Arianisme

Het arianisme is een stroming binnen het christendom, ontstaan in het begin van de 4e eeuw, die werd genoemd naar haar stichter Arius (256-336), presbyter van Alexandrië. Het tegenwoordige unitarisme, ontstaan onder invloed van de Verlichting in de 17e en 18e eeuw, is een moderne variant van het oude arianisme.

Baptism of Christ - Arian Baptistry - Ravenna 2016
De koepel van het Baptisterium van de arianen in Ravenna, met een scène van de doop van Jezus.
Constantine burning Arian books
Constantijn de Grote en het Concilie van Nicea verbranden ariaanse boeken, afbeelding uit ca. 825.

Definitie

In het arianisme wordt het dogma van de drie-eenheid niet geaccepteerd. Zowel Jezus als de Heilige Geest worden gezien als scheppingen van God, die ondergeschikt zijn. Jezus is hierbij alleen ondergeschikt aan God, terwijl de Heilige Geest ondergeschikt is aan zowel Jezus als God. In eenvoudige woorden kan het verschil tussen orthodoxie (de oosters-orthodoxe kerken, rooms-katholieke kerk en (de meeste) protestantse kerken) en arianisme als volgt worden samengevat: de orthodoxie stelt dat Jezus God en mens is, het arianisme spreekt over godgelijkend.

Het Romeinse Rijk

In de 4e eeuw was het conflict tussen arianen en gelovigen in de drie-eenheid (ook wel trinitariërs genoemd, afgeleid van het Latijnse tri- = drie en unitas  = eenheid) het grootste strijdpunt in de Kerk. Om dit conflict op te lossen werd het Concilie van Nicea (325) bijeen geroepen. De opgestelde geloofsbelijdenis van Nicea, hoewel geaccepteerd door zowel arianen als anti-arianen, hield een veroordeling van het arianisme in, door de zinsnede dat de Vader en de Zoon "van dezelfde substantie" zijn.

Ondanks de verwerping op concilies bleef het arianisme nog gedurende de hele 4e eeuw invloedrijk. Tijdens bepaalde periodes was het zelfs de overheersende theologie in het Romeinse Rijk. Door ariaanse zendelingen werd het arianisme ook verspreid onder de 'barbaren' die buiten het rijk woonden. Sommige keizers zoals Constantius II en Valens waren openlijk ariaans gezind en werkten soms zelfs actief het trinitarische christendom tegen door trinitarisch gezinde bisschoppen te vervangen door ariaanse bisschoppen. Vooral in het oostelijke Romeinse rijk was er veel aanhang voor het arianisme. Gedurende deze tijd werden ook meerdere ariaanse kerken gebouwd die nog steeds bestaan. Een nieuwe verwerping van de ariaanse leer volgde echter tijdens het Concilie van Constantinopel I (381). Door vervolgens een streng optreden tegen 'ketterse christenen' van de trinitarisch gezinde keizer Theodosius I was het arianisme onder de Romeinen rond 400 vrijwel geheel uitgeroeid.

De Germaanse koninkrijken

Tijdens de bloei van het arianisme in het Romeinse Rijk in de 4e eeuw was de ariaanse Visigotische Wulfila zijn zendingswerk onder de Goten begonnen. Hij zorgde voor een Bijbelvertaling in het Gotisch. De Gotische leider Fritigern werd bekeerd gedurende de regering van de ariaanse keizer Valens. Gevolg hiervan was dat de meeste Germaanse stammen, die tijdens de grote volksverhuizingen het Romeinse Rijk binnenvielen, ariaans waren.

Dit gold voor de Visigoten, de Ostrogoten, de Vandalen, de Bourgondiërs en de Lombarden.

Alleen de Franken bleven heidens totdat het westelijke Romeinse Rijk — waar zij foederati van waren — verdwenen was. Daarna bracht Clovis, koning der Franken, zijn volk tot het katholieke geloof, waardoor hij beter aansluiting kreeg bij zijn onderdanen van Romeinse afkomst.

