558-1583), maar deserteerde op 30 april 1564 vanuit Dorpat (het huidige Tartu) naar Litouwen en trad in dienst van de Poolse koning Sigismund II. De aanleiding hiervoor was de oprichting van Ivan IV's opritsjnina's, die gericht waren de macht van de lokale vorsten aan banden te leggen.

In ballingschap onderhield hij een briefwisseling met tsaar Ivan IV waarin hij deze zijn despotisme verweet. Daarnaast schreef hij de Geschiedenis van de grootvorst van Moskou. Zijn geschriften worden beschouwd als een belangrijke bron voor de Russische geschiedenis in de 16e eeuw. Door zijn vijandschap tegenover Ivan IV had hij een belangrijke invloed op diens negatieve imago in de geschiedschrijving.

Slektsforskning (Андрей Михайлович Курбский)

Code Napoléon

De Code Napoléon is sinds de herpublicatie in 1807 de benaming voor de Code civil, het Franse burgerlijk wetboek uit 1804 dat veel navolging vond. In dit wetboek werd het privaatrecht van Frankrijk overal gelijkgesteld en gecodificeerd.

De dialectiek van de Verlichting

De dialectiek van de Verlichting, filosofische fragmenten (Duits: Dialektik der Aufklärung) is een essaybundel die geldt als een van de belangrijkste werken van de kritische theorie van de Frankfurter Schule. Het werd geschreven door de marxist Max Horkheimer en Theodor Adorno tijdens hun ballingschap in Amerika, op het moment dat het einde van het nationaalsocialistische bewind zich in Duitsland al aftekende. De eerste publicatie vond plaats in 1944, in gestencilde vorm, bij het New York Institute of Social Research. In 1947 werd het boek in zijn definitieve vorm in druk uitgegeven bij de uitgeverij Querido in Amsterdam. In de zestiger jaren circuleerde de tekst als roofdruk uitgebreid in Duitse studentenkringen, waar het intensief gelezen werd.

Het boek bevat de stelling, dat het falen van de Verlichting in aanleg al in de "instrumentele rede" van haar denken ligt. Met de poging om de natuur te beheersen, wordt de ooit mythische toegang tot de wereld rationeel verduidelijkt, maar als heerschappij drijft het de Verlichting zelf terug naar de mythe, naar het "positivisme" van een bevestiging van het bestaande, die de "afzonderlijke mens" volledig nietig verklaart in een beheerste wereld en "tegenover de economische machten". Horkheimer en Adorno reageerden in hun geschrift op de "raadselachtige bereidheid van de technologisch opgevoede massa", om zich uit te leveren aan het despotisme van totalitaire ideologieën en heerschappijvormen, en beschouwden dat gedrag als de "ineenstorting van de burgerlijke beschaving" en een wegzinken in een "nieuw soort barbarij".

Het boek is opgedragen aan Friedrich Pollock en zou aanvankelijk voor zijn 50e verjaardag voltooid worden, wat echter niet lukte.

Die Räuber

Het toneelstuk Die Räuber (De rovers) is als grootste werk van Friedrich Schiller sterk te vergelijken met King Lear van William Shakespeare. Het werd anoniem gepubliceerd in 1781, en op 13 januari 1782 voor het eerst opgevoerd in Mannheim. Schiller werd er op slag beroemd mee.

Schiller kende voor het werk twee grote inspiratiebronnen, waaronder King Lear van Shakespeare. Het andere werk was een verhaal uit Zur geschichte des Menschlichen Herzens van Christian Friedrich Daniel Schubart; het verhaal vertelt over C.F.D. Schubart die zichzelf in de gevangenis schreef vanwege een kritiek op het absolutisme van de Duitse vorsten. Schiller kende de zoon van Schubart, Ludwig, en vernam via hem van het gebeuren.

Het gaat in het stuk om de 'strijd' tussen twee broers; de rationele en begaafde Franz en de eerder gevoelige Karl. Franz staat voor het materialisme, scepticisme en despotisme, in tegenstelling tot Karl, die de bezieler is van het sociaal humanisme en de naïviteit.

