Brief van Paulus aan de Filippenzen

De brief van Paulus aan de Filippenzen (vaak kortweg Filippenzen genoemd) is een van de boeken in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het is een brief van Paulus aan de gemeente in Filippi. De brief werd geschreven in het Koinè-Grieks.

Filippenzen
Filippenzen 3:10–17 en 4:2–8 in Papyrus 16 (3e eeuw).
Filippenzen 3:10–17 en 4:2–8 in Papyrus 16 (3e eeuw).
Auteur Paulus en Timoteüs
Tijd 61 – 62 vanuit Rome
Taal Grieks
Categorie brief van Paulus
Hoofdstukken 4
Vorige boek Efeziërs
Volgende boek Kolossenzen

Datering

De brief werd door Paulus geschreven terwijl hij in banden, dat is in gevangenschap, verkeerde. (1:7-13). De plaats waar hij gevangen zit kan dan Caesarea of Rome zijn. Dit laatste is waarschijnlijker. Allereerst is Καισαρος οικιας (4:22) meer van toepassing op Rome dan op Caesarea. Hoewel πραιτοριω (1:13) niet noodzakelijk de hoofdstad aanduidt, is het hier wel meer op van toepassing. Maar de hele toon van de brief wekt de indruk dat Paulus verwacht dat er spoedig een beslissing in zijn zaak zal worden genomen. In Caesarea was daar geen sprake van.

De datering van de brief komt daarmee waarschijnlijk op 62 of eind 61 en is daarmee waarschijnlijk qua datering de tweede brief van Paulus die in het Nieuwe Testament is opgenomen.

Aanleiding

De Filippenzen hadden Epafroditus als afgezant naar Paulus gezonden met giften ter ondersteuning van de apostel. Bij zijn terugkeer stuurde Paulus deze brief mee.

De gemeente

Philippi AgoraAndAcropolis
Ruïnes van Filippi.

De gemeente in Filippi was de eerste christelijke Kerk in Europa.[1] Haar ontstaan wordt beschreven in Handelingen 16:9-40. Er bestond een bijzondere band tussen de christelijke Filippenzen en Paulus. Van alle gemeenten waren zij de enige gemeente die Paulus ondersteunden met hun gaven, iets waarvan hij dankbaar getuigt (Hand 20:33-35; 2 Kor. 11:7-12; 2 Thess. 3:8).

De financiële vrijgevigheid van de Filippenzen komt uitdrukkelijk naar voren (4:15). Dit was een algemeen kenmerk van de Macedonische gemeenten, het blijkt ook uit 2 Kor. 8 en 9. Het is daarbij opmerkelijk dat de Macedonische bekeerlingen over het algemeen arm waren (2 Kor 8:2). Ook vandaag de dag is, volgens Moules commentaar op de brief aan de Filippenzen, de vrijgevigheid van arme christenen vaak groter dan die van rijke.

Inhoud

De inhoud van deze brief geeft een interessant doorkijkje in de situatie van de gemeente in Rome. Paulus' gevangenschap is geen belemmering voor de verspreiding van het evangelie. Het evangelie verspreidde zich steeds verder onder de Romeinse soldaten, met wie Paulus in voortdurend contact stond. Het is duidelijk dat het christendom zich op dat moment in Rome snel uitbreidde.

De leerstellige delen van de brief hebben een nauwe relatie met de brief van Paulus aan de Efeziërs. Vergelijk bijvoorbeeld Fil. 3:20 met Efeze 2:12,19. In beide wordt de Kerk voorgesteld als staat, waarvan de gelovigen burgers zijn.
In zowel Filip 2:5-11 als Efez 1:17-23 en Kol. 1:15-20 wordt in vrijwel vergelijkbare bewoordingen ingegaan op de heerlijkheid van Christus.