Zowel Edward James[1] als Marinus Wes[2] argumenteren dat Clovis waarschijnlijk al van in zijn kindertijd een ariaan was en dus niet rechtstreeks vanuit het heidendom tot het katholicisme overging, zoals Gregorius dat graag voorstelde. Ook Clovis’ omgeving, en dus alle Frankische notabelen waren rond 500 zo goed als zeker oorspronkelijk arianen.

In ariaanse koninkrijken bleef de kloof tussen de Germaanse adel en de grote meerderheid van Romaanse en katholieke bevolking groot. Er werd bijvoorbeeld in het Germaans gepreekt in de ariaanse kerk. Voor de Germaanse heersers was het arianisme ook een middel om als kleine minderheid niet opgeslorpt te worden door de autochtone meerderheid.[3] In het Vandalenrijk in Noord-Afrika leidde de tegenstelling tot geweld en vervolging van de katholieken (althans volgens Gregorius van Tours, een katholieke bron).

De ariaanse rijken gingen daarna een voor een teloor. De Vandalen en Ostrogoten werden door Justinianus vernietigd en de Bourgondiërs door de Franken. De Sueven gingen uit eigen beweging over tot het katholicisme, om meer steun tegen hun machtige ariaanse Visigotische buren te verwerven. Dat verhinderde niet dat ze door hen vernietigd werden.

De Visigoten in Spanje bleven vasthouden aan het arianisme totdat koning Reccared I zich in 589 bekeerde tot het katholicisme. Hij wilde daarmee vooral zijn koninkrijk beter aansluiting bij de buurlanden geven en de binnenlandse tegenstellingen uit de weg ruimen. Nog langer ariaans bleven de Longobarden in Italië, hun laatste ariaanse koning overleed in 671. Toen met deze koningen de laatste machtige beschermers van het arianisme waren weggevallen en de overgebleven arianen werden vervolgd, verviel deze variatie binnen het christendom binnen korte tijd. Ook de Gotische taal, die in de ariaanse eredienst werd gebruikt, verdween toen snel.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. In zijn standaardwerk The Franks, Oxford: Blackwell, 1988
  2. In zijn inleiding tot de Historiën van Gregorius van Tours (vertaald door F.J.A.M. Meijer, Baarn: Ambo, 1994)
  3. Pierre Trouillez, De Germanen en het christendom, een bewogen ontmoeting, 5de-7de eeuw, Davidsfonds, Leuven, 2010
  1. In zijn standaardwerk The Franks, Oxford: Blackwell, 1988
  2. In zijn inleiding tot de Historiën van Gregorius van Tours (vertaald door F.J.A.M. Meijer, Baarn: Ambo, 1994)
  3. Pierre Trouillez, De Germanen en het christendom, een bewogen ontmoeting, 5de-7de eeuw, Davidsfonds, Leuven, 2010
320-329

De jaren 320-329 (van de christelijke jaartelling) zijn een decennium in de 4e eeuw.

381

Het jaar 381 is het 81e jaar in de 4e eeuw volgens de christelijke jaartelling.

4e eeuw

De 4e eeuw (van de christelijke jaartelling) is de 4e periode van 100 jaar, dus bestaande uit de jaren 301 tot en met 400. De 4e eeuw behoort tot het 1e millennium.

Abdij van Bobbio

De abdij van Bobbio (Italiaans: Abbazia di San Colombano) was een klooster dat in 614 werd gesticht door de Ierse Keltisch christelijke heilige Columbanus. Rond de abdij groeide de huidige stad Bobbio, gelegen in de Italiaanse provincie Piacenza in de streek Emilia-Romagna. De abdij was gewijd aan Sint Columbanus. Ze stond bekend als een centrum van verzet tegen het arianisme. De abdij van Bobbio bezat een van de grootste bibliotheken van de middeleeuwen. Ook stond deze abdij model voor het klooster in Umberto Eco's succesvolle roman De naam van de roos. De abdij werd in 1803 ontbonden toen het gebied onder Frans bewind stond. Veel van de gebouwen kregen andere bestemmingen.