Beide mannen strijden om eenzelfde geliefde, Amalia, en een daarmee verbonden erfenis. Franz slaagt er niet in het hart van Amalia te veroveren, die trouw blijft aan zijn oudere broer Karl. De erfenis daarentegen zal aan Franz worden overgedragen, omdat hij zijn vader heeft wijsgemaakt dat zijn broer Karl is overleden. Karl sluit zich aan bij een anarchistische roversbende, doordat zijn vader hem al eerder onterfd had, omdat Franz een brief van zijn broer naar zijn vader vervalst had met de mededeling dat Karl een vrouw verkracht en vermoord heeft. Wanneer Karl later zijn ouderlijk slot belegert, vindt hij zijn vader totaal verkommerd terug, rouwend om zijn 'dode' zoon. Franz pleegt nadien zelfmoord en Karl wint de slag om het fort op een sluwe manier, maar geeft zichzelf aan bij de justitie voor zijn oneerlijke overwinning en vanwege schuldgevoelens over de dood van Franz en Amalia.

Deze aspecten stellen het werk meteen in een religieus licht door zijn esthetische dimensie. Het werk oefende eveneens een grote invloed uit op Fjodor Dostojevski, zijn werk De gebroeders Karamazov kent een gelijkaardig patroon wat betreft de vader-zoonrelatie en de concurrentie tussen de broers.

Dominaat

Het dominaat was een latere, op despotisme gelijkende fase van de keizercultus in het Romeinse Keizerrijk als gevolg van een evolutie van het principaat.

De eerste die zich publiekelijk dominus et deus (meester en god) liet noemen en niet langer princeps was Diocletianus. Hij had echter voorgangers die eerder al stappen in die richting hadden ondernomen, zoals onder andere Caligula.

Het feitelijke dominaat liep snel af, maar de keizer bleef wel vereerd worden als een god en werd meer beschouwd als een (goed) meester van zijn onderdanen dan als een eerste onder zijns gelijken (primus inter pares).

Pas bij de invoering van het christendom als staatsgodsdienst in 380 door Theodosius I verloor de keizer zijn goddelijk aura, omdat het monotheïstische karakter van het christendom maar één godheid toelaat, namelijk de christelijke "God" (Hebreeuws: יהוה Jahweh; Grieks: Θεός Theos; Latijn: Deus).

Ironisch genoeg werd de keizer die het christendom in 313 vrijheid van eredienst gegeven heeft, Constantijn de Grote, na zijn dood door de senaat vergoddelijkt.

Gustaaf IV Adolf van Zweden

Gustaaf IV Adolf (Stockholm, 1 november 1778 - Sankt Gallen, 7 februari 1837) was koning van Zweden van 1792 tot zijn abdicatie in 1809. Hij was een zoon van koning Gustaaf III van Zweden en diens vrouw koningin Sophia Magdalena van Denemarken, de oudste dochter van Frederik V van Denemarken en Louise van Groot-Brittannië. Hij was de laatste Zweedse koning die over Finland regeerde.

Hydraulische samenleving

Een hydraulische samenleving (ook bekend onder de termen watermonopolie-rijk of hydraulische these) is een sociale of overheidsstructuur, die haar macht ontleent aan de exclusieve controle over de toegang tot water. Ten grondslag hiervan ligt meestal de noodzaak tot gecoördineerde irrigatie of gecontroleerde overstromingen, waardoor centrale planning en een hiertoe gespecialiseerd overheidsapparaat een belangrijke rol gaan spelen.

Het begrip hydraulische dynastie wordt hiermee vaak in verband gebracht. Met dit begrip wordt een politieke structuur bedoeld die wordt gekenmerkt door een sterk hiërarchisch systeem en die controle uitoefent door een klasse- of kaste-systeem. Twee zaken zijn hierbij van belang: de macht over de toegang tot basisproducten (zoals voedsel, water en energie) en de beschikking over een controleapparaat zoals politie of leger om deze macht af te dwingen.

Jean Henri Latude

Jean Henri Latude (Montagnac 23 maart 1725 – Parijs 1 januari 1805) was een Franse schrijver, fantast en querulant. Hij werd beroemd door zijn jarenlange gevangenschap, zijn vele ontsnappingspogingen en de commotie die hij wist op te wekken met de publicatie van zijn gedeeltelijk verzonnen memoires.

Karl Wittfogel

Karl August Wittfogel (Woltersdorf, 6 september 1896 - New York City, 25 mei 1988) was een Duits-Amerikaans historicus en sinoloog die vooral bekend is geworden door zijn theorie over despotisme en irrigatie.