Euodia en Syntyche

In 4:2 dringt Paulus erop aan dat Euodia en Syntyche hun meningsverschillen bijleggen. Hij vraagt zijn trouwe metgezel (het is niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk bedoelt hij hiermee Epafroditus, die in die tijd bij hem was), hen daar bij te helpen. De twee vrouwen hebben immers met hem meegestreden in de prediking van het Evangelie. De tekst is een van de aanwijzingen, dat vrouwen in de vroege Kerk verantwoordelijkheid droegen en mogelijk in sommige gemeenten preekten.

Zie ook

Externe links

Bijbelboeken
Thora:Genesis · Exodus · Leviticus · Numeri · Deuteronomium
Jozua · Rechters · Ruth · 1 en 2 Samuel · 1 en 2 Koningen · 1 en 2 Kronieken · Ezra · Nehemia · Tobit · Judit · Ester · 1 Makkabeeën · 2 Makkabeeën
Job · Psalmen · Spreuken · Prediker · Hooglied · Wijsheid (van Salomo) · (Wijsheid van Jezus) Sirach
Grote profeten:Jesaja · Jeremia · Klaagliederen · Baruch · Ezechiël · Daniël
Kleine profeten:Hosea · Joël · Amos · Obadja · Jona · Micha · Nahum · Habakuk · Sefanja · Haggai · Zacharia · Maleachi
De deuterocanonieke boeken zijn cursief weergegeven.


Evangeliën:Matteüs · Marcus · Lucas · Johannes
Handelingen:Handelingen van de apostelen
Brieven van Paulus:Romeinen · 1 Korintiërs · 2 Korintiërs · Galaten · Efeziërs · Filippenzen · Kolossenzen · 1 Tessalonicenzen · 2 Tessalonicenzen · 1 Timoteüs · 2 Timoteüs · Titus · Filemon
Hebreeën
Katholieke brieven:Jakobus · 1 Petrus · 2 Petrus · 1 Johannes · 2 Johannes · 3 Johannes · Judas
Apocalyptiek:Openbaring van Johannes
Bronnen, noten en/of referenties
  1. H. Baarlink (redactie) (1989). Inleiding tot het Nieuwe Testament. Kampen: Kok, p.228
  1. H. Baarlink (redactie) (1989). Inleiding tot het Nieuwe Testament. Kampen: Kok, p.228
Brieven van Paulus

14 van de 21 epistels oftewel brieven in de canon van het Nieuwe Testament van de Bijbel worden traditioneel toegeschreven aan de apostel Paulus. 13 van deze brieven vermelden Paulus als afzender en worden ook wel de Paulijnse of Paulinische brieven genoemd; de Brief aan de Hebreeën is in feite geen echte brief en noemt Paulus niet als auteur. De volgende brieven worden traditioneel aan Paulus toegeschreven:

Zoals uit de tabel blijkt, is Paulus' auteurschap van een aantal van deze brieven omstreden.

Enkele van deze brieven behoren tot de oudste overgeleverde christelijke documenten. Ze verschaffen inzicht in de overtuigingen en controverses van het vroege christendom en als onderdeel van de canon van het Nieuwe Testament zijn het hoekstenen voor zowel christelijke theologie als ethiek. De Paulijnse brieven worden in moderne uitgaven van het Nieuwe Testament gewoonlijk geplaatst tussen Handelingen van de Apostelen en de Katholieke brieven. De meeste Griekse manuscripten plaatsen de algemene brieven echter vooraan en enkele minuscels (175, 325, 336 en 1424) plaatsen de Paulijnse brieven aan het eind van het Nieuwe Testament.

Eduard Thurneysen

Eduard Thurneysen (Walenstadt (kanton Sankt Gallen), 10 juli 1888 - Bazel, 21 augustus 1974) was een Zwitsers evangelisch theoloog (predikant en hoogleraar praktische theologie in Bazel).

Thurneysen was in de eerste helft van de 20e eeuw samen met zijn vriend Karl Barth een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de zogenaamde openbaringstheologie. In de context van de nood van die tijd wilden zij kerk en theologie vernieuwen door een hernieuwd luisteren naar het Woord van God.