Ambrosius van Milaan

De heilige Ambrosius van Milaan (Augusta Treverorum (het huidige Trier), 339 - Milaan, 4 april 397) was een kerkvader. Hij was bisschop van Milaan, en schreef veel werken over de Kerk.

Ardabur

Ardabur of Ardaburius was de zoon van Aspar en de kleinzoon van Ardaburius. Hij was generaal in het Byzantijnse Rijk in de 5de eeuw tijdens de regeerperiode van zijn vader. Hij beleed het arianisme.

Arius (theoloog)

Arius (Uitspraak: Aríus, Grieks: Άρειος) (Pentapolis van Cyrenaica, 250/256 - Constantinopel, rond 336) is de stichter van het arianisme, een stroming in de vroege christelijke kerk die de goddelijke drie-eenheid niet erkende en Jezus beschouwde als geschapen door en ondergeschikt aan God de Vader.

Clovis I

Clovis of Chlodovech (ca. 466-511) was de eerste koning der Franken die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser. Hij was ook de eerste katholieke koning die heerste over Gallië (Frankrijk). Hij was de zoon van Childerik I en Basina. In 481, toen hij vijftien jaar oud was, volgde hij zijn vader op.

De Salische Franken en de Ripuarische Franken waren Frankische stammen die het gebied ten westen van de Nederrijn bezetten, met hun centrum in een gebied bekend als Toxandrië, tussen de Maas en de Schelde (in wat nu België en Nederland is). Clovis' machtsbasis lag ten zuidwesten hiervan, in de buurt van Doornik en Kamerijk, langs de moderne grens tussen Frankrijk en België. Clovis veroverde de naburige Salisch Frankische koninkrijken en vestigde zichzelf als enige heerser van de Salische Franken voor zijn dood. De kleine kerk waarin hij werd gedoopt, heet nu het klooster van Saint-Remi en er staat een standbeeld van hem, tijdens zijn doop door Remigius van Reims. Clovis en zijn vrouw Clothilde werden begraven in de basiliek van de Heilige Apostelen in Parijs, op de plek waar later de kerk van Sint-Genevieve kwam te staan (rue Clovis, 5e arrondissement). Na de sloop van deze kerk in 1807, is de tombe van Clovis overgebracht (in 1816) naar de abdijkerk van Saint-Denis. Het is echter niet bekend waar zijn stoffelijke resten zijn, omdat deze nooit zijn teruggevonden. Clovis versloeg in 486 de Gallo-Romein Syagrius in de Slag bij Soissons.

Clovis werd bekeerd tot het katholicisme op initiatief van zijn vrouw, Clothilde, een Bourgondisch Gotische prinses die, ondanks het arianisme dat haar aan het hof omringde, katholiek was. Het arianisme was de voornaamste godsdienst onder de Goten die in die tijd over het grootste gedeelte van Gallië heersten. Clovis werd gedoopt in een kleine kerk die zich bevond op de plaats van, of naast de Kathedraal van Reims, de kerk waar de meeste toekomstige Franse koningen gekroond zouden worden. Deze daad was van enorm belang in de latere geschiedenis van West- en Centraal-Europa in het algemeen, omdat Clovis zijn domein uitbreidde over bijna de hele oude Romeinse provincie Gallië (ruwweg modern Frankrijk). Komende uit het huis van Merovech wordt hij beschouwd als de stichter van de Merovingische dynastie die heerste over de Franken voor de volgende twee eeuwen. Naar hem verwijst de naam van vele Franse koningen die later regeerden (van CLOVIS over LOVIS naar LOUIS of Chlodovech - Lodewijk - Ludwig).

Columbanus

Columbanus (Columbán, 'witte duif', provincie Leinster, ca. 540 - Bobbio, 23 november 615) was een Ierse abt, missionaris en stichter van verscheidene kloosters op het Europese vasteland, waaronder die van Marmoutier in de Elzas. Hij kreeg zijn opleiding in het klooster van Bangor, waar hij ook dertig jaar lang onderricht gaf. In 590 vertrok hij met twaalf metgezellen (Gallus, Columbanus de Jongere, Deicolus, Attala, Cummain, Eogain, Eunan, Gurgano, Libran, Lua, Sigisbert en Waldoleno) naar Frankrijk, waar hij de abdij van Luxeuil en Fontaines stichtte. Hij schreef voor deze gemeenschappen strenge kloosterregels (Regula monachorum en Regula coenobialis) en een poenitentiale (boeteboek). Deze regels zijn in de 9e eeuw door de regel van Benedictus vervangen.

