Bronstijd

De bronstijd (ca. 3000 tot 800 voor Christus) is de periode die in het Drieperiodensysteem volgde op het neolithicum. In Centraal-Europa is er tussen de nieuwe steentijd en de bronstijd nog een kopertijd (die vaak tot het neolithicum gerekend wordt) te onderscheiden; in West-Europa (zie de koperen bijl van Ötzi) en ook in Nederland zijn wel enige koperen voorwerpen gevonden (Veluwe), maar dit waren uitzonderingen.

Brons verving gedurende de bronstijd geleidelijk vuursteen als belangrijkste materiaal voor gereedschap en wapens en werd ook gebruikt voor sieraden en enkele uitzonderlijke beelden. De oudste overgebleven voorwerpen van brons waren voornamelijk bijlen, en ook enkele dolken, stafdolken en sieraden zoals armbanden. Brons werd langzaam algemener, en steeds meer soorten metalen voorwerpen kwamen in gebruik.

De kennis voor het bewerken van metalen, inclusief brons ontstond in het Midden-Oosten. Daar werd brons sinds ca. 3000 v.Chr. gebruikt. Deze kennis heeft zich langzaamaan verspreid door Europa.

Voorbeelden van bronzen voorwerpen:

Sommige van de oudste bekende verhalen, zoals de Ilias, de Odyssee, delen van de Bijbel en het Gilgamesj-epos spelen zich in de bronstijd af.

De bronstijd wordt opgevolgd door de ijzertijd.

Drieperiodensysteem
Holo-
ceen
Historische Tijd
La Tène-periode   Proto-
historie
Hallstattperiode
IJzertijd
  Laat  
Midden
Vroeg
Bronstijd
Neolithicum Kopertijd  
Laat Pre-
historie
Keramisch
Prekeramisch
Mesoli- thicum of
Epipaleo-
lithicum
Laat
Midden
Vroeg
Pleisto-
ceen
Paleo- lithicum Laat
Midden
Vroeg
Steentijd

Datering

In verschillende streken vond brons niet tegelijk ingang en de exacte datering van de bronstijd kan dus per land of zelfs per streek variëren. Zo was er, getuige de vondsten, duidelijk meer sprake van bronsgieten in Drenthe dan in de rest van Nederland. Mogelijk kwam dit doordat er een pan-Europese handelsweg liep over de Drentse heuvelrug naar de barnsteenrijke Oostzeekust.

Midden-Oosten

In het Midden-Oosten valt de bronstijd al in de historische periode. In plaats van "vroege" of "late bronstijd" gebruikt men dan ook de historische culturen ter indeling. Ze duurde van omstreeks 3500 tot rond 1000 v.Chr., met de ondergang van het internationale systeem aan het einde van de Late Bronstijd en het begin van de ijzertijd.

Mesopotamië

Brons werd voor het eerst gebruikt in de late Urukperiode (±3500 v.Chr.) van Soemer. De bronstijd eindigde na het Midden-Assyrische Rijk.

Palestina

Afrika

Egypte

Het eerste echte brons wordt gevonden onder Chasechemoey (2734 - 2707 v.Chr.), de laatste farao van de 2e Dynastie van Egypte. Brons bleef echter zeldzaam wegens gebrek aan ertsvoorraden. De bronstijd eindigde met het einde van het Nieuwe Rijk.

Nubië

Bewijzen voor bronsgieten zijn gevonden in Kerma, gedateerd op 2300–1900 v.Chr. Het koninkrijk Kerma was een belangrijke handelspartner van Egypte.

Sub-Saharaans Afrika

De bewijzen voor een aparte bronstijd in Sub-Saharaans Afrika zijn gering en men gaat er meest van uit dat in de meeste gebieden brons en ijzer tegelijkertijd ingevoerd zijn.

Zuid-Azië

In Zuid-Azië begon de bronstijd met de Indusbeschaving (vanaf ca. 3300 v.Chr.) en duurde tot de Vedische tijd (ca. 1400 v.Chr.). Evenals het neolithicum drong dit echter niet door tot Zuid-India, dat omstreeks 1400 v.Chr. rechtstreeks van het epipaleolithicum naar de ijzertijd overging.