Louis-Michel Lepeletier de Saint-Fargeau

Louis-Michel Lepeletier markies van Saint-Fargeau (Parijs, 29 mei 1760 - aldaar, 20 januari 1793) was een Frans jurist en politicus tijdens de Franse Revolutie.

Monarchisme

Monarchisme of royalisme (ook wel koningsgezindheid) is een politieke stroming die ijvert voor een regeringsvorm met een erfelijk staatshoofd: een monarchie. Een aanhanger heet een monarchist of royalist; de tegenhanger van de monarchist is een republikein.

De motivatie voor iemand om monarchist te zijn kan sentimenteel zijn (hij voelt zich emotioneel verbonden met het staatshoofd dat een verpersoonlijking is van de staat) of rationeel (de monarchie legt de opvolging van het staatshoofd voor een lange termijn vast en vormt daarmee een stabiele factor in de politiek). Monarchisten zijn overwegend behoudend, maar hoeven dat niet te zijn.

Montesquieu

Montesquieu of voluit Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu (kasteel van La Brède nabij Bordeaux, 18 januari 1689 – Parijs, 10 februari 1755), wiens naam vaak wordt verkort tot Charles de Montesquieu of alleen Montesquieu, was een Frans filosoof. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van de sociologie en als een van de belangrijkste filosofen van de Verlichting.

De huidige politieke inrichting van westerse democratieën is mede gebaseerd op ideeën van hem en John Locke. Belangrijk hierbij is zijn idee van de scheiding der machten. Dit kwam voort uit zijn kritiek op de Franse samenleving in die tijd en dan vooral op de excessen van het absolutisme, wat hij aanduidde als despotisme.

Royalisten tijdens het Tweede Franse Keizerrijk

De royalisten tijdens het Tweede Franse Keizerrijk vormden een kleinere oppositiestrekking tegen de Franse keizer Napoleon III. De republikeinen maakten tijdens het Tweede Franse Keizerrijk immers de grootste oppositiestrekking uit.

Na de Februarirevolutie van 1848 werd koning Lodewijk Filips I van Frankrijk afgezet en werd de Tweede Franse Republiek opgericht. Enkele jaren later, op 2 december 1851, volgde echter de staatsgreep van president Lodewijk Napoleon Bonaparte, die op 2 december 1852 keizer Napoleon III zou worden toen die het Tweede Franse Keizerrijk op die dag uitriep.

Gedurende dit Tweede Franse Keizerrijk, dat zou bestaan tot de Franse nederlaag in de Frans-Pruisische Oorlog op 4 september 1870, zaten de royalisten in de oppositie. Enkele weken na de staatsgreep, op 22 januari 1852, werden zij reeds getroffen door een decreet dat de bezittingen van de voormalige koninklijke familie in beslag nam, wat onder hen de afkeer van Napoleon III en zijn despotisme voedde.

Bij de parlementsverkiezingen van 1852, die van 1857, die van 1863 en die van 1869 raakten steeds enkele royalisten verkozen, zij het dat zij een zeer kleine minderheid bleven vormen. Op hun hoogtepunt, na de verkiezingen van 1869, bekleedden zij 41 van de 283 zetels in het Wetgevend Lichaam (14,5%).

Hertog Albert de Broglie bracht in 1859 in zijn werk Vues sur le gouvernement de la France een overzicht van de royalistische standpunten. In 1860 zou Charles de Rémusat volgen met zijn werk La politique libérale en in 1868 verscheen La France nouvelle Lucien-Anatole Prévost-Paradol.

Een royalistische standpunt was bijvoorbeeld het pleidooi voor het algemeen stemrecht, zij het onder een volwaardig bicameraal stelsel. Hoewel er tijdens het Tweede Franse Keizerrijk een parlement met twee kamers bestond, werd enkel het Wetgevend Lichaam rechtstreeks door de burgers verkozen. De senatoren werden immers door keizer Napoleon III benoemd. De Senaat had bovendien een beperkte wetgevende bevoegdheid: het kon enkel zogenaamde senatus consulta uitvaardigen.