Thurneysen heeft die vernieuwing in het bijzonder voor de praktische theologie doordacht en uitgewerkt met het oog op de prediking en het pastoraat van de kerk. Zijn belangrijkste publicatie was een handboek voor de pastorale theologie met de titel Die Lehre von der Seelsorge. Dat werk verscheen in 1946 en heeft een hele generatie theologen gevormd in het pastoraat. Ook in Nederland was Thurneysens praktische theologie tot in de jaren zestig invloedrijk. In de jaren zeventig kwam er een andere benadering op in de praktische theologie. Daarbij werd veel belang gehecht aan empirische onderzoeksmethoden. Vanuit dat perspectief werd zijn benadering sterk bekritiseerd en werd er geleidelijk steeds meer afstand van genomen van. Sinds de jaren tachtig en vooral de jaren negentig ontstaat er evenwel weer meer toenadering. Vanuit een meer hermeneutische en esthetische benadering blijkt veel van de kritiek vermengd met misverstanden en vooroordelen.

Eerste brief van Clemens

De eerste brief van Clemens (kortweg: 1 Clemens) is een vroeg-christelijk geschrift gericht aan de parochie (kerkelijke gemeente) te Korinthe. Ondanks de ouderdom van deze brief maakt hij geen deel uit van de canon van het Nieuwe Testament, maar wordt wel gerekend tot de geschriften van de apostolische vaders. De apostolische vaders zouden nog in contact zijn geweest met ooggetuigen van het openbare optreden van Jezus Christus. Als auteur wordt Clemens van Rome genoemd, bisschop van die stad van tussen 92-101 n. Chr. De brief wordt gedateerd tussen 80 en 140 n. Chr.. In de tweede eeuw werd de brief gebruikt tijdens kerkdiensten in Korinthe (hij werd daar regelmatig voorgelezen) en in de Codex Alexandrinus (vijfde eeuw) wordt de brief als canoniek beschouwd.

Epistel

Een epistel (Grieks ἐπιστολή, epistolē, "brief"; Latijn: epistula of epistola) is een schrijven gericht aan een persoon of een groep personen, meestal in de vorm van een erg formele brief, vaak didactisch van aard en elegant geformuleerd.

Gaudete

Gaudete (Latijn voor Verheugt u) is een Gregoriaans introïtusgezang voor de Mis van de derde zondag van de Advent en tevens de naam voor deze zondag van de Advent.

Gaudete is ook een kerstgezang, gecomponeerd in de 16e eeuw. Het werd gepubliceerd in de Piae Cantiones, een collectie van Fins-Zweedse kerkgezangen uitgegeven in 1582.

De term 'Gaudete' is ontleend aan een vers uit de Brief van Paulus aan de Filippenzen (4:4), waarin de apostel Paulus de gemeenschap oproept tot vreugde:

Gaudete in Domino semper. Iterum dico: Gaudete!

Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u! (Willibrordvertaling)Net zoals op Laetare in de vastentijd mag op de derde Adventszondag oudroze (= een mengsel van paars en wit) als liturgische kleur worden gebruikt in plaats van paars daar waar dit gebruikelijk is.

Gebed van de apostel Paulus

Het Gebed van de apostel Paulus is een gnostisch geschrift. Een Koptische vertaling maakte deel uit van de vondst van de Nag Hammadigeschriften in 1945. Er moet een oorspronkelijk Griekse tekst zijn geweest, maar daar is nooit iets van gevonden. Alleen de Griekse titel is in het Koptische handschrift aanwezig. De tekst is een van de kortste van de bij Nag Hammadi gevonden manuscripten.

Het werk behoort tot de teksten die zijn ontstaan in de gnostische beweging die aangeduid wordt als het valentinianisme. De grondlegger van die beweging was Valentinus (overleden na 155) . In de valentiaanse literatuur werd Valentinus in een apostolische lijn geplaatst. Hij zou zijn opleiding hebben genoten van Theudas, die weer opgeleid was door Paulus.