Hij werd vriendelijk door koning Gontram van Bourgondië ontvangen. Omdat hij de zedeloosheid aan het hof aan de kaak stelde, werd hij later, in 610, door koningin Brunhilde van Austrasië (Gontrams schoonzus) uit Bourgondië weggejaagd. Na een omzwerving door Zwitserland kwam hij in 614 in Italië terecht, in het Lombardijnse koninkrijk van Agilulf en Theodelinde, waar hij het klooster van Bobbio stichtte. Columbanus was een tegenstander van het arianisme. Hij overleed in Bobbio in 615.

Columbanus kwam in conflict met sommige Frankische bisschoppen over de berekening van de Paasdatum omdat hij vasthield aan de methode die gebruikelijk was in het Keltische christendom (zie Quartodecimanen). Als Ierse missionaris op het vasteland heeft hij een aanzienlijke invloed gehad op de godsdienstige en culturele ontwikkeling van West-Europa.

De heilige Columbanus moet worden onderscheiden van zijn tijdgenoot Columba, de stichter van de abdij op het eiland Iona en missionaris bij de Picten in Schotland. In Gent was in de 10e eeuw Columbanus werkzaam, eveneens een Ierse monnik.

Concilie van Constantinopel I

Het Eerste Concilie van Constantinopel wordt erkend als het Tweede Oecumenische Concilie door de oriëntaals-orthodoxe kerken, de Kerk van het Oosten, de Rooms-Katholieke Kerk, de Oudkatholieke Kerk, de Anglicaanse Kerk en een aantal andere westers christelijke groeperingen. Het was het eerste oecumenische concilie dat in Constantinopel werd gehouden en werd bijeengeroepen door Theodosius I in 381. Het concilie bevestigde de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel en handelde over andere onderwerpen zoals het arianisme.

Paus Damasus I was ofwel niet uitgenodigd ofwel weigerde hij te komen, zodat dit concilie soms ook wel het "onoecumenische" concilie wordt genoemd. Echter, dit concilie werd als oecumenisch bevestigd bij het Concilie van Chalcedon in 451.

Cyrillus van Alexandrië

Cyrillus I van Alexandrië (Grieks: Κύριλλος Α΄ Αλεξανδρείας) (Alexandrië, 375-380 - Alexandrië, 27 juni 444) was monnik en patriarch van Alexandrië van 412 tot 444. Hij was de neef en opvolger van Theophilus van Alexandrië.

Hij bestreed fel het arianisme. Hij streed ook tegen Alexandrijnse novatianen, joden en de filosoof Hypatia en tegen Nestorius toen die patriarch van Constantinopel werd. De kwestie werd voorgelegd aan paus Celestinus I in 430; tijdens een synode in Rome werd Nestorius gevraagd zijn stellingen op te geven. Deze was echter overtuigd van zijn gelijk en vroeg keizer Theodosius II een algemeen concilie bijeen te roepen. Dit werd het concilie van Efeze in 431.

De uitspraken van dit concilie - in afwezigheid van Nestorius - waren dat in Christus de eenheid van twee naturen voorkomt, menselijk en goddelijk. Maria werd gedefinieerd als de moeder Gods.

De veroordeling van Nestorius werd niet door iedereen binnen de Antiocheense kerkgemeenschap aanvaard. In de Nestoriaanse Kerk of de Kerk van het Oosten leefden zijn ideeën verder.

Cyrillus verdedigde zijn leven lang zijn christologische opvattingen die gebaseerd zijn op het Alexandrijnse logosmodel. De menselijke natuur van Christus is een passief instrument van zijn goddelijke natuur. Van Cyrillus is de leer van het miafysitisme, waar de Egyptische Kopten zich voortaan aan zouden houden.