Andere royalistische standpunten waren onder meer de decentralisatie, waarbij er meer macht zou toekomen aan de departementen, alsook conservatieve opvattingen, zoals de strijd tegen het vervagen van de zeden. Over de staatsvorm namen de royalisten een minder fors standpunt in dan de republikeinen: ook het keizerrijk was ten slotte een monarchie. Wel wilden de royalisten hierbij een combinatie met individuele vrijheden, iets waar ook de republikein Adolphe Thiers bijvoorbeeld voor pleitte in zijn befaamde toespraak over de noodzakelijke vrijheden.

Na de val van het Tweede Franse Keizerrijk volgde de afkondiging van de Derde Franse Republiek. Frankrijk zou ook nadien nooit meer een koninkrijk worden.

Vadim de Stoute

Vadim de Stoute (Russisch: Вадим Храбрый, Vadim Chrabryj) was een legendarische 9e-eeuwse leider van de Ilmenslovenen in hun strijd tegen Rurik en de Varjagen.

Volgens de 16e-eeuwse Nikonkroniek kwamen de Novgorodiërs in opstand tegen het despotisme van Rurik. Diens Varjagische lijfwacht ofwel droezjina slaagde erin om de opstand te onderdrukken en hun leider, Vadim te doden.

In oudere bronnen zoals de Nestorkroniek wordt zijn naam niet genoemd. Vanaf de 19e eeuw wordt zijn bestaan door de meeste historici betwijfeld. De Nikonkroniek wordt gedacht de politieke ideologie van het ontluikende Tsaardom Rusland te weerspiegelen.

Vadim werd een van de meest populaire karakters in de 18e-eeuwse Russische literatuur. Jakov Knjazjnin, een vooraanstaande toneelschrijver, schreef een toneelstuk waarin hij Vadim, als verdediger van de oude vrijheid van Novgorod, contrasteerde met de autoritaire Rurik. Tegen de achtergrond van de Franse Revolutie werd Knjazjnin door Catharina de Grote beschuldigd van Jakobinisme en alle gedrukte exemplaren werden verbrand.

Zijn vrijheidslievende karakter sprak de geest van de romantiek aan. Drie vooraanstaande Russische dichters van het tijdperk, Aleksandr Poesjkin, Vasili Zjoekovski en Michail Lermontov schreven gedichten op basis van de heldendaden van Vadim.

Tegenwoordig wordt hij als een legendarisch personage beschouwd.

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was een historische staat die België en Nederland omvatte van 1815 tot 1830, en die ook in een personele unie met het groothertogdom Luxemburg stond. Het woord "verenigd" is achteraf toegevoegd door historici, om het onderscheid te maken met het hedendaagse Koninkrijk der Nederlanden.

Verlicht despotisme

Verlichte despotisme of verlicht absolutisme is een regeringsvorm uit de tweede helft van de achttiende eeuw die gehanteerd werd door vorsten die tijdens de Verlichting bereid waren om een aantal ideeën van deze beweging uit te voeren. De despoten hielden wel de macht in handen. Ze vonden dat ze deze macht nodig hadden om de staat goed te kunnen besturen, maar zij hielden meer rekening met de belangen van de bevolking dan andere koningen ("alles voor het volk, niets door het volk"). Verlichters werden aan de hoven van de vorsten in deze landen uitgenodigd. In twee Europese landen was er geen sprake van verlicht despotisme. In Frankrijk leidde de absolute macht van de Bourbons tot de Franse Revolutie en in het Verenigd Koninkrijk was de macht van de monarchie reeds in de zeventiende eeuw drastisch beperkt ten voordele van het parlement.

Het verlicht despotisme heeft zijn grootste betekenis gehad in Oostenrijk onder Maria Theresia en haar zoon en opvolger Jozef II, in Pruisen onder Frederik de Grote en in Rusland onder Catharina II.

Verlichting (stroming)

De Verlichting of Eeuw van de Rede was een cultureel-filosofische en intellectuele stroming in Europa die ruwweg samenviel met de 18e eeuw. Het was een reactie op het dogmatische autoriteitsgeloof. In deze periode ontstond een culturele stroming of beweging van intellectuelen met als doel het gebruik van de rede en het filosoferen te bevorderen. De rede gaat alleen maar af op feiten, hoe verborgen die ook zijn. De Verlichting stond aldus voor bevordering van de wetenschap en intellectuele uitwisseling. De propagandisten ervan bestreden het bijgeloof, misbruik van recht in kerk en staat, intolerantie en kwamen op voor zekere grondrechten.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.