In de gnostische literatuur wordt vaker een – gnostische – exegese gegeven aan teksten die aan Paulus werden toegeschreven. In een ander in Nag Hammadi gevonden Koptisch handschrift, de Gnostische Openbaring van Paulus, wordt een hemelreis van Paulus beschreven naar de tiende hemel waar in de Tweede brief van Paulus aan de Korintiërs Paulus wordt weggevoerd naar het paradijs in de derde hemel. In het Gebed van de apostel Paulus komen elementen voor, die ontleend zijn aan de Eerste brief van Paulus aan de Korintiërs en de Brief van Paulus aan de Filippenzen.

Het gebed bestaat uit drie delen. Het eerste deel is een aanroeping van de Verlosser. Het richt zich tot de pre-existente Vader in de naam die boven elke naam verheven is Jezus Christus. In de brief aan de Filippenzen staat Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat ... .

In het tweede deel wordt gevraagd om gaven zoals lichamelijke gezondheid en de verlossing van de ziel. In het derde deel vraagt de bidder de gift om wat het oog van geen engel gezien heeft en het oor van geen wereldheerser gehoord heeft en wat niet in het hart van de mensen is opgekomen..... die geschapen zijn naar het beeld van de psychische god , namelijk de verschijning van Christus.

Dit is een verwijzing naar de eerste brief aan de Korintiërs Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft. Met de uitdrukking van de psychische god wordt in feite verwezen naar de demiurg, die in de gnostiek verantwoordelijk is voor de schepping van de stoffelijke wereld en de mens. De wereldheersers zijn de dienaren van de demiurg.

Auteurs op het vakgebied hebben in de tekst inhoudelijke overeenkomsten aangetoond met de hermetische literatuur. Er is geen nauwkeuriger datering voor het ontstaan van de oorspronkelijke tekst te geven dan tussen 150 en 300.

Heiner Koch

Heiner Koch (Düsseldorf, 13 juni 1954) is een Duits geestelijke en aartsbisschop van de Rooms-katholieke Kerk.

Koch studeerde theologie en pedagogiek aan de Universiteit van Bonn en werd op 13 juni, zijn verjaardag, 1980 priester gewijd. Hij promoveerde in Bonn tot doctor in de godgeleerdheid op het proefschrift Befreiung zum Sein als Grundperspektive christlicher Religionspädagogik. Koch vervulde vervolgens verschillende functies in het aartsbisdom Keulen en was tot zijn bisschopsbenoeming ten slotte vicaris van datzelfde aartsbisdom.

Paus Benedictus XV benoemde hem op 17 maart 2006 tot titulair bisschop van Roscrea en tot hulpbisschop van Keulen. Hij ontving zijn bisschopswijding uit handen van de aartsbisschop van Keulen, Joachim Meisner. Als wapenspreuk koos hij "Gaudete semper, Dominus prope" (Verheugt u altijd, de Heer is nabij, uit de Brief van Paulus aan de Filippenzen, 4:4,5). Op 18 januari 2013 benoemde paus Benedictus Koch tot bisschop van Dresden-Meißen. Hier zou hij blijven tot hij door paus Franciscus op 8 juni 2015 werd benoemd tot aartsbisschop van Berlijn, als opvolger van Rainer Maria Woelki die even daarvoor tot aartsbisschop van Keulen was benoemd.