Europa

Sonnenscheibe
Gouden zonneschijf van Moordorf (uit de bronstijd)

De eerste bronstijdcultuur van Europa is de Majkopcultuur ten noorden van de Kaukasus (ca. 3700-2500 v.Chr.). Hier werd ook het oudste bronzen zwaard ter wereld gevonden. De Majkop-elite gebruikte waarschijnlijk paarden in de oorlogvoering. Het gebruik van brons werd overgenomen door de (deels) nomadische Jamnacultuur van Zuid-Rusland. Volgens de koerganhypothese leidde deze combinatie van ruitercultuur en bronzen wapens tot de verspreiding van de Indo-Europeanen.

Vanaf omstreeks 2500 v.Chr., de periode waarin de klokbekercultuur zich in Portugal ontplooide en de Levantijnse invloed in de Egeïsche regio groter werd, bereikte vanuit de Kaukasus en via de steppeculturen de techniek om brons te produceren Midden-Europa, met de eerste centra in het Karpatenbekken. Oorspronkelijk werd zoals in de Kaukasus arseen gebruikt, later vooral tin.

Na de ontdekking van tinertsen in de Karpaten en het Ertsgebergte ontstond er een levendige handel in brons over geheel Europa. De klokbekercultuur was een belangrijk element in de ontwikkeling van de metallurgie in het Iberisch schiereiland en het ontstaan van de eerste bronstijdculturen op de Britse Eilanden, zoals de Wessexcultuur. In Spanje ontstond de El Argarcultuur (2200 tot 1550 v.Chr.).

Nederland en België

De bronstijd in Nederland en België kan worden onderverdeeld in:[1]

Brons was schaars in de Lage Landen. De grondstoffen voor brons, koper- en tin-erts, komen namelijk niet voor in Nederland. Al het brons moest dus worden geïmporteerd. Veel geschikte ruilmiddelen waren niet aanwezig. Mogelijk werden barnsteen en zout als ruilmiddel gebruikt. Deze werden dan geruild tegen kant-en-klare producten of tegen bronsschroot. Van opgebruikte voorwerpen werden lokaal weer nieuwe voorwerpen gegoten. Een opmerkelijke vondst in België was het Bronsdepot van Heppeneert.

Scandinavië

China

De Chinese bronstijd wordt meestal gedefinieerd als de periode van 2000 tot 771 v.Chr., beginnende tijdens de Erlitoucultuur (Xia- en Shang-dynastie) tot het einde van de Westelijke Zhou-dynastie. Een duidelijke overgang naar een ijzertijd is er echter niet, en ook het begin van de bronstijd is controversieel. Het oudste in China gevonden bronzen artefact is een dolk op een site van de Majiayaocultuur. De Erlitoucultuur wordt echter meest beschouwd als de eerste "echte" bronstijdcultur, waarbij de meeste Chinese archeologen ervan uitgaan dat de bronstechnologie lokaal uitgevonden is. Recente vondsten zoals de Xemirxekcultuur in het uiterste noordwesten suggereren echter dat de metallurgie mogelijk via Centraal-Azië China bereikt heeft.

Amerika

Hoewel er met name in Zuid-Amerika ook een metallurgische traditie was en zelfs lokaal brons geproduceerd werd, heeft dit nooit de ingrijpende economische en maatschappelijke gevolgen gehad als in de Oude Wereld. Voor de indeling van de precolumbiaanse geschiedenis van Noord- en Geschiedenis van Zuid-Amerika worden dan ook andere indelingen gebruikt.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Deze datering volgt de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (R.A.C.M.), voorheen Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort (R.O.B.).
  1. Deze datering volgt de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (R.A.C.M.), voorheen Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort (R.O.B.).
Bijl

Een bijl is een zwaar gereedschap met een snede om te hakken en te klieven.

Brons

Brons is een legering van koper en tin. Het tingehalte kan variëren van ca. 10 tot 30%. De legering heeft een roodachtige tot gelige kleur, afhankelijk van het tingehalte. De periode in de geschiedenis waarin de mensheid op grote schaal gebruikmaakte van voorwerpen gemaakt van brons, heet traditioneel de bronstijd. Brons is het eerste metaal (op enkele eerdere voorwerpen van koper uit het neolithicum na) dat in de Lage Landen door de mens werd gebruikt, ter vervanging van steen in het paleolithicum. Het is een taai en corrosiebestendig materiaal, dat zich goed leent voor bewerking. Een bronzen oppervlak krijgt na een zekere tijd een groen patina.

Bronstijd in Europa

De Bronstijd in Europa volgde op het Neolithicum in Europa. Het begin lag afhankelijk van de locatie vanaf omstreeks 3000 v.Chr. in de Kaukasus tot 1700 v.Chr. in Scandinavië. Ze eindigde omstreeks 800 v.Chr. met het begin van de IJzertijd in Europa.