Zijn opvolger op de bisschopszetel van Alexandrië was Dioscurus.

Zijn gedenkdag valt in de Rooms-Katholieke Kerk op 9 februari of 27 juni (sinds 1969), in de Orthodoxe Kerk op 18 januari en 9 juni.

Eerste Concilie van Nicea

Het Eerste Concilie van Nicea was een concilie van christelijke bisschoppen die bijeengeroepen waren in Nicea in Bithynië (hedendaags İznik in Turkije) door de Romeinse keizer Constantijn I in 325. Dit eerste oecumenisch concilie was de eerste poging om consensus te bereiken in de Kerk door middel van een vergadering die het hele christendom vertegenwoordigde.

De grootste verwezenlijkingen van dit concilie waren de regeling van de christologische kwestie betreffende de aard van Jezus en zijn relatie tegenover God de Vader, de opstelling van het eerste deel van de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, het regelen van de datumberekening van Pasen en de afkondiging van het vroege canoniek recht.

Hilarius van Poitiers

Hilarius van Poitiers (Pictavium, nu Poitiers, ca. 315 – aldaar, 1 november 367), in zijn landstaal het Latijn Hilarius Pictaviensis, was een kerkvader en kerkleraar. Hij was de belangrijkste theoloog van het Westen in de 4de eeuw. Zijn geschriften vormen de oudste christelijke literatuur in Gallië.

Hilarius was geboortig uit een aanzienlijk geslacht en genoot een goede opleiding, waarbij hij ook Grieks leerde. Na studie van het Oude en het Nieuwe Testament verruilde hij zijn neoplatonistische levensbeschouwing voor het christendom. Samen met zijn vrouw en dochter liet hij zich dopen, en Hilarius werd omstreeks 350, ofschoon gehuwd, door de geestelijkheid en het volk tot bisschop van Poitiers gekozen. Dat bracht met zich mee dat hij gescheiden ging leven van zijn vrouw.

In die periode was het arianisme een belangrijke levensbeschouwelijke stroming. Ook de keizer van het West-Romeinse Rijk, Constantius II, was het arianisme vriendelijk gezind. Hilarius verzette zich tegen de door de keizer geëiste veroordeling van kerkvader Athanasius en daarmee van de geloofsbelijdenis van Nicea, waaraan andere Gallische bisschoppen meededen, en werd daarom naar Klein-Azië verbannen (356–359). In deze periode schreef hij zijn hoofdwerk, De Trinitate ('Over de Drievuldigheid'). In zijn De synodis seu de fide orientalium ('Over de synoden of de geloofstrouw van de Oosterse bisschoppen') gaf hij daar een historische toelichting bij.

In het Griekse Oosten geraakte hij nog veel beter thuis in de christologische strijd en deze zette hij, in 360 teruggekeerd, in Gallië voort, in de eerste plaats tegen Saturninus van Arles op een synode te Parijs (361) en enige jaren later – met weinig onmiddellijk succes – tegen Auxentius van Milaan.

Hilarius’ commentaren op het evangelie van Matteüs en de Psalmen zijn specimina van allegorese, tekstverklaring met behulp van allegorie. Een samenvattende beschouwing over de christelijke voorafbeeldingen in het Oude Testament gaf hij in zijn traktaat De Mysteriis ('Over de Mysteriën'). Waarschijnlijk geïnspireerd door wat hij in de Oosterse Kerken aan gemeentezang had gehoord, schreef hij als eerste een aantal christelijke Latijnse hymnen. Een drietal hymnen wordt volgens de huidige stand van de wetenschap met grote waarschijnlijkheid aan Hilarius toegeschreven, bij andere is dat niet meer het geval. Daarvoor is de schrijversnaam 'Pseudo-Hilarius' in gebruik.

In 1851 werd deze 'Athanasius van het Westen' door paus Pius IX tot doctor ecclesiae uitgeroepen. Zijn feestdag als heilige wordt gevierd op 13 januari, eertijds 14 januari.

Hilarius van Poitiers is ook patroonheilige van het Vlaamse dorp Bierbeek.