J. David Moore

J. David Moore (Boston, 1962) is een Amerikaans componist, muziekpedagoog, arrangeur en dirigent.

Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament is een verzameling religieuze geschriften behorend tot het christendom. Het vormt het tweede deel van het heilige boek van de christenen, de Bijbel. Hoewel precieze datering moeilijk is, wordt algemeen aangenomen dat de geschriften van het Nieuwe Testament dateren uit de tweede helft van de eerste eeuw tot het begin van de tweede eeuw na Christus. De naam is een vertaling van het Latijnse Novum Testamentum, wat een vertaling is van het Griekse Ἡ καινὴ διαθήκη (Hē kainḕ diathḗkē), "Het Nieuwe Verbond" of "Het Nieuwe Testament". De vroege christenen gebruikten deze benaming oorspronkelijk om hun relatie met de god van Israël aan te geven. Als brontekst voor de meeste hedendaagse vertalingen wordt het Novum Testamentum Graece gebruikt.

De geschriften van het Nieuwe Testament beschrijven de daden en woorden van Jezus, die de Messias (de Christus) genoemd wordt. Uit het geloof in hem als Messias is het christendom voortgekomen. Verder bevat het Nieuwe Testament een geschrift over de geschiedenis van de eerste christelijke gemeenschappen en een reeks brieven op naam van apostelen of familie van Jezus. Het Nieuwe Testament vormt daarmee de voornaamste basistekst van het christelijk geloof. Binnen dat geloof worden behalve de Bijbelteksten van het Oude Testament ook die van het Nieuwe Testament als het Woord van God d.w.z. geïnspireerd door God beschouwd. Veel orthodoxe christenen, maar met name fundamentalisten beschouwen het Oude en Nieuwe Testament letterlijk als het Woord van God.

Oudkatholieke Kerk

Oud-Katholieke Kerken, officieel Roomsch-Katholieke Kerk der Oud-Bisschoppelijke Cleresie, is de benaming voor de autocefale kerken die hun ontstaan danken aan afwijzing van het Romeinse kerkcentralisme en in een later tijdperk – vanaf 1870 – van het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid (Eerste Vaticaans Concilie), tezamen met het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis (1854).

In Nederland ontstond een eerste anti-centralistische beweging na de afzetting door Rome (in 1702) van de apostolisch vicaris Petrus Codde, die van jansenisme, een dwaling volgens de Kerk van Rome, was beschuldigd. In 1723 leidde de anti-centralistische beweging in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tot de bisschopswijding van Cornelius Steenoven zonder toestemming van Rome, hetgeen tot conflict en verregaande verwijdering leidde.

Paulus (apostel)

Paulus (Oudgrieks: Παῦλος, Paulos; Hebreeuws: שאול התרסי, Šaʾul HaTarsi, "Saul van Tarsus") (Tarsus (Cilicië), ca. 3 - waarschijnlijk Rome, na 60) was een leider van de vroege christelijke kerk en speelde een centrale rol in de vroege ontwikkeling en verspreiding van het christendom in de landen rondom de Middellandse Zee, in het bijzonder in wat nu Turkije en Griekenland is.

Philippi

Philippi of Filippi (Grieks: Φίλιπποι, Philippoi) was een stad in het antieke Macedonië. De stad werd gesticht door en genoemd naar Philippos II van Macedonië en later door de Romeinen veroverd. De stad had een strategische ligging aan de Via Egnati­a, de hoofdweg van Rome naar Constantinopel. De stad werd na de verovering door de Ottomaanse Turken in de 14e eeuw verlaten. De ruïnes bevinden zich 20 km ten noordwesten van Kavála.

In Philippi zette de apostel Paulus voor het eerst voet op Europese bodem en werd ook gevangengezet in een kerker die nog steeds be­staat, alvorens zijn schreden te richten naar Thessaloniki. Ter ere hiervan liet men een kathedraal bouwen, waarvan de resten nog te bezichtigen zijn, naast die van de Romeinse markt ernaast.

In oktober 42 v.Chr. vond bij deze plaats een veldslag plaats tussen de troepen van het Tweede triumviraat, geleid door Marcus Antonius en Octavianus (de latere keizer Augustus) enerzijds en Brutus en Cassius (de moordenaars van Julius Caesar) anderzijds. De slag bestond eigenlijk uit twee delen. In de eerste slag, begin oktober, werd Cassius door Marcus Antonius verslagen, terwijl Brutus Octavianus overwon. Cassius pleegde op 3 oktober zelfmoord nadat hij het foutieve bericht van Brutus' nederlaag had gekregen. Drie weken later, op 23 oktober, werd Brutus verslagen door Marcus Antonius. Brutus pleegde hierop zelfmoord, waardoor het Tweede Triumviraat de macht kreeg over de Romeinse wereld.