Bronstijd in Nederland

De Bronstijd in Nederland omvat de periode van omstreeks 1900 tot rond de 8e eeuw v.Chr.

In grote lijnen was de Nederlandse Bronstijd een afgeleide van twee grote cultuurgebieden: de Midden- en Oost-Europese bronstijdculturen (met name Únětice-cultuur en opvolgers) en de bronstijdculturen van de Britse eilanden en Bretagne.

In het gebied van het huidige Nederland bevonden zich noch de grondstoffen voor brons (met name koper en tin) noch natuurlijke rijkdommen die als ruilmateriaal gebruikt konden worden (zoals bv. het barnsteen van Denemarken). Evenmin bevond het zich aan en belangrijke handelsroute. Desalniettemin bestond er een bescheiden eigen bronsindustrie, wat onder andere blijkt uit gevonden gietvormen en soms specifiek Nederlandse vormen.

Doordat het brons schaars was, heeft het vuursteen nooit helemaal verdrongen. Ook toen er al ijzer was bleven stenen werktuigen nog lange tijd in gebruik.

De periode wordt ingedeeld in drie fasen:

Vroege Bronstijd (2000 - 1800 v.Chr.)

Midden Bronstijd (1800 - 1100 v.Chr.)

Late Bronstijd (1100 - 800 v.Chr.)

Grafheuvel

Een grafheuvel (ook: heuvelgraf of tumulus) is een heuvel uit de prehistorie die werd gebruikt als begraafplaats. De heuvels werden opgeworpen over menselijke resten in een kuil, boomkist, hunebed, steenkist, grafkist, urn, tombe of grafkamer. Grafheuvels komen voor in diverse afmetingen en werden gemaakt van verschillende materialen, afhankelijk van de periode en het gebied. Ook de maatschappelijke positie van de overledene bepaalde het type grafheuvel.

De grafheuvel werd gebruikt voor het begraven van een persoon of meerdere overledenen van de gemeenschap. Vaak werd de grafheuvel daarna ook nog gebruikt voor het begraven van resten van later overleden mensen. Deze personen werden in de bestaande grafheuvel begraven, waarbij de grafheuvel soms werd verhoogd. In bepaalde gebieden is er één grafheuvel in het landschap, maar grafheuvels worden ook in groepen aangetroffen of zijn onderdeel van een groter grafveld of urnenveld.

Men vermoedt dat grafheuvels, behalve om de doden een laatste rustplaats te geven, ook gebouwd en gebruikt werden voor verering.

Hilversumcultuur

Met de Hilversumcultuur wordt een prehistorische cultuur uit de vroege en midden-bronstijd (1800 - 1200 v.Chr.) aangeduid, naar aanleiding van het aardewerk dat in Hilversum en omgeving is gevonden. Het begrip "Hilversumcultuur" is in de jaren 1950 gedefinieerd door de Nederlandse archeoloog Willem Glasbergen.De cultuur vertoont overeenkomsten met de Wessexcultuur in Engeland en verspreidde zich over het zuidelijke deelgebied van de wikkeldraadbekercultuur uit de vroege bronstijd.

Kenmerkend voor de Hilversumcultuur zijn eenvoudige, tonvormige en dikwandige urnen. De versiering bestaat meestal uit vinger- en nagelindrukken op de rand, gecombineerd met afdrukken van touw.

Het Zwaard van Jutphaas getuigt van het hoge niveau van de bronsbewerking.Taalkundig is er een verband voorgesteld met de hypothetische Oud-Belgische taal.

IJzertijd

De ijzertijd is de periode van de prehistorie die volgde op de bronstijd en gekenmerkt werd door het gebruik van ijzer.

Wereldwijd is er geen eenduidige ijzertijd vast te stellen. De exacte periode waarin mensen ijzer begonnen te gebruiken was afhankelijk van hun cultuur en geografische locatie. In de praktijk wordt de term gebruikt voor de relevante periodes in Europa en West-Azië, waarbij een groot gedeelte van West-Azië zich al in de historische tijd bevond. Ook voor China wordt de term weinig gebruikt. Afrika ten zuiden van de Sahara maakte haar eigen ontwikkeling door die nog weinig onderzocht is, en ook in Precolumbiaans Amerika werd weliswaar plaatselijk ijzer geproduceerd maar van een ijzertijd kan men daar niet spreken.