Hilderik

Hilderik (circa 460 - 533) was de op één na laatste koning van de Vandalen en Alanen. Hij heerste van 523 tot 530, hij was een kleinzoon van de legendarische koning Geiserik. Zijn vader was Geiseriks zoon Hunerik en zijn moeder Eudocia, de dochter van de Romeinse keizer Valentinianus III. Hilderik speelde een belangrijke rol in de ondergang van het Vandalenrijk in Afrika.

Paus Liberius

Liberius (gestorven 24 september 366) was de 36ste paus van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij regeerde van 17 mei 352 tot aan zijn dood in 366, en is de eerste paus die niet door de Rooms-Katholieke Kerk heilig verklaard werd. In de orthodoxe kerk, is hij wel een heilige. Zijn feest wordt gevierd op 27 augustus. Van de persoon zelf is weinig bekend.

Zijn pontificaat kenmerkt zich door een ruzie met de voorstanders van het arianisme, onder wie keizer Constantius II. Deze zette daarop de paus af, en benoemde een tegenpaus: Felix II. Directe aanleiding hiervoor was Liberius' weigering de verwerping van Athanasius, de patriarch van Alexandrië te tekenen. Deze was een belangrijk theoloog, schrijver en bovendien vijand van het arianisme.

Tevens werd Liberius verbannen, maar hij keerde na drie jaar terug, nadat hij zich alsnog tegen Athanasius gekeerd had. Het idee van de keizer hem en Felix II samen de kerk te laten regeren werd door een opstand van het Romeinse volk voorkomen. Hij maakte het door de keizer bijeengeroepen Concilie van Rimini ongedaan.

Tijdens zijn pontificaat was er ook de Mariaverschijning van Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Sneeuw waarbij er sneeuw in augustus viel.

Pre-existentie van Christus

De pre-existentie van Christus is de leer dat Jezus al voor zijn menswording als persoon bestond.

Reccared I

Reccared I was koning van het Visigotische Rijk in Spanje van 586 tot 601. Hij was de zoon van koning Leovigild.

In tegenstelling tot zijn vader voerde hij een politiek van vredelievendheid, hoewel hij oorlog voerde tegen de Franken en de Basken. Een belangrijke politieke beslissing was de vrede die hij sloot met het Byzantijnse Keizerrijk.

Zijn regering werd verder gekarakteriseerd door het zoeken van verzoening met de onderworpen Romeinse bevolking.

Van grote betekenis is Reccareds bekering tot het Rooms-katholicisme geweest. Heel soepel ging dit trouwens niet. De Visigoten hadden altijd het Arianisme beleden en Reccared moest afrekenen met enkele grote opstanden en samenzweringen van hen die aan het oude geloof wilden vasthouden.

Unitarisme (theologie)

Unitarisme is een christelijke stroming die de leer van de goddelijke drie-eenheid of triniteit verwerpt (vandaar de aanduiding 'unitarisme'). In hun opvatting van het één-zijn van God wordt Jezus Christus niet als (mede) goddelijk beschouwd, dit in tegenstelling tot de hoofdstroom van het christendom.

Voorlopers van deze opvatting waren onder meer Arius, Michael Servet, Adam Pastor, de zogenoemde antitrinitariërs en de socinianen.

Het tegenwoordige unitarisme, ontstaan onder invloed van de Verlichting in de 17e en 18e eeuw, is een moderne variant van het oude arianisme en vooral van het socinianisme.

Het recent opgekomen unitarisme binnen het Messiasbelijdend jodendom beweert terug te grijpen op de lering van de eerste gemeente die Jezus (Jesjoea) volgde.

Vroege schismata in het christendom

De vroege schismata in het christendom zijn scheuringen binnen het christendom die al in een vroeg stadium ontstonden gedurende het eerste millennium. Het Grote Schisma is daarmee niet het eerste schisma tussen Oost en West.

In andere talen

This page is based on a Wikipedia article written by authors (here).
Text is available under the CC BY-SA 3.0 license; additional terms may apply.
Images, videos and audio are available under their respective licenses.