Sacra conversazione

De Sacra Conversazione (Nederlands: het Heilige Gesprek) is een compositievorm in de schilderkunst waarin de Madonna met kind in het gezelschap van twee of meer heiligen is geplaatst en lijkt te praten met hen. Het thema was populair in de Italiaanse kunst van de 15e tot de 16e eeuw. De term zou voor het eerst gebruikt zijn door Franz Kugler in 1837, maar in een inventaris van Orazio Giuseppi Pucci van 1797 werd de omschrijving ook al gebruikt.Maar Rona Goffen stelt in haar studie dat de term Sacra Conversazione al gebruikt werd in de Bijbel en in de patristische werken in de betekenis van "vroom gedrag" of "heilige gemeenschap of zoals in de Brief van Paulus aan de Filippenzen (3:20) als de 'heilige gemeenschap in de hemel'. Het onderwerp van een Sacra Conversazione kan in dat kader dan gezien worden als een hemelse ontmoeting van vrome personen, hoewel in de schilderkunst meestal de Maagd Maria aanwezig is. Met deze definitie valt het praten of interactie tussen de personen eigenlijk weg en is het essentiële element de vergadering van een aantal heiligen.

Hoewel het thema Heilig Gesprek wordt genoemd is er van een gesprek aanvankelijk weinig te merken, maar de kunstenaars geven wel interactie tussen de afgebeelde personen weer via gebaren, beweging en de onderlinge blikken. Naarmate het thema zich meer ontwikkelde werd sterker de nadruk gelegd op deze interactie.Volgens de gangbare opvattingen ontstond de compositie tijdens de Italiaanse Renaissance toen de kunstenaars de heiligen die in de polyptiek of triptiek op de zijluiken waren weergegeven, gingen opnemen op het middenpaneel en de interacties tussen de afgebeelde figuren gingen uitbeelden, heel schuchter in het begin. Het Annalena altaarstuk van ca. 1435 door Fra Angelico zou het eerste werk zijn met dit thema, maar een Madonna met Kind, Catharina, Nicolaas en schenker van Gentile da Fabriano voldoet perfect aan de definitie en is veertig jaar ouder. Een altaarstuk van Masaccio van omstreeks 1435-1440 was het eerste werk dat het thema introduceerde in Florence. Andere Italiaanse kunstenaars die het thema gebruikten zijn Piero della Francesca, Giovanni Bellini, Paolo Veronese, en Andrea Mantegna. In latere werken werden soms zelfs de schenkers van het werk in dezelfde ruimte als de Madonna en de heiligen opgenomen. Het thema werd 'overgenomen' door de schilders ten noorden van de Alpen, maar in strikte zin kan men de Madonna met kanunnik Joris van der Paele van Jan van Eyck interpreteren als een Sacra Conversazione en het werk zou daarmee ook een van de eerste werken met dit thema zijn. Men kan dus eerder zeggen dat dit thema zich in de Zuidelijke-Nederlanden gelijktijdig met Italië ontwikkelde. Ook Rogier van der Weyden schilderde na zijn reis naar Italië in Brussel een Sacra Conversazione voor een Italiaanse opdrachtgever (de Medici’s), nu in het Städelsches Kunstinstitut in Frankfurt als Maagd met Kind en vier heiligen. Het thema Virgo inter Virgines dat zich in Keulen en Westfalen ontwikkelde kan trouwens gezien worden als een analoge evolutie, namelijk het groeperen van God, Gods moeder, heiligen en zelfs aardse stervelingen in dezelfde beeldruimte.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.