In Griekenland, de Levant en India begon de ijzertijd het vroegst, rond 1200 v.Chr.

De overgang van de bronstijd naar de ijzertijd ging in het oostelijke Middellandse Zee-bekken gepaard met grote politieke verschuivingen.

In Midden-Europa wordt het begin van de ijzertijd gedateerd op circa 800 v.Chr. en de overgang, onder zogenaamde Thraco-Cimmerische invloeden uit de oostelijke steppen, van de late bronstijd-urnenveldencultuur naar de Hallstattcultuur.

In België en het zuiden van Nederland werden ijzeren voorwerpen gangbaar omstreeks 700 v.Chr., terwijl Noord-Nederland achterbleef: daar waren ijzeren speerpunten en paardenbitten in een graf uit de 6e eeuw v.Chr. op het Holtingerveld bij Havelte de vroegste sporen. De ijzertijd eindigde hier toen de Romeinen naar de Lage Landen kwamen (circa het begin van onze jaartelling).

Lijst van rijksmonumenten in Ede (gemeente)

De gemeente Ede telt 193 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister. Hieronder een overzicht.

Lijst van rijksmonumenten in Epe (gemeente)

De gemeente Epe telt 77 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister, hieronder een overzicht. Zie ook de gemeentelijke monumenten in Epe

Lijst van rijksmonumenten in Ermelo (gemeente)

De gemeente Ermelo telt 94 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister, hieronder een overzicht. Zie ook de gemeentelijke monumenten in Ermelo.

Lijst van rijksmonumenten in Putten (gemeente)

De gemeente Putten telt 97 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister, hieronder een overzicht. Zie ook de gemeentelijke monumenten in Putten.

Lijst van rijksmonumenten in Renkum

De gemeente Renkum telt 76 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister, hieronder een overzicht. Zie ook de gemeentelijke monumenten in Renkum.

Lijst van rijksmonumenten in Veldhoven (gemeente)

De gemeente Veldhoven telt 36 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister. Hieronder een overzicht.

Megaliet

Een megaliet is een stenen monument. Het woord '"megaliet" komt uit het Oudgrieks (μέγας (megas) = groot, λίθος (lithos) = steen) waarmee een groep monumenten wordt aangeduid die uit een of meer grote stenen bestaan. Een megaliet heeft vaak de functie van heiligdom of grafmonument.

Megalieten komen wereldwijd voor. Een groot deel stamt uit de neolithische periode. Bij enkele culturen spelen megalieten nog altijd een rol in het dagelijks leven.

Ondergang van het internationale systeem aan het einde van de Late Bronstijd

De ondergang aan het einde van de Late Bronstijd was een periode in het oostelijke Middellandse Zeegebied waarin veel rijken en beschavingen ten onder gingen of ernstig in verval raakten. Veel steden gingen rond 1200 v.Chr. in vlammen op, zodat Kurt Bittel de periode als de brandcatastrofe betitelde. Zo gingen de rijken van de Hettieten in Anatolië en Mitanni ten onder, terwijl het Nieuwe Rijk in Egypte en Assyrië in verval raakten. Ook aan de paleiseconomieën van de Myceense beschaving in het Egeïsche gebied kwam een einde, terwijl de beschavingen op Cyprus en de Levant in deze periode belaagd werden. De val van Troje speelt zich ook in deze tijd af.

De neergang betekende het einde van de grote rijken en hun intensieve onderlinge contacten, zoals blijkt uit de diplomatieke correspondentie in de Amarnabrieven, van wat Mario Liverani een internationaal systeem noemde van de The Great Powers' Club en Eric H. Cline het 'Gouden Tijdperk' van internationalisme en globalisering gedurende de Late Bronstijd.

Steenkist

Een steenkist is een grafvorm die vanaf het late neolithicum en de kopertijd tot aan de midden van de bronstijd in het noorden en noordwesten van Europa in verschillende culturen werd gebouwd. De kopertijd was het laatste deel van de jonge steentijd of neolithicum.

Een steenkist heeft een rechthoekige structuur van meer of minder platte steenplaten die rechtop zijn geplaatst. De meeste steenkisten zijn ingegraven in de grond, of met kunstmatige aarden of stenen grafheuvels bedekt. In sommige gevallen ligt de steenkist binnen een steencirkel, zoals bij de Baskische harrespil. De graven zijn vaak apart, maar ook collectieve graven komen voor.

Steentijd

Met steentijd of stenen tijdperk wordt de periode uit de prehistorie aangeduid waarin mensen stenen werktuigen gebruikten, en nog geen metalen (helemaal aan het eind van de steentijd werden van sommige metalen wel sieraden gemaakt). Aannemelijk is dat ze in die tijd ook wel houten en benen gebruiksvoorwerpen maakten. De houten voorwerpen zijn uiteraard vrijwel nooit bewaard gebleven. Een uitzondering zijn de in 1994 bij het Duitse Schöningen gevonden houten speren van ongeveer 350.000 jaar oud. Die vondst maakte aannemelijk dat de voorlopers van de mens al zeer lange tijd actieve jagers waren en niet, zoals tot dan door veel archeologen werd aangenomen, vooral aaseters.

De duur van de steentijd is afhankelijk van de plaats die bekeken wordt: voor bepaalde stammen op Borneo of Nieuw-Guinea is hij nog maar net afgelopen, en sommige stammen in het Amazonebekken bevinden zich aan het begin van de 21e eeuw nog in dit tijdvak.

Meestal wordt de steentijd onderverdeeld in drie fasen:

het paleolithicum of de oude steentijd, verreweg de langste periode, van ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden tot het einde van de laatste ijstijd, ongeveer 10.000 jaar geleden;

het mesolithicum of de middensteentijd, een aanduiding voor culturen van jager-verzamelaars na het einde van de laatste ijstijd;

het neolithicum of de jonge steentijd, een aanduiding voor culturen waar landbouw de belangrijkste sector in de economie was.Aan het eind van de steentijd werden op beperkte schaal werktuigen van koper gemaakt, archeologen spreken daar van de kopertijd, kopersteentijd of chalcolithicum, daarop volgen de bronstijd en eventueel de ijzertijd. Eventueel omdat in Mesopotamië en Egypte het schrift tijdens de bronstijd volwassen werd, waarmee de prehistorie daar voorbij was en daar dus geen sprake is van een ijzertijd.

De datering en duur van de steentijd is onderwerp van discussie en hangt ook af van de gehanteerde definities en locaties. De oude steentijd begint ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden in Afrika, toen de eerste hominiden gereedschappen uit steen gingen maken. De steentijd begon dus al voordat Homo sapiens op aarde rondliep. Het is echter buitengewoon moeilijk met zekerheid te zeggen of een losse steen ('zonder context') met een breukvlak en een scherpe kant het resultaat is van een bewuste bewerking of van een toevallige gebeurtenis; die beslissing wordt veel gemakkelijker door het vinden van grote aantallen van dergelijke stenen in lokale concentraties, terwijl ze op andere, overigens vergelijkbare plaatsen ontbreken. De oudste vondsten zijn daarom altijd controversieel. De overgang naar koper en brons vond in de periode tussen 6000 en 2500 voor Christus plaats, in Noordwest-Europa dichter bij het laatste tijdstip.

Uruk

Uruk (Soemerisch: Unug, in de Bijbel: Erech) was een stad in Zuid-Mesopotamië, wat aanvankelijk Soemer en later Babylonië was. De locatie ligt 300 km ten zuiden van het huidige Bagdad, ongeveer 30 km ten oosten van As-Samawah. Het wordt veelal beschouwd als de oudste echte stad, waarvan de invloed zo groot was dat de Urukperiode naar de stad is genoemd. Door de combinatie van stedelijke ontwikkeling en het ontstaan van het schrift wordt Uruk wel gezien als de eerste beschaving.

Het is een belangrijke archeologische opgravingsplaats. De stad lag toen tussen Babylon en Ur in een vruchtbaar, aangeslibd land, waarschijnlijk aan een later verzande arm van de Eufraat. Uruk kwam in de kopertijd, een periode van het laat-Neolithicum, tot volle wasdom. De stad was nog belangrijk in de bronstijd en zelfs nog tot in de ijzertijd en werd 4500 jaar lang ononderbroken bewoond.

Er wordt wel beweerd dat de huidige naam Irak in de loop der eeuwen van deze stad zou zijn afgeleid.

Winterborne St. Martin

Winterborne St. Martin, in de volksmond bekend als Martinstown, is een plaats en civil parish in het graafschap Dorset, Engeland. Het dorp ligt ongeveer 6 km ten zuidwesten van Dorchester en vlak naast Maiden Castle. Het aantal inwoners lag in 2012 op 770.De kerk in het dorp stamt uit de 12e eeuw. Om het dorp liggen een groot aantal grafheuvels uit de Bronstijd, waaronder Clandon Barrow.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.